Instacart stijgt flink en dit is wat de cijfers ons vertellen
- Rabi Safi
- 2 uur geleden
- 7 minuten om te lezen
Instacart (CART) sloot Q4 2025 af met 12% omzetgroei naar $992 mln en de sterkste GTV-groei in drie jaar: +14% naar $9,85 mrd, wat de markt ziet als bewijs dat “online boodschappen” weer versnelt.
Achter de koerssprong zit niet alleen groei, maar vooral hefboom: Adjusted EBITDA +20% naar $303 mln en aangepaste opex omlaag naar 4,4% van GTV.
Het meest veelzeggende cijfer over 2025 is de kapitaalroute: $971 mln operationele kasstroom én $1,4 mrd aan buybacks (waarvan $1,1 mrd in Q4) — Instacart gedraagt zich steeds meer als een cashflowbedrijf, niet als een hype-platform.
Instacart heeft in het vierde kwartaal van 2025 precies geleverd waar de markt al een tijd op wachtte: overtuigend bewijs dat groei niet alleen “terug kan komen”, maar ook winstgevend kan worden opgeschaald. De headline was een omzetbeat, maar de echte verklaring voor de opluchtingsrally zit dieper: in transactievolume, kostenhefboom en een steeds dominanter verhaal rond enterprise-software en advertentiedata.
Omzet en winst versus verwachting (Q4 2025)
Omzet: $992 mln vs. $974 mln verwacht
Winst per aandeel (EPS): $0,30 vs. $0,52 verwacht
Die EPS-miss lijkt op papier pijnlijk, maar hij is minder “fundamenteel” dan hij oogt. Instacart laat in zijn eigen cijfers zien waarom: onder GAAP drukten hogere (deels eenmalige) kosten de nettowinst, terwijl de operationele kern, gemeten in adjusted EBITDA en kostenratio’s, juist versnelt.

Het startpunt: waarom Instacart vooral op GTV wordt beoordeeld
Instacart is geen supermarkt; het is een technologielaag bovenop supermarkten. Daarom kijkt de markt eerst naar GTV (Gross Transaction Value): de totale waarde van goederen die via Instacart lopen (inclusief bepaalde fees en fooien), een maatstaf voor de “stroom” door het ecosysteem. Meer GTV betekent doorgaans meer transactie-omzet, meer advertentie-ruimte en meer datawaarde.
In Q4 kwam de GTV uit op $9,852 mrd (+14%). Dat is niet alleen “netjes”; Instacart noemt het expliciet de sterkste GTV-groei in drie jaar. Het bedrijf zat daarmee in een ritme van acht opeenvolgende kwartalen met dubbelcijferige groei, een trend die in de supplemental slides ook als groeitraject wordt neergezet.
De motor achter die GTV is volume:
Orders: 89,5 miljoen (+16%) in Q4.
Dat is belangrijker dan het lijkt, want het laat zien dat de groei niet primair wordt gekocht met hogere prijzen of hogere “take” per order. Sterker nog: Instacart meldt dat de average order value 1% daalde door groei in restaurantorders. Minder gemiddelde orderwaarde klinkt als tegenwind, maar hier is het vooral een mix-effect: meer frequente, kleinere bestellingen (en restaurant) verhogen het ordervolume en houden het platform “top of mind”. In platformlogica is dat vaak waardevoller dan eenmalig hogere mandjes, omdat meer transacties ook meer advertentiemomenten en meer datapoints betekenen.
De beat kwam uit transacties én advertenties, maar niet in gelijke tred
De omzet steeg in Q4 met 12% naar $992 mln. Die omzet valt grofweg uiteen in twee stromen:
Transaction revenue: $698 mln (+13%), oftewel de opbrengst uit fees rond de marktplaats en fulfillment.
Advertising & other: $294 mln (+10%).
Opvallend: advertenties groeien wel, maar langzamer dan GTV. Daardoor daalde de advertentie-/other “investment rate” licht naar 3,0% van GTV (van 3,1% een jaar eerder). Dat is een subtiel signaal. Het betekent dat de Q4-versnelling niet primair komt doordat Instacart meer advertentiedruk per dollar boodschappen opvoert, maar doordat het platform meer boodschappen verwerkt.
