top of page

Waarom beleggers AI compleet verkeerd inschatten als ze alleen naar software kijken

In het kort:

  • AI is allang geen puur softwareverhaal meer, maar een infrastructuurgolf op historische schaal, met investeringen die qua cumulatieve economische impact al boven projecten zoals het Manhattan Project uitkomen.

  • Voor beleggers is vooral die opgetelde inspanning belangrijk, omdat die laat zien hoeveel kapitaal, energie, chips, netwerken en talent tegelijk naar één nieuwe economische laag vloeien.

  • De echte vraag is nu niet óf er veel wordt geïnvesteerd, maar of AI daaruit ook blijvende productiviteitswinst haalt in sectoren zoals arbeid, industrie, mobiliteit en automatisering.


De markt spreekt nog altijd over AI alsof het in de eerste plaats een softwareverhaal is. De kapitaaluitgaven vertellen intussen iets heel anders. Wie de huidige investeringsgolf naast de grootste Amerikaanse megaprojecten uit het verleden legt, ziet dat AI-infrastructuur niet langer in het rijtje van gewone technologiesprints thuishoort. Dit begint op de schaal te komen van een brede economische mobilisatie.


AI-datacenters naderen de schaal van historische megaprojecten, zeker als groei zo doorgaat:

  AI-datacenters naderen de schaal van historische megaprojecten:

De echte boodschap zit in de opgetelde inspanning

Als je alleen naar jaarlijkse uitgaven als percentage van het Amerikaanse bbp kijkt, lijkt de datacenterhausse groot maar beheersbaar: een stevige investeringsgolf, geen historisch record.


Maar dat onderschat de omvang. Kijk je cumulatief, dan wordt het pas echt duidelijk: in zo’n zes jaar komt datacenter-capex uit op circa 3,3% bbp-jaren. Dat is al ruim boven het Manhattan Project (±1,3% over vijf jaar) en nadert het Apollo-programma (±4,8% over veertien jaar) sneller dan veel beleggers denken.


Andere vergelijkingen maken het concreet: het Interstate Highway System zit op ±9,0% over 37 jaar, het Marshall Plan op 6,4% over vier jaar, de F-35 op 1,8% over 25 jaar en het ISS op 1,0% over 27 jaar.


De Amerikaanse spoorwegen vallen buiten schaal: ±207% bbp-jaren over 71 jaar, een voorbeeld van hoe lang zulke investeringsgolven kunnen domineren.


AI-datacenters blijven op jaarbasis kleiner dan de grootste megaprojecten uit de geschiedenis:


Waarom dit voor beleggers belangrijk is

Dat verschil tussen een jaarlijkse piek en een opgetelde economische inspanning is geen detail. Het bepaalt hoe je deze cyclus moet lezen. Een technologiehype herken je vaak aan veel enthousiasme en een korte piek in waarderingen. Een infrastructuurcyclus herken je aan jarenlange, brede investeringen in datacenters, chips, elektriciteit, netwerken, koeling en software die samen één nieuw economisch platform vormen.


Dat is precies waarom deze tweede grafiek analytisch sterker is. Zij toont niet alleen dat er veel geld naar AI gaat, maar ook dat de totale inzet over meerdere jaren al in dezelfde orde van grootte begint te komen als historische nationale projecten. Voor beleggers verandert dat de vraag. Het debat gaat dan niet langer over de vraag of AI duur is, maar over de vraag of hier een nieuwe productiviteitslaag voor de economie wordt gebouwd.


Zelfs deze schatting lijkt eerder voorzichtig dan agressief

Die raming van ongeveer 3,3 procent bbp-jaren lijkt bovendien nog altijd eerder aan de lage dan aan de hoge kant. Zulke grafieken vatten doorgaans vooral de zichtbare capex van de hyperscalers. Ze kijken in de eerste plaats naar datacenters en de meest directe infrastructuuruitgaven van spelers zoals Amazon, Microsoft, Google, Meta en Oracle. Dat is belangrijk, maar het is niet het volledige verhaal.


Rond die datacenters hangt namelijk nog een veel bredere investeringsgolf. Extra stroomproductie, verzwaring van elektriciteitsnetten, chipapparatuur, koelsystemen, glasvezel, inferentiehardware buiten de hyperscalers en bijkomende investeringen door bedrijven die niet tot die topgroep behoren, zitten vaak maar gedeeltelijk of helemaal niet in zulke vergelijkingen. Wie de volledige AI-stack probeert te vatten, komt dus al snel uit bij een bredere economische voetafdruk dan de grafiek vandaag laat zien.


Daar hoort wel een methodologische nuance bij. In zulke vergelijkingen zit altijd ruis. Historische projecten zijn meestal strikt Amerikaans, terwijl een deel van de huidige AI-investeringen mondiaal is. Toch verandert dat de kern van de zaak niet. Zelfs met voorzichtige aannames is de investeringsgolf rond AI nu al groot genoeg om ernstig te nemen als macro-economisch fenomeen.


