Deze 10 woorden van de Fed kunnen de AI-rally hard raken
- Jan Kuijpers

- 10 uur geleden
- 10 minuten om te lezen
In het kort
Fed-voorzitter Kevin Warsh legt de nadruk op hardnekkige inflatie, waardoor de markt nu een grotere kans op een renteverhoging in september inprijst.
Langdurig hogere rentes kunnen vooral dure AI- en groeiaandelen raken via lagere waarderingen, duurdere financiering en minder investeringen.
Het grootste risico ligt bij schuldrijke AI-bedrijven met hoge investeringen en weinig vrije kasstroom; winstgevende spelers zoals Nvidia, Microsoft en Broadcom zijn relatief beter beschermd.
Tien woorden waren vrijdag voldoende om de renteverwachtingen op Wall Street volledig om te draaien. Fed-voorzitter Kevin Warsh sprak in Jackson Hole ruim een uur over inflatie, werkgelegenheid, kunstmatige intelligentie en het beleid van de Amerikaanse centrale bank. Toch bleef vooral één zin hangen:
“The Fed’s predominant focus right now should be on prices.”
Vrij vertaald: de belangrijkste prioriteit van de Federal Reserve moet op dit moment het bestrijden van inflatie zijn. Dat klinkt misschien als een normale uitspraak voor een centrale bankier, maar de markt hoorde iets anders. Niet een renteverlaging, maar een nieuwe renteverhoging komt dichterbij.
Voor beleggers is de belangrijkste vraag daarom niet of Warsh in september daadwerkelijk de rente verhoogt. De echte vraag is: hoeveel van de huidige beurskoersen is afhankelijk van goedkoop geld, en welke aandelen krijgen de grootste klap als de rente langer hoog blijft?
Waarom deze tien woorden zo belangrijk zijn
Kevin Warsh werd op 22 mei beëdigd als opvolger van Jerome Powell en heeft sindsdien weinig tijd verspild om de werkwijze van de Federal Reserve te veranderen. Een van zijn opvallendste besluiten was het grotendeels schrappen van de zogenoemde forward guidance: uitspraken waarmee de centrale bank beleggers alvast voorbereidt op toekomstige rentebesluiten.

Onder Powell probeerde de Fed de markt meestal stap voor stap mee te nemen. Warsh kiest bewust voor minder aanwijzingen. Hij wil dat beleggers zelf naar de economische cijfers kijken in plaats van ieder woord van de centrale bank te gebruiken voor hun volgende transactie.
Dat zorgde de afgelopen maanden vooral voor onzekerheid. Zonder duidelijke vooruitblik moesten beleggers zelf raden of de volgende stap een renteverlaging, een lange pauze of juist een verhoging zou worden. In Jackson Hole gaf Warsh voor het eerst een duidelijker antwoord.
De arbeidsmarkt lijkt volgens hem nog altijd gezond en in overeenstemming met volledige werkgelegenheid. Aan die kant van het mandaat ziet hij dus geen acute reden om de economie te ondersteunen. Bij de inflatie is het beeld precies tegenovergesteld.
De favoriete inflatiemaatstaf van de Fed staat op jaarbasis rond 3,7 procent, terwijl de stijging over de laatste zes maanden omgerekend ongeveer 4,1 procent bedraagt. Dat ligt ruim boven de vaste doelstelling van 2 procent. Bovendien benadrukte Warsh dat de betere inflatiecijfers van deze zomer volgens hem nog niet bewijzen dat de onderliggende trend werkelijk is verbeterd.

De boodschap is daarmee opvallend helder. Zolang de arbeidsmarkt sterk blijft en de inflatie te hoog is, heeft de Fed meer reden om de rente te verhogen dan om haar te verlagen.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'PREMIUM50'.
De markt draaide de kansberekening direct om
Voor de toespraak hield de markt nog serieus rekening met een lange rentepauze. Na Jackson Hole liep de geschatte kans op een renteverhoging tijdens de vergadering van 16 september op van ongeveer 35 procent naar ruim 60 procent.
Ook de obligatiemarkt reageerde. De Amerikaanse tienjaarsrente liep op richting 4,75 procent, het hoogste niveau sinds begin 2025. De rente op dertigjarige staatsleningen noteerde eerder deze maand al rond 5,3 procent.
Dat lijkt misschien alleen relevant voor obligatiebeleggers, maar deze percentages werken uiteindelijk door in vrijwel iedere waardering op de beurs. Wanneer beleggers bijna 5 procent kunnen verdienen op relatief veilige Amerikaanse staatsleningen, wordt een aandeel met een hoge waardering automatisch minder aantrekkelijk.
