Cathie Wood ziet 10% bbp-groei door AI en Elon Musk geeft haar gelijk
- J. van den Poll
- 2 uur geleden
- 6 minuten om te lezen
In het kort:
Het aantal AI-tokens op OpenRouter steeg in ongeveer een jaar met een factor 25, maar dat is geen meting van de volledige AI-markt.
NVIDIA, Microsoft en ASML laten zien dat het snel stijgende AI-gebruik al in omzet en winst terechtkomt.
Dubbelcijferige bbp-groei is mogelijk in een extreem scenario, maar ligt ver boven de meeste economische ramingen.
Elon Musk en Cathie Wood trekken opnieuw de aandacht met een opvallende voorspelling over kunstmatige intelligentie. Het aantal verwerkte AI-tokens zou in ongeveer één jaar met een factor 25 zijn gestegen. Volgens Wood verspreidt deze groei zich door de economie en kan AI de jaarlijkse reële bbp-groei uiteindelijk richting dubbele cijfers duwen.
Musk onderschreef die boodschap op X. Hij sprak van een AI-vloedgolf die al op gang is gekomen en bevestigde vervolgens dat Wood volgens hem gelijk heeft. Voor beleggers is vooral de schaal van de genoemde groei verleidelijk: 25 keer meer betekent niet dat 100 eenheden stijgen naar 125, maar dat ze uitkomen op 2.500.
Toch moeten beleggers drie zaken uit elkaar houden. Het aantal AI-tokens kan explosief groeien, terwijl de omzet minder snel stijgt en het bruto binnenlands product nog veel trager reageert. Precies in dat verschil wordt bepaald welke AI-aandelen uiteindelijk waarde creëren.
In de thread op X gaat Cathie in op de mogelijke dubbelcijferige bbp-groei:
Waar komt die groei van 25 keer vandaan?
De claim is gebaseerd op gegevens van OpenRouter, een platform waarmee ontwikkelaars verschillende AI-modellen via één toegangspunt kunnen gebruiken. Uit een onderzoek naar meer dan 100 biljoen tokens blijkt dat het verkeer via dit platform sinds december 2024 met ongeveer een factor 25 is gegroeid.
Dat is een indrukwekkend signaal, maar geen volledige telling van alle AI-tokens ter wereld. Grote gesloten platforms van onder meer OpenAI, Google, Microsoft, Anthropic en Meta verwerken eveneens enorme hoeveelheden tokens die niet allemaal via OpenRouter lopen. Tegelijk kan de klantenmix van een snelgroeiend platform ervoor zorgen dat het gebruik daar sterker stijgt dan in de totale markt.
Een tweede verklaring is de opkomst van redenerende modellen en AI-agenten. Een traditionele chatbot geeft na één invoer direct een antwoord, terwijl een AI-agent meerdere stappen uitvoert, informatie controleert, software gebruikt en tussentijds nieuwe opdrachten aan zichzelf geeft. Eén gebruikersvraag kan daardoor duizenden of zelfs miljoenen tokens aan rekenwerk veroorzaken.
Het aantal tokens kan dus veel sneller stijgen dan het aantal gebruikers. Dat maakt tokenvolume een nuttige indicator voor de vraag naar rekenkracht, maar geen directe maatstaf voor economische waarde.
Goedkopere AI veroorzaakt juist meer gebruik
De kosten van AI-inferentie, het daadwerkelijk gebruiken van een getraind model, zijn bij vergelijkbare prestaties in korte tijd met meer dan 99% gedaald. Daardoor wordt het rendabel om AI toe te voegen aan programmeersoftware, klantenservice, zoekmachines, bedrijfsprocessen en wetenschappelijk onderzoek.
Hier ontstaat een klassiek volume-effect. Wanneer de prijs per token sterk daalt, kunnen bedrijven veel meer tokens gebruiken zonder dat hun kosten even snel stijgen. Het verbruik kan daardoor 25 keer toenemen terwijl de omzet van de aanbieder bijvoorbeeld slechts vijf of tien keer stijgt.
Voor beleggers is dat onderscheid essentieel. Een bedrijf wint niet automatisch omdat zijn technologie veel wordt gebruikt. Het moet voldoende omzet, brutowinst en vrije kasstroom overhouden nadat de kosten van chips, datacenters, elektriciteit en modelontwikkeling zijn betaald.
De grote vraag is daarom niet alleen hoeveel tokens een onderneming verwerkt. Belangrijker is hoeveel economische waarde iedere dollar aan AI-infrastructuur oplevert.

