Dit Nederlandse aandeel heeft een aantrekkelijk dividend en sterke marktpositie
- Daan Heijneman

- 5 uur geleden
- 15 minuten om te lezen
In het kort:
AkzoNobel is een stabiele, cyclische speler met sterke merken en voorspelbare kasstromen
De groei is beperkt, het rendement komt vooral uit dividend en aandeleninkoop
Interessant bij een economische dip, minder aantrekkelijk bij hoge waarderingen
Na de analyses van bedrijven als Aegon, ASR, Ahold Delhaize en ASM International, is het logisch om nu stil te staan bij AkzoNobel. AkzoNobel is een ander type AEX-bedrijf. Het is geen bank, geen verzekeraar en geen technologiebedrijf. Het is een industriële onderneming met een lange geschiedenis, actief in een markt die weinig glamour heeft, maar wel overal aanwezig is. Verf en coatings zijn geen producten waar mensen dagelijks over nadenken, maar ze zijn onmisbaar in woningen, infrastructuur, industrie en transport.
Binnen de AEX neemt AkzoNobel een typische positie in als cyclisch kwaliteitsbedrijf. Het bedrijf beweegt mee met de economie. Wanneer er veel wordt gebouwd, gerenoveerd en geproduceerd, draait AkzoNobel goed. Wanneer de economie afkoelt, worden projecten uitgesteld en daalt de vraag. Dat zie je terug in de resultaten en in de koers. Tegelijk laat de lange termijn zien dat AkzoNobel steeds weer terugkomt, mede dankzij sterke merken, schaalvoordelen en een wereldwijd netwerk.
De cyclische beurskoers van AkzoNobel:

Voor beleggers roept dat een bekende vraag op. Is AkzoNobel een defensief aandeel, omdat verf altijd nodig blijft? Of is het juist een risicovoller cyclisch aandeel, omdat volumes en marges onder druk komen in zwakkere economische periodes? Het eerlijke antwoord ligt ergens in het midden. AkzoNobel is geen groeimachine, maar ook geen bedrijf dat structureel terrein verliest. Het is een onderneming die vooral draait om timing, kostenbeheersing en discipline.
De afgelopen jaren waren niet eenvoudig. Hogere grondstofprijzen, energie-inflatie, loonstijgingen en een afkoelende bouwmarkt drukten op volumes en marges. Tegelijk bleef AkzoNobel investeren in efficiëntie, prijsdiscipline en vereenvoudiging van de organisatie. De verkoop van de chemietak in 2017 maakte het bedrijf overzichtelijker, maar ook afhankelijker van één kernactiviteit: verf en coatings.
In recente kwartaalupdates, zoals die waar analisten van Citi op reageerden, zie je dat spanningsveld terug. Volumes blijven zwak, vooral in industriële coatings. De vrije kasstroom is beter dan verwacht, maar de outlook blijft voorzichtig. Dat typeert AkzoNobel. Het bedrijf belooft zelden meer dan het kan waarmaken. Voor 2026 rekent het management op stabiele volumes en een beperkte winstgroei, terwijl de markt vaak hoopt op meer.
Voor de AEX-serie is AkzoNobel interessant omdat het laat zien hoe een volwassen industrieel bedrijf waarde probeert te creëren in een langzaam groeiende markt. Geen grote beloftes, geen hype, maar stap voor stap verbeteren. De vraag voor beleggers is niet of AkzoNobel morgen verdwijnt. De vraag is of het huidige rendement, de waardering en het cyclische risico goed genoeg worden beloond.
In deze deepdive kijken we daarom rustig en systematisch naar AkzoNobel. We beginnen bij wat het bedrijf precies doet en hoe het geld verdient. Daarna kijken we naar de markt waarin het opereert, de concurrentie en de dynamiek. Vervolgens analyseren we de economische moat, de financiële positie en de kapitaalallocatie. Tot slot leggen we de waardering naast andere AEX-bedrijven en trekken we een heldere conclusie.
Wat AkzoNobel doet en hoe het geld verdient
AkzoNobel is een wereldwijd actief verf- en coatingsbedrijf. In de kern doet het bedrijf iets eenvoudigs: het maakt producten die oppervlakken beschermen, verfraaien en langer laten meegaan. Die oppervlakken kunnen muren zijn in een woonhuis, maar ook bruggen, schepen, vliegtuigen, auto’s, machines en verpakkingen. Vrijwel overal waar iets wordt gebouwd, geproduceerd of onderhouden, kom je uiteindelijk producten van AkzoNobel tegen.
De verf producten van AoNobel:

Het bedrijf is volledig gefocust op twee hoofdactiviteiten. De eerste is Decorative Paints. Dit is de tak die verf levert voor huizen, kantoren en andere gebouwen. Denk hierbij aan muurverf, lakken en houtbescherming voor binnen en buiten. De tweede activiteit is Performance Coatings. Dit zijn technische coatings die worden gebruikt in de industrie. Deze coatings moeten vaak meer doen dan er alleen goed uitzien. Ze moeten beschermen tegen roest, hitte, chemicaliën, slijtage of extreme weersomstandigheden.
Die focus op coatings ontstond na een belangrijke strategische keuze. In 2017 verkocht AkzoNobel zijn chemietak. Daarmee verdween een stabiele, maar kapitaalintensieve activiteit uit het bedrijf. Sindsdien is AkzoNobel een pure verf- en coatingsspeler. Dat maakt het bedrijf eenvoudiger te begrijpen, maar ook gevoeliger voor economische schommelingen in bouw en industrie.
De omzetverdeling van Akzo:

De manier waarop AkzoNobel geld verdient, is grotendeels volume- en prijsgedreven. Het bedrijf verkoopt grote hoeveelheden verf en coatings aan zowel consumenten als professionele klanten. In goede economische tijden worden er meer huizen gebouwd en gerenoveerd, meer auto’s geproduceerd en meer infrastructuur onderhouden. Dat leidt tot hogere volumes. In zwakkere tijden stellen klanten projecten uit en daalt de vraag. AkzoNobel probeert dit op te vangen door prijsverhogingen, kostenbesparingen en een focus op producten met hogere marges.
Binnen Decorative Paints speelt merkwaarde een grote rol. Merken als Flexa, Sikkens, Dulux en International zijn sterk verankerd in hun markten. Voor consumenten en professionals is verf geen dagelijks aankoopproduct, maar wel iets waar men weinig risico mee wil nemen. Een vertrouwd merk geeft zekerheid over kwaliteit, dekking en duurzaamheid. Dat stelt AkzoNobel in staat om niet altijd de goedkoopste aanbieder te zijn, maar wel een stabiele positie te behouden.
De merken van AkzoNobel:

Performance Coatings werkt anders. Hier gaat het minder om merkbeleving en meer om technische specificaties en langdurige klantrelaties. Coatings voor schepen, vliegtuigen of industriële installaties worden vaak samen met de klant ontwikkeld. Als een coating eenmaal is goedgekeurd, blijft die vaak jarenlang in gebruik. Dat zorgt voor terugkerende omzet, maar ook voor een sterke afhankelijkheid van industriële cycli.
Geografisch is AkzoNobel breed gespreid. Europa is historisch gezien de grootste markt, vooral binnen Decorative Paints. Hier heeft het bedrijf een sterke positie in doe-het-zelf en professionele bouwmarkten. Noord-Amerika is belangrijk voor zowel verf als coatings, terwijl Azië-Pacific steeds belangrijker wordt als groeiregio. In landen als China, India en Zuidoost-Azië groeit de vraag naar woningen, infrastructuur en industriële productie, wat op lange termijn kansen biedt.
Toch is AkzoNobel geen snelgroeiend bedrijf. De wereldwijde verf- en coatingsmarkt groeit grofweg mee met de wereldeconomie. Dat betekent lage enkelcijferige groei in normale jaren. De echte winst moet daarom komen uit efficiëntie, schaalvoordelen en betere marges. AkzoNobel probeert dit te bereiken door de organisatie te vereenvoudigen, fabrieken efficiënter te maken en de toeleveringsketen beter te beheersen.
Een belangrijk onderdeel van het verdienmodel is prijsdiscipline. Grondstoffen zoals pigmenten, harsen en oplosmiddelen zijn volatiel. Wanneer deze duurder worden, probeert AkzoNobel prijsverhogingen door te voeren. Dat lukt niet altijd direct, waardoor marges tijdelijk onder druk kunnen staan. In recente jaren was dit duidelijk zichtbaar. Pas nadat prijsverhogingen volledig waren doorgevoerd, begonnen de marges zich te herstellen.
De wisselende marges van Akzo:

Samengevat verdient AkzoNobel zijn geld met een relatief eenvoudig product, maar in een complexe omgeving. Het succes hangt minder af van innovatie in de klassieke zin, en meer van schaal, merken, relaties en kostenbeheersing. Dat maakt het bedrijf voorspelbaar, maar ook gevoelig voor economische tegenwind. Juist dat spanningsveld maakt AkzoNobel interessant voor beleggers die kijken naar cyclische kansen binnen de AEX.
De markt waarin AkzoNobel opereert
De markt voor verf en coatings is groot, wereldwijd en sterk verbonden met de stand van de economie. Het is geen hype-gedreven markt en ook geen sector met explosieve groei. De vraag groeit meestal in hetzelfde tempo als de wereldeconomie. Dat betekent dat AkzoNobel opereert in een omgeving met lage structurele groei, maar met duidelijke cyclische bewegingen. Juist die combinatie bepaalt het risicoprofiel van het bedrijf.
De totale wereldwijde verf- en coatingsmarkt wordt geschat op enkele honderden miljarden euro’s per jaar. Die markt is verdeeld over duizenden spelers. Een groot deel bestaat uit kleine, lokale producenten. Daarnaast is er een beperkte groep grote internationale spelers, waaronder AkzoNobel. De markt is sterk gefragmenteerd, alleen Asianpaints heeft een dominant marktaandeel. AkzoNobel heeft grofweg een marktaandeel van rond de 6 tot 10 procent, afhankelijk van de regio en het segment. Dat maakt het groot genoeg voor schaalvoordelen, maar niet zo groot dat het de markt kan dicteren.
Het marktaandeel van AkzoNobel:

De markt is grofweg op te delen in twee delen. Het eerste deel is decoratieve verf. Dit segment is sterk gekoppeld aan woningbouw, renovatie en onderhoud. In economisch goede tijden stijgt de vraag, omdat mensen verhuizen, verbouwen en investeren in hun woning. In slechtere tijden wordt schilderwerk uitgesteld. Toch valt de vraag nooit helemaal weg. Onderhoud blijft nodig, ook als het economisch tegenzit. Dat maakt dit segment cyclisch, maar minder extreem dan veel industriële markten.
Het tweede deel is industriële coatings. Dit segment is duidelijker cyclisch. De vraag hangt samen met industriële productie, infrastructuurprojecten, scheepvaart, luchtvaart en automotive. Als fabrieken stilliggen of investeringen worden uitgesteld, daalt de vraag snel. Tegelijk is dit segment aantrekkelijk omdat technische coatings vaak hogere marges hebben en klanten langdurig verbonden blijven zodra een product is goedgekeurd.
Binnen deze markt spelen meerdere grote concurrenten een rol. De belangrijkste zijn PPG Industries, Sherwin-Williams, Nippon Paint en RPM International. Deze bedrijven opereren wereldwijd en concurreren direct met AkzoNobel in verschillende regio’s. Sherwin-Williams is vooral sterk in Noord-Amerika en heeft een sterke positie in professionele verf. PPG is breed actief in industriële coatings. Nippon Paint groeit snel in Azië en profiteert van urbanisatie en infrastructuurprojecten.
Concurrentie draait niet alleen om prijs. In veel toepassingen is betrouwbaarheid belangrijker dan een paar procent kostenverschil. In industriële coatings kan een verkeerde keuze leiden tot hoge schade of productiestilstand. Dat maakt klanten voorzichtig. Daardoor is de markt competitief, maar niet volledig prijsgedreven. Er is ruimte voor kwaliteit, service en langdurige relaties.
Een belangrijke dynamiek in de markt is de verschuiving richting duurzamere producten. Overheden en klanten stellen steeds strengere eisen aan uitstoot, oplosmiddelen en milieu-impact. Dit dwingt producenten om te investeren in watergedragen verf, lagere emissies en duurzamere grondstoffen. Voor kleinere spelers is dit lastig. Voor grote bedrijven zoals AkzoNobel is het kostbaar, maar wel beheersbaar. Dat verhoogt op termijn de toetredingsdrempel.
Daarnaast verandert het consumentengedrag langzaam. Consumenten zijn prijsbewuster geworden, zeker na jaren van inflatie. In doe-het-zelfmarkten wordt vaker gekozen voor huismerken of goedkopere alternatieven. Tegelijk groeit de vraag naar premiumproducten met betere dekking en langere levensduur. Dat zorgt voor een tweedeling in het aanbod. AkzoNobel probeert hierop in te spelen met een breed portfolio, van middenklasse tot premium.
De groeiperspectieven verschillen sterk per regio. Europa is een volwassen markt met beperkte groei. Hier draait het vooral om marktaandeel behouden en marges verbeteren. Noord-Amerika laat iets meer dynamiek zien, vooral in professionele verf en infrastructuur. Azië-Pacific is de belangrijkste groeimotor op lange termijn. Urbanisatie, industrialisatie en een groeiende middenklasse zorgen hier voor structurele volumegroei. Tegelijk is de concurrentie hier feller en zijn prijzen vaak lager.
De verwachte groei in de markt:

Een andere trend is consolidatie. Omdat de markt gefragmenteerd is, blijven overnames aantrekkelijk. Grotere spelers kunnen schaalvoordelen benutten, kosten verlagen en marktaandeel winnen. AkzoNobel heeft hier historisch een gemengde rol gespeeld. Het bedrijf is selectief met overnames en focust meer op interne verbetering dan op agressieve expansie.
Samenvattend opereert AkzoNobel in een stabiele maar uitdagende markt. Groei is beperkt en concurrentie is structureel aanwezig. Succes hangt af van discipline, schaal en het vermogen om door cycli heen te managen. Dit verklaart waarom het aandeel vaak aantrekkelijk lijkt na een economische terugval, maar minder interessant oogt in goede tijden. De markt beloont geen beloftes, maar consistente uitvoering.
De moat van AkzoNobel
De economische gracht, ofwel de moat, van AkzoNobel is minder zichtbaar dan bij technologiebedrijven, maar in de verf- en coatingsmarkt is hij wel degelijk aanwezig. Het is geen moat die concurrenten volledig buiten de deur houdt, maar eerder een combinatie van factoren die het moeilijk maakt om structureel marktaandeel af te pakken of marges duurzaam te ondermijnen.
De eerste en belangrijkste pijler van de moat van AkzoNobel is schaal. Verf en coatings lijken simpele producten, maar achter de schermen gaat een complexe wereld schuil van grondstoffen, recepturen, logistiek en regelgeving. AkzoNobel produceert op grote schaal, koopt wereldwijd in en kan kosten spreiden over een grote omzetbasis. Dit maakt het mogelijk om efficiënter te werken dan kleinere spelers, vooral in tijden van hoge grondstofprijzen of strengere regelgeving. Voor kleinere producenten kunnen zulke kosten snel onoverkomelijk worden.
Het lastige proces van verf produceren:

Een tweede belangrijke pijler is het merkenportfolio. In decoratieve verf is merkvertrouwen cruciaal. Consumenten en professionals kiezen vaak voor bekende merken omdat ze weten wat ze krijgen. Namen als Dulux, Sikkens, International en Flexa staan voor kwaliteit en voorspelbaarheid. Dat betekent niet dat klanten nooit overstappen, maar wel dat prijs niet het enige beslissingscriterium is. Zeker professionele schilders willen geen risico lopen met onbekende producten, omdat fouten direct tijd en geld kosten.
In industriële coatings is de overstapdrempel nog hoger. Deze producten worden vaak speciaal afgestemd op een toepassing, zoals schepen, bruggen, vliegtuigen of fabrieksinstallaties. Voordat een coating wordt goedgekeurd, doorloopt deze een lang test- en certificeringsproces. Als een product eenmaal is goedgekeurd en in gebruik is, stappen klanten niet snel over. Een fout kan leiden tot corrosie, stilstand of schadeclaims. Deze technische en operationele risico’s zorgen voor langdurige klantrelaties en geven AkzoNobel een structureel voordeel.
Hoe het coaten van een schip eraan toe gaat:

Een derde onderdeel van de moat zit in regelgeving en duurzaamheid. De verf- en coatingsmarkt wordt steeds strenger gereguleerd. Denk aan regels rond vluchtige organische stoffen, veiligheid en milieu-impact. AkzoNobel investeert al jaren in watergedragen verf, lagere emissies en duurzamere productiemethoden. Dit vraagt kapitaal, kennis en schaal. Voor nieuwe toetreders en kleinere spelers vormt dit een steeds hogere drempel. Wat eerst een kostenpost lijkt, wordt zo een beschermingsmechanisme tegen concurrentie.
Daarnaast speelt innovatie een belangrijke rol. Hoewel verf geen hightechproduct lijkt, is productontwikkeling essentieel. Klanten willen verf die sneller droogt, langer meegaat, beter dekt en minder onderhoud vergt. In industriële toepassingen draait het om bescherming en levensduur. AkzoNobel investeert structureel in R&D om deze verbeteringen te realiseren. Dat zorgt ervoor dat het bedrijf relevant blijft en voorkomt dat het portfolio veroudert.
Ook distributie is een onderschat onderdeel van de moat. AkzoNobel heeft wereldwijd een fijnmazig netwerk van fabrieken, magazijnen en verkooppunten. In veel markten werkt het bedrijf met vaste distributiepartners en eigen winkels. Dit maakt het lastig voor nieuwe spelers om snel schaal op te bouwen en dezelfde service te bieden. Beschikbaarheid en levertijd zijn in deze markt vaak net zo belangrijk als prijs.
Toch is het belangrijk om de beperkingen van deze moat te benoemen. De markt blijft competitief en prijsdruk verdwijnt nooit volledig. Grote concurrenten hebben vergelijkbare schaal en technologische kennis. De moat van AkzoNobel is dus geen absolute bescherming, maar een verdedigingslinie die het bedrijf in staat stelt om door de cyclus heen winstgevend te blijven, mits het management gedisciplineerd blijft.
De financiële positie van AkzoNobel
De financiële cijfers van AkzoNobel laten goed zien wat voor type bedrijf dit is. Het is geen snelle groeier, maar een cyclisch kwaliteitsbedrijf dat door de jaren heen probeert marges te beschermen, kasstromen stabiel te houden en aandeelhouders te belonen. Juist in de cijfers zie je hoe de eerder beschreven moat zich vertaalt naar de praktijk.
De omzetontwikkeling van AkzoNobel is gematigd. Na de verkoop van de chemietak in 2017 is het bedrijf een pure verf- en coatingsspeler geworden. Sindsdien beweegt de omzet vooral zijwaarts, met lichte groei in goede jaren en druk in zwakkere economische fases. Dit past bij de markt. De vraag naar verf en coatings groeit grofweg mee met de economie en de bouw- en industriële activiteit. Grote sprongen omhoog zijn zeldzaam, maar diepe structurele krimp zie je ook niet snel.
Belangrijker dan de omzet is daarom de ontwikkeling van de marges. AkzoNobel heeft de afgelopen jaren zichtbaar gewerkt aan margeverbetering. De brutomarge is opgelopen richting het midden van de dertig procent. Dat is hoog voor deze sector en laat zien dat het bedrijf prijsverhogingen kan doorvoeren, efficiënter kan inkopen en kosten beter kan beheersen. In tijden van hoge grondstofprijzen is dit geen vanzelfsprekendheid. Dat AkzoNobel dit toch lukt, wijst op marktmacht en schaalvoordelen.
De omzetgroei, marges en EPS ontwikkelingen:

De operationele marge ligt structureel rond de tien tot twaalf procent. Dat lijkt misschien bescheiden, maar voor een cyclische industriële speler met hoge concurrentie is dit een degelijk niveau. In zwakkere jaren zakt de marge, maar ze blijft meestal positief en herstelt zodra volumes aantrekken. Dit onderstreept het defensieve karakter binnen een cyclische sector.
De winst per aandeel beweegt mee met de cyclus. Over de afgelopen tien jaar schommelde de EPS grofweg tussen 2,50 en 4,50 euro. Dat laat zien dat AkzoNobel gevoelig is voor economische omstandigheden, maar ook dat het bedrijf in staat is om winstgevend te blijven, zelfs in moeilijke periodes. Voor beleggers betekent dit dat timing belangrijk is. Wie instapt op piekwinsten betaalt vaak een hoge waardering.
De kasstroom is een van de sterkere punten van AkzoNobel. De vrije kasstroom is over de cyclus positief en vormt de basis voor dividend en aandeleninkoop. Zelfs in jaren met lagere winst weet het bedrijf doorgaans voldoende cash te genereren om investeringen te doen en aandeelhouders te belonen. Dit geeft financiële flexibiliteit en verlaagt het risico.
De vrije kasstroom van Akzo Nobel:

Op de balans zien we een duidelijke focus op behoud van investment grade. AkzoNobel stuurt op een netto schuld ten opzichte van EBITDA van ongeveer twee keer. Dat is conservatief voor een cyclisch bedrijf. Het betekent dat er ruimte is om een zwakkere periode op te vangen zonder direct in de problemen te komen. Tegelijk zorgt het ervoor dat grote overnames of agressieve groei minder voor de hand liggen.
Een opvallend punt is de current ratio, die regelmatig laag of zelfs negatief kan zijn. Dat klinkt risicovol, maar bij AkzoNobel is dit grotendeels een gevolg van marktmacht. Het bedrijf ontvangt geld van klanten vaak sneller dan het zijn leveranciers betaalt. Met andere woorden, AkzoNobel verkoopt eerst en rekent later af. Dit is typisch voor bedrijven met sterke posities in hun keten en zorgt in de praktijk juist voor extra kasstroom.
De investeringen, ofwel CAPEX, blijven relatief beperkt. AkzoNobel hoeft geen enorme fabrieken bij te bouwen om te groeien. Veel investeringen gaan naar onderhoud, efficiencyverbeteringen en verduurzaming. Dit houdt de vrije kasstroom hoog en maakt het model kapitaalefficiënt.
Die kapitaalefficiëntie zie je terug in de ROIC, het rendement op geïnvesteerd kapitaal. AkzoNobel zit hier doorgaans boven de kapitaalkosten. Dat betekent dat het bedrijf waarde creëert, ondanks de lage groei. Dit is precies wat je verwacht bij een bedrijf met een redelijke moat in een volwassen markt.
De ROIC en dividenden van AkzoNobel:

De kapitaalallocatie is duidelijk gericht op aandeelhouders. AkzoNobel combineert dividend met aandeleninkoop. Het dividend is stabiel en groeit langzaam mee met de winst.
Alles bij elkaar laten de financiële cijfers een bedrijf zien dat geen groeimachine is, maar wel robuust. De moat vertaalt zich in stabiele marges, sterke kasstromen en beheersbare schulden. Voor beleggers betekent dit dat AkzoNobel vooral interessant wordt wanneer de cyclus tegenzit en de waardering onder druk staat.
De waardering van AkzoNobel
De waardering van AkzoNobel laat goed zien waarom dit aandeel vooral interessant is voor geduldige beleggers. Het is geen klassiek koop-en-vergeet aandeel op elke koers. De aantrekkelijkheid hangt sterk samen met de fase van de economische cyclus en met het sentiment rond industriële bedrijven.
Op dit moment wordt AkzoNobel gewaardeerd tegen een relatief hoge koers-winstverhouding. De P/E ligt grofweg rond de 18 tot 22, afhankelijk van de winstverwachting die je gebruikt. Voor een cyclisch bedrijf met beperkte structurele groei is dat aan de hoge kant. Dit verklaart ook waarom het dividendrendement relatief laag is, rond de 3.7 procent. De markt betaalt hier duidelijk voor stabiliteit, bekende merken en voorspelbare kasstromen, maar niet voor sterke groei.
De PE van AkzoNobel:

Kijk je naar de koers ten opzichte van de vrije kasstroom, dan zie je een vergelijkbaar beeld. De P/FCF ligt duidelijk boven het historisch gemiddelde van het bedrijf. Dat betekent dat beleggers nu bereid zijn om relatief veel te betalen voor elke euro kasstroom die AkzoNobel genereert. Dat kan logisch zijn in een omgeving waarin defensieve en stabiele bedrijven gewild zijn, maar het laat weinig ruimte voor teleurstellingen.
De P/FCF van AkzoNobel:

In vergelijking met andere Europese verf- en coatingsbedrijven is AkzoNobel niet goedkoop. Sectorgenoten als PPG Industries of Sherwin-Williams worden ook tegen hoge multiples verhandeld, maar die bedrijven hebben vaak iets hogere structurele groei of sterkere posities in specifieke niches. AkzoNobel zit daar net onder, terwijl de waardering er soms wel dichtbij komt.
Zet je AkzoNobel af tegen de AEX als geheel, dan zie je een interessant contrast. De AEX bestaat uit een mix van cyclische bedrijven, banken, energie en technologie. Gemiddeld genomen ligt de P/E van de index lager dan die van AkzoNobel. Daar staat tegenover dat AkzoNobel meer voorspelbaarheid biedt dan veel AEX-bedrijven. Minder extreme uitschieters, minder balansrisico en stabielere kasstromen.
Voor beleggers die zoeken naar dividend en rust kan dat aantrekkelijk zijn. Je krijgt een stabiel bedrijf, met een sterke marktpositie en een duidelijk beleid rond dividend en aandeleninkoop. Maar het rendement komt hier vooral uit geduld en timing, niet uit snelle multiple-expansie.
Historisch gezien is AkzoNobel het meest aantrekkelijk wanneer de cyclus tegenzit. In economische zwakke periodes dalen volumes, staat de winst onder druk en zakt de koers vaak stevig weg. Dat zijn de momenten waarop de P/E snel richting de mid-teens kan dalen en het dividendrendement oploopt. Dan verschuift het risico-rendementsprofiel duidelijk in het voordeel van de belegger.
Op hogere koersen werkt het omgekeerd. Dan koop je een cyclisch bedrijf op piekwaarderingen, met een laag dividend en beperkte groei. Dat maakt het aandeel kwetsbaar zodra de economische vooruitzichten verslechteren of grondstofkosten opnieuw oplopen.
De conclusie over de waardering is daarom genuanceerd. AkzoNobel is geen slechte belegging, maar het is ook geen vanzelfsprekende koop tegen elke prijs. Het aandeel is vooral interessant als onderdeel van een lange termijn portefeuille, gekocht op momenten van pessimisme. Op die momenten krijg je een sterk bedrijf tegen een redelijke waardering, met ruimte voor zowel koersherstel als stabiel dividend.
Azko Nobel versus de AEX
AkzoNobel is een typisch voorbeeld van een kwalitatief sterk bedrijf in een volwassen, cyclische markt. Het bedrijf heeft bekende merken, een wereldwijde positie en een duidelijke focus op kostenbeheersing en kasstroom. Dat maakt het geen spannend groeiaandeel, maar wel een onderneming met een zekere mate van voorspelbaarheid. Juist die combinatie verklaart waarom het aandeel al decennialang een vaste plek heeft in veel langetermijnportefeuilles.
De kern van de beleggingscase zit niet in snelle omzetgroei, maar in het vermogen om marges te beschermen en stabiele vrije kasstromen te genereren. In goede economische tijden profiteert AkzoNobel van hogere volumes en prijsdiscipline. In mindere tijden zakt de winst terug, maar blijft het bedrijf overeind dankzij zijn schaal, merken en kostenstructuur. Dat patroon zie je duidelijk terug in de historische cijfers en in het koersverloop.
Tegelijkertijd vraagt dit aandeel om realistische verwachtingen. De markt voor verf en coatings groeit grofweg mee met de economie. Er is weinig structurele versnelling en veel concurrentie. Dat betekent dat het rendement voor beleggers vooral komt uit dividend, aandeleninkoop en het slim benutten van cyclische dips. Wie instapt op hoge waarderingen, loopt het risico dat tegenvallende volumes of kosteninflatie snel tot koersdruk leiden.
Vergeleken met de AEX als geheel biedt AkzoNobel meer stabiliteit, maar minder groeipotentieel. De index bevat bedrijven met hogere risico’s, maar ook met grotere kans op structurele groei. AkzoNobel zit aan de andere kant van het spectrum. Minder spectaculair, maar ook minder extreem. Voor beleggers die rust zoeken, kan dat aantrekkelijk zijn. Voor wie maximale groei nastreeft, is het aandeel waarschijnlijk te tam.
Is AkzoNobel een betere koop dan de AEX. Dat hangt sterk af van timing en doel. Op dit moment is het aandeel niet goedkoop en is het dividendrendement beperkt. In die situatie biedt de AEX als geheel meer spreiding en vaak een beter risico-rendementsprofiel. Maar zodra de cyclus draait en het sentiment rond industriële bedrijven verslechtert, kan AkzoNobel juist uitgroeien tot een interessante kans.
AkzoNobel is daarmee vooral een aandeel om te volgen, niet om blind te kopen. Geduld wordt hier meestal beter beloond dan haast.
Volgende week in de AEX-serie zoomen we in op Arcelor Mittal, waar groei, technologie en geopolitiek een totaal ander risicoprofiel laten zien.







































































































































Opmerkingen