Ex-ASML-topman Wennink: zo kan €2.500 miljard vrijkomen via box 3
- Kolivier Jager
- 4 dagen geleden
- 6 minuten om te lezen
In het kort:
Vrijstelling van box 3 belasting voor investeringen in strategische technologie kan volgens berekeningen honderden miljarden euro aan particulier kapitaal mobiliseren.
In Nederland staat circa 2.500 miljard euro aan pensioen en spaargeld dat volgens het voorstel deels richting innovatie, kunstmatige intelligentie en energie technologie kan stromen.
Ook het AOW stelsel kan volgens het plan doelgerichter worden gefinancierd door uitkeringen afhankelijk te maken van het vermogen van ouderen.
Het Nederlandse belastingstelsel rond vermogen staat opnieuw in het middelpunt van het politieke debat. De discussie over box 3 sleept al jaren voort en kreeg recent een nieuwe impuls door een voorstel van voormalig ASML topman Peter Wennink. In een interview bij BNR pleit hij voor een fundamenteel andere benadering van vermogensbelasting. Volgens hem kan de overheid enorme hoeveelheden kapitaal vrijspelen wanneer investeringen in strategische technologie worden vrijgesteld van box 3 belasting.
De timing van zijn voorstel is opvallend. De politiek worstelt al maanden met een nieuw systeem voor belasting op vermogen. Het huidige overgangsmodel moet uiteindelijk vervangen worden door een stelsel waarin vermogensaanwas wordt belast. Dat betekent dat belasting wordt geheven over waardestijgingen van vermogen, ook wanneer die winst nog niet daadwerkelijk is gerealiseerd.
Dat idee stuit op stevige kritiek van beleggers, fiscalisten en ondernemers. Tegenstanders waarschuwen dat het nieuwe systeem kan leiden tot liquiditeitsproblemen en tot kapitaalvlucht naar het buitenland. Volgens hen kunnen vermogende Nederlanders hun geld eenvoudiger onderbrengen in buitenlandse constructies of besloten vennootschappen om de belastingdruk te verlagen. Tegen deze achtergrond komt het voorstel van Wennink, dat de discussie een geheel andere richting geeft.
Ex-ASML topman, Wennink: zo kan €2.500 miljard vrijkomen via box 3.

Vrijstelling voor technologie investeringen kan innovatie versnellen
De kern van het plan is relatief eenvoudig. Vermogens die worden geïnvesteerd in strategische technologie sectoren zouden vrijgesteld moeten worden van box 3 belasting. Het idee is dat particuliere spaarders en beleggers zo gestimuleerd worden om hun vermogen te investeren in innovatieve bedrijven.
Volgens Wennink staat er in Nederland een enorme hoeveelheid kapitaal stil. Het totale pensioen en spaargeld bedraagt naar schatting ongeveer 2.500 miljard euro. Een aanzienlijk deel daarvan staat op spaarrekeningen of wordt conservatief belegd in buitenlandse markten.
Wanneer slechts een klein deel van dat kapitaal richting Nederlandse innovatie zou stromen, kan dat volgens hem een enorme economische impuls geven. Hij wijst daarbij op vier strategische sectoren die volgens hem cruciaal zijn voor de toekomstige economische groei van Nederland:
Digitalisering en kunstmatige intelligentie
Technologische ontwikkeling versnelt wereldwijd in hoog tempo. Vooral kunstmatige intelligentie, chiptechnologie en digitale infrastructuur spelen een steeds grotere rol in economische concurrentie tussen landen.
Nederland heeft met bedrijven als ASML en een sterke halfgeleiderketen een belangrijke positie, maar de internationale concurrentie neemt snel toe. Extra investeringskapitaal kan helpen om nieuwe technologie bedrijven sneller te laten groeien.
Energie en klimaat technologie
De energietransitie vraagt enorme investeringen in nieuwe technologieën. Denk aan batterij opslag, waterstof infrastructuur en slimme energienetwerken.
Volgens verschillende analyses van onder meer het Internationaal Energieagentschap zijn honderden miljarden euro nodig om Europese klimaatdoelen te halen. Particulier kapitaal kan hier een belangrijke rol spelen.
Biotechnologie en gezondheidsinnovatie
Nederland heeft een sterke positie in medische technologie en biotech onderzoek. Universiteiten, onderzoeksinstituten en jonge bedrijven ontwikkelen nieuwe therapieën, diagnostiek en medische apparatuur. Toch blijkt het vaak lastig om voldoende groeikapitaal te vinden voor jonge bedrijven in deze sector.
Veiligheid en technologische weerbaarheid
Geopolitieke spanningen en digitale dreigingen zorgen ervoor dat technologische autonomie steeds belangrijker wordt. Investeringen in cyberbeveiliging, defensietechnologie en digitale infrastructuur krijgen daarom meer aandacht in Europa. Wennink stelt dat fiscale stimulering van investeringen in deze sectoren de innovatiekracht van Nederland aanzienlijk kan vergroten.
Europa zet vol in op cybersecurity en digitale weerbaarheid.

