Palantir en Tesla zijn overgewaardeerd: een waarderingsanalyse
- Daan Heijneman

- 2 uur geleden
- 16 minuten om te lezen
In het kort
De huidige koers van Tesla en Palantir impliceert twintig jaar lang uitzonderlijk hoge groei, stijgende marges en structureel hoge ROIC, aannames die historisch gezien slechts door zeer weinig bedrijven zijn waargemaakt.
Door sterke narratieven en momentum kan de koers op korte en middellange termijn verder oplopen, maar op lange termijn volgt de aandelenkoers altijd de intrinsieke waarde.
Wie deze groeiverwachtingen te optimistisch vindt, moet concluderen dat de aandelen vandaag te duur zijn, ongeacht de kwaliteit van de onderliggende bedrijven.
Tesla en Palantir behoren tot de duurst geprijsde aandelen op de beurs. Met koers winstverhoudingen van respectievelijk rond de 311 en 400 lijkt het oordeel snel geveld. Dit kan niet kloppen. Zo veel winst betaal je toch nooit voor een aandeel. Voor veel beleggers is dit het moment om af te haken en verder te kijken.
De hoge PE van Tesla:

Toch is dat oordeel te kort door de bocht. De beursgeschiedenis laat zien dat extreem hoge waarderingen niet automatisch leiden tot slechte rendementen. Coca Cola noteerde rond 1950 tegen een koers winstverhouding van meer dan 200. Dat leek absurd duur. Toch had een belegger die toen instapte, over de daaropvolgende decennia ongeveer 10% rendement per jaar kunnen behalen. Niet ondanks die hoge waardering, maar omdat het bedrijf uitzonderlijk stabiele kasstromen, sterke marges en een hoge kapitaalefficiëntie wist te combineren.
Dit artikel bouwt voort op het vorige stuk over waarderen, waarin het verschil tussen prijs en intrinsieke waarde centraal stond. Vandaag passen we dat raamwerk toe op Tesla en Palantir. Niet door te zeggen of ze “duur” zijn, maar door te onderzoeken wat er in de huidige prijs zit. Met behulp van een reverse DCF analyseren we welke groei, marges en rendementen op kapitaal nodig zijn om als belegger 9%, 10% of 11% rendement te behalen. Pas daarna kunnen we beoordelen of die verwachtingen realistisch zijn.
Korte herhaling: prijs is niet hetzelfde als waarde
In het vorige artikel stond één idee centraal: het verschil tussen prijs en waarde. Dat verschil lijkt klein, maar is cruciaal voor beleggen. De prijs is wat je vandaag betaalt op de beurs. De waarde is wat een bedrijf in de toekomst economisch kan opleveren voor zijn aandeelhouders. Wie deze twee door elkaar haalt, loopt het risico structureel verkeerde beslissingen te nemen.
Lees het vorige artikel hier: Zo bepaal jij of een aandeel goedkoop of te duur is
Veel beleggers richten zich vooral op de prijs. Ze kijken naar koersgrafieken, recente stijgingen of dalingen en naar eenvoudige kengetallen zoals de koers winstverhouding. Dat is begrijpelijk, want deze informatie is snel beschikbaar en makkelijk te vergelijken. Maar prijs zegt op zichzelf niets over rendement. Rendement ontstaat pas wanneer de waarde die je koopt hoger blijkt te zijn dan de prijs die je betaalt.
Hier komt het verschil tussen relatief en intrinsiek waarderen om de hoek kijken. Relatief waarderen betekent vergelijken. Je vergelijkt een aandeel met andere aandelen, vaak binnen dezelfde sector. Als een bedrijf tegen twintig keer de winst noteert en een ander tegen veertig, lijkt het eerste goedkoper. Maar goedkoop ten opzichte van iets anders betekent niet automatisch goedkoop in absolute zin. Als een hele sector te duur is, dan blijft het “goedkoopste” aandeel alsnog te duur.