Wil je al deze inzichten lezen? Neem dan een lidmaatschap op De Belegger. Met de code 'INZICHT' krijg je tijdelijk 50% korting.

De spoorwegvraag is de enige vraag die er echt toe doet

Voor beleggers is de omvang van de investeringen uiteindelijk maar de helft van het verhaal. De andere helft is veel belangrijker. Zal AI ook een economische opbrengst opleveren die in dezelfde orde van grootte ligt als de infrastructuurrevoluties uit het verleden, en in het bijzonder als de spoorwegen?


Dat is de juiste vraag, omdat spoorwegen niet alleen kapitaal verslonden. Ze verlaagden transportkosten, verbonden markten, maakten schaalvergroting mogelijk en verhoogden de productiviteit in een groot deel van de economie. Hun historische betekenis zat dus niet in de bouwfase alleen, maar in het feit dat ze daarna de werking van de economie zelf veranderden.


Met AI is het niet anders. Hoge investeringen in datacenters zijn op zichzelf geen garantie op een grote economische opbrengst. Die opbrengst komt er alleen als AI de kosten van arbeid, coördinatie, transport, productie en besluitvorming duurzaam omlaag brengt. Pas dan verschuift AI van een dure infrastructuurlaag naar een echte productiviteitsmachine.


Waar de bull case vandaan komt

Daarom kijken veel optimistische beleggers verder dan alleen taalmodellen en softwareassistenten. De echt grote hefboom ontstaat pas wanneer AI de fysieke economie binnendringt. Robotaxi’s kunnen de kost van transport verlagen. Humanoïde robots zoals Optimus kunnen fysieke arbeid in logistiek, industrie en dienstverlening goedkoper maken. Autonome systemen kunnen planning, onderhoud en uitvoering efficiënter maken. Zelfs wereldwijde connectiviteit en rekenkracht via satellietinfrastructuur kunnen op termijn helpen om compute verder te verspreiden.


Als die puzzelstukken samenvallen, dan verandert AI van een hulpmiddel voor kenniswerk in een algemene productiviteitslaag voor de reële economie. In dat scenario wordt de vergelijking met de spoorwegen plots veel minder vergezocht. Dan heb je niet alleen een grote capexcyclus, maar ook een technologie die over meerdere sectoren tegelijk de output verhoogt en de kosten verlaagt.


Dat is tegelijk precies waarom beleggers nuchter moeten blijven. Dit is de bull case, niet automatisch de base case. Het is perfect mogelijk dat de huidige investeringsgolf historisch groot blijkt, terwijl de uiteindelijke productiviteitswinst toch minder breed of minder snel doorbreekt dan vandaag wordt gehoopt.



De waardecreatie zal niet vanzelf op de juiste plaats belanden

Zelfs als de AI-golf economisch zeer groot wordt, betekent dat nog niet dat de grootste beurswinsten automatisch terechtkomen bij de bedrijven die vandaag het luidst in beeld zijn. In bijna elke infrastructuurcyclus verschuift de winstpool. Eerst verdienen de leveranciers van de basisbouwstenen. Daarna volgt vaak een fase waarin exploitanten en platformspelers sterker monetiseren. Pas later worden de echte productiviteitswinnaars zichtbaar in sectoren die de infrastructuur het best weten te gebruiken.


Dat is een belangrijke les voor de belegger. Wie alleen naar de meest zichtbare modelbouwers kijkt, kijkt te eng. De keten loopt ook via halfgeleiders, geheugenchips, datacenterbouwers, energieproducenten, netinfrastructuur, koeling, industriële automatisering, robotica en softwarebedrijven die AI omzetten in echte arbeidsbesparing en hogere output.


Dit is al meer dan een hype

De belangrijkste conclusie is dan ook niet dat AI morgen zeker even belangrijk wordt als de spoorwegen. De juiste conclusie is dat de markt vandaag al midden in een investeringscyclus zit die historisch relevant begint te worden. Wie alleen naar het jaarlijkse uitgavencijfer kijkt, mist dat. Wie naar de cumulatieve bbp-impact kijkt, ziet dat AI aan het opschuiven is van een technologiethema naar een economisch project van formaat.


Of dit uiteindelijk uitmondt in een productiviteitswonder, hangt af van wat er na de datacenters komt. Als AI vooral een dure laag rekenkracht blijft, dan eindigt deze episode als een zware maar gewone capexcyclus. Als AI doorbreekt in arbeid, mobiliteit, industrie en autonomie, dan kan dit het begin zijn van iets veel groters. Voor beleggers ligt precies daar de essentie. Niet in de vraag of de investeringen hoog zijn, maar in de vraag of ze de economie uiteindelijk blijvend productiever maken.

Advertorial

De schaal en duur van deze investeringsgolf maken duidelijk dat kapitaal steeds langer en gerichter wordt vastgezet in structurele thema’s. Voor wie liquiditeit wil bewaren terwijl zulke langlopende trends zich ontvouwen, wordt het tijdelijk parkeren van vermogen tegen een stabiele rente opnieuw relevanter.


Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page