Nieuwe financieringsbron voor start en scale ups
Een belangrijk argument achter het voorstel is dat innovatieve bedrijven vaak moeite hebben om voldoende kapitaal aan te trekken. Vooral start ups en scale ups zijn sterk afhankelijk van durfkapitaal en subsidies.
Nederland heeft weliswaar een groeiend venture capital ecosysteem, maar in vergelijking met de Verenigde Staten blijft het beschikbare risicokapitaal relatief beperkt. Volgens gegevens van onder meer de Europese Investeringsbank ontvangen Europese technologie bedrijven gemiddeld minder groeifinanciering dan hun Amerikaanse tegenhangers. Dat kan ervoor zorgen dat veelbelovende bedrijven hun groei elders voortzetten.
Wennink ziet particuliere beleggers als een mogelijke oplossing voor dit financieringsprobleem. Wanneer huishoudens hun spaargeld investeren via gespreide technologie fondsen, kunnen zij indirect bijdragen aan de financiering van innovatieve bedrijven.
Het risico voor individuele beleggers blijft volgens dit model beperkt doordat investeringen worden gespreid over meerdere bedrijven. Het fiscale voordeel zou dan een belangrijke prikkel vormen om vermogen richting innovatie te sturen.
Politieke spanningen rond belasting op vermogen
Het voorstel raakt aan een bredere discussie over vermogensbelasting in Nederland. Sinds de Hoge Raad in 2021 oordeelde dat het oude box 3 systeem in strijd was met het eigendomsrecht, probeert de overheid een nieuw stelsel te ontwerpen.
Het huidige tijdelijke systeem belast spaargeld en beleggingen op basis van veronderstelde rendementen. Dat model moet uiteindelijk worden vervangen door een belasting op werkelijk rendement of vermogensgroei.
Critici vrezen dat een belasting op ongerealiseerde winst problemen kan veroorzaken. Stel dat de waarde van aandelen stijgt, dan moet belasting worden betaald zonder dat de belegger daadwerkelijk geld heeft ontvangen.
In jaren waarin markten dalen kan dat systeem juist weer leiden tot complexe verrekeningen.
Fiscalisten wijzen bovendien op internationale concurrentie. Wanneer de belastingdruk op vermogen in Nederland hoger ligt dan in andere landen, kan dat kapitaalstromen beïnvloeden. Het voorstel van Wennink probeert deze discussie te combineren met een industrieel beleid dat innovatie stimuleert.
Alternatief idee voor financiering van de AOW
Naast de discussie over box 3 spreekt Wennink zich ook uit over het Nederlandse pensioenstelsel. Vooral de toekomst van de AOW staat onder druk door de vergrijzing. De overheid heeft plannen om de AOW leeftijd verder te laten meestijgen met de levensverwachting. Op dit moment geldt dat wanneer de levensverwachting met een jaar stijgt, de pensioenleeftijd met acht maanden wordt verhoogd.
Dat systeem is bedoeld om de financiële houdbaarheid van de AOW te garanderen. Naarmate mensen langer leven, ontvangen zij immers langer een uitkering. Toch stuit het plan op politieke weerstand. Vakbonden en verschillende politieke partijen vinden dat een hogere pensioenleeftijd niet voor iedereen haalbaar is.
Wennink stelt daarom een andere benadering voor. Volgens hem zou de AOW deels afhankelijk kunnen worden van het vermogen van gepensioneerden. Ouderen met een groot vermogen of een hoog inkomen zouden dan een lagere uitkering ontvangen, of mogelijk helemaal geen AOW. Het idee achter dit voorstel is dat de AOW oorspronkelijk bedoeld was als basisvoorziening voor ouderen zonder voldoende inkomen.
Wanneer vermogende ouderen dezelfde uitkering ontvangen als mensen met weinig spaargeld, kan dat volgens critici worden gezien als een inefficiënte besteding van belastinggeld. Door de uitkering sterker te richten op mensen die deze daadwerkelijk nodig hebben, zou volgens Wennink financiële ruimte ontstaan binnen het stelsel.
ASML-veteraan wil AOW hervormen: uitkering afhankelijk van vermogen.

Economische kansen en risico’s van gerichte belastingvoordelen
Het idee om belastingvoordelen te koppelen aan specifieke investeringen is niet nieuw. In verschillende landen bestaan al regelingen die investeringen in innovatieve bedrijven stimuleren. In Nederland bestaan bijvoorbeeld fiscale voordelen voor investeringen in startende ondernemingen via bepaalde regelingen. Ook Europese programma's zoals InvestEU proberen particuliere investeringen te mobiliseren. Toch wijzen economen op mogelijke risico's.
Wanneer de overheid bepaalt welke sectoren fiscale voordelen krijgen, kan dat leiden tot marktverstoringen. Investeringen kunnen dan niet langer volledig gebaseerd zijn op economische rendementen, maar worden beïnvloed door belastingvoordelen. Daarnaast bestaat het risico dat beleggers investeren in projecten die vooral aantrekkelijk zijn vanwege het fiscale voordeel, niet vanwege de onderliggende kwaliteit.
Tegelijkertijd groeit internationaal de overtuiging dat overheden een actievere rol moeten spelen in strategische technologie. Zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie investeren miljarden in chipindustrie, energie technologie en defensie innovatie. Nederland staat daarom voor een strategische keuze. Blijft het belastingbeleid neutraal ten opzichte van investeringen, of wordt het stelsel gebruikt om specifieke economische doelen te stimuleren.
Wanneer zelfs een klein percentage van het Nederlandse spaargeld daadwerkelijk richting innovatieve technologiebedrijven zou stromen, kan dat het investeringslandschap ingrijpend veranderen. Nieuwe fondsen, gespecialiseerde investeringsplatforms en publiek private samenwerkingen zouden kunnen ontstaan, waardoor huishoudens een directe rol krijgen in de financiering van de technologische economie die steeds meer de basis vormt van toekomstige groei.






































































































































