Mediaanvermogen stijgt +11%: dit bezit maakt Belgen rijker
- Arne Verheedt

- 6 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort
Het mediaanvermogen steeg in één jaar met 11 procent tot 277.231 euro, duidelijk sneller dan de inflatie van 4,4 procent.
De rijkste twintig procent zag het vermogen met meer dan 100.000 euro stijgen tot ongeveer 1,054 miljoen euro.
Vastgoed blijft dominant in het gezinsvermogen, met 45 procent uit de eigen woning en nog eens 22 procent uit ander vastgoed.
Het vermogen van Belgische gezinnen is het afgelopen jaar duidelijk gestegen. Volgens een nieuw vermogensrapport van Keytrade Bank en de Universiteit Gent bedraagt het mediaanvermogen van de Belg nu 277.231 euro. Dat is ongeveer 11 procent meer dan een jaar eerder. Omdat de inflatie in dezelfde periode rond 4,4 procent lag, betekent dit dat de gemiddelde Belg ook in reële termen rijker is geworden.
De cijfers geven aan dat de financiële positie van veel huishoudens verbeterde. De groei van vermogens werd onder meer ondersteund door sterke prestaties op de financiële markten en relatief stabiele vastgoedprijzen. Voor gezinnen die al een eigen woning of beleggingen bezitten, kan dat snel leiden tot aanzienlijke vermogensgroei.
Toch vertellen de cijfers niet het volledige verhaal. Achter de stijging van het gemiddelde vermogen schuilt namelijk een toenemende ongelijkheid. De grootste vermogens groeien namelijk sneller dan de kleinere. Daardoor neemt de kloof tussen verschillende groepen in de samenleving verder toe.
Samenstelling van het Belgische gezinsvermogen: 2025 versus 2024

Grootste mediaanvermogens stijgen het snelst
De sterkste vermogensgroei is zichtbaar bij de rijkste Belgen. Volgens het rapport steeg het mediaanvermogen van de rijkste twintig procent tot ongeveer 1,054 miljoen euro. Dat is een toename van meer dan 100.000 euro in één jaar tijd. Ter vergelijking, veel middenklassegezinnen zagen hun vermogen slechts met enkele tienduizenden euro’s stijgen.
Die verschillen komen vooral voort uit de manier waarop vermogen wordt opgebouwd. Voor de meeste Belgen blijft loon uit arbeid de belangrijkste bron van vermogen. Ongeveer drie kwart van de gezinnen geeft aan dat inkomsten uit werk de basis vormen van hun financiële opbouw.
Arbeid blijft de belangrijkste bron van vermogensopbouw:

Bij middenklassegezinnen ligt dat aandeel zelfs nog hoger. Ongeveer acht op de tien huishoudens bouwen hun vermogen voornamelijk op via arbeid. Bij de armste groepen ligt dat aandeel lager, ongeveer zes op de tien.
Bij de rijkere groepen is het beeld duidelijk anders. Daar komt vermogen uit verschillende bronnen tegelijk. Naast arbeid spelen beleggingen, huurinkomsten en ondernemerschap een belangrijke rol. Deze diversificatie zorgt ervoor dat vermogen sneller kan groeien.
Hoe de grootste vermogens in België worden opgebouwd:

Erfenissen en ondernemerschap spelen belangrijke rol
Een opvallende factor in het rapport is de impact van erfenissen en schenkingen. Die blijken een duidelijke rol te spelen bij de opbouw van vermogen, vooral bij hogere inkomensgroepen. Zo heeft slechts 17 procent van de armste twintig procent ooit een erfenis ontvangen.
Bij de rijkste twintig procent ligt dat aandeel aanzienlijk hoger, namelijk rond 37 procent. Dat betekent dat vermogen vaak binnen dezelfde families blijft circuleren. Hierdoor kunnen bestaande vermogens relatief gemakkelijk verder groeien over meerdere generaties.
Ook ondernemerschap blijkt sterk geconcentreerd bij hogere vermogens. Ongeveer 35 procent van de rijkste twintig procent bouwt vermogen op via een zelfstandige activiteit of een eigen onderneming. Ondernemerschap kan een krachtige motor zijn voor vermogensgroei, al brengt het uiteraard ook risico’s met zich mee.
De combinatie van verschillende inkomstenbronnen geeft rijkere gezinnen een duidelijke voorsprong bij het opbouwen van vermogen. Zij profiteren niet alleen van loon, maar ook van investeringen en bedrijfsactiviteiten.
Vastgoed blijft centrale pijler van Belgisch vermogen
Net als in eerdere studies blijkt vastgoed de belangrijkste component van het Belgische gezinsvermogen. Ongeveer 72 procent van de Belgen bezit een eigen woning. Dat aandeel ligt wel iets lager dan een jaar eerder, toen nog 74 procent van de gezinnen eigenaar was.
De mediaanwaarde van een woning ligt inmiddels rond 300.000 euro. Vastgoed vormt daarmee een aanzienlijk deel van het totale vermogen van gezinnen. Volgens het rapport bestaat ongeveer 45 procent van het mediaanvermogen uit de eigen woning.
Vastgoed is een belangrijke component van het Belgische gezinsvermogen:

Daarnaast komt nog eens ongeveer 22 procent uit ander vastgoed, zoals investeringspanden of tweede verblijven. Samen betekent dit dat meer dan twee derde van het gemiddelde vermogen van Belgische gezinnen in vastgoed zit.
Die sterke focus op vastgoed heeft verschillende gevolgen. Enerzijds biedt het stabiliteit en bescherming tegen inflatie. Anderzijds maakt het gezinnen ook afhankelijk van ontwikkelingen op de woningmarkt.
Uitgaven en spaargedrag verschillen sterk per levensfase
Het rapport bekijkt voor het eerst ook hoe Belgische gezinnen hun geld uitgeven. Volgens de onderzoekers geeft dat een dynamischer beeld van hun financiële situatie, omdat vermogen niet alleen gaat over wat mensen bezitten, maar ook over hoe zij hun middelen besteden tijdens verschillende levensfases.
Vastgoed blijkt veruit de grootste uitgavenpost. Ongeveer 28 procent van de gezinnen besteedt het grootste deel van zijn middelen aan de aankoop van een woning of de afbetaling van een hypotheek. Ook onderhoud van de woning weegt door, met een derde van de Belgen die geld uitgeeft aan renovaties of onderhoud.
Sparen blijft tegelijk een belangrijk kenmerk van de Belgische financiële cultuur. Gemiddeld staat ongeveer 26 procent van de financiële middelen op een spaarrekening. Vooral een financiële buffer voor onvoorziene uitgaven is een belangrijke reden om te sparen.
26% van de financiële middelen staat op een spaarrekening:

Andere uitgaven komen eveneens regelmatig voor, maar nemen meestal een kleinere plaats in het budget in. Zo besteedt ongeveer een kwart van de Belgen geld aan reizen en heeft 22 procent uitgaven voor gezondheidszorg. Jongere gezinnen investeren vooral in vastgoed, terwijl bij oudere generaties de uitgaven vaker verschuiven naar gezondheidszorg.
Toch zegt 17 procent van de Belgen geen ruimte te hebben om geld opzij te zetten. Tegelijk nemen vermogendere gezinnen vaker risico via beleggingen in ruil voor hogere rendementen, waardoor hun vermogen doorgaans sneller groeit. Dat verschil in financiële mogelijkheden en strategieën bepaalt in toenemende mate hoe snel verschillende groepen hun vermogen kunnen uitbouwen.






































































































