Intrinsiek waarderen pakt dit anders aan. Je kijkt niet naar andere aandelen, maar naar het bedrijf zelf. De kernvraag is eenvoudig: hoeveel vrije kasstroom kan dit bedrijf in de toekomst genereren, en welk rendement wil ik daarvoor als belegger ontvangen? Vrije kasstroom is het geld dat overblijft nadat een bedrijf alle operationele kosten heeft betaald en de noodzakelijke investeringen heeft gedaan. Het is het geld dat uiteindelijk beschikbaar is voor aandeelhouders.
Hoe je intrinsiek waardeert middels een DCF:

Omdat geld vandaag meer waard is dan geld in de toekomst, reken je die toekomstige kasstromen terug naar het heden. Dat gebeurt met een discontovoet, ook wel rendementseis genoemd. Hoe hoger het risico, hoe hoger die voet moet zijn. Dit vormt de basis van een discounted cash flow model, of DCF.
Een veelgemaakte misvatting is dat een DCF bedoeld is om één exact getal te produceren. Dat is niet het doel. Het echte nut van een DCF zit in het expliciet maken van aannames. Je wordt gedwongen om na te denken over groei, marges, investeringen en risico. Kleine veranderingen in aannames laten direct zien hoe gevoelig de waarde is. Dat maakt onzekerheid zichtbaar, in plaats van dat die wordt verstopt.
Een bijzonder nuttige variant is de reverse DCF. In plaats van te berekenen wat een aandeel waard is, begin je bij de huidige beursprijs. Je vraagt je af: welke aannames over groei en winstgevendheid zijn nodig om deze prijs te rechtvaardigen? Met andere woorden, wat verwacht de markt al? Dit haalt veel emotie uit waardering. Je hoeft geen oordeel te vellen, maar kijkt simpelweg wat er in de koers zit.
Dit sluit aan bij een belangrijk punt. Hoge waarderingen zijn niet per definitie verkeerd. Ze betekenen dat de markt hoge verwachtingen heeft. Soms blijken die verwachtingen te optimistisch, soms juist te conservatief. Coca Cola in 1950 leek extreem duur, maar bleek achteraf goedkoop omdat de kasstromen veel stabieler en schaalbaarder waren dan toen werd gedacht.
Met dit raamwerk in het achterhoofd kijken we nu naar Tesla. Eerst naar wat het bedrijf vandaag doet, waar het tegenaan loopt en welke toekomstpotentie in de koers is verwerkt. Daarna maken we die verwachtingen concreet met een reverse DCF.
Tesla: sterke belofte, zichtbare druk en grote verwachtingen
Tesla is een van de meest besproken bedrijven ter wereld. Voor sommigen is het een technologiebedrijf dat mobiliteit, energie en kunstmatige intelligentie samenbrengt. Voor anderen is het vooral een autofabrikant die profiteerde van een vroege voorsprong, maar inmiddels wordt ingehaald door concurrenten. Beide beelden bestaan naast elkaar en maken Tesla lastig te waarderen.
Kijken we naar wat Tesla vandaag doet, dan blijft autoverkoop veruit de belangrijkste inkomstenbron. Het grootste deel van de omzet komt nog altijd uit de verkoop van elektrische voertuigen. Jarenlang groeide dit segment snel, geholpen door een sterke merknaam, beperkte concurrentie en royale subsidies. Die fase lijkt voorbij. De groei is duidelijk vertraagd en in sommige markten zelfs negatief.
De dalende omzetgroei en marges van Tesla:

Om marktaandeel te behouden heeft Tesla de prijzen van zijn modellen meerdere keren verlaagd. Dat helpt om de volumes op peil te houden, maar zet direct druk op de marges. Waar Tesla enkele jaren geleden nog uitzonderlijk hoge brutomarges behaalde voor een autofabrikant, zijn deze inmiddels fors gedaald. Ook de operationele marge staat onder druk. Dat is een belangrijk punt, want marges bepalen hoeveel winst en vrije kasstroom er overblijft.