Daar zit meteen een implicatie voor 2026: als Instacart de advertentielaag weer harder laat groeien dan GTV, kan de winstgevendheid relatief snel omhoog, omdat advertenties doorgaans hogere marges hebben dan transactie-inkomsten. Instacart zelf benadrukt dat het advertentie-ecosysteem breder wordt: het bedrijf groeide het aantal Carrot Ads-partners van 220 naar 310+ en had in Q4 9.000+ actieve merken die adverteerden (tegen 7.000+ een jaar eerder). Dat zijn geen “nice-to-have” metrics; het zijn de bouwstenen voor pricing power in retail media.
Winstgevendheid: het echte verhaal is kostenhefboom, niet de GAAP-nettowinst
Onder aan de streep rapporteerde Instacart in Q4 een GAAP-nettoresultaat van $81 mln, fors lager dan $148 mln een jaar eerder (−46%). Wie daar blijft hangen, mist de kern. Instacart legt namelijk uit dat GAAP-kosten stegen door non-recurring legal & regulatory matters, waaronder een $60 mln schikking met de FTC.
En dat zie je terug in de kostenregels:
GAAP total operating expenses: $619 mln in Q4 (6,3% van GTV) versus 5,9% een jaar eerder.
Maar kijk je naar de “onderliggende” kosten (non-GAAP), dan wordt het ineens een ander kwartaal:
Adjusted total operating expenses: $436 mln, en als percentage van GTV daalt dat naar 4,4% (van 4,9%).
Dat verschil is het bewijs van operationele hefboom. Instacart groeit hard genoeg om zijn schaalvoordelen in technologie, support en fulfillment door te laten werken, terwijl het tegelijkertijd ruimte houdt voor investeringen.
De beste samenvattende maatstaf daarvoor is Adjusted EBITDA:
Adjusted EBITDA: $303 mln (+20%) in Q4, goed voor 3,1% van GTV en 31% EBITDA-marge op omzet.
Voor een bedrijf dat ooit vooral werd gezien als “bezorgfee + marketing”, is dit precies het soort margeprofiel dat beleggers graag plakken op een platform met advertentie- en enterprise-ambities.
Even helder: wat is adjusted EBITDA (en wat niet)?
Adjusted EBITDA is geen officiële winstmaatstaf zoals nettowinst. Het is een operationele maatstaf waarbij Instacart posten weglaat die management als “niet-kern” ziet, zoals stock-based compensation en bepaalde juridische posten. Het is nuttig om te zien of de machine efficiënter wordt, maar je moet het altijd naast GAAP blijven lezen, omdat echte kosten niet verdwijnen door ze “adjusted” te noemen.
Instacart helpt zelf door de brug te tonen: over heel 2025 zat er bijvoorbeeld $352 mln stock-based compensation in de reconciliatie. Het punt is dus niet dat die kosten “niet bestaan”, maar dat de onderliggende operationele trend (exclusief die posten) wél de richting laat zien.
Een groeibedrijf dat cash teruggeeft
Over heel 2025 komt Instacart uit op:
GTV: $37,224 mrd (+11%)
Omzet: $3,742 mrd (+11%)
GAAP nettowinst: $447 mln (−2%)
Adjusted EBITDA: $1,087 mrd (+23%)
Dat verschil in groeipercentages is de boodschap: EBITDA groeit twee keer zo hard als omzet. Instacart bouwt dus winstcapaciteit sneller op dan het groeit in volume.

Maar de volwassenheidsmeter zit in de kasstroom en de kapitaalallocatie:
Operating cash flow 2025: $971 mln
Aandeleninkoop 2025: $1,402 mrd (waarvan $1,386 mrd volgens cashflow-overzicht; rounding/rapportageverschillen zitten in de tabellen)
In Q4 alleen al: $1,1 mrd buybacks genoemd in de brief.
Dit is het punt waarop Instacart ophoudt een “alleen groei”-aandeel te zijn en meer gaat lijken op een platform dat zijn eigen aandelen structureel ondersteunt. Dat werkt alleen als je (1) cash genereert en (2) vertrouwen hebt dat je groei-investeringen niet stikt. Instacart zegt dat ook bijna letterlijk: de opportunistische buybacks weerspiegelen “confidence” in de business.
Tegelijk moet je eerlijk blijven: de buybacks zijn groter dan de operationele kasstroom in 2025. Dat zie je terug in de balans: cash & cash equivalents daalden van $1,278 mrd naar $637 mln. Dit is dus een bewuste keuze: Instacart zet een deel van zijn liquiditeit in om aandelen in te kopen. Voor beleggers is dat aantrekkelijk zolang het bedrijf zijn groeimotor niet afknijpt en precies daarom wordt de guidance nu zo belangrijk.
