Deze man bepaalt vandaag hoeveel die toekomst die Nvidia en Salesforce schetsten betekent
- Redactie

- 34 minuten geleden
- 12 minuten om te lezen
Eerst een belangrijke verduidelijking: Kevin Warsh heeft op het moment van schrijven nog niet gesproken. Zijn toespraak begint volgens de officiële agenda van de Federal Reserve om 10.00 uur in New York, oftewel 16.00 uur Nederlandse tijd (als ik het goed heb omgerekend). Precies een half uur nadat de Amerikaanse beurs opent!
Er bestaat dus nog geen officiële tekst of transcript. Dit is een voorbeschouwing op basis van Warsh’ eerdere uitspraken, de actuele Amerikaanse economische cijfers en de verwachtingen die inmiddels in aandelen, obligaties en rentefutures zijn verwerkt.
Gisteren ging vrijwel alles over Nvidia. In mijn eerdere artikel liet ik zien dat Nvidia met een kwartaalomzet van $96,22 miljard niet alleen de analistenverwachting van circa $92,2 miljard versloeg, maar ook mijn veel hogere “echte lat” van $94 à $95 miljard. De omzetprognose van $108 miljard voor het komende kwartaal lag eveneens boven verwachting.
Het aandeel steeg vervolgens 8,7%. De Nasdaq won 1,57%, de semiconductorindex 2,3% en de technologiesector binnen de S&P 500 3,4%. Salesforce steeg zelfs 22,6%, waardoor tegelijkertijd het vertrouwen in zowel de semiconductor- als softwarekant van de AI-markt terugkeerde.
Toch is wat er vandaag in Jackson Hole gebeurt fundamenteel groter. Nvidia kan de winstverwachting van één, weliswaar uitzonderlijk groot, bedrijf veranderen. Warsh kan de renteverwachting veranderen waarmee beleggers vrijwel alle toekomstige bedrijfswinsten waarderen. Nvidia veranderde gisteren de teller. Warsh kan vandaag de noemer veranderen.
De Amerikaanse economie in tien cijfers
Warsh stapt het podium op in een economie die tegelijkertijd sterker én kwetsbaarder is dan de meeste krantenkoppen suggereren.
De belangrijkste cijfers:
Dat is geen normale combinatie. De economie verkeert niet in een klassieke recessie. De binnenlandse vraag is sterk, bedrijfsinvesteringen groeien en ondernemingswinsten zijn hoog. Tegelijkertijd ligt de inflatie ruim boven de doelstelling, verzwakt de arbeidsmarkt en lopen de financieringskosten van de overheid snel op.
Warsh moet dus niet kiezen tussen een duidelijk sterke en een duidelijk zwakke economie. Hij moet beleid maken voor een economie waarin de verschillende onderdelen elkaar tegenspreken.
De groei van 1,5% vertelt maar de helft van het verhaal
De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal met 1,5% op jaarbasis. Dat was minder dan de 2,1% in het eerste kwartaal.
Op het eerste gezicht lijkt de economie dus duidelijk af te koelen.
Maar onder de motorkap was de binnenlandse vraag veel sterker. De zogeheten real final sales to private domestic purchasers, grofweg consumentenbestedingen plus particuliere investeringen, groeide met 4,2%.
Daarnaast namen de bedrijfswinsten uit lopende productie in één kwartaal met $400,9 miljard toe. De volledige cijfers van het Bureau of Economic Analysis laten daarmee een opmerkelijke tweedeling zien: de headlinegroei vertraagt, maar het Amerikaanse bedrijfsleven blijft zeer winstgevend. Check echt even de link als je net als ik, heet wordt van data.
Een van de redenen dat de officiële groei lager uitviel, was de sterke stijging van de import. Import wordt in de berekening van het bruto binnenlands product afgetrokken. Een deel van die import bestaat juist uit geheugenchips, elektronische componenten en andere apparatuur voor de bouw van AI-datacenters. De lage headlinegroei betekent daardoor niet automatisch dat de economische activiteit zwak is.
Hier komt Nvidia direct terug in het verhaal. De AI-boom stimuleert momenteel de vraag naar chips, elektriciteit, koeling, netwerkapparatuur, datacenters, bouwpersoneel en financiering. De productiviteitswinst van AI moet grotendeels nog volgen.
De extra vraag is er vandaag al. De extra productiecapaciteit en productiviteit komen mogelijk pas morgen.