Daar komt bij dat Tesla een kapitaalintensief bedrijf is. Het bouwen en uitbreiden van fabrieken kost veel geld. Ook investeert het bedrijf zwaar in batterijen, chips en AI-infrastructuur. Die investeringen zijn nodig om concurrerend te blijven, maar beperken de vrije kasstroom op korte termijn. Als je Tesla vandaag zou waarderen als een traditionele autobouwer, dan is een koers winstverhouding van rond de 310 niet te verdedigen.
Toch is dat niet hoe de markt naar Tesla kijkt. De huidige waardering is nauwelijks gebaseerd op de bestaande autoverkoop. Het grootste deel van de beurswaarde komt voort uit verwachtingen over de toekomst. Daarbij staat één belofte centraal: autonoom rijden en robotaxi’s.
Volgens Elon Musk kan Tesla uitgroeien tot een platform voor autonome mobiliteit. In dat scenario verkoopt Tesla niet alleen auto’s, maar exploiteert het een netwerk van zelfrijdende voertuigen. Dat verandert het verdienmodel volledig. In plaats van een eenmalige verkoop ontstaat een stroom van terugkerende inkomsten. De marges zouden veel hoger kunnen liggen dan bij autoverkoop. Ook zou de kapitaalintensiteit per verdiende dollar dalen.
De robotaxi's van Tesla:

Als dit lukt, verandert Tesla van een cyclisch productiebedrijf in een software en platformbedrijf. Dat zou een veel hogere waardering rechtvaardigen. Precies die omslag zit vandaag al in de koers verwerkt. Beleggers betalen vooruit voor een wereld waarin robotaxi’s op grote schaal worden uitgerold, regelgeving meewerkt en Tesla een dominante positie behoudt.
De kernvraag is dus niet of Tesla een innovatief bedrijf is. De vraag is of en hoe snel deze toekomst werkelijkheid wordt. Elke vertraging, tegenvaller of extra concurrentie heeft een groot effect op de waarde, juist omdat de verwachtingen zo hoog zijn. Om dat scherp te krijgen, moeten we de prijs ontleden. Dat doen we met een reverse DCF, waarin we berekenen welke prestaties Tesla moet leveren om een acceptabel rendement te behalen.
Tesla: reverse DCF bij een koers van 449 dollar
Bij een koers van 449 dollar wordt Tesla gewaardeerd op basis van verwachtingen die ver in de toekomst liggen. De reverse DCF die hier wordt gebruikt heeft een looptijd van twintig jaar. Dat is uitzonderlijk lang. Het betekent dat Tesla twintig jaar lang bovengemiddelde groei en stijgende winstgevendheid moet laten zien om de huidige beursprijs te rechtvaardigen. Deze lange looptijd is dus al uitzonderlijk.
Als uitgangspunt is gekozen voor een rendementseis (discountrate/WACC) van 9%, 10% en 11%. Dat zijn geen willekeurige percentages. Voor sterke bedrijven met een duidelijke moat, voorspelbare kasstromen en structurele concurrentievoordelen ligt een rendementseis vaak rond de 10% tot 10,5%. Dat is lager dan bij cyclische of zwakkere bedrijven, maar hoger dan bij extreem stabiele consumptiegoederen.
Tesla bevindt zich precies in dat spanningsveld. Het bedrijf heeft duidelijke voordelen, zoals schaal, merk, data en technologische integratie. Tegelijkertijd is er veel onzekerheid. De kernactiviteit is kapitaalintensief. Marges staan onder druk. En een groot deel van de toekomstige waarde hangt af van technologie en regelgeving die nog niet volledig bewezen zijn. Daarom is een rendementseis van rond de 10% logisch, maar zeker niet conservatief.
Belangrijk om te benadrukken is dat de EBIT-marges in deze analyse gemiddelde marges zijn over de volledige periode van twintig jaar. Tesla start in deze scenario’s met een EBIT-marge van ongeveer 5%, in lijn met het huidige niveau. Die marge loopt vervolgens geleidelijk op naar circa 15% aan het einde van de periode. Het gemiddelde over die twintig jaar komt daarmee uit rond 9,5%. Deze marges worden in alle drie scenario's gelijk gehouden.
