Software crasht en dit zijn nu de grootste kansen volgens Bank of America
- Michiel V

- 11 feb
- 6 minuten om te lezen
In het kort:
De softwaresector staat ruim 25 procent lager door angst dat AI het klassieke SaaS-model onder druk zet en waarderingen blijvend aantast.
Volgens Bank of America kunnen juist spelers als Snowflake en MongoDB profiteren van AI, omdat zij in de datalaag van het ecosysteem zitten.
De brede verkoopgolf maakt duidelijk dat selectiviteit belangrijker wordt, omdat niet elke softwarelaag even kwetsbaar is in deze nieuwe AI-cyclus.
De softwaresector beleeft een van de scherpste correcties van de afgelopen jaren. Sinds begin dit jaar staat de sector ruim 25 procent lager. Wat jarenlang gold als het veiligste groeiverhaal op de beurs, bevindt zich nu officieel in een bearmarkt.
De aanleiding is helder. De snelle opkomst van geavanceerde AI-modellen, zoals Claude Cowork van Anthropic, voedt het idee dat traditionele software zijn dominante positie kan verliezen. Waar bedrijven vroeger tientallen gespecialiseerde SaaS-tools nodig hadden, kan AI steeds meer taken zelfstandig uitvoeren. Dat raakt direct het fundament onder veel softwarebedrijven.
Toch is het verhaal niet eendimensionaal. Terwijl het narratief SaaS is dead steeds luider klinkt, zien grote zakenbanken juist kansen ontstaan. Bank of America noemt vier aandelen die volgens hen als eerste kunnen herstellen zodra de paniek afneemt: Snowflake, MongoDB, Datadog en JFrog. Daarnaast wordt ook Microsoft door analisten gezien als een kanshebber na de recente daling.
De angst achter de uitverkoop
De huidige correctie draait minder om slechte cijfers en meer om structurele onzekerheid. Beleggers twijfelen aan de houdbaarheid van het klassieke SaaS-model. Dat model draaide op voorspelbare abonnementen, hoge klantretentie en stevige marges. Die combinatie rechtvaardigde jarenlang hoge waarderingen.
AI ondermijnt die vanzelfsprekendheid. Als code sneller geschreven kan worden, als functionaliteiten goedkoper kunnen worden nagebouwd en als AI als universele laag boven bestaande software komt te liggen, dan daalt de toetredingsdrempel. Concurrentie kan toenemen en prijsdruk kan volgen.
Dat verklaart waarom de sector collectief is afgestraft. De markt probeert een nieuw evenwicht te vinden in een wereld waarin de economische waarde mogelijk verschuift van applicaties naar data, infrastructuur en AI-modellen.
Snowflake: data als strategische kern
Snowflake is volgens Bank of America de aantrekkelijkste naam binnen de recente software-uitverkoop. Het bedrijf positioneert zich niet als een klassieke SaaS-aanbieder met een specifieke applicatie, maar als dé datacloud voor ondernemingen. In plaats van zelf eindgebruikers software te bouwen, focust Snowflake op het opslaan, structureren en toegankelijk maken van enorme hoeveelheden data, verspreid over verschillende cloudomgevingen zoals AWS, Azure en Google Cloud.

Dat onderscheid is cruciaal in het huidige AI-debat. In een AI-gedreven wereld wordt data alleen maar waardevoller. AI-modellen zijn immers zo goed als de data waarop ze draaien. Zonder goed georganiseerde, schaalbare en veilige datasets verliest zelfs het beste model zijn kracht. Snowflake probeert zich daarom te positioneren als de neutrale datalaag tussen bedrijven en AI-toepassingen. Het sloot samenwerkingen met partijen als OpenAI en Palantir en investeert fors in AI-functionaliteiten binnen het eigen platform, zodat klanten AI direct op hun data kunnen toepassen.
Dat maakt Snowflake minder kwetsbaar voor het narratief dat SaaS dood is. Het bedrijf zit niet in de applicatielaag die mogelijk wordt gecommoditiseerd, maar in de infrastructuurlaag die AI mogelijk maakt. De risico’s liggen eerder bij concurrentie van andere cloudproviders of bij tegenvallende adoptie van AI-workloads, niet bij het verdwijnen van de behoefte aan data.
Toch zijn er zorgen. Snowflake is nog niet winstgevend en gaf eerder voorzichtige groeiverwachtingen af. Het aandeel wordt nog altijd tegen een stevige multiple verhandeld. Als AI-investeringen bij klanten vertragen of concurrenten marktaandeel winnen, kan dat druk zetten op de waardering.
Analisten zien echter een aanzienlijk herstelpotentieel. Het gemiddelde koersdoel impliceert meer dan 60 procent opwaarts potentieel. Dat onderstreept hoe sterk het sentiment is gekanteld en hoe groot het verschil is tussen huidige angst en lange termijn verwachtingen.