Warsh omschreef dit eerder als een race tussen vraag en aanbod. Dat is misschien wel de belangrijkste economische vraag van dit moment.
De consument begint de druk wel te voelen
De sterke kwartaalgroei van de consumentenbestedingen maskeert dat de meest recente maandcijfers aanzienlijk zwakker waren.
In juli stegen de persoonlijke inkomens met 0,4% en de nominale bestedingen met 0,2%. Na correctie voor inflatie waren de reële consumentenbestedingen vrijwel vlak. De persoonlijke spaarquote zakte naar slechts 3,0%, zo blijkt uit de laatste inkomens- en bestedingscijfers.
De gemiddelde uurlonen groeiden met 3,2% ten opzichte van een jaar geleden. De CPI-inflatie bedroeg tegelijkertijd 3,4%. De gemiddelde loonstijging hield de stijging van het algemene prijsniveau dus nauwelijks bij.
Daar komen hoge financieringskosten bovenop:
De gemiddelde Amerikaanse dertigjaarshypotheek kost 6,66%.
De vijftienjaarshypotheek kost 5,98%.
Het gemiddelde tarief op creditcards ligt rond 20,9%.
Voor creditcardrekeningen waarop daadwerkelijk rente wordt betaald, ligt het gemiddelde boven 22%.
Een autolening met een looptijd van zestig maanden kost gemiddeld ongeveer 7,1%.
De hypotheekcijfers komen van Freddie Mac; de overige consumententarieven uit het kredietoverzicht van de Federal Reserve.
Ter illustratie: een hypotheek van $400.000 kost bij 6,66% ongeveer $2.571 per maand, exclusief belastingen en verzekeringen. Bij een rente die 0,25 procentpunt hoger ligt, loopt dat op naar ongeveer $2.637.
Dat lijkt slechts $67 per maand. Over dertig jaar gaat het echter om ongeveer $24.000 extra nominale rentelasten.
Eén klein rentebewegingetje in Jackson Hole kan op miljoenen nieuwe leningen doorwerken.
De arbeidsmarkt is afgekoeld zonder volledig in te storten
In juli gingen per saldo 23.000 banen verloren. Over de voorafgaande twaalf maanden werden gemiddeld nog maar 34.000 banen per maand toegevoegd.
Bovendien werden de banencijfers van mei en juni samen met 103.000 neerwaarts herzien.
De werkloosheid bleef met 4,1% relatief laag, maar ook daar zit een sterretje bij. De arbeidsparticipatie is sinds januari met 0,7 procentpunt gedaald. Mensen die stoppen met zoeken naar werk, worden niet langer als werkloos meegeteld.
De officiële arbeidsmarktcijfers vertellen daardoor geen recessieverhaal, maar wel een duidelijk afkoelingsverhaal:
bedrijven nemen veel minder personeel aan;
de loongroei vertraagt;
de arbeidsparticipatie daalt;
eerdere baangroei wordt naar beneden bijgesteld.
Om 16.00 uur Nederlandse tijd publiceert het Bureau of Labor Statistics bovendien een voorlopige jaarlijkse benchmarkherziening van de Amerikaanse banencijfers. Die verschijnt vrijwel gelijktijdig met Warsh’ toespraak.
Een plotselinge marktbeweging kan vanmiddag dus niet automatisch volledig aan Warsh worden toegeschreven.
De inflatie is nog lang niet verslagen
De favoriete inflatiemaatstaf van de Federal Reserve, de PCE-index, steeg in juli met 3,7% op jaarbasis. Zonder voeding en energie bedroeg de stijging 3,3%.
In het tweede kwartaal alleen stegen de PCE-prijzen met 5,3% op jaarbasis. De kern-PCE-inflatie kwam op kwartaalbasis uit op 3,6%.
Dat is ver verwijderd van de doelstelling van 2%.
Warsh heeft hierover eerder opvallend harde taal gebruikt. Vrij vertaald zei hij tijdens zijn eerdere persconferenties:
“Inflatie is een keuze.”
“Er bestaat geen zachte of stilzwijgende inflatiedoelstelling.”
“Er is maar één doel: 2%.”
“Deze Fed zal niet wankelen.”
In de officiële juni-persconferentie benadrukte hij dat de inflatie al meer dan vijf jaar boven de doelstelling ligt. In de persconferentie van juli zei hij dat één gunstige maand of negen weken nieuw beleid onvoldoende zijn om vijf jaar te hoge inflatie te herstellen.