Dat impliceert een structurele verbetering van het verdienmodel. Een klassieke autofabrikant haalt dit niveau doorgaans niet. Om richting 15% EBIT te groeien, moet Tesla steeds meer winst halen uit software, data en autonome diensten, en relatief minder uit pure voertuigproductie.
Scenario 1: 9% rendement
Bij een rendementseis van 9% laat de reverse DCF zien dat Tesla gemiddeld 18,75% omzetgroei per jaar moet realiseren, twintig jaar lang. Dat is extreem veeleisend. Zelfs bedrijven die achteraf als uitzonderlijke compounders worden gezien, slagen hier zelden in.
De gemiddelde EBIT-marge komt uit op circa 9,5%, maar alleen omdat die over de tijd stijgt van 5% naar 15%. Daarnaast moet de ROIC rond de 14,6% liggen. Dat betekent dat nieuwe investeringen structureel meer dan 14 cent operationele winst na belasting moeten opleveren per geïnvesteerde dollar.
De ROIC ligt momenteel veel lager:

Voor een kapitaalintensief bedrijf is dat al ambitieus. Dit scenario laat zien dat zelfs bij een relatief lage rendementseis de markt rekent op langdurige, brede en consistente groei, zonder lange perioden van stagnatie.
Scenario 2: 10% rendement
Bij een rendementseis van 10% wordt de lat duidelijk hoger gelegd. In dit scenario moet Tesla gemiddeld 21,25% omzetgroei per jaar realiseren, opnieuw over een periode van twintig jaar. Dat betekent dat de omzet zich meerdere keren moet verdubbelen.
De gemiddelde EBIT-marge blijft 9,5%, maar dit vergt een zeer strak pad van margeverbetering. De ROIC stijgt naar circa 15,2%. Dat impliceert dat Tesla niet alleen groeit, maar dat elke extra groeidollar steeds efficiënter wordt ingezet.
Economisch gezien betekent dit dat Tesla zich ontwikkelt tot een hybride tussen een industriële producent en een softwareplatform. Zonder substantiële bijdragen van autonome diensten en software-inkomsten wordt dit scenario moeilijk haalbaar. Groei alleen is niet genoeg. De kwaliteit van die groei is doorslaggevend.
Scenario 3: 11% rendement
Bij een rendementseis van 11% worden de aannames extreem. Tesla moet gemiddeld 23,6% omzetgroei per jaar realiseren, twintig jaar lang. Dat is historisch gezien uitzonderlijk, zeker voor een onderneming die nu al tot de grootste ter wereld behoort.
De EBIT-marge stijgt ook hier van 5% naar 15%, met een gemiddeld niveau van 9,5%. De ROIC loopt op richting 16%. Dat betekent dat vrijwel alle nieuwe investeringen bovengemiddeld rendabel moeten zijn, terwijl concurrentie en regulering waarschijnlijk toenemen.
Dit scenario veronderstelt dat Tesla uitgroeit tot een dominante speler in meerdere markten tegelijk. Niet alleen in elektrische voertuigen, maar ook in autonome mobiliteit en software. De foutmarge is hier minimaal.
Wat deze analyse werkelijk zegt
De kernboodschap van deze reverse DCF is niet dat Tesla deze prestaties onmogelijk kan leveren. De boodschap is dat de prijs vandaag al een uitzonderlijk gunstige toekomst veronderstelt. Omdat de DCF een looptijd van twintig jaar heeft, moet Tesla twee decennia lang blijven presteren op een niveau dat historisch zeldzaam is. De omzet komt in deze scenario's ver boven de triljoen dollar uit, iets om over na te denken als belegger.
Verwacht je hogere marges dan deze 15% over 20 jaar? Dan mag er een aantal procent van de omzetgroei af. Verwacht je lagere marges, moet er meer omzet worden behaald voor deze rendementen.