NVIDIA laat zien dat tokens wel degelijk omzet kunnen worden
Bij NVIDIA is de vertaalslag van AI-gebruik naar financiële resultaten al duidelijk zichtbaar. De chipproducent rapporteerde over het tweede kwartaal van boekjaar 2027 een omzet van 96,2 miljard dollar, een stijging van 106% ten opzichte van een jaar eerder. De omzet van de datacenterdivisie groeide met 117% naar 89 miljard dollar.
Ook de winstontwikkeling bleef uitzonderlijk sterk. De operationele winst steeg met 124% tot 63,7 miljard dollar, terwijl de brutomarge uitkwam op 75%. Dat suggereert dat NVIDIA voorlopig niet alleen meer AI-hardware verkoopt, maar ook een groot deel van de economische waarde naar zich toe trekt.
De volgende generatie Vera Rubin moet de kosten per token opnieuw fors verlagen. NVIDIA spreekt over een dertig keer hogere verwerkingscapaciteit per megawatt en 35 keer lagere tokenkosten dan bij Grace Blackwell Ultra. Wanneer zulke efficiëntiewinsten opnieuw extra gebruik uitlokken, kan de vraag naar rekenkracht blijven stijgen ondanks de lagere kosten per berekening.
Het risico is dat klanten op termijn meer eigen chips gebruiken of dat alternatieve architecturen marktaandeel winnen. Een explosie in tokenvolume is daarom positief voor de totale infrastructuurmarkt, maar garandeert niet dat NVIDIA zijn huidige marges onbeperkt kan vasthouden.

Microsoft bewijst dat ook de applicatielaag meetelt
Microsoft vormt een ander onderdeel van de AI-keten. Het bedrijf verkoopt niet alleen cloudcapaciteit, maar verwerkt AI ook in zakelijke software, beveiliging, databases en Microsoft 365 Copilot.
In boekjaar 2026 steeg de totale omzet van Microsoft met 18% tot meer dan 331 miljard dollar. De omzet van Microsoft Cloud groeide met 27% naar ruim 214 miljard dollar, terwijl Azure voor het eerst meer dan 100 miljard dollar omzet behaalde en met 41% groeide. Microsoft 365 Copilot passeerde bovendien 30 miljoen betaalde gebruikers.
Deze cijfers ondersteunen een belangrijk deel van Woods redenering. Een volwassen technologiebedrijf kan dankzij AI opnieuw versnellen, zelfs wanneer het al honderden miljarden dollars omzet. Tegelijk daalt de cloudmarge door de enorme investeringen in datacenters en AI-capaciteit.
Daar ligt de echte test voor Microsoft en andere hyperscalers. Hogere AI-omzet is aantrekkelijk, maar alleen wanneer de extra omzet uiteindelijk sneller groeit dan de afschrijvingen, energiekosten en financieringslasten van de infrastructuur.
ASML is de Nederlandse hefboom op meer rekenkracht
Voor Nederlandse beleggers is ASML een logische manier om naar de AI-golf te kijken. Meer tokens vragen om meer geavanceerde processors en geheugenchips. De producenten van die chips hebben lithografiemachines van ASML nodig om hun capaciteit uit te breiden.
ASML behaalde in het tweede kwartaal van 2026 een omzet van 9,3 miljard euro, een nettowinst van 2,9 miljard euro en een brutomarge van 54%. Het bedrijf verhoogde zijn omzetverwachting voor heel 2026 naar 43 tot 45 miljard euro. Volgens ASML zorgen de aanhoudende AI-investeringen voor sterkere vraag naar geavanceerde logicachips en geheugen.
Het voordeel van ASML is dat het niet hoeft te voorspellen welk AI-model uiteindelijk wint. OpenAI, Anthropic, Google en andere aanbieders kunnen elkaar bevechten, terwijl hun chipproducenten allemaal toegang tot geavanceerde lithografie nodig hebben.
Daar staat tegenover dat ASML verder van het uiteindelijke tokengebruik afstaat. Nieuwe chipfabrieken kosten jaren om te bouwen en orders kunnen worden uitgesteld wanneer klanten te veel capaciteit hebben besteld. Exportbeperkingen en geopolitieke spanningen blijven eveneens belangrijke risico’s.
Waarom 25 keer meer tokens nog geen 10% bbp-groei betekent
Het bruto binnenlands product meet de waarde van geproduceerde goederen en diensten. Een token is daarentegen een technische gebruikseenheid. Wanneer een AI-model dezelfde taak voortaan met tien keer zoveel tokens uitvoert, kan het gemeten tokenvolume sterk toenemen zonder dat de economische output evenredig stijgt.