Dat klinkt hawkish. Toch heeft de Fed de rente sinds december op 3,50% tot 3,75% gehouden.
Drie beleidsmakers wilden tijdens de laatste vergadering al een renteverhoging van 0,25 procentpunt. De markt schat de kans op een verhoging in september momenteel op ongeveer 35%.
Warsh hoeft vandaag dus niet letterlijk te zeggen dat de rente in september omhooggaat. Een paar woorden over de voorwaarden waaronder een verhoging nodig wordt, kunnen al voldoende zijn om de volledige rentecurve te laten bewegen.
De olifant van $40,1 biljoen
Boven de discussie over groei en inflatie hangt een veel groter probleem: de Amerikaanse staatsschuld.
De bruto federale schuld bedraagt inmiddels ongeveer $40,1 biljoen. Daarvan wordt circa $32,3 biljoen aangehouden door beleggers, banken, pensioenfondsen, centrale banken en andere partijen buiten de federale overheid. Ongeveer $7,8 biljoen bestaat uit onderlinge verplichtingen tussen onderdelen van de overheid.
De schuld is meer dan verdubbeld ten opzichte van de circa $20 biljoen aan het begin van 2017. De stap van $39 biljoen naar $40 biljoen duurde minder dan vijf maanden, blijkt uit een overzicht van Reuters.
Het begrotingstekort is iets anders dan de staatsschuld. Het tekort is wat de overheid in één jaar meer uitgeeft dan zij ontvangt. De schuld is de optelsom van eerdere tekorten.
In juli alleen bedroeg het federale tekort $432 miljard. Gecorrigeerd voor verschuivingen in het moment waarop betalingen werden gedaan, bleef ongeveer $333 miljard over.
Over de eerste tien maanden van het lopende begrotingsjaar kwam het tekort uit op $1,799 biljoen. Dat was al meer dan het tekort van $1,775 biljoen over het volledige voorgaande begrotingsjaar.
De overheid ontving in die tien maanden ongeveer $4,5 biljoen en gaf circa $6,3 biljoen uit. Voor iedere $100 die Washington ontving, werd dus ongeveer $140 uitgegeven.
De rente wordt zelf een begrotingspost van biljoenformaat
De rentelasten groeien inmiddels bijna net zo snel als de schuld zelf.
De bruto rente-uitgaven bedroegen in de eerste tien maanden van het begrotingsjaar ongeveer $1,17 biljoen. De netto rentelasten, de maatstaf die beter aansluit bij de begroting en interne overheidsstromen corrigeert, bedroegen ongeveer $931 miljard.
Dat verschil is belangrijk. Bruto rente omvat ook betalingen aan overheidsrekeningen en andere posten die binnen de federale overheid blijven. Netto rente meet beter hoeveel de schuld daadwerkelijk op de begroting drukt.
Het Congressional Budget Office verwacht voor het volledige begrotingsjaar 2026:
$5,6 biljoen aan inkomsten;
$7,4 biljoen aan uitgaven;
een tekort van $1,9 biljoen;
netto rentelasten van meer dan $1 biljoen;
een publiek aangehouden staatsschuld van 101% van het bbp.
Volgens de meest recente CBO-raming loopt die publieke schuld bij ongewijzigd beleid op naar 120% van het bbp in 2036. Dat zou ruim boven het vorige record van 106% vlak na de Tweede Wereldoorlog liggen.
De jaarlijkse netto rentelasten stijgen in die projecties uiteindelijk richting $2,1 biljoen.
Dat betekent dat de overheid steeds meer belastinginkomsten nodig heeft voor oude schulden, nog voordat er één dollar is uitgegeven aan defensie, infrastructuur, gezondheidszorg of onderwijs.
Wat 0,25 procentpunt werkelijk kost
Een renteverandering werkt niet onmiddellijk door op de volledige staatsschuld. Veel obligaties hebben een vaste rente en moeten eerst aflopen voordat ze tegen een nieuw tarief worden geherfinancierd.
Maar de uiteindelijke gevoeligheid is enorm.
Op circa $32,3 biljoen aan publiek aangehouden schuld betekent:
0,10 procentpunt extra gemiddelde rente uiteindelijk ongeveer $32 miljard extra per jaar;
0,25 procentpunt ongeveer $81 miljard;
1 procentpunt ongeveer $323 miljard.
Ter vergelijking: Nvidia versloeg de officiële omzetverwachting afgelopen kwartaal met ongeveer $4 miljard.