Een rendementseis van rond de 10% is voor een bedrijf met Tesla’s potentie logisch. Maar juist omdat er zoveel onzekerheden zijn, wordt die eis ook volledig benut. Hoe hoger het gewenste rendement, hoe perfecter de uitvoering moet zijn.
De huidige koers laat weinig ruimte voor middelmatigheid. Dat is geen oordeel, maar een constatering. En precies dat maakt intrinsiek waarderen zo waardevol: het dwingt je om expliciet te maken welke toekomst je vandaag koopt.
Palantir en intrinsieke waarde: waarom de markt zo ver vooruitkijkt
Palantir is een bedrijf dat moeilijk in één categorie te plaatsen is. Het is geen klassiek softwarebedrijf, geen puur AI-bedrijf en ook geen traditionele defensiespeler. Toch raakt het al deze werelden. Palantir bouwt software die organisaties helpt om complexe data om te zetten in beslissingen. Niet achteraf, maar in real time. Niet als analyse, maar als onderdeel van de operatie zelf.
Dat onderscheid is cruciaal om te begrijpen waarom de waardering van Palantir zo hoog is. De markt kijkt nauwelijks naar wat het bedrijf vandaag verdient. Ze kijkt naar wat het bedrijf kan worden als kunstmatige intelligentie niet alleen wordt gebruikt om inzichten te genereren, maar om organisaties daadwerkelijk aan te sturen.
De omzetverdeling van Palantir:

Palantir begon zijn bestaan in de wereld van overheid en defensie. Het eerste grote product, Gotham, werd ontwikkeld om inlichtingendiensten en militaire organisaties te helpen bij het analyseren van grote hoeveelheden gevoelige data. Gotham koppelt databronnen, legt verbanden en maakt scenario’s inzichtelijk. Het doel is niet rapportage, maar besluitvorming onder hoge tijdsdruk. In die context is betrouwbaarheid belangrijker dan snelheid, en controle belangrijker dan experiment.
Juist daardoor zijn deze systemen extreem diep geïntegreerd. Gotham wordt niet “even” geïnstalleerd. Het wordt verweven met processen, mensen en structuren. Als het eenmaal draait, is overstappen complex, risicovol en duur. Dat zorgt voor lange contracten en hoge klantbinding. Veel van Palantirs overheidsklanten gebruiken de software al jaren en breiden het gebruik steeds verder uit.
Naast Gotham bouwde Palantir een commerciële tak op met Foundry. Foundry doet in essentie hetzelfde, maar dan voor bedrijven. Grote organisaties gebruiken Foundry om data uit tientallen systemen samen te brengen en om processen te optimaliseren. Denk aan productieplanning, voorraadbeheer, kwaliteitscontrole of risicomanagement. Foundry is geen dashboard. Het is een platform waarop processen worden gebouwd.
Net als bij Gotham geldt ook hier dat de implementatie intensief is. Palantir werkt nauw samen met klanten om het systeem passend te maken voor hun specifieke situatie. Dat maakt de instap duur en de eerste marges relatief laag. Maar zodra het systeem operationeel is, ontstaat een ander economisch profiel. Extra gebruikers, extra toepassingen en extra datasets kosten relatief weinig. De software schaalt, terwijl de kosten veel minder hard meegroeien.
De echte reden dat de markt vandaag zo ver vooruitkijkt, is de introductie van AIP, het Artificial Intelligence Platform. AIP is geen los product, maar een laag bovenop Gotham en Foundry. Het verbindt AI-modellen direct aan operationele processen. Niet als experiment, maar binnen strakke regels. Elke beslissing is herleidbaar. Elke actie is controleerbaar. En elke stap kan worden geaudit.
Dit is een belangrijk verschil met veel andere AI-toepassingen. Veel bedrijven kunnen prima een taalmodel gebruiken om teksten te schrijven of analyses te maken. Maar zodra AI beslissingen mag nemen die echte gevolgen hebben, ontstaat angst. Angst voor fouten, voor complianceproblemen en voor verlies van controle. Palantir probeert precies dat probleem op te lossen.
