Een blik op de beurs: is de S&P 500 overgewaardeerd?
- Jelger Sparreboom

- 32 minuten geleden
- 7 minuten om te lezen
In het kort:
De S&P 500 wordt begin 2026 gedragen door sterke winstgroei en stijgende productiviteit, vooral bij grote technologie- en kapitaalintensieve bedrijven.
Tegelijk nemen risico’s toe door hoge waarderingen, zware AI-investeringen die vrije kasstromen drukken en sterke concentratie in megacaps.
De index oogt structureel gezond, maar blijft gevoeliger voor correcties bij tegenvallende macrodata, sentiment of bewijs dat AI-capex zich uitbetaalt.
De S&P 500 staat begin 2026 dicht bij historische hoogtepunten, maar de markt voelt minder stabiel dan in de jaren daarvoor. Koersen bewegen heftiger en beleggers reageren sneller op nieuws over rente, geopolitiek en bedrijfsresultaten. Toch draait het bij een brede index als de S&P 500 uiteindelijk om één kernvraag. Kan de winstgroei van de grote Amerikaanse bedrijven de huidige waarderingen blijven dragen?
S&P 500 koers

Om die vraag goed te beantwoorden, is het belangrijk om verder te kijken dan de dagelijkse koersbewegingen. De S&P 500 is geen losse verzameling aandelen die toevallig samen omhoog of omlaag beweegt. Het is een concentratie van de meest winstgevende bedrijven ter wereld, verspreid over sectoren die sterk verschillen in gevoeligheid voor rente, inflatie en economische groei. Juist omdat de index zo breed is, vertelt hij vaak meer over de structuur van de economie dan over kortetermijnsentiment.
Begin 2026 ontstaat een beeld van een markt die tegelijkertijd krachtig en kwetsbaar oogt. De winstverwachtingen stijgen, productiviteit neemt toe en investeringen in technologie bereiken recordniveaus. Tegelijkertijd is er onzekerheid over hoe duurzaam de huidige marges zijn en hoe snel de enorme investeringen in kunstmatige intelligentie zich terugbetalen. Dit spanningsveld bepaalt het karakter van de S&P 500 in deze fase.
Hyperscaler CapEx

