Is dit het sterkste luxe bedrijf ter wereld: deepdive
- Daan Heijneman

- 12 uur geleden
- 19 minuten om te lezen
In het kort:
Ferrari is een luxemerk dat bewust weinig auto’s produceert om exclusiviteit en hoge marges te behouden.
Het bedrijf behaalt brutomarges rond de vijftig procent en operationele marges die ver boven die van andere autofabrikanten liggen.
De sterke merknaam, trouwe klantenbasis en gecontroleerde groei maken Ferrari tot een uitzonderlijk winstgevend bedrijf, maar het aandeel is vaak hoog gewaardeerd.
Ferrari wordt vaak gezien als een producent van snelle sportwagens, maar economisch gezien is het bedrijf veel meer dan dat. Waar de meeste autofabrikanten streven naar schaalvergroting, hogere productieaantallen en marktaandeel, kiest Ferrari bewust voor een andere aanpak. Het bedrijf richt zich niet op zoveel mogelijk auto’s verkopen, maar op het verkopen van zo waardevol mogelijke auto’s. Dat lijkt een klein verschil, maar het zorgt voor een compleet ander bedrijfsmodel.
Jaarlijks produceert Ferrari ongeveer dertienduizend auto’s. Dat aantal is extreem laag vergeleken met grote fabrikanten die miljoenen voertuigen per jaar bouwen. Toch zou Ferrari technisch in staat zijn om meer te produceren. De beperking is dus geen noodzaak, maar een strategische keuze. Door minder auto’s te leveren dan de markt vraagt, blijven wachtlijsten bestaan en blijven prijzen hoog. Klanten accepteren wachttijden van meerdere jaren, omdat het bezit van een Ferrari status en exclusiviteit uitstraalt.
Deze strategie lijkt sterk op die van luxemerken zoals Hermès of Chanel. Ook daar draait het om schaarste, merkbeleving en controle over distributie. Ferrari past deze luxe logica toe in een kapitaalintensieve industrie waar normaal gesproken schaalvoordelen en volume centraal staan. Dat maakt het bedrijf uniek.
Voor beleggers betekent dit dat Ferrari niet beoordeeld moet worden als een gewone autofabrikant. Het is eerder een luxebedrijf dat toevallig auto’s produceert. Dat verklaart de hoge marges, de sterke kasstromen en ook de hoge waardering op de beurs.
Hierdoor doet het bedrijf het enorm goed op de beurs:

Van circuit naar catwalk – Hoe Ferrari geld verdient met verlangen
Ferrari bouwt auto’s, maar verkoopt emotie, status en toetreding tot een exclusieve wereld. Het bedrijf ontwerpt, ontwikkelt en produceert al zijn modellen in Italië, met Maranello als historisch en technisch centrum. Daar komen design, aerodynamica, motorontwikkeling en ambacht samen. Anders dan massafabrikanten draait het bij Ferrari niet om efficiënt transport, maar om prestaties, beleving en merkconsistentie. Elke auto moet niet alleen snel zijn, maar ook herkenbaar als Ferrari in geluid, uitstraling en rijervaring.
Het modellenaanbod is zorgvuldig opgebouwd rond verschillende families die elk een eigen rol spelen binnen het merk. De kern bestaat uit reguliere productiemodellen die meerdere jaren in productie blijven. Voorbeelden hiervan zijn de 296 GTB en 296 GTS, de Roma, de SF90 Stradale en de Purosangue. Deze modellen zorgen voor het grootste deel van de volumes en vormen de financiële basis van het bedrijf. De 296 GTB is een hybride V6 sportwagen die prestaties combineert met modernere aandrijftechniek. De SF90 Stradale is technologisch geavanceerd en levert bijna duizend pk, wat hem positioneert als een brug tussen reguliere modellen en hypercars. De Roma richt zich meer op elegantie en dagelijks gebruik, terwijl de Purosangue als eerste vierzits Ferrari een nieuw klantensegment aanspreekt.
De populaire ferrari 296 GTB:

Naast deze kernmodellen brengt Ferrari speciale uitvoeringen uit, zoals de 296 Speciale of de SF90 XX. Dit zijn krachtigere en scherper afgestelde varianten in beperkte oplage. Deze modellen zijn duurder, exclusiever en vaak direct uitverkocht. Ze versterken het imago van technologische superioriteit en bieden hogere marges per voertuig. Voor de meest loyale klanten introduceert Ferrari bovendien ultra gelimiteerde modellen binnen de Icona of Supercar categorie. Denk aan de Daytona SP3 of de nieuwe F80. Deze auto’s worden slechts in zeer kleine aantallen gebouwd en fungeren als vlaggenschip van het merk. Ze genereren niet alleen omzet, maar ook enorme media aandacht en merkwaarde.
Ongeveer vijfentachtig procent van de totale omzet komt uit de verkoop van auto’s en reserveonderdelen. Binnen die autoverkoop speelt personalisatie een cruciale rol. Ferrari biedt uitgebreide maatwerkprogramma’s aan waarmee klanten hun voertuig volledig naar wens kunnen samenstellen. Speciale lakken, unieke kleurcombinaties, carbonfiber exterieuronderdelen en gepersonaliseerde interieurs zijn gebruikelijk. Bij populaire modellen zoals de Purosangue en de SF90 kiest een groot deel van de klanten voor meerdere dure opties. Ongeveer twintig procent van de autogerelateerde omzet komt uit deze personalisatie. Omdat de kosten van deze extra opties relatief laag zijn in verhouding tot de prijs die klanten betalen, dragen ze sterk bij aan de winstgevendheid.
De omzetverdeling van Ferrari:

Een tweede inkomstenbron bestaat uit reserveonderdelen en onderhoud. Ferrari’s blijven vaak jarenlang in gebruik en vereisen specialistisch onderhoud. Eigenaren zijn bereid hoge bedragen te betalen voor originele onderdelen en gecertificeerde service. Dit zorgt voor terugkerende inkomsten met aantrekkelijke marges. Daarnaast produceert Ferrari motoren voor Maserati via langlopende overeenkomsten. Hoewel dit geen kernactiviteit is, levert het stabiele aanvullende omzet op.
De commerciële en merkgerelateerde activiteiten vormen een kleiner maar groeiend deel van de omzet. De Formule 1 speelt hierin een centrale rol. Ferrari is het enige team dat sinds de oprichting van het kampioenschap onafgebroken heeft deelgenomen. Het ontvangt inkomsten uit prijzengeld, commerciële rechten en sponsorcontracten. Het succes op het circuit versterkt de merkbeleving en ondersteunt de verkoop van straatauto’s. Naast de autosport genereert Ferrari inkomsten uit licenties voor kleding, accessoires en andere lifestyleproducten. Het merk heeft zich voorzichtig uitgebreid richting fashion, waarbij het hoge prijsniveaus hanteert om de luxe positionering te behouden.
Geografisch is Ferrari goed gespreid. Europa, het Midden Oosten en Afrika vertegenwoordigen samen het grootste deel van de leveringen. De Verenigde Staten zijn eveneens een belangrijke markt met een grote groep vermogende klanten. Azië groeit in betekenis, maar Ferrari bewaakt de volumes zorgvuldig. In China bijvoorbeeld wordt bewust geen agressieve volumegroei nagestreefd om overexposure te voorkomen. Het bedrijf wil voorkomen dat één regio te dominant wordt, omdat dit risico’s kan opleveren bij economische of politieke veranderingen.
De leveringen per regio:

De kern van Ferrari’s strategie blijft echter schaarste. Het bedrijf produceert minder auto’s dan de potentiële vraag. Wachtlijsten van meerdere jaren zijn gebruikelijk voor populaire modellen zoals de Purosangue. Dealers houden vrijwel geen voorraad aan. Zij fungeren als relatiebeheerders en begeleiden klanten bij het samenstellen en bestellen van hun auto. Toegang tot bepaalde modellen is vaak afhankelijk van eerdere aankopen. Loyaliteit wordt beloond met exclusieve uitnodigingen en vroege toegang tot speciale series.
Deze aanpak heeft belangrijke gevolgen voor de tweedehandsmarkt. Ferrari’s behouden vaak hun waarde uitzonderlijk goed. Sommige gelimiteerde modellen stijgen zelfs in waarde. Hoge restwaardes verlagen de effectieve kosten van bezit en stimuleren nieuwe aankopen. Klanten weten dat hun auto relatief waardevast is, wat de bereidheid vergroot om hoge aanschafprijzen te accepteren.
Door deze combinatie van beperkte productie, hoge personalisatie en sterke merkbinding kan Ferrari brutomarges rond de vijftig procent realiseren. De operationele marges liggen structureel ver boven die van traditionele autofabrikanten. Het bedrijf verkoopt geen massaproduct, maar een schaars en emotioneel geladen object.
De hoge brutowinstmarges van het bedrijf:

Ferrari’s succes is dus geen toeval, maar het resultaat van een strak geregisseerde strategie. Elk model, van de 296 GTB tot de F80, heeft een duidelijke rol binnen het merk. Elk jaar wordt het aanbod zorgvuldig vernieuwd zonder de exclusiviteit aan te tasten. Het bedrijf balanceert tussen groei en schaarste, tussen innovatie en traditie.
In essentie verkoopt Ferrari geen mobiliteit. Het verkoopt identiteit. Het combineert technologie, design en racegeschiedenis tot een product dat wereldwijd wordt begeerd. Die unieke combinatie vormt de basis van het verdienmodel en verklaart waarom Ferrari in staat is om in een kapitaalintensieve industrie marges te behalen die normaal alleen bij pure luxemerken te vinden zijn.
Tussen Hermès en horsepower: De markt waarin Ferrari opereert
Om Ferrari echt te begrijpen, moet je verder kijken dan de automarkt alleen. Op papier verkoopt Ferrari auto’s. In werkelijkheid opereert het bedrijf in het hoogste segment van de wereldwijde luxemarkt. Dat onderscheid is belangrijk, omdat de dynamiek van luxe fundamenteel anders is dan die van massaproductie.
De luxe Pyramide:

Wereldwijd worden jaarlijks ongeveer zeventig miljoen auto’s verkocht. Binnen dat enorme aantal vormen sportwagens slechts een klein deel. Nog kleiner is het segment dat Ferrari zelf definieert als luxe sportwagens. Dat segment omvat naar schatting ongeveer vijftigduizend auto’s per jaar. Met ruim dertienduizend leveringen per jaar heeft Ferrari dus een marktaandeel van ongeveer een kwart binnen zijn eigen niche. Dat is uitzonderlijk hoog voor een merk dat bewust beperkt produceert.
Toch is het relevanter om Ferrari te vergelijken met luxemerken dan met autofabrikanten. De wereldwijde markt voor luxe goederen bedraagt meer dan één biljoen dollar per jaar. In deze markt draait het niet om noodzaak, maar om emotie, identiteit en status. Klanten kopen geen product omdat ze het nodig hebben, maar omdat ze zich ermee willen onderscheiden.
In dat opzicht staat Ferrari dichter bij Hermès dan bij Porsche. Net als Hermès produceert Ferrari bewust minder dan de vraag toelaat. Schaarste is geen bijproduct, maar een kernonderdeel van de strategie. Het merk moet begeerlijk blijven. Te veel aanbod zou die magie doorbreken.
Wat de markt voor Ferrari extra aantrekkelijk maakt, is de structuur van de klantenbasis. Een groot deel van de verkopen gaat naar bestaande Ferrari klanten. Veel kopers bezitten meerdere Ferrari’s en wisselen hun auto’s periodiek in voor een nieuw model. Dit betekent dat Ferrari niet elk jaar duizenden nieuwe klanten hoeft te vinden om zijn productie te verkopen. De herhaalaankopen vormen een stabiele basis onder de vraag.
Dat is een belangrijk verschil met andere autobedrijven. In de massamarkt moet elk jaar opnieuw een grote groep nieuwe klanten worden overtuigd. Ferrari daarentegen bouwt langdurige relaties op met vermogende klanten die terugkeren. Loyaliteit wordt bovendien beloond. Wie meerdere modellen heeft gekocht, krijgt eerder toegang tot speciale series of gelimiteerde oplages. Dit versterkt de band met het merk en vergroot de kans op toekomstige aankopen.
Het aantal auto's dat concurrenten moeten verkopen om de winst op 1 Ferrari te evenaren:

Het aantal vermogende individuen wereldwijd groeit nog steeds. Naar schatting zijn er meer dan vijfentwintig miljoen mensen die zich een Ferrari zouden kunnen veroorloven. Ferrari verkoopt echter slechts een klein deel van dat potentiële klantenbestand per jaar. De hoge prijskaart vormt geen belemmering voor de kernklanten, maar zorgt er juist voor dat het merk exclusief blijft. Omdat een groot deel van de vraag afkomstig is van bestaande klanten, hoeft Ferrari geen agressieve marketingcampagnes te voeren om steeds nieuwe doelgroepen aan te trekken.
De belangrijkste concurrenten in dit segment zijn Lamborghini, McLaren en Aston Martin. Deze merken opereren eveneens in het hogere sportwagensegment. Toch heeft Ferrari een unieke positie dankzij zijn lange racehistorie en sterke merkherkenning. Ferrari is sinds het begin onafgebroken actief in de Formule 1. Die aanwezigheid heeft het merk diep verankerd in de autosportcultuur.
De groei in deze nichemarkt is geleidelijk. Het aantal vermogende klanten stijgt wereldwijd, vooral in Azië en het Midden Oosten. Tegelijkertijd verhoogt Ferrari de productie slechts voorzichtig. Het doel is niet om marktaandeel te maximaliseren, maar om het merk sterker te maken. Groei moet altijd in balans blijven met exclusiviteit.
Dit is te zien aan de stijgende omzet, maar dalende productie. Het kan auto's exclusief houden en prijzen verhogen:

De luxemarkt kent wel risico’s. Wanneer een merk te toegankelijk wordt, kan het zijn aantrekkingskracht verliezen. Ferrari probeert dit te voorkomen door productie, distributie en klantselectie zorgvuldig te controleren. De focus ligt niet op volume, maar op waarde per auto en waarde per klant.
Samengevat opereert Ferrari in een kleine maar zeer winstgevende niche binnen de wereldwijde luxemarkt. De combinatie van een groeiend aantal vermogende individuen en een loyale bestaande klantenbasis zorgt voor stabiele vraag. Ferrari hoeft geen massale instroom van nieuwe klanten te realiseren om te groeien. Het kan bouwen op herhaalaankopen, merkloyaliteit en een zorgvuldig bewaakt gevoel van exclusiviteit.
De economische moat van Ferrari
De kracht van Ferrari zit niet alleen in de producten die het verkoopt, maar vooral in de beschermingslaag rond het bedrijf. In de beleggingswereld wordt dat vaak een moat genoemd, een economische slotgracht die concurrenten op afstand houdt. Bij Ferrari bestaat die slotgracht uit meerdere lagen die elkaar versterken.
De eerste en belangrijkste laag is het merk. Ferrari is wereldwijd een van de meest herkenbare namen in de auto-industrie. Zelfs mensen zonder interesse in auto’s kennen het logo met het steigerende paard. Dat mentale marktaandeel is van enorme waarde. Wanneer iemand wordt gevraagd een sportwagen te noemen, is Ferrari vaak het eerste antwoord. Die spontane merkherkenning kun je niet kopen met reclamebudget alleen. Die bouw je op over tientallen jaren van prestaties, consistentie en succes.
De sterke merknaam van Ferrari:

De tweede laag van de moat is schaarste. Ferrari produceert bewust minder auto’s dan de markt vraagt. Hierdoor blijven wachtlijsten bestaan en blijft de prijszettingsmacht intact. In veel industrieën leidt hogere vraag tot hogere productie. Ferrari kiest voor het tegenovergestelde. Door de productie te beperken, blijft het merk begeerlijk. Dit beschermt niet alleen de nieuwprijzen, maar ook de restwaardes van gebruikte Ferrari’s. Hoge restwaardes versterken weer de bereidheid om nieuwe modellen te kopen.
Een derde laag is klantloyaliteit. Een groot deel van de Ferrari’s wordt verkocht aan bestaande klanten. Veel eigenaren bezitten meerdere Ferrari’s in hun garage. Ferrari onderhoudt deze relaties actief via exclusieve evenementen, previews en uitnodigingen. Toegang tot bepaalde gelimiteerde modellen is vaak voorbehouden aan trouwe klanten. Dit creëert een sterke prikkel om binnen het merk te blijven. Wie eenmaal deel uitmaakt van de Ferrari wereld, wil zijn positie niet verliezen.
De vierde laag is de racehistorie. Ferrari is sinds het begin onafgebroken actief in de Formule 1. Deze aanwezigheid fungeert als permanente marketingmachine. De autosport geeft het merk geloofwaardigheid en technologische uitstraling. Het succes op het circuit vertaalt zich niet direct in verkochte auto’s, maar versterkt wel de emotionele waarde van het merk. Concurrenten kunnen wel deelnemen aan de Formule 1, maar geen enkel team heeft dezelfde historische continuïteit.
De historie van Ferrari in de F1:

Daarnaast is er een technologische component. Ferrari investeert zwaar in onderzoek en ontwikkeling. Het bedrijf ontwikkelt hybride aandrijflijnen, nieuwe materialen en innovatieve productiemethoden. Hoewel techniek op zichzelf geen onneembare vesting is, versterkt het de merkpositie. Ferrari moet niet alleen exclusief zijn, maar ook aantoonbaar excelleren in prestaties en innovatie.
Wat deze moat bijzonder maakt, is dat de verschillende elementen elkaar versterken. Het sterke merk maakt schaarste effectief. Schaarste verhoogt restwaardes. Hoge restwaardes versterken klantloyaliteit. Loyaliteit ondersteunt de vraag naar nieuwe modellen. De racehistorie voedt het merkverhaal. Samen vormen deze factoren een systeem dat moeilijk te kopiëren is.
Een concurrent kan een snelle auto bouwen. Een concurrent kan zelfs een dure auto bouwen. Maar het is veel moeilijker om een wereldwijd erkend symbool van succes en passie te worden. Dat vereist tijd, consistentie en discipline. Ferrari heeft die discipline decennialang getoond door groei ondergeschikt te maken aan merkbescherming.
Deze economische moat verklaart waarom Ferrari in staat is om hoge marges te realiseren in een industrie die normaal gesproken bekendstaat om dunne winstmarges en zware concurrentie. Het bedrijf hoeft niet te concurreren op prijs. Het concurreert op identiteit en exclusiviteit.
Sturen met lange adem: Management en de rol van Exor
Achter het succes van Ferrari staat niet alleen een sterk merk, maar ook een duidelijke eigendomsstructuur en een managementteam dat op de lange termijn denkt. In een sector waarin veel bedrijven worden gestuurd door kwartaalcijfers en volumedoelstellingen, is stabiliteit in bestuur en aandeelhouderschap een groot voordeel.
De huidige CEO van Ferrari is Benedetto Vigna. Hij trad in 2021 aan en kwam oorspronkelijk uit de halfgeleiderindustrie. Op het eerste gezicht lijkt dat een onverwachte keuze voor een luxemerk. Toch is zijn achtergrond in technologie logisch in een periode waarin de auto-industrie sterk verandert. Elektrificatie, software en digitale systemen worden steeds belangrijker. Vigna brengt technische expertise mee die cruciaal is voor de toekomst van Ferrari.
De CEO van Ferrari, Benedetto Vigna:

Hoewel Vigna geen klassieke luxebestuurder is, wordt hij ondersteund door een bestuur met veel ervaring in zowel industrie als luxe. De raad van bestuur bevat leden met achtergronden bij grote luxemerken en internationale ondernemingen. Deze mix van technologie en luxe ervaring zorgt voor balans. Ferrari moet immers zowel technologisch toonaangevend blijven als zijn exclusieve imago beschermen.
De belangrijkste stabiliserende factor is echter de aandeelhoudersstructuur. De grootste aandeelhouder van Ferrari is Exor, de investeringsmaatschappij van de familie Agnelli. Exor bezit ongeveer een kwart van de economische aandelen, maar beschikt door een speciale stemstructuur over een groter deel van het stemrecht. Daarnaast bezit Pierro Ferrari, de zoon van oprichter Enzo Ferrari, een aanzienlijk belang in het bedrijf.
Samen controleren Exor en Pierro Ferrari meer dan de helft van het stemrecht. Dit betekent dat de controle over het bedrijf stevig in vaste handen ligt. Voor Ferrari is dat een belangrijk voordeel. Het voorkomt dat het bedrijf wordt gedwongen tot kortetermijnbeslissingen die het merk op lange termijn zouden kunnen schaden. In de luxewereld is continuïteit van groot belang. Een merk bouw je over generaties op, niet in enkele jaren.
Het belang van Exor en Ferrari:

Deze vorm van geconcentreerd eigenaarschap wordt vaak omschreven als “skin in the game”. De grootaandeelhouders hebben een aanzienlijk financieel belang in het bedrijf. Hun vermogen is direct gekoppeld aan het succes van Ferrari op lange termijn. Dat vergroot de kans dat strategische keuzes worden gemaakt met oog voor duurzaamheid en reputatie, niet alleen voor snelle winstgroei.
Toch zijn er ook aandachtspunten. De beloningsstructuur van het management bevat onder meer doelstellingen op basis van EBITDA en relatieve aandeelhoudersrendementen. Sommige beleggers vinden dat EBITDA een minder geschikte maatstaf is voor een kapitaalintensief bedrijf, omdat het geen rekening houdt met investeringen in nieuwe modellen en technologie. Ferrari moet voortdurend investeren in onderzoek en ontwikkeling om zijn voorsprong te behouden. Een te sterke focus op winst vóór investeringen kan een vertekend beeld geven van de werkelijke economische prestaties.
Desondanks laat het management in de praktijk zien dat het de balans bewaart tussen investeren en winstgevendheid. Ferrari verhoogt zijn productie slechts geleidelijk en blijft fors investeren in innovatie, onder andere op het gebied van hybride en elektrische aandrijving. Tegelijkertijd keert het dividend uit en koopt het aandelen in. Dat wijst op vertrouwen in de kasstroomgeneratie van het bedrijf.
De combinatie van een stabiele grootaandeelhouder, een betrokken familie en een technisch onderlegde CEO geeft Ferrari een stevige basis. In een tijd waarin veel bedrijven worden meegesleurd door trends of kortetermijndenken, biedt deze structuur rust en richting.
Barsten in het schild: De belangrijkste risico’s voor Ferrari
Ferrari is een uitzonderlijk sterk bedrijf, maar geen enkel bedrijf is zonder risico. Juist omdat Ferrari zo sterk afhankelijk is van zijn merk en exclusiviteit, kunnen kleine fouten grote gevolgen hebben. De grootste risico’s liggen op drie gebieden: exclusiviteit, economische tegenwind en elektrificatie.
Het eerste risico is verlies van exclusiviteit. De kracht van Ferrari is gebaseerd op schaarste. Als het bedrijf de productie te snel verhoogt, kan dat de aantrekkingskracht van het merk verzwakken. Luxe draait om zeldzaamheid. Wanneer een product te vaak zichtbaar wordt, verliest het zijn bijzondere karakter. Dit is in het verleden gebeurd bij verschillende modemerken die hun distributie te snel uitbreidden. Ferrari moet daarom continu balanceren tussen groei en beperking. Een paar duizend extra auto’s per jaar lijkt misschien weinig, maar in een nichemarkt kan het verschil maken.
De exclusiviteit blijft gewaarborgd voor alsnog:

Daarnaast speelt de tweedehandsmarkt een belangrijke rol. Hoge restwaardes versterken het vertrouwen van klanten. Als de productie te sterk stijgt of als de vraag onverwacht daalt, kunnen tweedehandsprijzen onder druk komen te staan. Dat zou het vliegwiel van exclusiviteit en loyaliteit kunnen verstoren. Ferrari moet dus zorgvuldig omgaan met volumes om dit evenwicht te bewaren.
Het tweede risico is een zware economische recessie. Ferrari verkoopt aan vermogende klanten die minder gevoelig zijn voor economische schommelingen dan de gemiddelde consument. Toch betekent dat niet dat het bedrijf volledig immuun is voor crises. In periodes van extreme financiële onzekerheid kunnen zelfs rijke klanten terughoudender worden in grote uitgaven. De vraag naar luxeproducten kan tijdelijk afnemen. Hoewel Ferrari historisch veerkrachtig is gebleken, blijft economische instabiliteit een factor om rekening mee te houden.
Het derde en misschien meest besproken risico is elektrificatie. De auto-industrie bevindt zich midden in een transitie naar elektrische aandrijving. Voor massamerken is dit vooral een technologische en regelgevende uitdaging. Voor Ferrari is het ook een emotionele uitdaging. Een belangrijk deel van de merkbeleving draait om het geluid en karakter van de verbrandingsmotor. Veel liefhebbers zien dat als essentieel onderdeel van de Ferrari ervaring.
De nieuwe EV Ferrari krijgt veel kritiek:

Ferrari heeft al hybride modellen geïntroduceerd, zoals de 296 GTB en de SF90 Stradale. Deze modellen combineren elektrische ondersteuning met traditionele motoren. De volgende stap is volledig elektrische aandrijving. Hier ligt een risico. Als een elektrische Ferrari niet dezelfde emotionele impact heeft als zijn voorgangers, kan dat kritiek opleveren van puristen. Tegelijkertijd moet Ferrari voldoen aan strengere emissieregels en veranderende marktverwachtingen.
Het succes van de eerste volledig elektrische Ferrari zal daarom belangrijk zijn voor de lange termijn positionering van het merk. Als het bedrijf erin slaagt om ook zonder traditionele motor dezelfde beleving te creëren, kan dat de moat zelfs versterken. Maar als klanten het gevoel krijgen dat een essentieel onderdeel van de identiteit verloren gaat, kan dat schade toebrengen aan het imago.
De cijfers achter de droom: Financiële kracht en kapitaaldiscipline
Ferrari’s verhaal is indrukwekkend, maar uiteindelijk moeten de cijfers het bevestigen. En juist daar onderscheidt het bedrijf zich van vrijwel alle andere autofabrikanten. Waar de meeste spelers in de sector werken met lage marges en hoge schulden, laat Ferrari structureel sterke winstgevendheid, solide kasstromen en een robuuste balans zien.
De omzet van Ferrari groeit al jaren gestaag. De groei ligt meestal in het hoge enkelcijferige bereik, soms richting dubbele cijfers wanneer nieuwe modellen succesvol worden gelanceerd. Deze groei komt niet alleen uit hogere volumes, maar vooral uit een stijgende gemiddelde verkoopprijs en meer personalisatie. Ferrari verhoogt de productie slechts beperkt per jaar, vaak met enkele procenten. De echte groei zit in prijs en mix. Duurdere modellen, speciale series en maatwerkopties verhogen de omzet per auto.
De gemiddelde verkoopprijs per auto stijgt al jaren:

Wat direct opvalt, zijn de marges. De brutomarge ligt rond de vijftig procent. Dat betekent dat na aftrek van directe productiekosten ongeveer de helft van de omzet overblijft. In de auto-industrie is dat uitzonderlijk. Ter vergelijking, veel massafabrikanten werken met brutomarges tussen tien en twintig procent. De hoge brutomarge bij Ferrari is het directe gevolg van prijszettingsmacht en exclusiviteit.
De operationele marge ligt structureel boven de 27%. Dat niveau is vergelijkbaar met topbedrijven in de luxesector en technologie, maar vrijwel ongekend in automotive. Het toont aan dat Ferrari zijn kosten onder controle houdt, terwijl het tegelijkertijd fors investeert in onderzoek en ontwikkeling.
De sterke EBIT marge van het bedrijf:

Onder de streep vertaalt dit zich in sterke winst per aandeel. De winstgroei volgt grofweg de omzetgroei, met soms extra hefboom door schaalvoordelen en prijsverhogingen. Ferrari heeft laten zien dat het winstgevend kan groeien zonder agressieve volumestijgingen. Dat is een belangrijk kenmerk van een kwalitatief hoogwaardig bedrijf.
De vrije kasstroom is een cruciale maatstaf. Ferrari genereert jaarlijks meer dan één miljard euro aan vrije kasstroom. Dat is geld dat overblijft na investeringen in fabrieken, nieuwe modellen en technologie. Die sterke kasstroom geeft het bedrijf flexibiliteit. Het kan investeren in elektrificatie, nieuwe productiefaciliteiten en innovatie zonder zwaar te hoeven lenen.
De balans van Ferrari is sterk. De netto industriële schuld is laag en wordt vaak gecompenseerd door de kaspositie. Dit betekent dat het bedrijf weinig financiële druk heeft. In een kapitaalintensieve industrie is dat een groot voordeel. Het verlaagt het risico in economisch moeilijke tijden en biedt ruimte om kansen te benutten.
De Netto schuld/EBITDA is goed beheersbaar:

Een ander belangrijk kenmerk is het rendement op geïnvesteerd kapitaal, vaak afgekort als ROIC. Ferrari behaalt een ROIC van boven de twintig procent. Dat betekent dat elke euro die in het bedrijf wordt geïnvesteerd, een hoog rendement oplevert. In sectoren met zware investeringen in fabrieken en ontwikkeling is zo’n rendement uitzonderlijk. Het bevestigt dat Ferrari zijn kapitaal efficiënt inzet en waarde creëert.
Kapitaalallocatie is eveneens belangrijk. Ferrari investeert fors in nieuwe modellen en technologie, waaronder hybride en elektrische aandrijflijnen. Tegelijkertijd keert het dividend uit aan aandeelhouders en koopt het aandelen in. Aandeleninkoop kan waarde creëren wanneer het aandeel redelijk geprijsd is, maar bij een hoge waardering is het effect minder gunstig. Toch laat het zien dat het management vertrouwen heeft in de kasstroom en de lange termijn vooruitzichten.
Wat bijzonder is, is dat Ferrari ondanks zware investeringen in innovatie zijn marges blijft uitbreiden. Dat wijst op een sterke prijszettingsmacht en operationele discipline. De combinatie van hoge brutomarges, sterke vrije kasstroom en lage schuld onderstreept de kracht van het bedrijfsmodel.
De financiële prestaties zijn geen toeval. Ze zijn het directe gevolg van de eerder besproken moat. Het sterke merk maakt hoge prijzen mogelijk. Schaarste beschermt marges. Loyaliteit zorgt voor stabiele vraag. Deze elementen vertalen zich in cijfers die ver boven het sectorgemiddelde liggen.
Ferrari is daarmee een zeldzame combinatie van luxe positionering en industriële efficiëntie. Het bedrijf bewijst dat zelfs in een kapitaalintensieve sector uitzonderlijke winstgevendheid mogelijk is, mits de strategie consistent wordt uitgevoerd.
Perfectie heeft een prijs – De waardering van Ferrari
Wanneer een bedrijf uitzonderlijk sterk presteert, is de volgende vraag bijna altijd dezelfde: wat is het waard? Bij Ferrari is dat een bijzonder relevante vraag. Het bedrijf combineert hoge marges, sterke kasstromen en een krachtige merknaam. De beurs weet dat ook. Daardoor noteert het aandeel doorgaans tegen een forse premie ten opzichte van andere autofabrikanten.
De koers winstverhouding van Ferrari ligt vaak ruim boven de veertig en soms zelfs rond de vijftig. Dat betekent dat beleggers bereid zijn om veertig tot vijftig keer de jaarlijkse winst te betalen voor een aandeel. Ter vergelijking, veel traditionele autofabrikanten noteren tegen een koers winstverhouding tussen de vijf en vijftien. Zelfs veel luxemerken zitten lager dan Ferrari.
De relatief lage PE van Ferrari vergeleken zijn historie:

Ook wanneer gekeken wordt naar de verhouding tussen koers en vrije kasstroom, is de waardering hoog. De markt waardeert niet alleen de huidige winst, maar vooral de kwaliteit en voorspelbaarheid ervan. Beleggers zien Ferrari als een bedrijf met een sterke economische moat, loyale klanten en beperkte cycliciteit. Die combinatie rechtvaardigt in hun ogen een hogere multiple.
Toch is het belangrijk om te begrijpen wat een hoge waardering betekent. Wie een aandeel koopt tegen vijftig keer de winst, koopt niet alleen het huidige bedrijf, maar ook hoge verwachtingen voor de toekomst. Om een aantrekkelijk rendement te behalen, moet Ferrari blijven groeien en zijn marges op peil houden. Zelfs kleine teleurstellingen kunnen leiden tot een daling van de waardering.
Stel dat Ferrari zijn winst jaarlijks met tien procent laat groeien. Dat is een solide groeitempo voor een volwassen bedrijf. Als de koers winstverhouding gelijk blijft, kan een belegger een vergelijkbaar rendement verwachten. Maar als de multiple daalt van vijftig naar bijvoorbeeld dertig, dan kan dat een groot deel van het rendement tenietdoen, zelfs bij goede operationele prestaties.
Daarom is waardering bij Ferrari misschien wel het grootste discussiepunt onder beleggers. Het bedrijf zelf is sterk en voorspelbaar. De vraag is alleen hoeveel men bereid is te betalen voor die kwaliteit. Sommigen zien Ferrari als een zeldzaam kwaliteitsbedrijf dat een blijvende premie verdient. Anderen vinden dat geen enkel bedrijf, hoe goed ook, een extreem hoge multiple rechtvaardigt.
Een bijkomend punt is de aandeleninkoop. Wanneer een bedrijf eigen aandelen inkoopt tegen een hoge koers winstverhouding, is het effect op lange termijn minder krachtig dan wanneer de waardering lager is. Kapitaalallocatie wordt dan extra belangrijk. Ferrari moet zorgvuldig afwegen hoeveel geld het teruggeeft aan aandeelhouders en hoeveel het investeert in toekomstige groei.
De buybackyield is laag, door de hoge waardering van de aandelen:

Aan de andere kant biedt de hoge waardering ook een signaal. De markt heeft vertrouwen in de duurzaamheid van Ferrari’s model. Het ziet het bedrijf niet als een cyclische autofabrikant, maar als een luxemerk met industriële precisie. Dat vertrouwen is gebaseerd op jarenlange consistente prestaties.
Samengevat weerspiegelt de waardering zowel de kwaliteit als de verwachtingen. Ferrari is geen goedkoop aandeel. Het is een premium bedrijf met een premium prijs. Voor beleggers betekent dit dat het uiteindelijke rendement sterk afhangt van het instapmoment en van de vraag of Ferrari zijn uitzonderlijke prestaties kan blijven volhouden.
Een meesterwerk op wielen en op de balans
Ferrari is een zeldzame combinatie van emotie en discipline. Het bedrijf verkoopt snelheid, geluid en Italiaanse passie, maar wordt geleid met rationele kapitaalallocatie en strategische terughoudendheid. Dat contrast maakt Ferrari zo bijzonder. Het is een merk dat dromen verkoopt, maar cijfers levert die zelfs de meest nuchtere belegger overtuigen.
De kern van het succes ligt in eenvoud. Ferrari produceert bewust weinig auto’s. Het beschermt zijn merk met schaarste. Het bouwt langdurige relaties op met bestaande klanten, waardoor het geen massale instroom van nieuwe kopers nodig heeft. Het verhoogt de waarde per auto via personalisatie en speciale series. En het gebruikt zijn racehistorie als permanente marketingmachine.
Die strategie vertaalt zich in uitzonderlijke marges, sterke vrije kasstromen en een solide balans. In een kapitaalintensieve sector behaalt Ferrari rendementen op geïnvesteerd kapitaal die eerder doen denken aan luxemerken of technologiebedrijven dan aan autofabrikanten. Dat is geen toeval, maar het resultaat van decennia van consistente merkbewaking.
Tegelijkertijd zijn er risico’s. Te snelle groei kan exclusiviteit aantasten. Een diepe wereldwijde recessie kan de vraag tijdelijk drukken. De overstap naar volledig elektrische modellen vormt een emotionele uitdaging voor een merk dat groot werd met brullende motoren. Ferrari moet blijven bewijzen dat innovatie en traditie samen kunnen gaan.
De waardering weerspiegelt het vertrouwen van de markt in deze unieke positie. Het aandeel is zelden goedkoop. Beleggers betalen een premie voor voorspelbaarheid, kwaliteit en merkdominantie. Dat betekent dat het bedrijf weinig ruimte heeft voor fouten. Wie investeert in Ferrari, investeert niet alleen in prestaties op het circuit, maar ook in consistentie in de bestuurskamer.
Uiteindelijk is Ferrari geen standaard autobedrijf en ook geen traditioneel luxemerk. Het is een hybride van beide werelden. Het combineert technische complexiteit met merkdiscipline. Het verkoopt geen vervoer, maar identiteit. En zolang het bedrijf erin slaagt die identiteit te beschermen, zal het waarschijnlijk een van de meest bijzondere ondernemingen op de beurs blijven.
De centrale vraag voor beleggers is dan ook eenvoudig. Niet of Ferrari een sterk bedrijf is, want dat staat buiten kijf. De echte vraag is of de prijs die vandaag wordt betaald voldoende ruimte laat voor toekomstig rendement. Zoals bij elke luxe aankoop geldt ook hier dat kwaliteit vaak een premie kost. De kunst is te bepalen of die premie gerechtvaardigd is.






































































































