Daarmee verkoopt Palantir geen AI-model en ook geen infrastructuur. Het verkoopt governance rond AI-besluitvorming. Dat is een veel minder zichtbare markt, maar economisch gezien potentieel veel waardevoller. Organisaties die AI in hun kernprocessen willen gebruiken, moeten dat veilig en controleerbaar doen. Daar ligt Palantirs positionering.
Het verdienmodel van Palantir past bij deze rol. Het bedrijf sluit grote contracten af met overheden en bedrijven. Die contracten bestaan uit licenties, gebruiksvergoedingen en implementatie. In het begin zijn de kosten hoog, omdat veel maatwerk nodig is. Dat verklaart waarom Palantir lange tijd verlieslatend was. Maar naarmate het klantenbestand groeit en bestaande klanten uitbreiden, verschuift het model. De marginale kosten dalen en de winstgevendheid stijgt.
Dit is precies wat we de afgelopen jaren hebben gezien. Palantir is niet alleen gegroeid, maar ook winstgevend geworden. De vrije kasstroom is sterk toegenomen. Dat versterkt het beeld dat het bedrijf zich in een andere fase bevindt dan voorheen. Niet meer bouwen om te overleven, maar schalen om waarde te creëren.
De marges van Palantir:

De hoge waardering van Palantir komt voort uit de verwachting dat deze schaalfase nog maar net is begonnen. Beleggers zien een bedrijf dat zich kan ontwikkelen tot een standaardlaag binnen organisaties die AI serieus willen inzetten. Niet tijdelijk, maar structureel. Niet als tool, maar als infrastructuur.
Daarmee wordt Palantir vergeleken met bedrijven die in eerdere decennia een vergelijkbare rol speelden. Denk aan databasesoftware, besturingssystemen of cloudplatforms. Zulke bedrijven worden zelden gewaardeerd op hun huidige winst. Ze worden gewaardeerd op hun potentiële rol in de economie.
Dat verklaart waarom de koers-winstverhouding zo hoog is. De markt accepteert een lage huidige winst, omdat ze verwacht dat de kasstromen in de toekomst veel groter zullen zijn. Dat is geen garantie. Het is een verwachting.
De hoge PE van Palantir:

De kernvraag is daarom niet of Palantir een goed bedrijf is. De kernvraag is of Palantir daadwerkelijk kan uitgroeien tot die infrastructuurlaag. Of AIP breed wordt geadopteerd buiten de huidige kernklanten. Of de marges daadwerkelijk kunnen oplopen richting software-achtige niveaus. En of het bedrijf dat langdurig kan volhouden.
Dat zijn zware aannames. En precies daarom is het nodig om ze expliciet te maken. In het volgende deel draaien we de analyse om. We nemen de huidige koers als uitgangspunt en rekenen terug. Welke groei, welke marges en welk rendement op kapitaal zijn nodig om een normaal rendement te behalen? En hoeveel ruimte is er voor tegenvallers?
Palantir: reverse DCF bij een koers van 170 dollar
Om te begrijpen wat de huidige koers van ongeveer 170 dollar per aandeel betekent, draaien we de analyse om. We nemen de marktprijs als gegeven en vragen ons niet af wat Palantir waard zou kunnen zijn, maar wat er moet gebeuren om als belegger een redelijk rendement te behalen.
Net als bij Tesla gebruiken we een reverse DCF met een looptijd van twintig jaar. Dat is extreem lang. Twintig jaar betekent dat Palantir niet alleen de komende cyclus goed moet doorkomen, maar twee decennia lang moet blijven groeien, schalen en waarde creëren zonder structurele tegenslagen.
We werken met drie rendementseisen: 9%, 10% en 11%. Voor een technologiebedrijf met een sterke moat, hoge switching costs en duidelijke schaalvoordelen is een rendementseis van rond de 10% tot 10,5% gebruikelijk. Dat weerspiegelt vertrouwen in het businessmodel, maar ook een premie voor onzekerheden zoals concurrentie, regelgeving en technologische verandering.
