AI zou alles goedkoper maken, maar voorlopig gebeurt precies het tegenovergestelde
- Jan Kuijpers

- 4 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort
De enorme vraag naar AI-hardware lijkt samen met importtarieven de prijzen van duurzame en computergerelateerde goederen in de VS op te drijven.
Chip- en geheugenproducenten profiteren van schaarste en prijszettingsmacht, terwijl hyperscalers steeds meer moeten investeren om dezelfde hoeveelheid rekenkracht te bouwen.
Als AI-investeringen de inflatie langer hoog houden, kan de Federal Reserve de rente langer hoog laten, wat juist druk kan zetten op de waarderingen van groeiaandelen.
De AI-boom zorgt niet alleen voor hogere omzetten bij chipmakers en datacenterbedrijven, maar lijkt inmiddels ook zichtbaar door te werken in de inflatie. Nieuwe cijfers laten zien dat prijzen van duurzame goederen in de Verenigde Staten opnieuw duidelijk oplopen, waarbij zowel tarieven als de enorme vraag naar AI-hardware een belangrijke rol spelen.
Voor beleggers is dat relevant omdat hardnekkige inflatie de rente langer hoog kan houden. Daarmee ontstaat een opvallend spanningsveld: dezelfde AI-investeringen die de winst van technologiebedrijven aanjagen, kunnen tegelijkertijd zorgen voor hogere prijzen en daarmee druk zetten op de waarderingen van groeiaandelen.
Inflatie bij duurzame goederen loopt weer op
Volgens cijfers van Carson Investment Research en FRED stegen de prijzen van duurzame goederen in juli met 3,4 procent op jaarbasis. Dat is opvallend, omdat de prijsontwikkeling van deze categorie gedurende grote delen van 2023 en 2024 juist negatief was.
Personal consumption expenditures

