Gaan Europese bankaandelen ook komend jaar knallen?
- Kevin S
- 17 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Europese bankaandelen maakten in 2025 een sterke comeback met gemiddeld meer dan 80% koersstijging, geholpen door structureel hogere renteverwachtingen en hernieuwd vertrouwen in winstgevendheid.
Analisten blijven positief over de komende jaren, met verwachtingen van rendementen boven de kapitaalkosten, al staan rentemarges onder druk en verschuift de focus naar volumegroei en zakenbankactiviteiten.
Er zijn risico’s zoals mogelijke rentedalingen, hogere kapitaalkosten en complexe risicotransfers, maar voorlopig zien beleggers geen zeepbel en blijft het sentiment over de sector gunstig.
Na jaren van scepsis beleven Europese bankaandelen een opmerkelijke comeback. In 2025 stegen de koersen gemiddeld met meer dan 80%. Daarmee is een symbolische grens doorbroken: voor het eerst sinds de financiële crisis ligt de beurswaarde van Europese banken weer boven hun boekwaarde. Wat verklaart deze omslag, en hoe houdbaar is het optimisme richting 2026 en daarna?

Van structurele twijfel naar hernieuwd vertrouwen
Aan het einde van 2024 heerste er nog brede twijfel onder beleggers. Europese banken noteerden toen gemiddeld tegen slechts 0,8 keer hun boekwaarde. Dat duidde op structurele onderwaardering en een gebrek aan vertrouwen in de winstgevendheid. De oorzaak lag vooral bij het renteklimaat. Jarenlang extreem lage rentes drukten de marges, waardoor banken moeite hadden om een aantrekkelijk rendement op eigen vermogen te behalen.
Analisten gingen er eind 2024 al van uit dat dit beeld te somber was. Zij rekenden voor de daaropvolgende twaalf tot vierentwintig maanden op een rendement van rond de 10%. Die verwachting bleek geen loze belofte. In 2025 steeg de Europese Stoxx-bankenindex met maar liefst 80,3%, waarmee beleggers hun achterstand in waardering in rap tempo inhaalden.
Hogere rentes als structurele steunpilaar
In een analyse in het vakblad ESB beschrijven DNB-economen Merel Croon en Dion Reijnders hoe het sentiment kantelde. Beleggers geloven inmiddels dat rentes structureel hoger blijven dan in de periode vóór 2022. Dat is cruciaal, omdat netto rentebaten de belangrijkste inkomstenbron zijn voor Europese banken.
Volgens Croon en Reijnders is dit veranderde renteverwachtingspatroon een belangrijke verklaring voor de hernieuwde waardering. Waar beleggers eerder vreesden dat lage rentes de sector blijvend zouden verzwakken, zien zij nu weer ruimte voor stabiele en voorspelbare winstgevendheid.

Vooruitzichten blijven positief
Ook voor de komende jaren blijven analisten optimistisch. Op basis van gegevens van Bloomberg verwachten zij dat banken in de Europese Stoxx 600-index in 2027 een gemiddeld rendement op eigen vermogen van circa 12,5% zullen behalen. Dat niveau ligt duidelijk boven de kapitaalkosten en geldt als een teken van gezonde winstgevendheid.
Croon en Reijnders wijzen erop dat deze maatstaf betrouwbaar is, omdat incidentele meevallers of tegenvallers op een horizon van meerdere jaren doorgaans wegmiddelen. Het gaat hier dus om een structurele inschatting van de sector.
Oranje: Verwachte winstgevendheid voor de komende twee jaar. Blauw: Koers-boekwaardeverhouding.

Rentemarges onder druk, focus verschuift
Toch is niet alles rooskleurig. Volgens Johann Scholtz, bankanalist bij Morningstar, staat de rentemarge wel degelijk onder druk. Concurrentie om spaargeld en leningen zorgt ervoor dat banken hun renteverschil niet onbeperkt kunnen vergroten.
In reactie daarop verschuift de strategie. Europese banken zetten meer in op volumegroei en proberen via efficiënter kapitaalgebruik hun rendement op peil te houden. Daarnaast ziet Scholtz kansen bij zakenbankactiviteiten, zoals het begeleiden van beursgangen, fusies en overnames. Vooral bij grote internationale banken kan dit een extra winstbron worden.
Volumegroei kent ook nadelen
Meer leningen verstrekken klinkt aantrekkelijk, maar kent een keerzijde. Bij volumegroei moeten ook de kapitaalbuffers meegroeien. Dat kapitaal kan dan niet elders worden ingezet. Zeker voor banken die recent al aangaven dat hun buffers krapper worden, vormt dit een beperking.
Voor Nederlandse banken speelt dit vooral bij hypotheken. De vraag groeit, maar elke extra lening legt beslag op het eigen vermogen. Dat maakt volumegroei minder efficiënt dan margegroei, waarbij geen extra kapitaal nodig is.
Risico’s verplaatsen buiten de balans
Om ruimte te creëren, maken banken steeds vaker gebruik van zogenoemde strategische risicotransfers. Daarbij verkopen zij een deel van hun kredietrisico’s door aan niet-bancaire partijen zoals pensioenfondsen en hedgefondsen. Zo komt er kapitaal vrij op de eigen balans.
Scholtz plaatst hier kanttekeningen bij. Deze constructies vertonen volgens hem overeenkomsten met instrumenten die een rol speelden in de financiële crisis van 2008. Het baart hem zorgen dat toezichthouders het gebruik ervan actief stimuleren, terwijl banken tegelijkertijd worden aangespoord meer leningen te verstrekken.
Geen bubbel, wel blijvend hogere kosten
Ondanks deze risico’s ziet Scholtz geen acute zeepbel in de bankensector. Beleggers beschouwen de risico’s nog steeds als beheersbaar, ook al lopen de kapitaalkosten op. Zijn verwachting is wel dat die hogere kapitaalkosten voor langere tijd zullen aanhouden, wat de waardering kan temperen.
Niet alle banken profiteren evenveel
De groei in zakenbankactiviteiten zal vooral terechtkomen bij grote internationale spelers. Nederlandse banken als ABN Amro en ING Groep zijn hier minder sterk in gepositioneerd dan partijen als BNP Paribas, Deutsche Bank en UBS. Die laatste groep kan profiteren van toegenomen activiteit rond AI, defensie en exits van private-equitybedrijven.
Blik op de risico’s en kansen
Volgens Croon en Reijnders zien analisten een mogelijke rentedaling als het grootste risico voor de sector. Aan de positieve kant wijzen zij op verdere kostenbesparingen, vooral door digitalisering en de inzet van kunstmatige intelligentie in de bedrijfsvoering.
Alles bij elkaar lijkt de Europese bankensector na jaren van wantrouwen weer structureel in de gratie bij beleggers. De enorme koersstijging van 2025 heeft veel ingehaald, maar zolang winsten blijven groeien en rentes niet fors dalen, lijkt het herstel nog niet ten einde.
Ook particuliere beleggers kunnen op deze herwaardering inspelen door kritisch te kijken naar hoe zij in bankaandelen en andere Europese waarden beleggen. Zeker in een omgeving waarin rendementen normaliseren en kosten zwaarder doorwegen, wordt de keuze van broker een steeds relevantere factor. Lage transactiekosten en efficiënte valutaconversie kunnen op termijn een merkbaar verschil maken in het uiteindelijke rendement.
In dat licht is het relevant dat MEXEM door Brokerskiezen.nl is uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er tegen 0,005% valutakosten, waar dit bij DEGIRO en SAXO Bank rond de 0,25% ligt, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden of zelfs duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.







































































































































Opmerkingen