Winstgroei en productiviteit als motor van de index
Een belangrijk positief signaal is dat de winstverwachtingen voor de S&P 500 opnieuw zijn opgelopen. Analisten rekenen voor het vierde kwartaal van 2025 op een stevige winstgroei en de prognoses voor 2026 blijven hoog. Vooral technologie, communicatie, industriële bedrijven en financiële instellingen leveren een grote bijdrage. Dit betekent dat de index stijgt op basis van groei in earnings per share, oftewel de winst per aandeel, en minder afhankelijk is van puur optimisme of waarderingsuitbreiding.
Die winstgroei komt voor een deel door hogere omzet, maar vooral door efficiëntie. Bedrijven slagen erin om met relatief weinig extra arbeidsuren meer output te produceren. Dat is zichtbaar in stijgende arbeidsproductiviteit. Arbeidsproductiviteit betekent dat een bedrijf of economie meer goederen en diensten kan produceren per gewerkt uur. Wanneer productiviteit stijgt, hoeft een onderneming minder snel extra personeel aan te nemen om toch groei te realiseren.
Dit mechanisme is relevant omdat het ook doorwerkt in de kostenstructuur. Wanneer de productiviteit sneller stijgt dan de lonen, dalen de zogeheten unit labor costs. Dat zijn de arbeidskosten per geproduceerde eenheid. Dit werkt als een soort stille winstversneller. Bedrijven kunnen hun marges verbeteren zonder dat ze de prijzen sterk hoeven te verhogen. Daardoor blijft inflatie beheersbaar en ontstaat er ruimte voor winstgroei zonder dat de centrale bank gedwongen wordt agressief in te grijpen.
Het opvallende is dat de Amerikaanse economie in deze periode relatief sterk groeit terwijl de arbeidsmarkt afkoelt. Normaal gesproken gaan die twee samen, omdat groei vaak betekent dat bedrijven meer personeel nodig hebben. In 2026 lijkt de groei echter steeds meer gedreven door kapitaalintensieve investeringen. Kapitaalintensief betekent dat bedrijven meer investeren in technologie, machines, software en automatisering om groei te realiseren, in plaats van via extra arbeid.
Dit is een belangrijke verschuiving. Investeringen in intellectueel eigendom, zoals softwareontwikkeling, data infrastructuur en AI-systemen, groeien sneller dan investeringen in gebouwen of traditionele bedrijfsstructuren. Dat wijst op een economie die steeds meer draait op kennis, schaalvoordelen en digitalisering. Voor de S&P 500 is dit gunstig, omdat de grootste bedrijven in de index vaak juist de ondernemingen zijn die het best profiteren van schaal. Ze kunnen grote investeringen spreiden over een enorme omzetbasis en daardoor relatief snel rendement halen uit nieuwe technologie.
AI-investeringen, marges en de vraag naar waardering
Toch is er een reden waarom de markt begin 2026 nerveus reageert. De AI-investeringen zijn enorm. Grote technologiebedrijven kondigen kapitaaluitgaven aan die in de honderden miljarden dollars lopen. Dit soort investeringen gaat in de boekhouding vaak niet direct ten koste van de winst per aandeel, maar het drukt wel de vrije kasstroom. Vrije kasstroom is het geld dat overblijft nadat een bedrijf alle operationele kosten en investeringen heeft betaald. Juist die vrije kasstroom bepaalt uiteindelijk hoeveel ruimte er is voor aandeleninkoop, dividend en toekomstige flexibiliteit.
Dat verklaart waarom sommige beleggers in deze fase kritischer worden. De winstgroei blijft stijgen, maar de cashflow komt onder druk doordat bedrijven zwaar investeren in datacenters, chips, netwerken en software. In een markt met hoge waarderingen is dat gevoelig, omdat waardering uiteindelijk vaak gebaseerd is op discounted cash flow. Bij zo’n model telt de toekomstige kasstroom zwaarder dan de huidige winst, vooral wanneer de rente hoog is.
Koers/winst van de S&P 500

Een tweede element is dat AI zelf de sectorstructuur verandert. De markt begint softwarebedrijven minder als één groep te behandelen. Sommige ondernemingen hebben sterke platforms en zijn diep verankerd in bedrijfsprocessen. Andere bedrijven bieden vooral toepassingen die gemakkelijker te vervangen zijn zodra AI-tools goedkoper en slimmer worden. Daardoor ontstaat een grotere spreiding in koersontwikkeling binnen de technologiesector. Beleggers kopen minder breed in en kijken meer naar de vraag of een bedrijf pricing power behoudt.
Software stocks lager

Pricing power betekent dat een onderneming in staat is om prijzen te verhogen zonder grote vraaguitval. In een AI-wereld is pricing power cruciaal, omdat automatisering en nieuwe tools de concurrentie kunnen intensiveren. Bedrijven met een sterke positie in workflows, zoals systemen die bedrijven gebruiken als basisadministratie of kernsoftware, hebben vaak een hogere kans om hun rol te behouden. Zij bezitten vaak data, integraties en langdurige contracten. Bedrijven die vooral een losse tool aanbieden, kunnen sneller onder druk komen.
Toch lijkt het grote plaatje voor de S&P 500 voorlopig gunstig. Hogere marges, vooral bij technologiebedrijven, lijken structureel geworden. Historisch gezien lagen de marges tijdens eerdere groeicycli lager dan nu. Veel grote ondernemingen zijn efficiënter geworden en verdienen meer per dollar omzet. Dat maakt het plausibel dat waarderingen hoger kunnen liggen dan in oudere marktfases. De markt lijkt te accepteren dat de winststructuur van de Amerikaanse economie veranderd is.
De kwetsbaarheid zit vooral in de concentratie. Een relatief klein aantal megabedrijven bepaalt een groot deel van de winstgroei en de koersontwikkeling van de index. Wanneer het sentiment rond deze bedrijven omslaat, beweegt de hele S&P 500 sneller. Dit concentratierisico betekent dat een brede index op papier gediversifieerd is, terwijl de feitelijke winstbijdrage veel minder gespreid is.
Concentratie Mag-7 van de S&P 500