Een uiteindelijk 0,10 procentpunt hogere gemiddelde financieringsrente op de Amerikaanse publieke schuld kost jaarlijks ongeveer acht keer Nvidia’s volledige kwartaalomzetbeat.
Daarom is vandaag groter dan één kwartaalrapport.
Niet omdat de beurs vanmiddag gegarandeerd harder beweegt dan na Nvidia’s cijfers, maar omdat Warsh spreekt over een prijs die vrijwel de hele economie raakt.
De obligatiemarkt wacht niet meer op de Fed
De tienjaarsrente staat voorafgaand aan de toespraak rond 4,68%. De dertigjaarsrente noteert rond 5,20% en kwam recent zelfs boven 5,30%, het hoogste niveau sinds 2007.
De tweejaarsrente ligt rond 4,24%.
Dat verschil is betekenisvol. De korte rente wordt vooral bepaald door verwachtingen over het beleid van de Fed. De lange rente bevat daarnaast verwachtingen over inflatie, economische groei, toekomstige obligatie-uitgiftes en de vergoeding die beleggers eisen om jarenlang geld uit te lenen.
De markt zegt momenteel dus niet alleen dat de Fed-rente mogelijk hoger moet. Zij zegt ook dat de Amerikaanse overheid een steeds hogere prijs moet betalen om lang geld te lenen.
Minister van Financiën Scott Bessent probeert ondertussen de spanning op de lange obligatiemarkt te verminderen. Het ministerie verdubbelt de geplande liquiditeitsinkopen van langlopende staatsobligaties naar minstens $4 miljard per operatie.
Die inkopen lossen geen staatsschuld af. Ze vervangen bepaalde obligaties en verbeteren de verhandelbaarheid van de markt. Tegenover ruim $32 biljoen publiek aangehouden schuld blijft $4 miljard bovendien een zeer klein bedrag.
Hier ontstaat een ongemakkelijk spanningsveld.
Warsh heeft gezegd dat de rentecurve zoveel mogelijk door de markt moet worden gevormd. Het ministerie van Financiën probeert tegelijkertijd de lange kant van die curve te stabiliseren.
Als beleggers denken dat de Fed de rente kunstmatig laag moet houden om de overheid te helpen, ontstaat het risico van fiscale dominantie: begrotingsproblemen beginnen dan het monetaire beleid te dicteren.
Warsh waarschuwde al in 2010 dat druk op centrale banken om staatsschulden goedkoop te financieren zichzelf kan verslaan. Wanneer inflatieverwachtingen daardoor oplopen, eisen beleggers uiteindelijk juist een hogere nominale rente. Zijn oorspronkelijke redenering staat in zijn toespraak An Ode to Independence.
Dat oude debat is nu geen theoretische discussie meer. Het staat voor Warsh op het podium.
Waarom AI de taak van de Fed moeilijker maakt
Nvidia staat niet naast de Fed-discussie. Nvidia is een van de redenen waarom die discussie zo moeilijk is geworden.
De AI-investeringsgolf doet twee tegengestelde dingen.
Op korte termijn zorgt zij voor extra vraag naar:
chips en geheugencapaciteit;
stroom en netaansluitingen;
datacenters en bouwmaterialen;
technici, ingenieurs en bouwpersoneel;
glasvezel, networking en koeling;
bedrijfsobligaties en ander kapitaal.
Dat kan prijzen en rentes verhogen.
Op langere termijn kan AI de productiviteit verbeteren. Bedrijven kunnen dan met dezelfde hoeveelheid arbeid en kapitaal meer produceren. Dat vergroot het aanbod, verlaagt de kosten per product en kan juist desinflatoir werken.
De vraag bestaat nu al. De productiviteitswinst is nog onzeker.
Nvidia’s omzet van $96,22 miljard is bewijs van de eerste helft van dat verhaal: er wordt daadwerkelijk ongekend veel geld uitgegeven aan AI-infrastructuur.
Warsh moet bepalen hoeveel vertrouwen hij durft te plaatsen in de tweede helft: dat deze investeringen snel genoeg productiviteitsgroei opleveren om de huidige inflatoire druk te compenseren.
De verbinding met SaaS versus semiconductors
In mijn eerdere artikel over Nvidia en Salesforce stond de tegenstelling tussen semiconductors en SaaS centraal.