De PCE-prijsindex voor duurzame goederen, met december 2018 als basisniveau van 100, is inmiddels gestegen tot ongeveer 112. Eind 2024 lag die index nog rond 108, waardoor een duidelijke omslag zichtbaar is.
De twaalfmaands inflatie bij duurzame goederen draaide begin 2025 weer positief en versnelde vervolgens door gedurende 2025 en 2026. Daarmee is een categorie die eerder juist hielp om de inflatie te drukken opnieuw een bron van prijsdruk geworden.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'PREMIUM50'.
AI-hardware speelt daar een steeds grotere rol in
Strategist Ryan Detrick noemt volgens de aangeleverde analyse vooral importtarieven en de enorme vraag naar AI-hardware als belangrijke oorzaken. Hyperscalers en andere technologiebedrijven proberen op enorme schaal chips, geheugen, netwerkapparatuur en andere infrastructuurcomponenten te bemachtigen.
Wanneer de vraag sneller groeit dan fabrikanten hun productiecapaciteit kunnen uitbreiden, ontstaat schaarste. Dat geeft leveranciers ruimte om hogere prijzen te vragen en zorgt ervoor dat de kosten van complete AI-datacenters blijven oplopen.
Dat effect is de afgelopen maanden ook zichtbaar bij onder meer geheugen. AI-systemen hebben steeds grotere hoeveelheden HBM, opslag en andere gespecialiseerde hardware nodig, terwijl nieuwe productiecapaciteit niet van de ene op de andere dag beschikbaar komt.
Computerhardware laat een nog extremere prijsstijging zien
Een tweede reeks gegevens uit dezelfde analyse laat zien dat de prijsdruk bij technologiegerelateerde goederen nog veel sterker is. De PCE-prijsindex voor computer software en accessoires is gestegen van een recente bodem rond 64 naar ongeveer 84.
Volgens de grafiek komt de stijging in 2026 tot en met juli neer op een geannualiseerd tempo van ongeveer 39 procent. Daarmee lijkt de prijsdruk in delen van de technologiesector aanzienlijk sneller toe te nemen dan binnen duurzame goederen in het algemeen.
Dat past bij het beeld dat AI-infrastructuur momenteel tegen fysieke beperkingen aanloopt. De sector kan enorme bedragen beschikbaar stellen, maar er zijn slechts een beperkt aantal leveranciers die geavanceerde GPU's, HBM-geheugen, netwerkcomponenten en andere kritieke onderdelen op schaal kunnen produceren.
De AI-boom kan daardoor zichzelf duurder maken
Dat creëert een opvallend mechanisme. Amazon, Alphabet, Meta, Microsoft en andere technologiebedrijven verhogen hun AI-investeringen, maar juist die extra vraag drijft de kosten van dezelfde infrastructuur verder omhoog.
Hierdoor moeten bedrijven steeds meer dollars uitgeven om dezelfde hoeveelheid rekenkracht te bouwen. Hogere prijzen voor chips, geheugen en andere componenten kunnen er vervolgens toe leiden dat investeringsbudgetten opnieuw omhoog moeten.
Voor de leveranciers is dat voorlopig aantrekkelijk. Bedrijven die beschikken over schaarse hardware kunnen profiteren van zowel stijgende volumes als hogere verkoopprijzen.
Vooral chip- en geheugenbedrijven kunnen profiteren
Voor bedrijven als Nvidia, Micron en andere leveranciers binnen de AI-infrastructuurketen kan die prijsomgeving gunstig zijn. Wanneer klanten dringend capaciteit nodig hebben, wordt de aanschafprijs minder belangrijk dan de vraag of de hardware überhaupt beschikbaar is.
Dat vergroot de prijszettingsmacht van leveranciers. Vooral in markten waar aanbod nauwelijks snel kan worden uitgebreid, kunnen hogere prijzen rechtstreeks doorwerken in omzet en marges.
Tegelijkertijd moet daar een belangrijke kanttekening bij worden geplaatst. Een prijsstijging door schaarste kan uitzonderlijk winstgevend zijn zolang het tekort voortduurt, maar kan ook snel omslaan wanneer nieuwe capaciteit beschikbaar komt of de vraag afzwakt.
Voor hyperscalers wordt de rekening steeds groter
Aan de andere kant staan de grote afnemers. Hyperscalers investeren inmiddels honderden miljarden dollars per jaar in datacenters, terwijl stijgende prijzen ervoor zorgen dat die uitbreidingen steeds duurder worden.
Dat hoeft voorlopig geen probleem te zijn zolang de vraag naar AI-diensten sterk genoeg groeit. Bedrijven als Amazon, Alphabet en Microsoft beschikken bovendien over enorme kasstromen waarmee ze hogere investeringen kunnen financieren.
Maar de druk op rendement neemt wel toe. Hoe duurder de infrastructuur, hoe meer omzet een AI-datacenter uiteindelijk moet genereren om een aantrekkelijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal te behalen.
En daar komt de rente nog bovenop
Voor Wall Street is vooral belangrijk dat deze prijsdruk niet losstaat van de bredere inflatie. Wanneer duurzame goederen opnieuw structureel duurder worden, kan dat het proces van inflatieafkoeling vertragen.
Dat kan de Federal Reserve minder ruimte geven om de rente snel te verlagen. En juist groeiaandelen met hoge waarderingen zijn gevoelig voor een langdurig hogere rente, omdat toekomstige winsten dan tegen een hogere discontovoet worden gewaardeerd.
Daarmee kan de AI-boom een paradoxale situatie creëren. Dezelfde investeringen die zorgen voor explosieve omzetgroei bij technologiebedrijven kunnen via hogere prijzen indirect ook zorgen voor een renteomgeving die minder gunstig is voor de waardering van diezelfde aandelen.
AI wordt daarmee ook een macro-economisch verhaal
Tot nu toe werd AI vooral gezien als een technologisch en bedrijfsmatig thema. Beleggers keken naar GPU-orders, cloudgroei, datacenterinvesteringen en de winstontwikkeling van chipmakers.
De nieuwe prijsdata suggereren echter dat AI steeds meer invloed kan krijgen op bredere economische indicatoren. Wanneer honderden miljarden dollars tegelijkertijd richting een beperkt aanbod van hardware, elektriciteit en datacentercapaciteit stromen, kan dat uiteindelijk ook zichtbaar worden in inflatiecijfers.
Dat maakt de ontwikkeling belangrijker dan alleen voor technologiebeleggers. Ook obligatiemarkten, renteverwachtingen en uiteindelijk de bredere aandelenmarkt kunnen erdoor worden beïnvloed.
De grote vraag is hoe lang de tekorten aanhouden
Voor beleggers draait veel om de vraag of de huidige prijsdruk tijdelijk of structureel is. Wanneer fabrikanten snel genoeg nieuwe capaciteit toevoegen, kunnen de prijzen later weer normaliseren en verdwijnt een deel van de inflatoire druk.
Wanneer de vraag naar AI echter sneller blijft groeien dan het aanbod, kunnen hogere hardwareprijzen nog langere tijd aanhouden. Dat zou goed nieuws kunnen zijn voor leveranciers, maar tegelijkertijd betekenen dat de totale kosten van de AI-race verder oplopen.
De cijfers uit juli geven in ieder geval weinig aanwijzingen dat de prijsdruk al verdwenen is. Duurzame goedereninflatie staat op 3,4 procent en de prijsontwikkeling binnen computergerelateerde producten is in 2026 zelfs sterk versneld.
Kan de AI-boom uiteindelijk tegen zichzelf gaan werken?
Voorlopig blijft de enorme vraag naar AI-infrastructuur een krachtige groeimotor voor technologiebedrijven. Maar wanneer hardware steeds duurder wordt, investeringsbudgetten verder oplopen en inflatie hardnekkiger blijft, kan de markt uiteindelijk tegen grenzen aanlopen.
Voor chip- en geheugenproducenten is de situatie juist aantrekkelijk zolang schaarste en prijszettingsmacht blijven bestaan. Voor hyperscalers en beleggers in dure groeiaandelen wordt het verhaal complexer, omdat hogere omzetverwachtingen steeds meer tegenover hogere kosten en mogelijk hogere rente komen te staan.
Daarmee ontstaat een nieuwe kant van de AI-rally die beleggers niet moeten negeren. AI zorgt niet alleen voor technologische groei, maar kan via enorme hardwarevraag ook een nieuwe bron van inflatie worden — en juist dat kan uiteindelijk bepalen hoe lang Wall Street bereid blijft om hoge waarderingen voor de sector te betalen.







































































































































Opmerkingen