Een belegger die risico neemt, wil daar immers extra rendement voor ontvangen. Hoe hoger de risicovrije rente, hoe hoger het rendement dat aandelen moeten bieden om interessant te blijven. Dat betekent dat beleggers minder willen betalen voor dezelfde toekomstige winst.
Vooral aandelen waarvan een groot deel van de verwachte waarde pas ver in de toekomst ligt, zijn daar gevoelig voor. Precies daarom kan de boodschap van Warsh vooral bij populaire AI- en groeiaandelen hard aankomen.
Warsh waarschuwde opvallend genoeg zelf voor AI
Het interessantste deel van de toespraak kreeg veel minder aandacht dan de tien woorden over inflatie. Warsh stond uitgebreid stil bij de enorme investeringen in kunstmatige intelligentie en de invloed daarvan op de Amerikaanse economie.
Meer dan de helft van de groei van de Amerikaanse bedrijfsinvesteringen is dit jaar volgens hem te koppelen aan de uitbouw van AI-infrastructuur. Tegelijkertijd stegen de winsten van bedrijven binnen de S&P 500 over het afgelopen jaar met meer dan 20 procent en bevinden winstmarges zich op historisch hoge niveaus.
Dat zijn op het eerste gezicht positieve cijfers. Maar Warsh wees ook op precies het risico dat wij bij De Belegger belangrijk vinden: niet alleen de groei telt, maar vooral de verandering van het groeitempo.
Economen noemen dat de tweede afgeleide. Voor beleggers betekent het iets veel eenvoudigers. Een bedrijf hoeft niet te krimpen om de koers te laten dalen; iets minder snel groeien dan verwacht kan al voldoende zijn.
Stel dat de omzet van een AI-bedrijf niet met 50 maar met 25 procent stijgt. Dat is nog altijd uitzonderlijke groei. Wanneer beleggers echter al op 50 procent rekenden, is die 25 procent een flinke tegenvaller.
Warsh zei nadrukkelijk dat hij de verandering in de groei van investeringen en bedrijfswinsten blijft volgen. Daarmee wijst hij precies naar de zwakke plek van de huidige markt: de verwachtingen zijn zo hoog dat een normale vertraging al pijn kan doen.
Hogere rente raakt AI op drie verschillende manieren
De eerste klap komt via de waardering. Bij een hogere rente worden toekomstige winsten minder waard wanneer ze worden teruggerekend naar vandaag. Bedrijven die nu al veel winst maken, voelen dat minder dan ondernemingen waarvan het grootste deel van de winst pas over vijf of tien jaar moet komen.
De tweede klap komt via de financiering. De AI-infrastructuur wordt niet volledig uit de lopende winst betaald. Datacenters, energieprojecten en gespecialiseerde cloudbedrijven gebruiken ook obligaties, leningen en leaseconstructies om hun uitbreidingen te financieren.
Wanneer de rente stijgt, worden nieuwe projecten duurder. Een datacenter dat bij een financieringsrente van 4 procent aantrekkelijk leek, kan bij 6 procent ineens onvoldoende rendement opleveren. Bedrijven kunnen dan besluiten projecten uit te stellen, te verkleinen of volledig te schrappen.
De derde klap komt via de economie. Hogere rentetarieven maken hypotheken, bedrijfsleningen en consumentenkrediet duurder. Daardoor kunnen economische groei, advertentie-uitgaven en bedrijfsinvesteringen afzwakken.
Dat levert een gevaarlijke combinatie op. AI-leveranciers krijgen mogelijk te maken met een lagere waardering, duurdere financiering bij hun klanten en een zwakkere economie. Voor aandelen waarin al jaren van uitzonderlijke groei zijn verwerkt, kan die combinatie hard aankomen.
Nvidia is niet automatisch het grootste slachtoffer
Nvidia staat centraal in de AI-investeringsgolf. Het bedrijf haalde in het afgelopen kwartaal $96,2 miljard omzetbinnen, ruim twee keer zoveel als een jaar eerder, en verwacht voor het lopende kwartaal ongeveer $108 miljard. Voor het volgende boekjaar rekent het management zelfs op circa 70 procent omzetgroei.
Wie alleen naar de activiteiten kijkt, ziet weinig reden voor paniek. De orderportefeuille ligt boven $2 biljoen, de vraag is groter dan het beschikbare aanbod en de grootste technologiebedrijven blijven hun investeringsplannen verhogen.
Toch zit het risico bij Nvidia niet alleen in de winst, maar ook in wat beleggers bereid zijn voor die winst te betalen. Wanneer de rente stijgt en de verwachte groei na 2028 afneemt, kan de koers-winstverhouding dalen terwijl de winst nog steeds groeit.
Dat is een belangrijk onderscheid. Nvidia hoeft geen slechte cijfers te presenteren om beleggers teleur te stellen. Het bedrijf hoeft alleen minder uitzonderlijk te worden dan de koers nu veronderstelt.
