top of page

Nieuw box 3-stelsel aangenomen: dit betekent het voor beleggers

  • Kevin S
  • 2 uur geleden
  • 4 minuten om te lezen

In het kort:

  • De Tweede Kamer heeft de Wet werkelijk rendement voor box 3 aangenomen, waardoor vanaf 2028 belasting wordt geheven op het werkelijke rendement, maar politiek is al afgesproken dat een volgend kabinet mogelijk opnieuw het systeem wijzigt.

  • Het nieuwe hybride stelsel belast liquide bezittingen jaarlijks via vermogensaanwas en minder liquide bezittingen bij verkoop via vermogenswinst, wat zowel uitvoerings- als liquiditeitsvragen oproept.

  • Voor particuliere beleggers betekent dit blijvende onzekerheid, directe fiscale gevolgen van koersschommelingen en een box 3-systeem dat ook na 2028 onderwerp van politieke strijd blijft.


Na bijna tien jaar discussie heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet werkelijk rendement voor box 3. Daarmee komt er vanaf 2028 een nieuw systeem voor de belasting op sparen en beleggen. Toch is de politieke rust daarmee allerminst teruggekeerd. Nog vóór de wet definitief is ingevoerd, heeft een Kamermeerderheid al vastgelegd dat het volgende kabinet moet toewerken naar een ander systeem.


Voor particuliere beleggers is dit geen detail. Het betekent dat box 3 ook de komende jaren onderwerp van politieke strijd blijft, met directe gevolgen voor rendement, liquiditeit en vermogensopbouw.


twee kamer stemt in met vernieuwing box-3
Bron: Tweede Kamer

Een ruime meerderheid met grote tegenzin

De wet werd aangenomen met 90 van de 150 zetels. Onder meer VVD, D66, CDA, GroenLinks-PvdA, SP, Partij voor de Dieren en Volt stemden voor. Tegelijkertijd klonk in vrijwel alle fracties stevige kritiek.


Veel Kamerleden zien het nieuwe stelsel als een tussenoplossing. Het huidige tijdelijke systeem geldt als juridisch kwetsbaar en complex. Na het Kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021 werd de oude vermogensrendementsheffing onderuitgehaald. De belasting was in strijd met het eigendomsrecht en discriminerend. Dat leidde tot miljarden aan compensatie en een noodreparatie via de tegenbewijsregeling.


Volgens meerdere partijen was het alternatief simpelweg slechter dan het nieuwe voorstel. Bovendien zou het wegstemmen van de wet een begrotingsgat van ongeveer een miljard euro slaan. Daarmee was de politieke keuze in feite beperkt.


Hoe het nieuwe stelsel werkt

De kern van de Wet werkelijk rendement is dat het werkelijke rendement wordt belast. Dat gebeurt op twee verschillende manieren.


Voor liquide vermogensbestanddelen zoals spaargeld, aandelen, obligaties en crypto geldt een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat niet alleen rente en dividend worden belast, maar ook de jaarlijkse waardestijging of waardedaling van het vermogen. Beleggers betalen dus belasting over papieren winsten, ook als zij hun beleggingen niet verkopen.


Voor minder liquide bezittingen zoals vastgoed en belangen in familiebedrijven of start-ups geldt een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt pas afgerekend met de fiscus bij verkoop. De waardestijging tussen aankoop en verkoop wordt dan belast.


Deze hybride aanpak moet uitvoerbaar zijn en liquiditeitsproblemen voorkomen. In de praktijk zorgt juist deze tweedeling voor politieke en fiscale spanningen.


Waarom box 3 al tien jaar schuurt

De problemen rond box 3 begonnen niet gisteren. In 2001 werd gekozen voor een fictief rendement van 4 procent waarover 30 procent belasting werd geheven. Dat kwam neer op 1,2 procent belasting over het vermogen.