Opnieuw de nadruk op GTV en EBITDA
Voor Q1 2026 verwacht Instacart:
GTV: $10,125–$10,275 mrd
Adjusted EBITDA: $280–$290 mln
Het bedrijf vertaalt dit naar 11%–13% jaar-op-jaar GTV-groei, en geeft meteen een nuance die veel zegt over de dynamiek: het verwacht dat GTV-groei ordersgroei gaat overtreffen doordat het de “lap” maakt van de volledige uitrol van de $10 minimum basket feature voor Instacart+ in Q1 2025.
Voor EBITDA verwacht Instacart 15%–19% groei, maar wel een seizoensmatige daling t.o.v. Q4 door seizoenszwakte in advertising & other. Ook dat is een volwassen signaal: het management kadert de kwartaalvolatiliteit en zet de markt neer op jaarlogica.
Waarom Instacart steeds minder “bezorgdienst” is
Instacart probeert de waardering los te weken van het idee “boodschappen laten bezorgen = lage marge”. In de aandeelhoudersbrief hamert CEO Chris Rogers op een strategie waarin Instacart de grocery technology & enablement partner wordt: niet alleen vraag (marktplaats), maar vooral software in de keten.
De enterprise-poot is daarbij de hefboom:
In 2025 lanceerde Instacart 70+ net-new Storefronts (white-label e-commerce), meer dan dubbel zoveel als in 2024.
Storefront-technologie draait inmiddels 380+ grocers’ e-commerce sites.
En Instacart bouwt “connected stores” (Caper Carts, FoodStorm, Carrot Tags) en AI-oplossingen bovenop die integratie.
Waarom dit financieel telt: als Instacart dieper in de operatie van retailers zit, wordt het minder substitueerbaar. Een bezorgplatform kun je vervangen; een geïntegreerde enterprise-stack vervang je niet zonder pijn. Dat verhoogt retentie, contractduur en (uiteindelijk) pricing power.
De verborgen waardeketen: retail media en data
Instacart meldt over 2025 $1,065 mrd advertising & other revenue (+11%) en zet dat neer als “over $1 billion”. Retail media is in 2026 nog steeds één van de aantrekkelijkste advertentiehoeken omdat het “closed-loop” kan meten: je ziet niet alleen clicks, maar ook aankopen.
Instacart bouwt daarnaast off-platform distributie uit (Google, Meta, Pinterest, TikTok, The Trade Desk) en lanceerde “Data Hub” (clean room) voor merken om eigen data met Instacart-data te combineren. Dat is een andere inkomstenlogica dan bezorgfees: dat is data-infrastructuur, met bijbehorende marges.
In de supplemental deck wordt die schaal nog concreter gemaakt: 26M+ klanten in 2025, ongeveer 10M klanten in december, 2.200+ retail banners, en 310+ Carrot Ads partners. Dit zijn de aantallen waar advertentieplatforms op draaien.
Wat de cijfers nu echt zeggen
Er zijn twee manieren om Q4 te lezen. De oppervlakkige lezing: omzet boven verwachting, EPS onder verwachting, koers omhoog door “rosy guidance”.
De nuttige lezing: Instacart laat zien dat het platform:
volume wint (orders +16%, GTV +14%),
kostenhefboom bouwt (adjusted opex 4,4% van GTV),
winstcapaciteit versnelt (adjusted EBITDA +20%),
en kapitaal teruggeeft op een schaal die je normaal bij volwassen tech ziet (buybacks $1,4 mrd).
De kernvraag voor 2026 is daardoor niet meer “is Instacart winstgevend?”, maar: kan Instacart de mix verschuiven naar meer enterprise en advertenties zónder de marktplaatsgroei te vertragen? Als dat lukt, wordt 3% EBITDA op GTV een tussenstation, geen eindpunt.
En daar zit het echte spanningsveld in één cijfer verstopt: de advertentie-intensiteit daalde licht in Q4 (3,0% van GTV). Als Instacart die ratio weer omhoog duwt terwijl GTV versnelt, kan de winst sneller stijgen dan de omzet. Als het niet lukt, blijft Instacart vooral een efficiënt transactieplatform met mooie cashflow, ook prima, maar dan lijkt de “platformmultiple” lastiger te verdedigen.







































































































































Opmerkingen