In alle scenario’s hanteren we hetzelfde pad voor de EBIT-marge. Die begint rond de 22% en loopt geleidelijk op naar 37% aan het einde van de twintig jaar. Dit zijn gemiddelde aannames, geen piekniveaus. Voor een dominant softwareplatform is een eindmarge van 37% ambitieus, maar niet onrealistisch. Als Palantir uiteindelijk hogere marges zou halen, is er minder omzetgroei nodig. Als de marges lager blijven, moet de omzetgroei juist hoger zijn.
Scenario 1: 9% rendement – het optimistische basisscenario
Bij een rendementseis van 9% laat de reverse DCF zien dat Palantir gemiddeld ongeveer 27 tot 28% omzetgroei per jaar moet realiseren, twintig jaar lang. Dat betekent dat de omzet zich ongeveer elke drie jaar verdubbelt.
Aan het einde van deze periode komt de jaarlijkse omzet uit op ruim boven de 700 miljard dollar. Dit is een belangrijk ankerpunt. Dit scenario veronderstelt dat Palantir uitgroeit tot een bedrijf van de schaal van Amazon vandaag, maar dan met hogere marges en een veel hogere kapitaalefficiëntie.
De ROIC ligt structureel boven de 200%, wat betekent dat Palantir nauwelijks extra kapitaal nodig heeft om te groeien. Dat past bij een volwassen softwareplatform, maar alleen als implementatiekosten blijven dalen en klanten steeds meer uitbreiden binnen hetzelfde systeem.
De huidige ROIC van Palantir:

Hoe waarschijnlijk is dit scenario? Dit is optimistisch, maar niet onmogelijk. Het vereist dat AIP breed wordt geadopteerd, dat Palantir zijn voorsprong behoudt en dat het bedrijf succesvol uitbreidt buiten de huidige kernklanten. Het laat weinig ruimte voor langdurige stagnatie, maar het vraagt nog geen perfectie.
Scenario 2: 10% rendement – weinig ruimte voor fouten
Bij een rendementseis van 10% wordt de lat duidelijk hoger gelegd. Palantir moet gemiddeld 29 tot 30% omzetgroei per jaar realiseren, opnieuw over twintig jaar. Dat is historisch gezien uitzonderlijk, zelfs voor de beste technologiebedrijven.
Ook in dit scenario groeit de omzet door naar ruim 700 miljard dollar en daarboven. Het verschil met het 9%-scenario zit niet in de eindgrootte, maar in de foutmarge. Groei moet constanter zijn. Terugval in bepaalde jaren moet snel worden gecompenseerd.
De EBIT-marge loopt op naar 37%, met een gemiddeld niveau rond de 32%. De ROIC stijgt richting 250%, wat betekent dat vrijwel elke extra dollar omzet direct bijdraagt aan vrije kasstroom.
Hoe waarschijnlijk is dit scenario? Dit scenario is ambitieus en veeleisend. Het impliceert dat Palantir zich ontwikkelt tot een dominante infrastructuurlaag voor AI-besluitvorming, wereldwijd en over sectoren heen. Het kan, maar alleen bij zeer sterke executie en beperkte concurrentiedruk.
Scenario 3: 11% rendement – bijna perfectie vereist
Bij een rendementseis van 11% worden de aannames extreem. Palantir moet gemiddeld ongeveer 31% omzetgroei per jaar realiseren, twintig jaar lang. Dat is uitzonderlijk zeldzaam in economische geschiedenis.
De omzet eindigt ook hier ver boven de 700 miljard dollar. De EBIT-marge stijgt naar 37%, en de ROIC loopt richting 260% en hoger. Dit impliceert dat Palantir niet alleen groot wordt, maar structureel onmisbaar.
In economische termen ga je er hier vanuit dat Palantir uitgroeit tot een van de grootste softwareplatforms ter wereld, vergelijkbaar met Amazon of Microsoft, maar met nog hogere marges.
