top of page

Zo bescherm je je vermogen voor de nieuwe Box 3 regelgeving

  • Foto van schrijver: Michiel V
    Michiel V
  • 8 minuten geleden
  • 4 minuten om te lezen

In het kort:

  • Vanaf 2028 wordt in box 3 het werkelijke rendement belast, waarbij beleggers jaarlijks belasting betalen over ongerealiseerde koerswinsten op beleggingen.

  • Dit vergroot het belang van fiscale planning, zoals de keuze tussen box 3 en beleggen via een BV, de vermogensmix en het benutten van pensioenstructuren.

  • Door de koppeling aan beursbewegingen worden liquiditeitsplanning en strategische vermogensstructuur cruciaal om onverwachte belastingdruk te voorkomen.


De Tweede Kamer heeft vandaag ingestemd met de Wet werkelijk rendement voor box 3. Daarmee wordt de kans groot dat Nederland vanaf 2028 overstapt op een systeem waarbij het daadwerkelijke rendement wordt belast in plaats van een fictief percentage. Na jaren van juridische procedures, tijdelijke noodmaatregelen en politieke discussies lijkt er eindelijk een structureel kader te komen.


Toch betekent dit niet dat de fiscale rust terugkeert. Integendeel. Het nieuwe stelsel verandert de dynamiek van vermogensopbouw fundamenteel. Voor particuliere beleggers wordt box 3 vanaf 2028 veel directer gekoppeld aan beursbewegingen en waardeschommelingen. Dat vraagt om een actievere en strategischere benadering van vermogensstructuur.


Wat verandert er inhoudelijk voor beleggers

Het nieuwe systeem werkt hybride. Voor liquide vermogensbestanddelen zoals spaargeld, aandelen, obligaties en crypto geldt een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat niet alleen ontvangen rente en dividend worden belast, maar ook de jaarlijkse waardestijging van de beleggingen. Zelfs als er niets wordt verkocht, wordt de papieren winst meegenomen in de heffing.


Dit is een fundamentele wijziging. Onder het oude stelsel was de belastingdruk grotendeels voorspelbaar en losgekoppeld van het daadwerkelijke rendement. Vanaf 2028 kunnen sterke beursjaren direct leiden tot hogere belastingaanslagen, ook zonder gerealiseerde winst. Dat creëert een liquiditeitsvraagstuk. Beleggers moeten immers belasting betalen over rendement dat nog niet in cash is omgezet.


Voor minder liquide bezittingen zoals vastgoed of bepaalde private belangen geldt een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt pas afgerekend bij verkoop. Dat verschil in behandeling tussen beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde bezittingen opent strategische mogelijkheden.


Beleggen via een BV: box 2 als interessant alternatief

Een van de meest besproken alternatieven voor box 3 is beleggen via een besloten vennootschap. In dat geval valt het vermogen niet langer in box 3, maar in box 2. De BV betaalt vennootschapsbelasting over gerealiseerde winst. Pas wanneer dividend wordt uitgekeerd aan de aandeelhouder volgt box 2-heffing.


Dividendtarief box 2 2026

Box 2 tarieven

Het grote voordeel van deze structuur is uitstel van belastingheffing. Binnen de BV kan winst worden geherinvesteerd zonder dat direct box 2-belasting verschuldigd is. Bovendien wordt niet jaarlijks belasting geheven over ongerealiseerde koerswinsten, zoals in box 3 het geval zal zijn.


Dit kan vooral aantrekkelijk zijn bij grotere vermogens en volatiele portefeuilles. Wanneer bijvoorbeeld een aandelenportefeuille sterk stijgt maar niet wordt verkocht, blijft in de BV de belastingdruk beperkt tot gerealiseerde resultaten. In box 3 zou daarover jaarlijks belasting verschuldigd zijn.


Daar staat tegenover dat een BV administratieve lasten en kosten met zich meebrengt. Voor kleinere vermogens weegt dat vaak niet op tegen het fiscale voordeel. Maar bij vermogens vanaf enkele tonnen kan het verschil over langere tijd aanzienlijk zijn. Het is daarom verstandig om een concrete doorrekening te maken, waarbij zowel rendement, tariefontwikkeling als kosten worden meegenomen.