Nvidia verkoopt de fysieke infrastructuur waarop AI wordt gebouwd. Salesforce en andere softwarebedrijven moeten aantonen dat klanten met die infrastructuur ook winstgevende toepassingen kunnen maken.
De cijfers van Nvidia, Salesforce en CrowdStrike zorgden gisteren voor een opvallende dubbele rally. Zowel semiconductors als software stegen. Beleggers kregen tegelijkertijd bevestiging dat:
de bouw van AI-infrastructuur doorgaat;
AI niet automatisch alle bestaande softwarebedrijven vernietigt;
bepaalde SaaS-bedrijven juist van meer data, agents, identiteit en beveiliging kunnen profiteren.
Maar de twee sectoren reageren verschillend op rente.
Veel softwarebedrijven worden vooral gewaardeerd op winsten en kasstromen die verder in de toekomst liggen. Daardoor zijn SaaS-aandelen gemiddeld gevoeliger voor veranderingen in de discontovoet.
Winstgevende semiconductorbedrijven beschikken vaker over enorme actuele omzetstromen. Zij kunnen een hogere rente daardoor iets beter verdragen. Ze zijn echter niet immuun. Hyperscalers financieren een deel van hun datacenters met obligaties, terwijl de bouw van AI-infrastructuur steeds kapitaalintensiever wordt.
Een duidelijk hawkish Warsh kan daarom:
de waarderingsmultiples van SaaS onder druk zetten;
de softwareherwaardering van augustus afremmen;
de financiering van AI-datacenters duurder maken;
ook de multiple van Nvidia verlagen, zelfs wanneer de winstverwachtingen stijgen.
Een geloofwaardige boodschap dat de huidige lange rente al voldoende verkrapping veroorzaakt, kan juist ruimte geven aan software, smallcaps en andere rentegevoelige aandelen.
Warsh bepaalt vandaag dus niet welke sector betere producten maakt. Hij beïnvloedt de prijs die beleggers voor beide sectoren willen betalen.
De waardering laat weinig ruimte voor een rentefout
De S&P 500 noteert rond 21 keer de verwachte winst voor de komende twaalf maanden.
Dat komt overeen met een verwacht winstrendement van ongeveer 4,8%. De tienjaarsrente ligt rond 4,68%.
Die vergelijking is geen volledige berekening van de risicopremie. Bedrijfswinsten kunnen groeien, maar zijn ook onzeker. Een staatsobligatie en een aandeel zijn fundamenteel verschillende beleggingen.
Het laat wel zien dat de waarderingsbuffer klein is.
Bij een hogere obligatierente hebben beleggers minder reden om 21 keer de winst te betalen voor risicovolle aandelen. Zelfs wanneer de winstverwachtingen stijgen, kan een lagere koers-winstverhouding dat voordeel gedeeltelijk of volledig wegnemen.
Nvidia kan dus operationeel winnen en op de beurs toch verliezen wanneer Warsh de vereiste rendementen structureel hoger duwt.
De drie mogelijke Warsh-scenario’s
Scenario 1: Warsh opent nadrukkelijk de deur naar een renteverhoging
Warsh kan zeggen dat de combinatie van 3,7% PCE-inflatie, sterke binnenlandse vraag en hoge inflatieverwachtingen een verhoging noodzakelijk maakt wanneer de komende cijfers niet verbeteren.
In dat scenario kan:
de kans op een renteverhoging in september sterk oplopen;
de tweejaarsrente stijgen;
de dollar sterker worden;
de waardering van groeiaandelen dalen;
SaaS harder worden geraakt dan winstgevende semiconductors.
Op langere termijn kan een geloofwaardige inflatieaanpak de tien- en dertigjaarsrente juist helpen. Beleggers hoeven dan minder inflatierisico in te prijzen.
Hawkish is dus niet automatisch negatief voor alle obligaties op iedere looptijd.
Scenario 2: Warsh zegt dat de obligatiemarkt het werk al doet
De stijging van de tien- en dertigjaarsrente heeft hypotheken, bedrijfsleningen en overheidsfinanciering al duurder gemaakt.
Warsh kan daarom betogen dat de financiële omstandigheden voldoende zijn verkrapt zonder dat de Fed onmiddellijk de korte rente hoeft te verhogen.
Dat zou een relatief evenwichtige boodschap zijn:
inflatie blijft het belangrijkste probleem;
een renteverhoging blijft mogelijk;
september staat niet vast;
de lange rente doet al een deel van het werk.