Toen de rente na de kredietcrisis langdurig extreem laag werd, bleek die 4 procent een fictie. In 2016 werd het systeem aangepast. Het vermogen werd verdeeld in categorieën met verschillende veronderstelde rendementen. Maar ook dat systeem werkte met aannames over rendement én vermogensverdeling.


Die dubbele fictie hield geen stand bij de rechter. Het gevolg was een forse schadepost voor de staat en een langdurige zoektocht naar een houdbaar alternatief. De Wet werkelijk rendement moet die juridische kwetsbaarheid oplossen.


Het echte politieke gevecht

Opvallend is dat een nipte meerderheid van 76 zetels al heeft vastgelegd dat het kabinet uiterlijk bij het Belastingplan 2029 moet komen met een voorstel voor een volledige vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat ook liquide beleggingen pas bij verkoop belast zouden worden.


Zelfs de VVD stemde voor die motie, terwijl coalitiepartners D66 en CDA tegen waren. Daarmee wordt de nieuwe staatssecretaris van Financiën direct politiek vastgepind op een bepaalde richting.


Voor linkse partijen is juist een volledige vermogensaanwasbelasting aantrekkelijker. Die is eenvoudiger uitvoerbaar en voorkomt dat belastingheffing langdurig wordt uitgesteld. Uit berekeningen blijkt dat de uitzondering voor vastgoed en andere minder liquide bezittingen de schatkist op lange termijn tientallen miljarden kan kosten.


Wat technisch lijkt, is dus diep politiek. De keuze tussen aanwas en winst bepaalt niet alleen wanneer belasting wordt betaald, maar ook wie de belastingdruk draagt en hoe groot de inkomsten van de staat zijn.


Wat betekent dit voor particuliere beleggers

Voor beleggers in aandelen, ETF’s en crypto betekent de nieuwe wet dat jaarlijkse koersschommelingen direct fiscale gevolgen hebben. In goede beursjaren kan de belastingdruk oplopen zonder dat er cash vrijkomt. Dat vraagt om liquiditeitsplanning. Mogelijk moeten beleggers een deel van hun portefeuille verkopen om belasting te kunnen betalen.


Voor vastgoedbeleggers en investeerders in private ondernemingen verschuift het moment van belasting naar de verkoop. Dat kan aantrekkelijk lijken, maar leidt tot grotere belastingaanslagen bij exit en mogelijk strategisch uitstelgedrag.


De onzekerheid blijft bovendien groot. Als het volgende kabinet daadwerkelijk overstapt naar een volledige vermogenswinstbelasting, verandert het systeem opnieuw. Dat maakt lange termijnplanning lastiger.


vermogensaanwas
Bron: Taxence

Een technisch dossier met grote impact

Box 3 wordt vaak gezien als een technisch belastingdossier. In werkelijkheid raakt het miljoenen Nederlanders. De manier waarop rendement wordt belast, beïnvloedt beleggingskeuzes, risicobereidheid en vermogensopbouw.


De stemming over de Wet werkelijk rendement lost het juridische probleem van het verleden grotendeels op, maar opent een nieuw politiek hoofdstuk. Voor beleggers is het daarom cruciaal om niet alleen naar rendementscijfers te kijken, maar ook naar fiscale ontwikkelingen.


De hervorming van box 3 is nog niet klaar. Wat nu is aangenomen, kan over enkele jaren alweer worden herzien. Wie vermogen opbouwt, moet er rekening mee houden dat fiscaliteit in Nederland voorlopig een bewegend doelwit blijft.


Advertorial

De voortdurende onzekerheid rond box 3 onderstreept hoe belangrijk het is om ook naar de positie van spaargeld te kijken. Zeker wanneer belastingheffing en rendement steeds sterker met elkaar verweven raken, kan het tijdelijk parkeren van vermogen tegen een voorspelbare rente bijdragen aan meer overzicht en flexibiliteit. Een stabiele spaaroplossing vormt zo een rustpunt binnen een veranderend fiscaal landschap.


Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,91% p.j. of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,15% p.j.





 
 
 

Opmerkingen


Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page