Meer aandacht voor vermogensmix

De hybride opzet van het nieuwe stelsel betekent dat de samenstelling van het vermogen fiscaal relevanter wordt. Beursgenoteerde beleggingen worden jaarlijks op aanwas belast, terwijl vastgoed en bepaalde private investeringen pas bij verkoop worden belast.


Dat kan ertoe leiden dat sommige beleggers hun portefeuille anders gaan structureren. Een groter aandeel minder liquide beleggingen kan zorgen voor uitstel van belastingheffing. Dit moet uiteraard passen bij het risicoprofiel en de beleggingsstrategie, maar het fiscale verschil tussen aanwas en winst is niet te negeren.


Daarnaast kan het interessant zijn om kritisch te kijken naar dividendbeleid binnen de portefeuille. Hoge dividenduitkeringen leiden tot directe belastingheffing. In sommige gevallen kan een focus op groeiaandelen met lagere dividenduitkeringen fiscaal gunstiger uitpakken binnen een aanwasregime.


Pensioenstructuren benutten

Een andere belangrijke route ligt in de pensioenbox. Vermogen dat wordt ondergebracht in een lijfrente of pensioen-BV valt buiten box 3. Binnen deze structuren groeit het vermogen fiscaal gefaciliteerd en wordt pas belasting geheven bij uitkering.


Zeker voor ondernemers en directeur-grootaandeelhouders kan het aantrekkelijk zijn om extra pensioenopbouw te benutten. Door vermogen fiscaal verschoven onder te brengen in de pensioenbox, wordt de jaarlijkse box 3-heffing beperkt. Dit vereist wel een lange termijnhorizon, aangezien het vermogen vaststaat tot pensioendatum.


In de praktijk wordt deze mogelijkheid nog relatief weinig strategisch ingezet, terwijl de fiscale voordelen substantieel kunnen zijn bij hogere vermogens.


Liquiditeitsplanning wordt cruciaal

Onder het nieuwe stelsel kan een sterk beursjaar leiden tot een hogere belastingaanslag zonder dat er liquide middelen beschikbaar zijn. Daarom wordt liquiditeitsplanning belangrijker dan voorheen.


Het kan verstandig zijn om een deel van de portefeuille in relatief stabiele of liquide instrumenten aan te houden om fiscale verplichtingen op te vangen. Ook periodieke gedeeltelijke winstneming kan helpen om belasting te financieren zonder noodgedwongen verkoop op een ongunstig moment.


Daarnaast wordt verliesverrekening een belangrijk aandachtspunt. In jaren met negatieve rendementen kan een goede administratieve vastlegging van waardedalingen essentieel zijn om toekomstige heffing te beperken.


Internationale en emigratieplanning

Voor grotere vermogens speelt ook internationale planning een rol. Verschillende landen kennen andere vermogensbelastingregimes. Emigratie is geen eenvoudige stap en kent eigen fiscale consequenties, zoals exitheffingen bij aanmerkelijk belang. Toch kan bij serieuze internationale plannen de timing van verhuizing een belangrijk onderdeel zijn van de vermogensstrategie.


Dit is geen standaardadvies, maar in de praktijk wordt internationale fiscale optimalisatie steeds vaker besproken bij vermogende particulieren.


Het nieuwe box 3-stelsel maakt vermogensbelasting dynamischer en directer gekoppeld aan marktrealiteit. Dat is juridisch begrijpelijk, maar fiscaal uitdagend. De tijd van voorspelbare fictieve heffing ligt achter ons.


Voor beleggers betekent dit dat fiscale planning een integraal onderdeel wordt van vermogensbeheer. De keuze tussen box 3 en box 2, de samenstelling van de portefeuille, pensioenstructuren en liquiditeitsplanning verdienen hernieuwde aandacht. Wat vandaag fiscaal logisch lijkt, kan onder het nieuwe regime minder efficiënt zijn.


Wie tijdig analyseert, doorrekent en structureert, kan ook onder het nieuwe stelsel grip houden op het netto rendement. Wie niets doet, loopt het risico dat belastingdruk en liquiditeitsproblemen onverwacht het beleggingsresultaat aantasten.

 
 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page