MongoDB: database voor AI-workloads
MongoDB wordt door Bank of America omschreven als technologisch onderscheidend. Het bedrijf levert een document based database die flexibel en schaalbaar is en goed aansluit bij moderne applicaties. In tegenstelling tot traditionele relationele databases werkt MongoDB met JSON-documenten, wat ontwikkelaars meer vrijheid geeft en systemen beter laat omgaan met snel veranderende datastromen.
In een AI-context is dat bijzonder relevant. AI-toepassingen genereren en verwerken enorme hoeveelheden ongestructureerde data, zoals tekst, afbeeldingen, logs en realtime input. Dat soort data past vaak beter in een document based architectuur dan in klassieke databasestructuren. MongoDB’s Atlas-platform, dat volledig in de cloud draait, groeit volgens analisten versneld en wordt gezien als goed gepositioneerd om nieuwe AI-workloads te ondersteunen.

Dat maakt MongoDB minder direct kwetsbaar voor AI-disruptie. Het bedrijf levert niet de applicaties die door AI worden vervangen, maar de databasis waarop die applicaties draaien. AI kan zelfs de vraag naar flexibele databases vergroten, omdat nieuwe toepassingen sneller moeten worden ontwikkeld en opgeschaald.
Beleggers zijn echter voorzichtig. De verwachtingen rond groei zijn hoog en het aandeel reageert sterk op kwartaalupdates. Toch zien veel analisten structurele vraag vanuit AI-gedreven applicaties. Het gemiddelde koersdoel impliceert een stijging van meer dan 50 procent, wat aangeeft dat Wall Street de recente daling als overdreven beschouwt.
MongoDB is daarmee een typische AI-transitiecase. Als het bedrijf erin slaagt een centrale rol te spelen in de nieuwe datalaag van AI-toepassingen, kan het profiteren van structurele groei. Zo niet, dan blijft de druk op de waardering bestaan.
Datadog: observability blijft missie-kritisch
Datadog richt zich op monitoring en beveiliging van cloudinfrastructuur. Het platform helpt bedrijven om servers, applicaties en gebruikersinteracties te monitoren, prestaties te optimaliseren en bedreigingen te detecteren. In een steeds complexere digitale omgeving is zichtbaarheid geen luxe, maar noodzaak.
Critici stellen dat AI zelf monitoringtaken kan automatiseren en daarmee de toegevoegde waarde van Datadog kan verminderen. Maar er is ook een sterk tegengeluid. Meer AI betekent meer complexe infrastructuur, meer datastromen, meer integraties en meer potentiële kwetsbaarheden. Dat vergroot juist de behoefte aan observability en security.
AI-native bedrijven draaien vaak grootschalige, dynamische systemen waarbij fouten grote gevolgen kunnen hebben. Monitoring wordt dan missie-kritisch. Bovendien kan Datadog zelf AI inzetten om zijn analyses slimmer en proactiever te maken, wat de waarde van het platform verder kan verhogen.
Wall Street verwacht nog altijd dat Datadog in 2026 rond de 20 procent omzetgroei kan realiseren. Daarnaast werd eerder melding gemaakt van een groot contract met een AI-klant, vermoedelijk OpenAI. Het gemiddelde koersdoel impliceert ongeveer 60 procent opwaarts potentieel.

