Deze drie aandelen daalde hard door AI, zijn ze nu koopwaardig
- Daan Heijneman
- 4 minuten geleden
- 26 minuten om te lezen
In het kort:
AI is duidelijk disruptief en zet bestaande SaaS-modellen onder druk, maar niet alle software is even vervangbaar. In omgevingen waar fouten grote gevolgen hebben, blijft betrouwbaarheid cruciaal.
Bedrijven met veel eigen data, gevoelige informatie en software die diep in dagelijkse werkprocessen zit, hebben een sterke voorsprong. Hoge overstapkosten en lock-in beschermen hun verdienmodel.
Salesforce, Wolters Kluwer en Intuit combineren schaal, distributie en vertrouwen, waardoor zij juist tot de meest kansrijke winnaars behoren in een wereld waarin AI steeds belangrijker wordt.
De afgelopen week stond de technologiesector, en vooral de SaaS-markt, onverwacht onder druk. Verschillende bekende softwareaandelen daalden fors, zonder dat er slechte kwartaalcijfers of winstwaarschuwingen naar buiten kwamen. De oorzaak lag niet bij de bedrijven zelf, maar bij een bredere zorg die beleggers bezighoudt: kunstmatige intelligentie.
Aanleiding voor de onrust was de snelle vooruitgang van nieuwe AI-modellen, waaronder Claude van Anthropic. Deze modellen laten zien dat AI steeds beter wordt in taken die tot nu toe het domein waren van gespecialiseerde software. Denk aan het analyseren van data, het schrijven en samenvatten van teksten, het automatiseren van workflows en het ondersteunen van besluitvorming. Taken waarvoor bedrijven jarenlang aparte softwarepakketten hebben gebruikt.
Voor beleggers roept dit een fundamentele vraag op. Veel SaaS-bedrijven verdienen hun geld doordat zij specifieke problemen oplossen voor bedrijven. Ze maken werk sneller, goedkoper en efficiënter. Maar als AI deze taken deels of volledig kan overnemen, wat blijft er dan over van het traditionele softwaremodel?
Die twijfel raakt vooral bedrijven die hun inkomsten halen uit abonnementen per gebruiker. AI belooft immers hogere productiviteit per werknemer. Met andere woorden: hetzelfde werk kan worden gedaan met minder mensen. En minder mensen betekent mogelijk minder softwarelicenties. Dat idee alleen al was genoeg om het sentiment te laten kantelen.
De markt reageerde snel en hard. Niet alleen kleinere of zwakkere softwarebedrijven kregen klappen, maar juist ook grote, winstgevende spelers met sterke markposities. Bedrijven die jarenlang werden gezien als veilige havens binnen technologie. De dalingen waren daardoor opvallend, maar ook begrijpelijk vanuit emotie en onzekerheid.
De daling van SaaS bedrijven:

Het is belangrijk om te benadrukken dat deze beweging vooral sentimentgedreven is. AI verandert veel, maar niet van de ene op de andere dag. Toch kijkt de beurs vooruit. Beleggers proberen in te schatten hoe de wereld er over vijf of tien jaar uitziet. En in dat toekomstbeeld speelt AI een steeds grotere rol.
Dat maakt de huidige situatie interessant. Want waar onzekerheid ontstaat, ontstaan ook kansen. Vooral als het gaat om bedrijven met sterke fundamenten, diepe concurrentievoordelen en bewezen verdienmodellen. De vraag is niet alleen wie geraakt wordt door AI, maar vooral wie zich kan aanpassen en meebewegen.
In deze deepdive kijken we daarom naar drie bekende SaaS- en softwarebedrijven die recent zijn gedaald door AI-gerelateerde zorgen: Salesforce, Wolters Kluwer en Intuit. Drie bedrijven met totaal verschillende markten, maar met één gemene deler: ze worden allemaal gezien als kwaliteitsbedrijven, en ze worden allemaal geconfronteerd met dezelfde vraag.
Is AI een existentiële bedreiging voor hun verdienmodel?Of is de markt te ver doorgeschoten in haar angst?
We beginnen met Salesforce.
Salesforce: hoe een CRM-platform bedrijfsinfrastructuur werd
Salesforce is een van de grootste softwarebedrijven ter wereld en de absolute marktleider op het gebied van Customer Relationship Management, meestal afgekort tot CRM. In de kern helpt Salesforce bedrijven om hun klanten beter te beheren. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk raakt dit bijna elk onderdeel van een organisatie. Het gaat niet alleen om contactgegevens, maar om verkoopprocessen, klantenservice, marketing, e-commerce en steeds vaker ook data-analyse en besluitvorming.
Het bedrijf werd opgericht in 1999 door Marc Benioff en was een van de eerste die bedrijfssoftware volledig via het internet aanbood. In plaats van dure installaties op eigen servers konden bedrijven simpelweg inloggen via een browser. Dat model was destijds vernieuwend en werd later bekend als Software-as-a-Service, of SaaS. Salesforce groeide snel doordat het inspeelde op een duidelijke behoefte: bedrijven wilden flexibele software die eenvoudig te gebruiken en makkelijk op te schalen was.
In de jaren daarna bouwde Salesforce zijn aanbod steeds verder uit. Wat begon als een eenvoudige tool voor verkoopteams, groeide uit tot een breed platform dat meerdere afdelingen binnen een bedrijf bedient. Sales Cloud ondersteunt verkoopmedewerkers bij het beheren van leads en klantrelaties. Service Cloud helpt klantenserviceteams bij het afhandelen van vragen via telefoon, e-mail of chat. Marketing Cloud stelt bedrijven in staat om gerichte campagnes op te zetten op basis van klantdata. Commerce Cloud verbindt online verkoop met klantinformatie. De Data Cloud brengt data uit al deze onderdelen samen tot één centraal klantbeeld.
De verschillende producten van Salesforce:

Door deze producten met elkaar te verbinden, is Salesforce veel meer geworden dan losse software. Het is een platform dat diep verweven is met de dagelijkse werkzaamheden van zijn klanten. Voor veel grote organisaties is Salesforce een kernsysteem geworden, vergelijkbaar met boekhoudsoftware of een ERP-systeem. Dat maakt het bedrijf niet alleen groot, maar ook bijzonder moeilijk te vervangen.
Salesforce verdient zijn geld voornamelijk via abonnementen. Bedrijven betalen een vast bedrag per gebruiker per maand of per jaar. Hoe groter de organisatie en hoe meer medewerkers toegang nodig hebben, hoe hoger de omzet voor Salesforce. Dit zorgt voor een zeer voorspelbaar verdienmodel. Het grootste deel van de omzet is terugkerend en contracten lopen vaak meerdere jaren. Daarnaast kan Salesforce relatief eenvoudig prijsverhogingen doorvoeren, omdat de software zo diep geïntegreerd is in de bedrijfsvoering.
Naast abonnementen verdient Salesforce ook geld met professionele diensten, zoals implementatie, training en consultancy. Deze activiteiten zijn minder winstgevend dan de software zelf, maar ze spelen een belangrijke rol. Ze zorgen ervoor dat klanten Salesforce op de juiste manier inzetten en dat het systeem volledig wordt aangepast aan hun processen. Daardoor wordt de afhankelijkheid van Salesforce groter en neemt de kans op overstappen af.
De omzetverdeling van Salesforce:

De echte kracht van Salesforce zit in zijn economische slotgracht, vaak aangeduid als de moat. Die moat bestaat uit meerdere lagen die elkaar versterken. Een belangrijke factor zijn de hoge overstapkosten. Bedrijven die Salesforce gebruiken, hebben vaak jarenlang gewerkt aan het inrichten van hun systemen. Medewerkers zijn getraind, data is opgeschoond en processen zijn aangepast. Overstappen naar een ander systeem kost veel tijd, geld en brengt het risico op fouten met zich mee.
Daar komt bij dat Salesforce enorme hoeveelheden klantdata opslaat. Deze data vormt de basis voor verkoop, service en marketing. Het verplaatsen van die data naar een ander platform is technisch complex en risicovol. Voor veel bedrijven weegt dat risico zwaarder dan de mogelijke besparing op licentiekosten.
Een tweede belangrijk onderdeel van de moat is het ecosysteem rond Salesforce. Het bedrijf heeft een groot netwerk van partners, consultants en ontwikkelaars. Via de AppExchange kunnen klanten duizenden aanvullende toepassingen installeren die specifiek zijn afgestemd op hun sector of behoeften. Hierdoor kan Salesforce worden uitgebreid zonder dat klanten het platform hoeven te verlaten. Hoe groter dit ecosysteem wordt, hoe aantrekkelijker Salesforce blijft en hoe moeilijker het wordt voor concurrenten om een vergelijkbaar aanbod neer te zetten.
Ook de marktpositie van Salesforce speelt een grote rol. In CRM is Salesforce de standaard geworden. Veel bedrijven kiezen niet voor Salesforce omdat het de goedkoopste oplossing is, maar omdat het wordt gezien als de veiligste keuze. Bestuurders, IT-afdelingen en consultants kennen het systeem en vertrouwen erop. Dit creëert een zelfversterkend effect. Hoe meer bedrijven Salesforce gebruiken, hoe groter de kennis en ondersteuning in de markt, en hoe aantrekkelijker het wordt voor nieuwe klanten.
Het sterke marktaandeel van Salesforce in CRM:

Belangrijk is ook dat Salesforce geen eenvoudige tool is die je los kunt gebruiken. Het platform is vaak gekoppeld aan andere cruciale systemen binnen een organisatie, zoals facturatie, klantenservice en rapportages voor het management. Als Salesforce wegvalt of vervangen wordt, raakt dat meerdere afdelingen tegelijk. Dit maakt de drempel om te vertrekken nog hoger.
Door deze combinatie van factoren is Salesforce uitgegroeid tot bedrijfsinfrastructuur. Het is software waar bedrijven dagelijks op draaien en die diep verweven is met hun processen. Dat maakt het verdienmodel robuust en de klantrelaties langdurig. Het verklaart ook waarom Salesforce jarenlang als een relatief veilige belegging werd gezien binnen de technologiesector.
Tegelijkertijd betekent deze volwassenheid dat de groei minder spectaculair is dan in de beginjaren. Salesforce groeit nog steeds, maar niet meer met tientallen procenten per jaar. Het is een groot, winstgevend bedrijf geworden dat steeds meer nadruk legt op marges, kasstromen en aandeelhouderswaarde. Dat past bij de fase waarin het zich bevindt.
De terugvallende omzetgroei van Salesforce

Juist deze eigenschappen maken Salesforce interessant in de huidige discussie rond kunstmatige intelligentie. Het bedrijf is groot, stabiel en diep verankerd bij klanten. De vraag is niet of Salesforce vandaag relevant is, maar hoe dit model zich houdt in een wereld waarin AI steeds meer taken kan overnemen. Die vraag heeft beleggers de afgelopen week aan het denken gezet en ligt aan de basis van de recente koersdaling.
Waarom AI als bedreiging wordt gezien, en waarom dat beeld te negatief kan zijn
De recente koersdaling van Salesforce heeft weinig te maken met de huidige prestaties van het bedrijf. De omzet groeit nog steeds, de kasstromen zijn sterk en het klantenbestand is stabiel. Toch zijn beleggers nerveus geworden. De reden daarvoor is kunstmatige intelligentie en de vraag wat AI betekent voor het verdienmodel van Salesforce op de langere termijn.
De kern van de zorg is eenvoudig te begrijpen. Salesforce verdient zijn geld vooral per gebruiker. Bedrijven betalen voor elke medewerker die toegang heeft tot het platform. AI belooft juist dat bedrijven met minder mensen hetzelfde werk kunnen doen. Verkoopmails worden automatisch geschreven, klantgesprekken worden samengevat en rapportages worden met één druk op de knop gegenereerd. Als een verkoopteam dankzij AI met tien mensen hetzelfde kan doen als vroeger met vijftien, dan zijn er ook minder licenties nodig. Dat raakt direct de omzetbasis van Salesforce.
Daarnaast verschijnen er steeds meer nieuwe AI-tools die claimen een deel van de CRM-functionaliteit over te nemen. Deze tools zijn vaak goedkoper, eenvoudiger en sneller te implementeren. Ze beloven dat bedrijven geen groot en complex platform meer nodig hebben om klantdata te analyseren of verkoopkansen te signaleren. Voor beleggers roept dat de vraag op of Salesforce op termijn kan worden ingehaald door lichtere, AI-gedreven oplossingen.
Ook speelt mee dat AI-modellen steeds generieker worden. Waar Salesforce jarenlang waarde toevoegde door functionaliteit te bundelen in één platform, lijkt AI sommige van die functies los te trekken. Taken die vroeger alleen mogelijk waren binnen Salesforce, kunnen nu soms ook buiten het platform worden uitgevoerd. Dat voedt de angst dat Salesforce langzaam een deel van zijn relevantie verliest.
Toch is dit beeld waarschijnlijk te somber. In de praktijk werkt AI niet los van data, maar juist dankzij data. En precies daar ligt de grootste kracht van Salesforce. Het bedrijf beschikt over enorme hoeveelheden gestructureerde klantdata, opgebouwd over vele jaren. Deze data zit diep verankerd in de processen van bedrijven en vormt de basis voor betrouwbare analyses en beslissingen. AI zonder toegang tot deze data is vaak oppervlakkig en minder bruikbaar.
Hoe je binnen Salesforce data goed kunt toepassen:

Salesforce begrijpt dit en positioneert AI niet als vervanging van het platform, maar als uitbreiding ervan. Met producten als Einstein en Agentforce probeert het bedrijf AI direct te integreren in zijn bestaande systemen. In plaats van minder waarde te leveren per klant, wil Salesforce juist meer waarde leveren per workflow. De focus verschuift langzaam van betalen per gebruiker naar betalen voor output, automatisering en intelligentie.
Salesforce laat klanten betalen voor AI credits:

Belangrijk is ook dat veel klanten van Salesforce grote organisaties zijn. Voor hen draait het niet alleen om kostenbesparing, maar ook om betrouwbaarheid, compliance en controle. Losse AI-tools mogen dan goedkoop en innovatief zijn, ze missen vaak de stabiliteit, beveiliging en integratie die grote bedrijven nodig hebben. Salesforce biedt juist die zekerheid.
Daarnaast geldt dat AI de complexiteit van IT-landschappen eerder vergroot dan verkleint. Bedrijven moeten data samenbrengen, systemen koppelen en processen bewaken. In zo’n omgeving is een centraal platform vaak belangrijker dan ooit. Salesforce fungeert daarbij als verbindende laag tussen data, medewerkers en klanten.
De angst dat AI het verdienmodel van Salesforce volledig ondermijnt, gaat daarom waarschijnlijk te ver. AI verandert hoe Salesforce geld verdient, maar maakt het bedrijf niet overbodig. Het dwingt Salesforce om zijn prijsmodellen aan te passen en zijn waarde duidelijker te maken. Dat kost tijd en kan tijdelijk voor onzekerheid zorgen, maar het betekent niet dat de kern van het bedrijf verdwijnt.
De markt kijkt nu vooral naar wat Salesforce mogelijk verliest. Minder aandacht is er voor wat het bedrijf kan winnen. Juist in een wereld waarin AI steeds belangrijker wordt, kan een platform met schaal, data en diepe klantrelaties een groot voordeel hebben. De dreiging is reëel, maar het beeld dat Salesforce hieraan ten onder gaat, lijkt overdreven.
Salesforce: wat de waardering zegt na de AI-gedreven daling
De recente koersdaling van Salesforce heeft de aandacht opnieuw gericht op de waardering van het aandeel. Jarenlang werd Salesforce gezien als een duur, maar kwalitatief hoogstaand softwarebedrijf. Beleggers waren bereid een premie te betalen voor de stabiele groei, de voorspelbare kasstromen en de sterke marktpositie. Door de onrust rond AI is die bereidheid tijdelijk afgenomen, waardoor de waardering onder druk is gekomen.
De gedaalde beurskoers van Salesforce:

Om te begrijpen wat dit betekent, is het belangrijk om te kijken naar hoe Salesforce vandaag wordt gewaardeerd en hoe dat zich verhoudt tot het verleden. Salesforce is inmiddels geen hypergroeier meer. In de beginjaren groeide de omzet met tientallen procenten per jaar, maar die fase ligt achter ons. Tegenwoordig ligt de omzetgroei rond de hoge enkele cijfers. Dat is lager, maar wel stabiel en beter voorspelbaar.
Op basis van de winst noteert Salesforce momenteel tegen een koers-winstverhouding in de lage tot midden twintig. Dat is duidelijk lager dan enkele jaren geleden, toen beleggers bereid waren om multiples van vijftig of hoger te betalen. Ook op basis van vrije kasstroom is het aandeel aantrekkelijker geworden. De verhouding tussen koers en vrije kasstroom ligt nu rond de twintig, wat voor een bedrijf met sterke marges en een dominante marktpositie redelijk te noemen is.
De flink gedaalde PE van Salesforce:

Belangrijk is dat Salesforce de afgelopen jaren sterk heeft ingezet op winstgevendheid en kasstroom. Waar het bedrijf vroeger vooral focuste op groei, ligt de nadruk nu meer op efficiëntie, kostenbeheersing en aandeelhouderswaarde. Dit heeft geleid tot hogere marges en een sterke groei van de vrije kasstroom. Die kasstroom wordt deels gebruikt voor aandeleninkoop en sinds kort ook voor dividend. Dat maakt Salesforce aantrekkelijker voor een breder type belegger.
De huidige waardering weerspiegelt een zekere mate van twijfel. Beleggers rekenen niet meer op een terugkeer naar extreem hoge groeicijfers. In plaats daarvan wordt uitgegaan van een scenario waarin Salesforce een volwassen softwarebedrijf blijft met stabiele, maar gematigde groei. In dat licht is de huidige waardering niet overdreven, maar ook niet goedkoop.
De vraag is vooral hoeveel onzekerheid rond AI al is ingeprijsd. Als de zorgen overdreven blijken en Salesforce erin slaagt om AI succesvol te integreren in zijn verdienmodel, dan kan de huidige waardering aan de lage kant blijken. In dat scenario is er ruimte voor een herwaardering, niet zozeer door hogere groei, maar door hernieuwd vertrouwen.
Aan de andere kant is het ook duidelijk dat de foutmarge kleiner is geworden. Salesforce moet blijven leveren. Als de omzetgroei verder afzwakt of als de overgang naar nieuwe prijsmodellen moeizaam verloopt, dan is er weinig ruimte voor teleurstellingen. De markt is kritischer geworden en zal minder snel vergeven.
Samenvattend laat de waardering van Salesforce zien dat het aandeel is verschoven van een groeiverhaal naar een kwaliteitsverhaal. De recente daling heeft het risico-rendementsprofiel verbeterd, maar maakt het aandeel niet automatisch goedkoop. Voor beleggers die geloven dat Salesforce zijn positie ook in een AI-gedreven wereld kan behouden, biedt de huidige waardering een aantrekkelijker instapmoment dan in het verleden. Voor wie twijfelt aan die aanpassing, blijft voorzichtigheid geboden.
Wolters Kluwer: van uitgever tot onmisbare software voor kritische beroepen
Wolters Kluwer is een van die bedrijven die op de achtergrond opereert, maar een cruciale rol speelt in het dagelijks functioneren van hele sectoren. Het bedrijf begon bijna twee eeuwen geleden als Nederlandse uitgever van educatieve en juridische boeken, maar is in de loop van de tijd volledig getransformeerd. Vandaag de dag is Wolters Kluwer geen uitgever meer in de klassieke zin, maar een wereldwijde leverancier van gespecialiseerde software en databanken voor professionals die werken in omgevingen waar fouten grote gevolgen kunnen hebben.
De klanten van Wolters Kluwer zijn geen consumenten, maar artsen, juristen, fiscalisten, accountants, compliance-specialisten en bestuurders. Dit zijn beroepen waarin beslissingen vaak juridische, financiële of medische consequenties hebben. In zulke sectoren is toegang tot actuele, betrouwbare en goed gestructureerde informatie essentieel. Wolters Kluwer levert precies dat, maar doet dit niet meer via boeken of losse documenten. Het bedrijf biedt geïntegreerde softwareoplossingen die diep zijn ingebed in de dagelijkse workflow van zijn gebruikers.
Een arts die een diagnose stelt, gebruikt medische beslissingsondersteuning van Wolters Kluwer om te controleren welke behandeling het meest geschikt is. Een fiscalist gebruikt software van Wolters Kluwer om belastingaangiftes te doen volgens de nieuwste wetgeving. Een jurist raadpleegt juridische databanken en gebruikt tools voor contractbeheer en compliance. In al deze gevallen is de software geen extra hulpmiddel, maar een vast onderdeel van het werkproces.
Wolters Kluwer is actief in meerdere kennisintensieve domeinen, maar de gemene deler is altijd dezelfde. Het bedrijf combineert diepgaande, gevalideerde content met software die deze informatie direct toepasbaar maakt. De waarde zit niet alleen in de data zelf, maar in de manier waarop die data wordt geïntegreerd in workflows. Dat onderscheidt Wolters Kluwer van generieke softwareleveranciers.
Het verdienmodel van Wolters Kluwer is gebouwd op voorspelbaarheid. Het grootste deel van de omzet komt uit terugkerende abonnementen. Klanten betalen jaarlijks voor toegang tot software en databanken. Deze contracten worden vaak automatisch verlengd en hebben een hoge klantretentie. Dat komt doordat de producten mission critical zijn. Zonder toegang tot de software kunnen gebruikers hun werk niet goed uitvoeren.
Naast abonnementen verdient Wolters Kluwer ook geld met aanvullende diensten, zoals implementatie, training en consultancy. Deze diensten helpen klanten om de software optimaal te gebruiken en versterken de relatie tussen klant en leverancier. Hoewel deze activiteiten minder winstgevend zijn dan de software zelf, dragen ze bij aan de lange termijnbinding.
De omzetverdeling van Wolters Kluwer:

Door de focus op software en abonnementen is de omzet van Wolters Kluwer stabiel en goed voorspelbaar. Meer dan tachtig procent van de inkomsten is terugkerend. Dit maakt het bedrijf relatief ongevoelig voor economische schommelingen. Ook in tijden van recessie moeten artsen diagnoses stellen, juristen dossiers bijhouden en bedrijven voldoen aan wet- en regelgeving.
De kracht van Wolters Kluwer zit in zijn economische slotgracht, die diep en breed is. Een belangrijk onderdeel daarvan is de unieke content die het bedrijf in de loop van decennia heeft opgebouwd. Juridische uitspraken, medische richtlijnen en fiscale regels worden voortdurend geactualiseerd en gecontroleerd. Deze databanken zijn het resultaat van jarenlange investeringen en expertise. Voor nieuwe spelers is het vrijwel onmogelijk om dit snel en betrouwbaar te kopiëren.
Daarnaast is de software van Wolters Kluwer diep geïntegreerd in de workflow van klanten. De systemen zijn vaak gekoppeld aan andere software, zoals patiëntendossiers, financiële systemen of compliance-platforms. Hierdoor ontstaat een complexe IT-omgeving waarin Wolters Kluwer een centrale rol speelt. Overstappen naar een andere leverancier betekent niet alleen een nieuw systeem leren, maar ook processen opnieuw inrichten en risico’s nemen op fouten.
De accounting software van Wolters Kluwer:

In de sectoren waarin Wolters Kluwer actief is, speelt regelgeving een grote rol. Wet- en regelgeving verandert voortdurend en verschilt per land. Wolters Kluwer zorgt ervoor dat zijn software altijd voldoet aan de laatste eisen. Dat vraagt om gespecialiseerde kennis en voortdurende investeringen. Voor klanten is het eenvoudiger en veiliger om dit uit te besteden aan een betrouwbare partij dan om het zelf te beheren.
Ook reputatie is een belangrijk onderdeel van de moat. In de gezondheidszorg en de juridische sector draait alles om vertrouwen. Een foutieve bron of verouderde informatie kan grote gevolgen hebben. Wolters Kluwer heeft wereldwijd een reputatie opgebouwd als betrouwbare leverancier. Dat vertrouwen is moeilijk te winnen en nog moeilijker te vervangen.
Door deze combinatie van factoren is Wolters Kluwer uitgegroeid tot een stabiele, winstgevende onderneming met sterke marges. Het bedrijf behaalt al jaren een operationele marge van rond de 27 procent, wat hoog is voor een onderneming met zo’n breed productaanbod. De vrije kasstroom is sterk en wordt efficiënt ingezet voor investeringen, overnames, dividend en aandeleninkoop.
De EBIT marge van Wolters Kluwer:

Wolters Kluwer is daarmee geen groeiverhaal dat drijft op hype of snelle adoptie. Het is een bedrijf dat stap voor stap waarde heeft opgebouwd, met een duidelijke focus op kwaliteit, betrouwbaarheid en lange termijnrelaties. Dat maakt het voor beleggers aantrekkelijk, maar ook minder spectaculair. De groei is gestaag, niet explosief.
Juist deze eigenschappen zorgen ervoor dat Wolters Kluwer vaak wordt gezien als een defensieve speler binnen technologie. Het bedrijf combineert softwarematige schaalvoordelen met de stabiliteit van gereguleerde markten. Dat verklaart waarom het aandeel lange tijd goed standhield, zelfs in onrustige markten.
De recente daling van het aandeel laat zien dat ook Wolters Kluwer niet immuun is voor zorgen rond kunstmatige intelligentie. De vraag is hoe AI zich verhoudt tot de unieke positie van het bedrijf. Kan AI de waarde van gespecialiseerde kennissoftware aantasten, of versterkt het die juist?
Wolters Kluwer: waarom AI als bedreiging wordt gezien, en waarom die zorg mogelijk wordt overschat
De recente koersdruk bij Wolters Kluwer komt niet voort uit tegenvallende cijfers of een verslechtering van de operationele prestaties. De omzet groeit nog steeds gestaag, de marges blijven hoog en de kasstromen zijn sterk. Toch is ook dit aandeel geraakt door de bredere angst rond kunstmatige intelligentie. Beleggers vragen zich af of AI op termijn de kern van het verdienmodel kan aantasten.
De enorme daling van de beurskoers van Wolters Kluwer:

Die zorg is begrijpelijk. AI-modellen worden steeds beter in het analyseren van teksten, het samenvatten van informatie en het beantwoorden van complexe vragen. Dat zijn precies de activiteiten waarvoor veel klanten Wolters Kluwer gebruiken. Juristen zoeken naar relevante jurisprudentie, artsen raadplegen medische richtlijnen en fiscalisten werken met complexe wetgeving. Als AI dit sneller en goedkoper kan, lijkt het logisch om te vrezen dat gespecialiseerde software minder nodig wordt.
Daarnaast zijn veel AI-toepassingen laagdrempelig en breed beschikbaar. Grote technologiebedrijven bieden generieke AI-tools aan die tegen relatief lage kosten enorme hoeveelheden informatie kunnen verwerken. Voor beleggers roept dat de vraag op of klanten in de toekomst nog bereid zijn om hoge abonnementskosten te betalen voor gespecialiseerde databanken, als AI ogenschijnlijk hetzelfde kan leveren.
Toch zit hier een belangrijk misverstand. In de sectoren waarin Wolters Kluwer actief is, draait het niet alleen om snelheid of gemak, maar vooral om betrouwbaarheid. Een juridisch advies, medische richtlijn of fiscale berekening moet niet alleen plausibel klinken, maar aantoonbaar correct zijn. In veel gevallen moet ook duidelijk zijn waar informatie vandaan komt en welke bron wordt gebruikt. Generieke AI-modellen hebben juist moeite met deze transparantie en kunnen fouten maken zonder dat dit direct zichtbaar is.
De eindmarkt van Wolters Kluwer zijn erg mission critical:

Voor professionals is dat risico onacceptabel. Een arts kan geen behandeling baseren op een antwoord waarvan de bron onduidelijk is. Een jurist kan geen contract aanpassen op basis van een AI-suggestie zonder zekerheid over de juridische juistheid. In zulke omgevingen blijft gevalideerde, actuele en herleidbare informatie essentieel. Dat is precies waar Wolters Kluwer zijn waarde ontleent.
Bovendien gebruikt Wolters Kluwer AI niet als vervanging van zijn producten, maar als uitbreiding ervan. Het bedrijf integreert AI bovenop zijn bestaande databanken en software. Dat betekent dat AI wordt gevoed met gecontroleerde en gestructureerde data. Hierdoor kan AI sneller relevante informatie vinden, maar blijft de betrouwbaarheid behouden. De gebruiker krijgt niet alleen een antwoord, maar ook context en bronverwijzing.
Een ander punt dat vaak wordt onderschat, is de rol van aansprakelijkheid en compliance. In gereguleerde sectoren dragen organisaties verantwoordelijkheid voor de beslissingen die zij nemen. Als een AI-model een fout maakt, blijft de gebruiker aansprakelijk. Software van Wolters Kluwer is juist ontworpen om deze risico’s te beperken door duidelijke kaders, controles en updates. Dat geeft klanten zekerheid, iets wat generieke AI-tools voorlopig niet kunnen bieden.
Daar komt bij dat regelgeving rondom AI steeds strenger wordt. Transparantie, dataveiligheid en controle worden belangrijker. Wolters Kluwer opereert al decennia in sterk gereguleerde markten en heeft ervaring met compliance. Dit vormt eerder een voordeel dan een nadeel in een wereld waarin AI aan regels moet voldoen.
De angst dat AI de kernactiviteiten van Wolters Kluwer overbodig maakt, lijkt daarom overdreven. AI verandert hoe informatie wordt ontsloten, maar vermindert niet de behoefte aan betrouwbare kennis. Integendeel, naarmate AI meer wordt gebruikt, neemt de vraag naar hoogwaardige, gevalideerde data toe. Wolters Kluwer zit precies op dat snijvlak.
De markt focust nu vooral op wat AI mogelijk vervangt, maar minder op wat AI nodig heeft om goed te functioneren. Zonder betrouwbare data blijft AI beperkt. Voor Wolters Kluwer is AI daarom geen existentiële bedreiging, maar een instrument om zijn producten waardevoller te maken.
Wat de waardering zegt in een tijd van AI-onzekerheid
Wolters Kluwer staat al jarenlang bekend als een duur aandeel. Beleggers zijn traditioneel bereid geweest om een premie te betalen voor de stabiliteit, voorspelbaarheid en kwaliteit van het bedrijf. Dat is niet vreemd. Het bedrijf combineert terugkerende inkomsten met hoge marges en een sterke kasstroom, en opereert in markten die weinig conjunctuurgevoelig zijn. Toch is ook Wolters Kluwer de afgelopen periode goedkoper geworden door de bredere onzekerheid rond kunstmatige intelligentie.
Als we naar de waardering kijken, zien we dat Wolters Kluwer historisch vaak noteert tegen een koers-winstverhouding in het midden tot hoge twintiggebied. Dat weerspiegelt het vertrouwen van de markt in de lange termijn groei en de duurzaamheid van het verdienmodel. Na de recente daling ligt de koers-winstverhouding dichter bij de vijftien. Dat is lager dan in veel voorgaande jaren.
De relatief lage PE van Wolters Kluwer:

Op basis van vrije kasstroom blijft Wolters Kluwer aan de prijzige kant. De verhouding tussen koers en vrije kasstroom ligt duidelijk boven die van veel andere Europese bedrijven. Daar staat tegenover dat de kasstroom zeer stabiel is en dat een groot deel ervan daadwerkelijk beschikbaar is voor aandeelhouders. Wolters Kluwer zet zijn vrije kasstroom al jaren efficiënt in voor dividenduitkeringen en aandeleninkoop, terwijl de balans gezond blijft.
De hoge waardering hangt nauw samen met het rendement op geïnvesteerd kapitaal.
Wolters Kluwer weet structureel een hoog rendement te behalen op nieuwe investeringen. Dat betekent dat elke euro die opnieuw in het bedrijf wordt gestoken, relatief veel waarde oplevert. Voor beleggers is dat een belangrijk signaal. Het rechtvaardigt een hogere multiple, zolang het bedrijf deze discipline weet vast te houden.
De hoge ROIC, stabiel dividend en buybacks van Wolters Kluwer:

De recente koersdaling suggereert dat beleggers tijdelijk meer risico zien. Niet zozeer omdat de cijfers verslechteren, maar omdat de toekomst lastiger te voorspellen wordt. AI introduceert onzekerheid over hoe snel producten veranderen en hoe prijsmodellen zich ontwikkelen. Bij een bedrijf dat traditioneel als zeer voorspelbaar werd gezien, weegt die onzekerheid extra zwaar.
Toch is het belangrijk om te benadrukken dat Wolters Kluwer geen groeiverhaal is dat leunt op optimistische aannames. De organische groei ligt al jaren rond de vijf tot zes procent. Dat is bescheiden, maar stabiel. De waardering impliceert geen extreme groei, maar een voortzetting van dit patroon, gecombineerd met hoge marges en sterke kasstromen.
De beperkte omzetgroei van Wolters Kluwer:

Voor beleggers betekent dit dat de foutmarge beperkt blijft, maar niet verdwijnt. Als Wolters Kluwer erin slaagt om AI te integreren zonder zijn prijszettingsmacht te verliezen, dan blijft de huidige waardering verdedigbaar. In dat scenario kan het aandeel weer langzaam terugkeren naar hogere multiples, zoals in het verleden.
Als daarentegen blijkt dat AI de prijsdruk verhoogt of dat klanten kritischer worden over abonnementen, dan is er weinig ruimte voor verdere multiple-expansie. De waardering is lager dan voorheen, maar nog steeds gebaseerd op vertrouwen in kwaliteit en stabiliteit.
Intuit: de stille standaard achter boekhouding en belastingaangifte
Intuit is een Amerikaans softwarebedrijf dat zich volledig richt op het vereenvoudigen van financiële administratie voor consumenten, zelfstandigen en kleine bedrijven. Het bedrijf werd opgericht in 1983 en begon met een eenvoudig idee: financiële taken begrijpelijk maken voor mensen zonder boekhoudkundige achtergrond. Dat uitgangspunt is nog steeds de kern van het bedrijf, al is de schaal inmiddels enorm. Vandaag de dag gebruiken meer dan honderd miljoen mensen wereldwijd producten van Intuit.
De bekendste producten van Intuit zijn QuickBooks en TurboTax. QuickBooks is boekhoudsoftware voor kleine en middelgrote bedrijven. TurboTax is software waarmee consumenten en zelfstandigen hun belastingaangifte kunnen doen. In de Verenigde Staten zijn deze namen bijna synoniem geworden met boekhouden en belastingaangifte. Voor veel gebruikers is Intuit niet één van de opties, maar simpelweg de standaard.
De producten van Intuit:

QuickBooks helpt ondernemers bij het bijhouden van inkomsten en uitgaven, het versturen van facturen, het betalen van salarissen en het doen van belastingaangifte. Wat het product onderscheidt, is dat het is ontworpen voor mensen die geen boekhouder zijn. De software begeleidt gebruikers stap voor stap en automatiseert zoveel mogelijk handelingen. Daardoor kunnen kleine ondernemers hun administratie zelf doen, zonder afhankelijk te zijn van dure externe adviseurs.
TurboTax speelt een vergelijkbare rol aan de consumentenkant. Het Amerikaanse belastingstelsel is complex en verandert voortdurend. TurboTax vertaalt die complexiteit naar een begrijpelijk proces. Gebruikers beantwoorden vragen en de software berekent automatisch wat ze moeten betalen of terugkrijgen. Voor veel Amerikanen is TurboTax een jaarlijks terugkerend ritueel.
Naast deze kernproducten heeft Intuit zijn aanbod de afgelopen jaren verbreed. Met de overname van Credit Karma kreeg het bedrijf toegang tot een groot platform voor consumentenfinanciën. Credit Karma biedt gebruikers inzicht in hun kredietscore en verdient geld via commissies op financiële producten zoals leningen en creditcards. Met de overname van Mailchimp stapte Intuit ook in marketingsoftware voor kleine bedrijven. Hierdoor kan Intuit ondernemers niet alleen helpen met administratie, maar ook met het aantrekken en behouden van klanten.
Het platform Credit Karma:

Samen vormen deze producten een ecosysteem dat meerdere financiële behoeften van dezelfde gebruiker bedient. Een ondernemer kan beginnen met QuickBooks voor de boekhouding, Mailchimp gebruiken voor marketing en TurboTax inzetten voor belastingaangifte. Aan de consumentenkant kan iemand via Credit Karma binnenkomen en later TurboTax gebruiken. Deze verwevenheid verhoogt de waarde per klant en maakt overstappen minder aantrekkelijk.
Het verdienmodel van Intuit is grotendeels gebaseerd op abonnementen en terugkerende inkomsten. Gebruikers betalen maandelijks of jaarlijks voor toegang tot QuickBooks. TurboTax wordt meestal per aangifte betaald, vaak jaarlijks. Credit Karma en Mailchimp voegen aanvullende inkomstenstromen toe via commissies en abonnementen. Door deze mix is de omzet zowel schaalbaar als relatief stabiel.
De omzetverdeling van Intuit:

Een belangrijk kenmerk van Intuit is dat het bedrijf sterk profiteert van structurele trends. Wereldwijd gebruiken miljoenen kleine bedrijven nog steeds Excel, papieren administratie of verouderde software. De overstap naar cloudgebaseerde boekhoudsoftware is nog lang niet voltooid. Elke nieuwe ondernemer die digitaliseert, is een potentiële klant voor Intuit. In dat opzicht groeit de markt vanzelf mee met de economie.
De kracht van Intuit zit niet alleen in zijn producten, maar ook in zijn positie in het ecosysteem van kleine bedrijven. In de Verenigde Staten werken honderdduizenden accountants en boekhouders dagelijks met QuickBooks. Zij adviseren hun klanten vaak om hetzelfde systeem te gebruiken. Dit creëert een sterk netwerkeffect. Hoe meer accountants QuickBooks gebruiken, hoe aantrekkelijker het wordt voor ondernemers. En hoe meer ondernemers het gebruiken, hoe belangrijker het wordt voor accountants.
Overstapkosten spelen hierbij een grote rol. Boekhouding is geen gebied waar ondernemers graag experimenteren. Fouten kunnen leiden tot boetes, stress en tijdverlies. Zodra een bedrijf zijn administratie heeft ingericht in QuickBooks, is de drempel om te wisselen hoog. Data moet worden overgezet, processen opnieuw ingericht en medewerkers opnieuw getraind. Veel ondernemers kiezen er daarom voor om te blijven, zelfs als alternatieven iets goedkoper zijn.
Ook het merk van Intuit is een belangrijk onderdeel van de moat. QuickBooks en TurboTax genieten een hoge mate van vertrouwen. Dat vertrouwen is opgebouwd over tientallen jaren. In financiële zaken is vertrouwen cruciaal. Gebruikers willen zekerheid dat hun cijfers kloppen en dat de software voldoet aan de regels. Dat maakt het voor nieuwe spelers lastig om snel marktaandeel te winnen.
Daarnaast heeft Intuit schaalvoordelen die moeilijk te evenaren zijn. Het bedrijf investeert miljarden in productontwikkeling, marketing en ondersteuning. Hierdoor kan het zijn software continu verbeteren en nieuwe functies toevoegen. Kleinere concurrenten missen vaak de middelen om dit tempo bij te houden. Zelfs als zij een beter product hebben op één onderdeel, is het lastig om te concurreren met een breed en geïntegreerd platform.
De schaalvoordelen zie je goed terug in de hoge marges:

Intuit is daardoor uitgegroeid tot een soort infrastructuur voor kleine bedrijven en consumenten. Het bedrijf zit diep in de financiële huishouding van zijn gebruikers. Dat maakt de inkomsten voorspelbaar en de klantrelaties langdurig. Tegelijkertijd betekent het dat Intuit een grote verantwoordelijkheid draagt. Veranderingen in regelgeving, technologie of gebruikersgedrag hebben directe impact.
De recente koersdaling van Intuit laat zien dat beleggers twijfelen over hoe dit model zich houdt in een wereld waarin AI steeds meer taken automatiseert. De vraag is of boekhoud- en belastingsoftware in de toekomst nog dezelfde waarde heeft. Die vraag raakt de kern van Intuit’s positie.
Waarom AI als bedreiging wordt gezien, en waarom dat beeld te eenzijdig is
De zorgen rond Intuit en kunstmatige intelligentie komen voort uit een simpele gedachte. Als AI steeds beter wordt in rekenen, analyseren en uitleggen, waarom zouden mensen dan nog dure boekhoud- of belastingsoftware nodig hebben? In theorie kan een generiek AI-model immers inkomsten en uitgaven analyseren, belastingregels toepassen en advies geven. Voor beleggers klinkt dat als een directe bedreiging voor producten als QuickBooks en TurboTax.
Hierdoor daalde de beurskoers flink:

Deze angst wordt versterkt doordat AI-tools laagdrempelig zijn. Steeds meer mensen gebruiken AI om vragen te stellen over financiën, belastingen of bedrijfsvoering. Dat wekt de indruk dat complexe software overbodig wordt. Zeker bij kleine ondernemers, die gevoelig zijn voor kosten, lijkt dit een logisch risico. Als AI goedkoper is, waarom zou je dan blijven betalen?
Toch gaat deze redenering voorbij aan de praktijk waarin Intuit opereert. Boekhouding en belastingaangifte draaien niet alleen om het juiste antwoord, maar ook om consistentie, structuur en naleving van regels. Een ondernemer moet niet alleen weten hoeveel belasting hij moet betalen, maar ook kunnen aantonen hoe dat bedrag tot stand is gekomen. De administratie moet aansluiten op wetgeving, controles en audits. Daarin schiet generieke AI voorlopig tekort.
AI-modellen zijn goed in het genereren van plausibele antwoorden, maar minder goed in verantwoordelijkheid. Als een AI-tool een fout maakt in een belastingaangifte, ligt de aansprakelijkheid volledig bij de gebruiker. Voor veel ondernemers en consumenten is dat een groot risico. Software van Intuit is juist ontworpen om deze risico’s te beperken. Het systeem dwingt structuur af, controleert invoer en wordt continu aangepast aan veranderende wetgeving.
Daarnaast werkt Intuit al jaren met AI, maar dan op een gecontroleerde manier. In QuickBooks worden AI-functies gebruikt om transacties automatisch te categoriseren, fouten te signaleren en cashflow te voorspellen. In TurboTax helpt AI bij het stellen van de juiste vragen en het opsporen van aftrekposten. Dit zijn geen losstaande experimenten, maar functies die diep zijn geïntegreerd in het bestaande systeem.
Het verschil zit in de combinatie van data en context. Intuit beschikt over enorme hoeveelheden gestructureerde financiële data die direct gekoppeld zijn aan wet- en regelgeving. AI die bovenop deze data wordt ingezet, is betrouwbaarder dan een generiek model dat werkt met algemene informatie. Daardoor kan Intuit AI gebruiken om processen te versnellen, zonder de controle te verliezen.
Een ander punt dat vaak wordt onderschat, is het gedrag van gebruikers. Veel kleine ondernemers willen geen experimentele oplossingen voor hun administratie. Ze zoeken stabiliteit en duidelijkheid. Zeker in stressvolle periodes, zoals rond belastingaangifte, kiezen mensen liever voor een bekend systeem dan voor een nieuw en onzeker alternatief. Vertrouwen speelt hier een grotere rol dan innovatie alleen.
Ook vanuit regelgeving bezien is AI geen vrije speler. Overheden stellen steeds strengere eisen aan financiële software. Transparantie, dataveiligheid en controle worden belangrijker. Intuit heeft ervaring met deze eisen en bouwt zijn producten hierop. Generieke AI-tools zullen juist tegen beperkingen aanlopen zodra zij in dit soort omgevingen worden ingezet.
De dreiging van AI zit voor Intuit daarom niet zozeer in vervanging, maar in verandering. De vraag is niet of AI boekhouding overneemt, maar wie AI het beste integreert in bestaande workflows. Intuit heeft hier een voorsprong door zijn schaal, data en klantrelaties.
De markt kijkt nu vooral naar wat AI goedkoper kan maken. Minder aandacht gaat uit naar wat AI nodig heeft om betrouwbaar te zijn. Zonder structuur, actuele regels en geïntegreerde processen blijft AI beperkt. In die context is AI voor Intuit eerder een kans om zijn positie te versterken dan een existentiële bedreiging.
Intuit: een sterke onderneming met een waardering die weinig vergeeft
Intuit is al jaren een van de duurst gewaardeerde softwarebedrijven op de beurs. Beleggers hebben het bedrijf een premie toegekend vanwege de dominante marktpositie, de voorspelbare groei en de hoge winstgevendheid. Ook na de recente koersdaling is die premie nog steeds zichtbaar. De vraag is daarom niet of Intuit een sterk bedrijf is, maar of de huidige waardering voldoende ruimte laat voor aantrekkelijke rendementen.
Op basis van de koers-winstverhouding noteert Intuit op een niveau dat duidelijk boven het gemiddelde van de markt ligt. Historisch schommelt de P/E vaak tussen de veertig en vijftig, afhankelijk van het sentiment rond groei en technologie. Dat betekent dat beleggers bereid zijn ver vooruit te kijken en een groot deel van de toekomstige groei nu al te betalen. In een omgeving waarin AI onzekerheid introduceert, wordt zo’n waardering kwetsbaarder. Toch is Intuit het goedkoopste sinds een aantal jaar.
De relatief hoge PE van Intuit:

Ook als we kijken naar de verhouding tussen koers en vrije kasstroom blijft Intuit aan de dure kant. De vrije kasstroom is sterk en groeit mee met de omzet, maar de multiple impliceert dat deze groei jarenlang doorzet zonder grote tegenvallers. Dat is een hoge lat. Zelfs kleine vertragingen in groei of stijgende kosten kunnen dan een relatief grote impact hebben op de koers.
Daar staat tegenover dat Intuit een uitzonderlijk winstgevend bedrijf is. De brutomarges liggen rond de tachtig procent en de operationele marges zijn hoog voor een bedrijf van deze schaal. Dit zorgt ervoor dat een groot deel van de omzet daadwerkelijk beschikbaar is voor investeringen, dividend en aandeleninkoop. Vanuit dat perspectief is een hogere waardering beter te verdedigen dan bij bedrijven die vooral op omzetgroei draaien.
Een belangrijk element in de waardering is de verwachte winstgroei. Analisten rekenen de komende jaren op een groei van de winst per aandeel van rond de twaalf tot vijftien procent per jaar. Die groei komt niet alleen uit omzetstijging, maar ook uit schaalvoordelen en aandeleninkoop. Als Intuit dit tempo weet vast te houden, dan is de huidige waardering verdedigbaar, maar niet goedkoop.
De verwachte EPS groei van analisten:

Het risico zit vooral in multiple-contractie. Naarmate een bedrijf groter en volwassener wordt, nemen beleggers vaak genoegen met lagere waarderingen. Zelfs als de winst blijft groeien, kan de koers achterblijven wanneer de P/E daalt. Bij Intuit is dat risico reëel, juist omdat de waardering zo hoog is begonnen. Een daling van de multiple kan jaren van winstgroei gedeeltelijk tenietdoen in het rendement voor aandeelhouders.
De recente koersdaling heeft Intuit iets aantrekkelijker gemaakt dan voorheen, maar nog niet goedkoop. Het aandeel is verschoven van “zeer duur” naar “duur met kwaliteit”. Voor beleggers die zoeken naar stabiliteit, voorspelbaarheid en een sterke moat, kan dat voldoende zijn. Voor beleggers die mikken op hoge rendementen op middellange termijn, blijft de instapprijs een belangrijk struikelblok.
De waardering weerspiegelt vooral vertrouwen. Vertrouwen dat Intuit zijn dominante positie behoudt. Vertrouwen dat AI geen structurele schade aanricht. En vertrouwen dat het management discipline houdt in kapitaalallocatie. Zolang dat vertrouwen intact blijft, kan de premie blijven bestaan. Als het vertrouwen wankelt, is de ruimte naar beneden groter dan bij gemiddeld gewaardeerde aandelen.
Intuit blijft daarmee een klassiek kwaliteitsbedrijf in een nieuwe fase. Minder een aandeel dat je koopt voor een snelle meevaller, meer een aandeel dat je bezit voor de lange termijn, met het besef dat de waardering weinig fouten vergeeft.
Gaat AI alles veranderen?
Kunstmatige intelligentie zorgt op dit moment voor veel onrust in de technologiesector. De snelheid waarmee nieuwe modellen zich ontwikkelen, maakt het lastig om in te schatten welke bedrijfsmodellen op lange termijn overeind blijven. Die onzekerheid vertaalt zich direct naar de beurs. Vooral SaaS-bedrijven zijn geraakt, omdat beleggers vrezen dat AI bestaande software goedkoper of zelfs overbodig maakt. De recente koersdalingen bij Salesforce, Wolters Kluwer en Intuit passen in dat bredere beeld.
Die zorgen zijn niet ongegrond. AI kan processen automatiseren, taken versnellen en bepaalde functies vervangen. Dat zal onvermijdelijk leiden tot verschuivingen in hoe software wordt gebruikt en geprijsd. Toch betekent dit niet dat alle softwarebedrijven kwetsbaar zijn. Juist in deze overgangsfase wordt duidelijk welke bedrijven een structureel voordeel hebben.
Ondernemingen die werken met grote hoeveelheden eigen data, die gevoelige informatie verwerken en die diep verweven zijn met de kernprocessen van hun klanten, hebben een duidelijke voorsprong. In sectoren waar fouten grote gevolgen hebben, zoals klantdata, financiën, wetgeving of gezondheidszorg, blijft betrouwbaarheid belangrijker dan gemak alleen. AI kan daar ondersteunen, maar niet zomaar vervangen.
Salesforce, Wolters Kluwer en Intuit bevinden zich precies in dat deel van de markt. Hun software is mission critical. Bedrijven en professionals bouwen hun dagelijkse werkprocessen rondom deze systemen. Dat zorgt voor hoge overstapkosten en sterke klantbinding. Daarnaast beschikken deze bedrijven over krachtige distributiekanalen, sterke merken en een lange geschiedenis van vertrouwen. Dat zijn eigenschappen die niet snel verdwijnen door een technologische trend.
AI verandert de manier waarop hun producten worden gebruikt, maar tast niet direct de kern van hun waarde aan. Integendeel, AI vergroot juist de waarde van gestructureerde, betrouwbare data en geïntegreerde workflows. Bedrijven die dit goed weten te combineren, hebben de beste kans om sterker uit deze periode te komen.
De onzekerheid is reëel, maar de markt straft momenteel ook kwaliteit af. Voor langetermijnbeleggers betekent dat niet dat het risico verdwenen is, maar wel dat de uitgangspositie is verbeterd. In een tijd van verandering zijn het juist bedrijven met schaal, lock-in en vertrouwen die de meeste kans hebben om te blijven bestaan.





















