Tegelijkertijd heeft Nvidia bescherming die veel andere AI-bedrijven niet hebben. Het bedrijf verdient al enorme bedragen, genereert veel vrije kasstroom en beschikt dankzij zijn chips, netwerktechnologie en CUDA-software over een sterk concurrentievoordeel. Een hogere rente kan de koers raken, maar brengt het bedrijf niet direct financieel in de problemen.
De grootste kwetsbaarheid zit bij schuldfinanciering
De gevoeligste groep bestaat waarschijnlijk uit bedrijven die veel geld moeten lenen om AI-capaciteit te bouwen. Gespecialiseerde cloudbedrijven schaffen voor miljarden dollars Nvidia-chips aan en verhuren die rekenkracht vervolgens aan AI-ontwikkelaars.
Zolang de vraag explosief groeit, kan dat model zeer winstgevend lijken. De inkomsten stijgen snel en de waarde van de beschikbare capaciteit loopt op. Maar de apparatuur moet vooraf worden gekocht en veroudert technologisch relatief snel.
Een bedrijf kan daardoor nog jarenlang rente en aflossingen betalen op chips die inmiddels door een nieuwe generatie zijn ingehaald. Wanneer de rente stijgt of klanten minder snel capaciteit afnemen, komt die verhouding onder druk.
Ook lange huur- en leasecontracten vormen een risico. Ze zorgen voor voorspelbare toegang tot datacenters, maar blijven als verplichting bestaan wanneer de vraag tegenvalt. De combinatie van hoge schulden, grote investeringen en snelle technologische veroudering kan dan gevaarlijk worden.
Hier zit waarschijnlijk het deel van de AI-markt waar de uitspraak van Warsh het zwaarst weegt. Niet bij het bedrijf dat de schoppen verkoopt, maar bij de bedrijven die met geleend geld complete mijnen aanleggen.
Micron kan via een andere route worden geraakt
Micron heeft veel minder last van financieringsrisico bij klanten op korte termijn, omdat de vraag naar geavanceerd HBM-geheugen momenteel ruimschoots boven het aanbod ligt. De volledige productie voor 2026 is volgens het bedrijf al verkocht en nieuwe AI-processors gebruiken steeds meer geheugen.
Toch blijft geheugen een cyclische markt. Producenten reageren op hoge prijzen en sterke vraag door capaciteit uit te breiden. Wanneer de vraag later vertraagt, kan een tekort relatief snel omslaan in een overschot.
Een hogere rente kan dat moment naar voren halen. Wanneer cloudbedrijven datacenterprojecten uitstellen, hebben zij niet alleen minder processors nodig, maar ook minder HBM-geheugen. Tegelijkertijd kan nieuwe productiecapaciteit al onderweg zijn.
In dat scenario daalt niet alleen het verkochte volume, maar kunnen ook de geheugenprijzen onder druk komen. Daardoor kan de winst van Micron veel sneller terugvallen dan de omzet. Juist dat maakte eerdere geheugencycli zo extreem.
Het aandeel kan daardoor goedkoop lijken op de verwachte piekwinst, maar peperduur blijken wanneer die winst enkele jaren later normaliseert. Voor Micron-beleggers is de rente daarom minder direct zichtbaar, maar mogelijk uiteindelijk net zo belangrijk.
Broadcom en Vertiv hebben iets meer bescherming
Broadcom profiteert van AI via netwerkchips en speciaal ontworpen processors voor grote technologiebedrijven. Daarnaast beschikt het dankzij VMware over een grote softwaredivisie met terugkerende inkomsten. Die combinatie biedt meer bescherming wanneer de investeringen in AI-infrastructuur vertragen.

Het bedrijf blijft wel afhankelijk van een beperkt aantal zeer grote klanten. Wanneer één hyperscaler een maatwerkchip uitstelt, kan dat miljarden dollars aan toekomstige omzet schelen. De hoge verwachtingen voor de AI-divisie maken het aandeel daarom nog steeds rentegevoelig.
Vertiv verkoopt stroomvoorziening, koeling en andere infrastructuur voor datacenters. Veel van die apparatuur wordt pas later in het bouwproces geplaatst. Daardoor kan het bedrijf nog enige tijd profiteren van projecten die al zijn goedgekeurd en in aanbouw zijn.
Bovendien verdient Vertiv geld aan onderhoud en vervanging van bestaande systemen. Dat maakt het bedrijfsmodel minder afhankelijk van iedere nieuwe generatie AI-chips. Maar wanneer de hoge rente uiteindelijk leidt tot uitstel of annulering van complete datacenters, ontkomt ook Vertiv niet aan lagere groei.
