Wat er op dit moment écht aan de hand is op de beurs
- Rabi Safi
- een paar seconden geleden
- 4 minuten om te lezen
AI-angst jaagt beleggers uit software, logistiek en zelfs vastgoed: Salesforce staat dit jaar ruim 31% lager, Autodesk 26%, de tech-ETF IGV 32% onder de recente piek.
Tegelijk vluchten beleggers naar defensieve waarden: Walmart +3%, Coca-Cola +2%, terwijl zilver 9% onderuitgaat na een retailhausse.
De markt wacht op inflatiecijfers: economen rekenen op +0,3% voor zowel headline als kern-CPI. De uitkomst bepaalt of de Fed echt kan pauzeren.
De Amerikaanse beurs is in de greep van een nieuwe angst: kunstmatige intelligentie die bestaande bedrijfsmodellen ondermijnt. Terwijl AI initieel als kans werd gezien, ziet men nu alleen nog maar gevaren. Beleggers willen winsten zien en zekerheid. Niet alleen technologiebedrijven krijgen klappen, ook financiële dienstverleners, logistieke spelers en vastgoedfondsen worden meegesleurd. De rode draad: beleggers herprijzen winstverwachtingen naar beneden uit vrees dat AI marges aantast.
Software in de uitverkoop
De hardste klappen vallen in software. Salesforce daalde in de laatste sessie 2% en staat dit jaar inmiddels meer dan 31% lager. Autodesk verloor meer dan 5% en noteert 26% onder het niveau van begin dit jaar. De iShares Expanded Tech-Software Sector ETF (IGV) leverde 3% in en staat circa 32% onder de recente piek. We zien een duidelijke shift naar semi-conductors. Daar zit de zekerheid en weg bij sectoren waar AI veel kan gaan veranderen terwijl de S&P 500 en de Nasdaq amper bewegen.

Dat zijn geen kleine correcties. Een daling van 30% betekent dat een aandeel dat op 100 dollar stond, nu rond de 70 dollar noteert. Om terug te keren naar het oude niveau is geen stijging van 30%, maar van ruim 43% nodig. Dat illustreert hoe fors de herwaardering is.
Waarom deze uitverkoop? Beleggers vrezen dat AI-tools softwarefuncties goedkoper of zelfs gratis kunnen repliceren. Als klanten minder licenties nodig hebben of lagere prijzen afdwingen, krimpt de omzetgroei. En bij softwarebedrijven, waar vaste kosten hoog zijn maar extra omzet juist zeer winstgevend is, werkt elke procentpunt lagere groei direct door in de winst. Minder omzetgroei betekent disproportioneel lagere winstgroei.
Logistiek en banken in de vuurlinie
De angst beperkt zich niet tot tech. Aandelen van logistieke bedrijven zoals C.H. Robinson kelderden 22% uit vrees dat AI vrachtprocessen efficiënter maakt en daarmee druk zet op tarieven en marges. Een daling van 22% in korte tijd duidt op een abrupte bijstelling van winstverwachtingen.

Ook financiële instellingen zoals Morgan Stanley stonden onder druk. De redenering: als AI vermogensbeheer automatiseert, kunnen adviesvergoedingen dalen. Minder fee-inkomsten betekent lagere operationele hefboom. Bij banken en vermogensbeheerders is een groot deel van de kosten vast (kantoren, compliance, IT). Lagere inkomsten tikken daardoor relatief hard door in de nettowinst.

Zelfs vastgoedfondsen als CBRE en SL Green Realty kregen klappen. De gedachte hier is indirect: als AI leidt tot hogere werkloosheid, daalt de vraag naar kantoorruimte. Minder vraag betekent lagere huren, hogere leegstand en dus lagere huuropbrengsten. Bij vastgoedfondsen, die vaak hoog gefinancierd zijn, kan een paar procent lagere huurinkomsten een veel grotere daling van de winst betekenen.
Zilver zakt 9%, defensieve waarden winnen terrein
Opvallend is dat ook zilver, dit jaar een populaire belegging onder particuliere beleggers, 9% daalde. Dat wijst op een bredere risk-off beweging: beleggers bouwen risico af, ook in grondstoffen die eerder als speculatieve hedge werden gezien.
Het vrijgekomen geld zoekt veiligheid. Walmart steeg 3%, Coca-Cola 2%. Binnen de S&P 500 waren consumentengoederen en nutsbedrijven de sterkste sectoren, met winsten van meer dan 1%. Dit zijn bedrijven met relatief stabiele kasstromen en voorspelbare omzet. In tijden van onzekerheid betalen beleggers daar graag een premie voor.
Banenrapport en inflatie: de Fed als scheidsrechter
De beurs sloot eerder al lager ondanks een sterk banenrapport. Hoewel de arbeidsmarkt robuust oogt, temperden neerwaartse revisies het enthousiasme: in de tweede helft van 2025 zou er per saldo geen banengroei zijn geweest. Dat voedt twijfel over de duurzaamheid van de economische groei.
Nu verschuift de aandacht naar de inflatie. Economen verwachten dat de consumentenprijsindex (CPI) in januari met 0,3% stijgt, zowel voor de totale inflatie als voor de kerninflatie (exclusief voedsel en energie). Op jaarbasis komt dat neer op een inflatietempo van grofweg 3,6% als dit maandtempo aanhoudt, nog altijd boven de doelstelling van de Federal Reserve van 2%.
Volgens Ross Mayfield, investment strategist bij Baird, is het CPI-cijfer “iets minder belangrijk nu we een goed banenrapport hebben gezien”, omdat dit de Fed ruimte geeft om de rente langer stabiel te houden. Maar een hoger dan verwachte inflatie kan de markt alsnog raken. In dat geval stijgen de verwachtingen voor toekomstige renteverhogingen, wat vooral groeiaandelen, met winsten ver in de toekomst, onder druk zet.
De kern van de onrust
Wat hier gebeurt is in essentie een herwaardering. Beleggers rekenen niet alleen met de winst van vandaag, maar vooral met de winst van morgen. Als AI de toekomstige omzetgroei met enkele procentpunten drukt, daalt de theoretische waarde van een aandeel fors, zeker bij bedrijven met hoge waarderingen.
De recente koersdalingen van 20% tot ruim 30% suggereren dat de markt uitgaat van structureel lagere marges of tragere groei. Of dat terecht is, moet blijken uit de komende kwartaalcijfers. Eén ding is duidelijk: in een markt waar waarderingen jarenlang zijn opgerekt door lage rente en hoge groeiverwachtingen, is het sentiment nu radicaal gedraaid. Cijfers zullen moeten bewijzen of die angst overdreven is, of juist nog te optimistisch.





















