Dit scenario zou de meest gunstige uitkomst kunnen zijn voor de recente softwareherwaardering.
Scenario 3: Warsh klinkt mild, maar overtuigt de obligatiemarkt niet
Dit is het gevaarlijkste scenario.
Wanneer Warsh mild klinkt zonder duidelijk te maken hoe de Fed de inflatie terug naar 2% brengt, kan de tweejaarsrente dalen terwijl de tien- en dertigjaarsrente juist stijgen.
De markt zou dan minder Fed-verkrapping op korte termijn verwachten, maar een hogere inflatie- en begrotingsrisicopremie op lange termijn eisen.
Dat leidt tot een steilere rentecurve en blijvend hoge hypotheek- en financieringskosten.
Een lagere beleidsrente betekent dus niet automatisch een lagere rente voor huishoudens, bedrijven of de Amerikaanse overheid.
Waar beleggers om 16.00 uur precies op moeten letten
De belangrijkste informatie zit waarschijnlijk niet in één concrete rentevoorspelling, maar in vijf vragen.
1. Wat activeert een renteverhoging?
Zegt Warsh welke inflatiecijfers, loonontwikkelingen of arbeidsmarktgegevens nodig zijn voordat de Fed opnieuw verhoogt?
2. Noemt hij september?
Een directe verwijzing naar de vergadering van september zou een grote afwijking zijn van zijn eerdere terughoudendheid.
3. Hoe beoordeelt hij de lange rente?
Vindt Warsh de stijging van de tien- en dertigjaarsrente gezond marktfunctioneren, noodzakelijke verkrapping of juist een gevaar voor de financiële stabiliteit?
4. Hoe bewaakt hij de onafhankelijkheid van de Fed?
De markt wil weten waar monetair beleid eindigt en schuldmanagement door het ministerie van Financiën begint.
5. Is AI voorlopig inflatoir of productiviteitsverhogend?
Dit bepaalt hoe Warsh kijkt naar de enorme investeringsgolf die Nvidia, Marvell en de rest van de AI-infrastructuurketen voedt.
Warsh heeft bovendien een hekel aan uitgebreide forward guidance. Hij vindt dat markten naar economische data moeten kijken en minder naar iedere formulering van de Fed.
Maar juist daardoor is zwijgen vandaag niet neutraal.
Als de markt om richting vraagt en Warsh weigert die te geven, kan de onzekerheidspremie zelf stijgen.
Waarom vandaag belangrijker is dan Nvidia’s kwartaalcijfers
Nvidia bewees gisteren dat de AI-vraag nog altijd uitzonderlijk sterk is.
Maar Warsh beïnvloedt vandaag:
de rente op $32,3 biljoen publiek aangehouden Amerikaanse staatsschuld;
de financiering van bedrijven en AI-datacenters;
de hypotheeklasten van huishoudens;
de waarde van de dollar;
de aantrekkelijkheid van aandelen tegenover obligaties;
de waarderingsmultiples van semiconductors en SaaS;
het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de Federal Reserve;
de geloofwaardigheid van de inflatiedoelstelling van 2%.
Nvidia’s cijfers waren een test van één onderneming.
Warsh’ woorden zijn potentieel een herprijzing van tijd zelf: hoeveel is een dollar winst over vijf of tien jaar vandaag nog waard?
Dat betekent niet dat de S&P 500 vanmiddag gegarandeerd harder beweegt dan gisteren. Nvidia is door zijn omvang in staat om honderden miljarden dollars aan beurswaarde toe te voegen en de volledige index direct omhoog te trekken.
Maar wanneer Warsh de verwachte koers van de rente of het gedrag van de Fed verandert, reikt het effect veel verder dan één handelsdag.
Nvidia verkocht gisteren de droom. Kevin Warsh bepaalt vandaag wat die droom mag kosten. En misschien nog belangrijker: tegen welke rente Amerika haar kan blijven financieren.
Ik bezit aandelen Nvidia. De toespraak begint pas om 16.00 uur Nederlandse tijd; uitspraken uit de daadwerkelijke toespraak zijn daarom nog niet in deze voorbeschouwing verwerkt.







































































































































Opmerkingen