Grote technologiebedrijven kunnen dubbel worden geraakt
Microsoft, Amazon, Alphabet en Meta beschikken over voldoende kasstromen om een groot deel van hun investeringen zelf te betalen. Zij zijn daardoor minder afhankelijk van externe financiering dan kleinere AI-bedrijven. Toch is een hogere rente ook voor hen niet zonder gevolgen.
De directe impact loopt via de waardering. Bij een hogere obligatierente willen beleggers minder betalen voor toekomstige winstgroei. Dat kan de koers-winstverhoudingen van de grote technologiebedrijven naar beneden duwen.
Daarnaast stijgt de lat voor nieuwe investeringen. Een AI-project moet niet alleen meer opleveren dan de bouw- en energiekosten, maar ook meer dan het rendement dat het bedrijf elders relatief veilig kan behalen. Hogere rente maakt het dus moeilijker om iedere nieuwe datacenterinvestering financieel te rechtvaardigen.
Aan de andere kant kan een investeringsvertraging uiteindelijk positief uitpakken voor hun vrije kasstroom. Wanneer de AI-omzet blijft groeien terwijl de bouwuitgaven stabiliseren, blijft er meer geld over voor aandeelhouders. Het verschil tussen een gezonde normalisatie en een mislukte AI-gok wordt dan cruciaal.
Dit hoeft nog geen rampscenario te worden
Warsh heeft niet gezegd dat de rente in september gegarandeerd omhooggaat. Hij heeft vooral duidelijk gemaakt dat de Fed bereid is op te treden wanneer de inflatie onvoldoende daalt. De komende cijfers blijven daarom doorslaggevend.
Een zwakker banenrapport kan de Fed meer ruimte geven om af te wachten. Een verdere afname van de inflatie kan de noodzaak van een renteverhoging verminderen. Daartegenover kunnen hogere olieprijzen, aanhoudende loonstijgingen of nieuwe importheffingen de prijsdruk opnieuw versterken.
De markt rekent inmiddels op een kans van ongeveer 60 procent op een renteverhoging in september. Dat betekent tegelijkertijd dat de uitkomst nog lang niet vaststaat. Nieuwe economische cijfers kunnen die kans opnieuw snel veranderen.
Het echte risico is daarom niet één verhoging van 0,25 procentpunt. Veel belangrijker is de mogelijkheid dat de rente meerdere jaren hoger blijft dan beleggers tot voor kort verwachtten. Dat scenario heeft een veel grotere invloed op waarderingen en investeringsbesluiten.
Mijn oordeel: de Fed heeft de kwetsbare plek gevonden
De tien woorden van Warsh vormen geen directe voorspelling van een beurscrash. De Amerikaanse economie groeit nog, de arbeidsmarkt is stabiel en de winstontwikkeling van grote bedrijven blijft sterk. Dat zijn geen omstandigheden die automatisch wijzen op een naderende recessie.
Toch heeft de Fed precies de kwetsbare plek van de huidige beurs blootgelegd. De koersen van veel AI-aandelen zijn gebaseerd op een combinatie van sterke winstgroei, enorme investeringen en de verwachting dat voldoende goedkoop kapitaal beschikbaar blijft. Een hogere rente zet op alle drie druk.
Voor winstgevende marktleiders als Nvidia, Microsoft en Broadcom hoeft dat het groeiverhaal niet te breken. Wel kan het rendement voor aandeelhouders lager uitvallen wanneer de waardering afneemt. Het bedrijf kan dan blijven winnen terwijl het aandeel tijdelijk achterblijft.
Het grootste gevaar zit bij ondernemingen die hoge waarderingen combineren met veel schulden, grote toekomstige investeringen en nog beperkte vrije kasstromen. Daar kan een kleine verandering in rente of groeiverwachtingen een groot effect op de aandelenkoers hebben.
De belangrijkste cijfers voor beleggers zijn daarom niet alleen de volgende inflatiemeting en het rentebesluit van 16 september. Wij kijken ook naar de tienjaarsrente, kredietopslagen, vrije kasstromen en de hoeveelheid schuld waarmee nieuwe AI-capaciteit wordt gebouwd.
Warsh gebruikte in Jackson Hole geen ingewikkelde waarschuwing. Hij had aan tien woorden genoeg. De Fed kijkt eerst naar de prijzen, en pas daarna naar de beurs. Voor Wall Street is dat misschien wel de duidelijkste boodschap die het dit jaar heeft gekregen.







































































































































Opmerkingen