Hoe waarschijnlijk is dit scenario? Dit scenario is niet waarschijnlijk, maar niet nul. Het vereist vrijwel foutloze uitvoering, langdurige technologische voorsprong en beperkte verstoring door regelgeving of concurrentie. Dit is het soort toekomst dat slechts een handvol bedrijven ooit heeft gerealiseerd.
Wat deze scenario’s samen laten zien
De huidige koers van Palantir impliceert geen gematigde groei. Zelfs bij een relatief lage rendementseis van 9% moet het bedrijf twintig jaar lang uitzonderlijk blijven presteren. Bij 10% en 11% is er nauwelijks ruimte voor tegenvallers.
Dit betekent niet dat Palantir te duur is. Het betekent dat beleggers die vandaag kopen, impliciet geloven dat Palantir uitgroeit tot een wereldwijd dominant platform, met een schaal en winstgevendheid die we vandaag alleen kennen van de allergrootsten.
En precies dat maakt de reverse DCF zo waardevol. Het verandert de discussie. Niet de vraag of het aandeel duur oogt, maar de vraag of deze toekomst realistisch genoeg is om er vandaag al volledig voor te betalen.
Prijs, waarde en verwachtingen
Deze deepdive had één centraal doel: loskomen van de beurskoers en begrijpen wat er werkelijk in de prijs zit bij Tesla en Palantir. Niet door te vergelijken met andere aandelen of multiples, maar door terug te rekenen vanuit de huidige koers naar de economische prestaties die nodig zijn om een redelijk rendement te behalen. De reverse DCF maakt die verwachtingen expliciet.
Wat daaruit naar voren komt, is helder. Zowel bij Tesla als bij Palantir zijn de aannames die nodig zijn voor een rendement van 9% tot 11% uitzonderlijk ambitieus. Het gaat niet om een paar sterke jaren, maar om twintig jaar lang hoge omzetgroei, stijgende marges en structureel hoge ROIC. Dat is een extreem lange periode. Slechts een handvol bedrijven in de geschiedenis heeft dat weten vol te houden. Meer dan 20% omzetgroei, marges verbeteringen, alles moet goed gaan voor slechts 10% rendement, iets waar beleggers over moeten nadenken.
Dat betekent niet automatisch dat deze aandelen morgen moeten dalen. Integendeel. Bij een hoge pricing kan de aandelenkoers nog lange tijd blijven oplopen. Zolang het narratief intact blijft, de groei zichtbaar is en de markt bereid blijft vooruit te kijken, kan de prijs verder loskomen van de huidige intrinsieke waarde. Dat is hoe momentum en verwachtingen werken.
Maar op lange termijn geldt een eenvoudige wet: de koers volgt uiteindelijk de intrinsieke waarde. Niet per kwartaal, niet per jaar, maar wel over langere perioden. Als de gerealiseerde groei, marges en kapitaalefficiëntie structureel lager uitvallen dan wat nu wordt ingeprijsd, dan is het rendement voor nieuwe beleggers onvermijdelijk lager, zelfs als het bedrijf operationeel succesvol blijft.
De koers volgt altijd de intrinsieke waarde op lange termijn:

De kernvraag voor beleggers is daarom niet of Tesla en Palantir geweldige bedrijven zijn. Dat zijn ze. De vraag is of jij gelooft dat zij deze extreem hoge verwachtingen ook daadwerkelijk kunnen waarmaken. Vind je die aannames realistisch, dan kan de huidige prijs te verdedigen zijn. Vind je ze te optimistisch, dan is de conclusie logisch en rationeel: dan zijn de aandelen vandaag te duur.
Waarderen gaat niet over gelijk krijgen, maar over begrijpen waarvoor je betaalt. Dat is precies wat deze analyse zichtbaar maakt.







































































































































Opmerkingen