Onderzoekers van het Peterson Institute berekenden dat de kwaliteitsgecorrigeerde Amerikaanse AI-output in 2024 en 2025 jaarlijks met meer dan 2.500% groeide. Die berekening combineert meer rekenkracht, betere algoritmes en dalende prijzen. Het resultaat laat zien hoe snel de AI-sector zich ontwikkelt, maar de sector komt nog vanaf een relatief kleine basis en vormt slechts een onderdeel van de totale economie.
Ook het IMF ziet al aanzienlijke mogelijke productiviteitswaarde. Op basis van gebruiksdata werd de wereldwijd bespaarde arbeidstijd gewaardeerd op ongeveer 2,7 biljoen dollar per jaar, gelijk aan 3,4% van het onderzochte bbp. Het IMF waarschuwt echter dat bespaarde tijd niet automatisch verandert in extra productie. Werknemers en bedrijven moeten die tijd daadwerkelijk inzetten voor meer of betere economische activiteit.
De Wereldbank hanteert daarom veel voorzichtigere scenario’s. Een middenschatting komt neer op ongeveer 0,6 procentpunt extra jaarlijkse productiviteitsgroei, terwijl optimistische ramingen rond één procentpunt liggen. Zelfs een uitzonderlijk transformatief scenario gaat uit van ongeveer 2,7% wereldwijde productiviteitsgroei per jaar.
Dubbelcijferige reële bbp-groei vraagt dus om veel meer dan goedkope intelligentie. AI zou dan niet alleen bestaande taken sneller moeten uitvoeren, maar ook onderzoek, productontwikkeling, automatisering en kapitaalvorming blijvend moeten versnellen. Het is een denkbaar scenario, maar nog geen economische basisverwachting.
De beurs verschuift van AI-hype naar financiële selectie
Wood heeft waarschijnlijk gelijk dat beleggers steeds meer onderscheid gaan maken tussen bedrijven die aan de goede en verkeerde kant van de AI-verandering staan. De markt zal echter niet alleen kijken naar omzetgroei. Winstkwaliteit, vrije kasstroom, investeringsbehoefte en rentegevoeligheid worden minstens zo belangrijk.
Infrastructuurleveranciers zoals NVIDIA en ASML profiteren direct van de bouwfase. Cloudbedrijven zoals Microsoft moeten bewijzen dat hun enorme investeringen voldoende rendement opleveren. Softwarebedrijven moeten aantonen dat AI niet alleen bestaande functies goedkoper maakt, maar ook hogere prijzen, meer klanten of een sterkere concurrentiepositie mogelijk maakt.
Het gevaar is dat beleggers tokenvolume verwarren met gegarandeerde aandeelhouderswaarde. Dalende kosten kunnen het gebruik laten exploderen, maar tegelijk prijsdruk veroorzaken en modellen sneller tot een standaardproduct maken. Een onderneming met iets minder groei maar sterke kasstromen kan daardoor aantrekkelijker blijken dan een snelgroeiende aanbieder die voortdurend nieuw kapitaal nodig heeft.
Wat beleggers nu moeten volgen
De uitspraak van Musk en Wood verdient aandacht omdat de groei van AI-gebruik aantoonbaar extreem is. De financiële resultaten van NVIDIA, Microsoft en ASML bevestigen bovendien dat de AI-golf niet meer uitsluitend uit verwachtingen bestaat.
Toch blijft de stap van 25 keer meer tokens naar dubbelcijferige economische groei enorm. De komende kwartalen moeten uitwijzen of bedrijven AI omzetten in hogere omzet per werknemer, betere marges en structureel meer vrije kasstroom. Juist die cijfers zullen bepalen of de AI-vloedgolf vooral meer rekenwerk veroorzaakt of daadwerkelijk een nieuwe economische groeifase inluidt.
Voor beleggers ligt de interessantste kans waarschijnlijk bij bedrijven die niet alleen profiteren van meer AI-gebruik, maar ook aantoonbaar waarde per aandeel creëren. Dat maakt omzetgroei belangrijk, maar kapitaaldiscipline en winstgevendheid uiteindelijk doorslaggevend. Koersen kunnen sterk schommelen en deze analyse vormt geen persoonlijk financieel advies.







































































































































Opmerkingen