Sterkere banengroei dan verwacht in de VS verrast beleggers
- Redactie
- 39 minuten geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort.
De Amerikaanse arbeidsmarkt voegde in januari 130.000 banen toe, ruim boven de verwachting van 55.000.
De werkloosheid daalde licht naar 4,3 procent, tegen een verwachting van 4,4 procent.
De neerwaartse benchmarkherziening over het voorgaande jaar kwam uit op 898.000 banen minder dan eerder gerapporteerd.
De Amerikaanse arbeidsmarkt is 2026 begonnen met een sterker dan verwacht signaal. Volgens het Bureau of Labor Statistics kwamen er in januari 130.000 banen bij buiten de landbouwsector. Dat is duidelijk meer dan de 55.000 banen waar economen op rekenden. In december was de groei nog zwak en werd het cijfer na een neerwaartse bijstelling vastgesteld op 48.000 banen. De cijfers van januari wijzen daarom op een voorzichtig herstel.
Banen buiten de landbouwsector in Amerika het afgelopen jaar:

De werkloosheid daalde van 4,4 naar 4,3 procent. Historisch gezien is dat nog altijd een laag niveau. Tegelijk ligt het groeitempo van de arbeidsmarkt lager dan in de sterke jaren direct na de pandemie. Door een gedeeltelijke sluiting van de overheid kwamen de cijfers bijna een week later dan gebruikelijk. Toch geven ze beleggers en beleidsmakers nieuwe informatie over de richting van de economie en het toekomstige rentebeleid.
Banengroei boven verwachting in een afkoelende arbeidsmarkt
De toename van 130.000 banen laat zien dat de arbeidsmarkt niet tot stilstand komt, ondanks hogere rentes en een minder snel groeiende economie. Het cijfer voor nonfarm payrolls geldt als een belangrijke graadmeter voor de economische gezondheid van de Verenigde Staten.
Dat de groei hoger uitvalt dan verwacht, is positief. Werkgevers blijven personeel aannemen. Toch is het belangrijk om dit cijfer in perspectief te plaatsen. In 2022 en 2023 kwamen er vaak meer dan 200.000 of zelfs 300.000 banen per maand bij. Vergeleken met die periode is de huidige groei duidelijk gematigder. De bijstelling van december onderstreept dat beeld. De groei kwam toen uit op slechts 48.000 banen, wat ruim onder het langjarig gemiddelde ligt. Januari herstelt dus vooral een zwakke maand, maar betekent nog geen terugkeer naar zeer sterke groei.
Voor beleggers is vooral de trend van belang. Een zwakke maand gevolgd door een sterker cijfer wijst eerder op schommelingen dan op een duidelijke verslechtering. Dat kan enige rust brengen op markten die bang waren voor een plotselinge terugval in werkgelegenheid.
Werkloosheid daalt naar 4,3 procent, maar blijft boven recente dieptepunten
De werkloosheid daalde in januari naar 4,3 procent. Economen hadden gerekend op 4,4 procent. De daling is klein, maar laat zien dat de vraag naar arbeid voorlopig op peil blijft.
Een werkloosheid van 4,3 procent is laag in historisch perspectief. In de afgelopen vijftig jaar lag het gemiddelde meestal hoger. Toch is de arbeidsmarkt minder krap dan in 2022, toen de werkloosheid rond de 3,5 procent lag. Sindsdien is sprake van een geleidelijke normalisatie.
Voor de Federal Reserve zijn deze cijfers belangrijk. Een lage werkloosheid kan leiden tot hogere lonen, wat de inflatie kan aanjagen. Tegelijk wijst de gematigde banengroei op een economie die afkoelt. De centrale bank moet daarom zorgvuldig afwegen of de rente langer hoog moet blijven of dat er ruimte komt voor verlagingen.
De rente van de Federal Reserve is nog steeds relatief hoog:

Uit het rapport blijkt dat de arbeidsmarkt zich in een fase van lage groei bevindt. Er zijn wel signalen van ontslagen, maar geen brede ontslaggolf. Een sterke stijging van de werkloosheid, die vaak voorafgaat aan een recessie, is vooralsnog niet zichtbaar.
Benchmarkherziening van 898.000 banen zet vraagtekens bij eerdere groei
Naast de maandcijfers werd ook de definitieve benchmarkherziening gepubliceerd voor het jaar tot en met maart 2025. Daaruit blijkt dat er in totaal 898.000 minder banen zijn bijgekomen dan eerder werd gemeld.
Dat is iets minder negatief dan de voorlopige schatting van 911.000 banen, maar het blijft een grote correctie. Bij een benchmarkherziening worden de maandelijkse enquêtes vergeleken met administratieve gegevens, zoals belastingdata. Deze methode geldt als betrouwbaarder. Grote aanpassingen kunnen het vertrouwen in eerdere cijfers aantasten.
Voor Wall Street kwam de omvang van de bijstelling niet als een verrassing. Toch betekent een neerwaartse correctie van bijna 900.000 banen dat de arbeidsmarkt in 2024 en begin 2025 minder sterk was dan gedacht. Dat kan gevolgen hebben voor hoe het rentebeleid uit die periode wordt beoordeeld. Als de arbeidsmarkt zwakker was, kan de economie gevoeliger zijn voor hoge rentes.
Voor beleggers is het daarom belangrijk om verder te kijken dan de maandelijkse kopcijfers. Structurele herzieningen laten zien dat economische data kunnen veranderen en dat beleid vaak wordt gebaseerd op voorlopige informatie.
Implicaties voor rente, aandelenmarkt en obligaties
Een sterkere banengroei dan verwacht en een licht dalende werkloosheid kunnen de druk op obligatiemarkten vergroten. Beleggers kunnen denken dat de Federal Reserve de rente langer hoog zal houden, vooral als ook de lonen blijven stijgen.
Voor aandelen is het beeld gemengd. Een stabiele arbeidsmarkt ondersteunt de consument, en consumentenbestedingen vormen een groot deel van de Amerikaanse economie. Dat is positief voor bedrijfswinsten. Tegelijk kan een langere periode van hoge rentes aandelenwaarderingen onder druk zetten, vooral bij groeibedrijven.
De Amerikaanse futures reageren groen:

De huidige lage groeifase kan ook positief worden uitgelegd. Een gematigde banengroei verkleint de kans op oververhitting, terwijl de lage werkloosheid stabiliteit laat zien. Dit past bij het scenario van een zachte landing waar veel beleidsmakers op hopen.
Toch schuilt er een risico in de neerwaartse herzieningen. Als de economie al langer vertraagt dan gedacht, kan dat later alsnog leiden tot hogere werkloosheid. De arbeidsmarkt reageert vaak met vertraging op hogere rentes.
Structurele trends en vooruitblik voor de Amerikaanse arbeidsmarkt
De cijfers passen in een bredere trend van normalisatie na een uitzonderlijk sterke periode. Na de pandemie was er sprake van grote krapte, snelle loongroei en veel openstaande vacatures. Inmiddels lijkt het evenwicht tussen vraag en aanbod zich te herstellen.
Er zijn op dit moment geen signalen van grootschalige ontslagen. Dat ondersteunt het beeld van een gecontroleerde afkoeling in plaats van een plotselinge neergang.
Voor langetermijnbeleggers is vooral de samenhang tussen werkgelegenheid, productiviteit en winstgroei van belang. Als bedrijven hun winstmarges kunnen behouden met een gematigde personeelsgroei, kan dat positief uitpakken. Als de vraag sterker terugvalt, kan de arbeidsmarkt alsnog onder druk komen te staan.
De vertraagde publicatie van de cijfers door de tijdelijke sluiting van delen van de overheid laat zien hoe belangrijk betrouwbare en tijdige data zijn. In een periode van onzekerheid rond rente, inflatie en geopolitieke spanningen kunnen nieuwe cijfers snel invloed hebben op de markten.
De komende maanden zullen beleggers letten op aanvullende indicatoren, zoals de participatiegraad en de loonontwikkeling. Daarmee kan worden bepaald of januari een tijdelijke opleving was of het begin van een stabieler patroon. In een economie waarin rente, inflatie en arbeidsmarkt nauw met elkaar samenhangen, kan elk nieuw cijfer de verwachtingen en de marktrichting veranderen.





















