Sectorrotatie en macro-onzekerheid als onderstroom
Naast technologie speelt er nog een andere dynamiek. Er is sprake van sectorrotatie. Sectorrotatie betekent dat beleggers periodiek hun geld verschuiven van groeiaandelen naar waardeaandelen, of van cyclische sectoren naar defensieve sectoren. Begin 2026 presteren sectoren zoals energie, materialen en consumentengoederen relatief sterk. Dat komt doordat deze bedrijven vaak stabielere kasstromen hebben en soms profiteren van inflatiegevoelige prijsstructuren.
Deze rotatie wordt versterkt door geopolitieke onzekerheid en door politieke risico’s rond handelstarieven. Tariefdreigingen zorgen ervoor dat beleggers opnieuw nadenken over wereldhandel en supply chains. Tegelijkertijd spelen internationale factoren mee, zoals ontwikkelingen in Japan en China. Japan blijft relevant door de yen carry trade, waarbij beleggers goedkoop lenen in yen en investeren in hogere rendementen in dollars. Wanneer de yen plots stijgt, kan dat leiden tot snelle afbouw van posities en verkoopdruk op Amerikaanse aandelen. Dit soort externe risico’s kan plotseling doorwerken in de S&P 500, zelfs als de bedrijfsresultaten stabiel blijven.
Ook het rentebeleid blijft belangrijk. De markt verwacht dat de Federal Reserve later in 2026 ruimte krijgt om renteverlagingen door te voeren. Dat zou gunstig zijn voor waarderingen, omdat toekomstige kasstromen dan minder zwaar worden gedisconteerd. Tegelijkertijd blijft onzeker hoe lang de productiviteitsgolf aanhoudt. Als productiviteit afzwakt, stijgen kosten sneller en wordt winstgroei moeilijker vol te houden. Dat maakt de index gevoeliger voor macrodata zoals inflatie, arbeidsmarktstatistieken en bedrijfsinvesteringen.
In dit klimaat zie je ook verschillen in beleggersgedrag. Er is veel instroom in aandelenfondsen, terwijl ervaren partijen vaker defensieve posities opbouwen, bijvoorbeeld via staatsobligaties. Dit wijst op een markt waarin optimisme aanwezig blijft, maar waarin beleggers zich tegelijk bewust zijn van neerwaartse scenario’s. Dat zorgt voor grotere intraday-schommelingen en voor snellere sentimentwisselingen, vooral bij populaire aandelen.
Het totaalbeeld is daarom genuanceerd. De S&P 500 wordt gedragen door sterke winstverwachtingen, stijgende productiviteit en een investeringscyclus die gericht is op technologie en efficiëntie. Tegelijkertijd nemen risico’s toe door hoge waarderingen, concentratie in megacaps en onzekerheid over de uiteindelijke opbrengst van AI-capex. De index lijkt daarmee een weerspiegeling van een economie die in transitie is. Groei blijft aanwezig, maar de markt eist steeds meer bewijs dat die groei zich vertaalt naar duurzame vrije kasstromen en stabiele marges.
Voor beleggers betekent dit dat de S&P 500 in 2026 minder voorspelbaar aanvoelt dan in de jaren waarin liquiditeit en lage rente vrijwel automatisch een bullmarkt ondersteunden. Het positieve scenario lijkt overtuigend, vooral als productiviteitsgroei structureel blijkt. Tegelijkertijd hoort bij deze fase een markt die sneller corrigeert wanneer verwachtingen te hoog oplopen. Dat maakt de index interessant om te volgen, omdat hij zich op het snijvlak bevindt van een relatief hoge waardering en een nieuwe technologische investeringscyclus.
In een markt die wordt gekenmerkt door hogere volatiliteit en onzekerheid over waarderingen, groeit bij veel beleggers de behoefte aan balans tussen rendement en rust. Het tijdelijk parkeren van vermogen tegen een voorspelbare rente kan dan een bewuste keuze zijn, los van de dagelijkse schommelingen op de aandelenmarkt.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,91% p.j. of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,15% p.j.







































































































































Opmerkingen