Meta en Amazon door de katholieke keuring: dit zit er in de nieuwe paus-index
- J. van den Poll
- 2 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
De Vaticaanse bank lanceert twee aandelenindices (VS en eurozone) op basis van katholieke ethische criteria.
De indices kunnen later de basis vormen voor een ETF, maar die is nog niet aangekondigd.
Beleggers moeten rekening houden met afwijkingen en concentratierisico ten opzichte van brede marktindices.
De Vaticaanse bank, officieel het Institute for the Works of Religion (IOR), heeft twee nieuwe aandelenindices gelanceerd in samenwerking met Morningstar. Het gaat om een index voor de eurozone en een index voor de Verenigde Staten. Met deze stap wil de bank een meetlat neerzetten voor beleggen dat volgens haar past binnen katholieke ethische principes.
De lancering is opmerkelijk omdat het Vaticaan hiermee voor het eerst nadrukkelijk de wereld van beursindices betreedt. Een index is op zichzelf nog geen beleggingsproduct, maar vormt vaak wel de basis voor fondsen en ETF’s. Daarom kijken beleggers meteen vooruit naar wat dit initiatief later kan opleveren.
De Vaticaanse Bank.

Wat zit er in de nieuwe indices
Beide indices bestaan uit vijftig middelgrote en grote bedrijven. De selectie is bedoeld om ondernemingen te omvatten die volgens de IOR voldoen aan criteria rond levensbeschouwing, sociale verantwoordelijkheid en zorg voor het milieu. De bank zegt dat deze aanpak helpt om prestaties en rapportage transparanter en consistenter te maken.
De samenstelling laat zien dat “katholiek beleggen” niet automatisch betekent dat technologie wordt gemeden. In de Amerikaanse index komen grote namen uit de technologiesector voor, waaronder Meta en Amazon. In de eurozone-index worden onder meer ASML en Deutsche Telekom genoemd als belangrijke posities.

Waarom dit nu gebeurt
De belangstelling voor thematisch beleggen is de afgelopen jaren sterk gegroeid. ETF’s zijn voor veel beleggers een laagdrempelige manier om zo’n thema te volgen, waardoor indexaanbieders en vermogensbeheerders steeds vaker nieuwe labels en varianten introduceren. Tegelijkertijd staan traditionele ESG-fondsen onder druk door tegenvallende instroom en toenemende discussie over definities en meetmethoden.
In die context kan “waardenbeleggen” op basis van religieuze principes aantrekkelijk zijn voor een specifieke groep beleggers. Het biedt een duidelijk verhaal en een herkenbaar kader, terwijl het in de praktijk vaak neerkomt op een set uitsluitingen en selectiecriteria. Dat is niet nieuw, want er bestaan al fondsen en producten die beleggen volgens katholieke uitgangspunten.
Wat dit betekent voor beleggers
Voor beleggers is het belangrijk om te beseffen dat een waardenindex niet per definitie minder risico betekent. De uitsluitingen en keuzes in de methodologie kunnen juist zorgen voor afwijkingen ten opzichte van brede marktindices. Dat kan leiden tot periodes waarin de index beter presteert, maar ook tot momenten waarop hij juist achterblijft omdat bepaalde sectoren of bedrijven ontbreken.
Daarnaast speelt concentratie een rol. Een mandje van vijftig aandelen kan meer gevoelig zijn voor de prestaties van enkele grote posities dan een brede marktindex met honderden bedrijven. Beleggers die dit soort indices willen gebruiken, doen er goed aan om te kijken naar de sectorverdeling, de grootste posities en de precieze regels achter de selectie.
Komt er een ETF op deze indices
Er is op dit moment geen aankondiging dat er meteen een ETF komt die deze nieuwe IOR-indices volgt. Toch is het logisch dat die vraag opkomt, omdat indices vaak worden gelicentieerd voor beleggingsproducten. Als een vermogensbeheerder besluit om de indices te gebruiken, kan dat de weg openen naar een ETF, een indexfonds of een modelportefeuille.
Of en wanneer dat gebeurt, hangt af van interesse van aanbieders, de commerciële afspraken rond licenties en de haalbaarheid van een fondsstructuur. Ook de keuze tussen een Amerikaanse ETF en een Europese UCITS-variant maakt uit, omdat de distributie en toegankelijkheid voor Nederlandse beleggers daardoor sterk kan verschillen.
Welke alternatieven bestaan er al
Wie nu al volgens katholieke principes via een beursfonds wil beleggen, kan terecht bij bestaande producten. In de Verenigde Staten bestaat er een ETF die de S&P 500 volgt met een katholieke waardenfilter. In Europa zijn er UCITS-ETF’s die een katholieke benadering toepassen op Europese aandelen of op een wereldwijde aandelenindex.
Het belangrijkste verschil tussen deze bestaande opties en de nieuwe IOR-indices zit meestal in de exacte definities. De uitkomst kan in de praktijk flink variëren, zelfs als producten zich vergelijkbaar positioneren. Daarom is het verstandig om bij elk fonds te kijken naar de uitsluitingscriteria, de feitelijke holdings en de kosten.
De grootste op geloof gebaseerde fondsen:

Waar je op kunt letten als er later een Vaticaan-ETF komt
Als er in de toekomst een ETF verschijnt op basis van deze indices, zijn er een paar elementen die de kwaliteit bepalen. De kostenratio is belangrijk, maar ook de tracking difference, omdat die laat zien hoe goed een fonds de index werkelijk volgt. Daarnaast is transparantie over de methodologie cruciaal, zodat duidelijk is waarom bedrijven wel of niet worden opgenomen.
Voor Nederlandse beleggers is ook de structuur van belang. Een UCITS-ETF met Europese notering is doorgaans eenvoudiger toegankelijk dan een Amerikaanse ETF, mede door regelgeving en brokerbeschikbaarheid. Pas als die details bekend zijn, kun je echt beoordelen of een eventuele IOR-ETF een zinvolle aanvulling is in een portefeuille.
Conclusie
Met de lancering van deze twee aandelenindices zet de Vaticaanse bank een opvallende stap richting de moderne beleggingswereld. Voor beleggers betekent het vooral dat er mogelijk een nieuwe, herkenbare benchmark ontstaat binnen waardenbeleggen. De kans op een ETF is aanwezig, maar nog niet concreet, en de echte waarde zit uiteindelijk in de methodologie, de kosten en de praktische toegankelijkheid zodra er daadwerkelijk een beleggingsproduct wordt gelanceerd.
Ook bij thematische of waardenindices blijft kostenbeheersing een doorslaggevende factor voor het uiteindelijke rendement. Wie internationaal spreidt of inspeelt op specifieke benchmarks, doet er daarom goed aan kritisch te kijken naar transactiekosten en valutamarges van zijn broker.
MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er betrouwbaar en tegen lage tarieven, met slechts 0,005% valutakosten tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.





































































































































Opmerkingen