Datadog staat daarmee symbool voor de bredere discussie. Is AI een bedreiging of juist een katalysator? Voor infrastructuurspelers als Datadog kan het laatste scenario realistischer zijn dan veel beleggers momenteel vrezen.
JFrog: de stille speler achter meer code
JFrog is minder bekend bij particuliere beleggers, maar speelt een essentiële rol in het beheren en beveiligen van softwarecomponenten, de zogenoemde binaries. Het bedrijf levert tools die ontwikkelaars helpen om code veilig op te slaan, distribueren en beheren binnen complexe ontwikkelomgevingen.
Bank of America vat de AI-impact kernachtig samen: meer AI betekent meer code. AI genereert immers zelf ook software. Dat leidt tot meer binaries, meer versies, meer afhankelijkheden en meer beveiligingsrisico’s. In zo’n omgeving wordt het beheer van softwarecomponenten alleen maar belangrijker.
JFrog bevindt zich diep in de DevOps-keten, een infrastructuurlaag die moeilijk te vervangen is door generatieve AI zelf. AI kan code produceren, maar die code moet nog steeds veilig worden opgeslagen, getest, uitgerold en beheerd. Dat proces blijft cruciaal voor ondernemingen.
Het aandeel is fors teruggevallen, maar analisten vinden die daling overdreven. Als AI daadwerkelijk leidt tot een explosie van softwareproductie, kan JFrog juist profiteren van de toegenomen complexiteit en veiligheidsbehoefte.
Microsoft: gigant onder druk, maar strategisch gepositioneerd
Hoewel Microsoft vaak wordt gezien als een van de grootste AI-winnaars, staat het aandeel onder druk na tegenvallende Azure-groei. Beleggers hadden verwacht dat de enorme investeringen in AI direct zouden leiden tot versnelling in de clouddivisie.
Daarnaast groeit Microsoft 365 minder snel dan gehoopt, ondanks de introductie van Copilot, de AI-assistent binnen Word, Excel en andere applicaties. Dat laat zien dat AI niet automatisch leidt tot directe omzetversnelling en dat verwachtingen mogelijk te hoog waren.
Toch is Microsoft structureel minder kwetsbaar voor AI-disruptie dan veel andere softwarebedrijven. Het bedrijf is niet slechts een softwareleverancier, maar ook een cloudinfrastructuurspeler en een directe AI-integrator. Copilot wordt geïntegreerd bovenop bestaande producten, waardoor AI eerder een uitbreiding is dan een vervanging.
Daarnaast profiteert Microsoft van AI-workloads die op Azure draaien. Het bedrijf bezit dus meerdere schakels in de AI-keten. Het gemiddelde koersdoel impliceert bijna 50 procent opwaarts potentieel, wat uitzonderlijk is voor een onderneming van deze omvang.

In een markt die worstelt met het idee dat SaaS dood is, laten deze voorbeelden zien dat de werkelijkheid genuanceerder is. Niet elke softwarelaag is even kwetsbaar. Wie zich in de data- en infrastructuurlaag bevindt, kan juist profiteren van de AI-revolutie in plaats van erdoor te worden weggevaagd.
Selectiviteit wordt cruciaal
De softwarecorrectie voelt heftig, zeker na jaren van vrijwel onafgebroken koersstijgingen. Het narratief dat SaaS dood is, voedt onzekerheid en versterkt volatiliteit. Maar bearmarkten creëren ook kansen. Niet elk softwarebedrijf zal overleven in zijn huidige vorm. Sommige businessmodellen zijn kwetsbaar. Andere kunnen juist sterker worden door AI te omarmen en te integreren.
Voor beleggers betekent dit dat brede blootstelling aan de sector minder vanzelfsprekend aantrekkelijk is dan voorheen. Selectiviteit, fundamentele analyse en inzicht in AI-positionering worden bepalender.
De komende jaren zullen uitwijzen of deze correctie een tijdelijke sentimentsschok was of het begin van een structurele herverdeling van waarde binnen technologie. Wat vaststaat, is dat de tijd van automatisch stijgende multiples voorbij lijkt. In deze nieuwe cyclus wordt onderscheidingsvermogen de belangrijkste factor.






































































































































