De slechtste beursmaand sinds 1950 begint: waarom september 2026 juist anders kan worden
- J. van den Poll
- 12 uur geleden
- 7 minuten om te lezen
In het kort:
September is sinds 1950 de zwakste beursmaand, maar het historische gemiddelde van ongeveer 0,6% verlies zegt weinig over één afzonderlijk jaar.
Sterke bedrijfswinsten, verbreding van de beursrally en aanhoudende AI-investeringen kunnen in september 2026 tegenwicht bieden.
De Amerikaanse inflatiecijfers en het rentebesluit van 16 september worden waarschijnlijk belangrijker dan het bekende seizoenseffect.
September staat onder beleggers bekend als de gevaarlijkste maand van het beursjaar. Sinds 1950 sloot de S&P 500 slechts ongeveer 44% van alle septembermaanden met winst af. Daarmee is het de enige kalendermaand waarin een positief resultaat historisch minder vaak voorkwam dan een verlies.
Gemiddeld daalde de Amerikaanse beurs in september met ongeveer 0,6%. Dat klinkt niet spectaculair, maar achter dit gemiddelde zitten enkele bijzonder zware beursdalingen. Toch is er een goede reden om niet automatisch van een slecht beursjaarstuk uit te gaan: september 2026 begint met een combinatie van sterke
winstgroei, breed koersmomentum en een rentebesluit dat de onzekerheid juist kan verkleinen.
De maand kan daardoor anders verlopen dan het historische patroon doet vermoeden. Niet omdat de risico’s verdwenen zijn, maar omdat beleggers ditmaal een duidelijker fundamenteel verhaal tegenover de seizoenszwakte kunnen zetten.

Direct naar een onderdeel van dit artikel
Waarom september de slechtste beursmaand is
Er bestaat geen sluitende economische verklaring voor het zwakke septemberpatroon. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van factoren. Na de rustige zomer keren institutionele beleggers terug, worden portefeuilles opnieuw ingericht en neemt de handelsactiviteit toe. Bedrijven en analisten beginnen bovendien hun verwachtingen voor het slotkwartaal en het volgende jaar aan te scherpen.
Ook fondsen met een afwijkend boekjaar kunnen in september posities afbouwen. Tegelijk komen aandelenmarkten vaak uit een relatief sterke zomerperiode, waardoor winstnemingen sneller optreden. Wanneer daar tegenvallende economische cijfers, oplopende rente of geopolitieke onrust bij komen, kan een bescheiden correctie snel groter worden.
Het belangrijkste is echter dat het september-effect een gemiddelde is en geen natuurwet. Een gemiddelde daling van 0,6% betekent niet dat de S&P 500 ieder jaar ongeveer dat percentage verliest. De spreiding tussen afzonderlijke jaren is groot en positief nieuws kan het seizoenspatroon volledig overschaduwen.
De beurs begint september 2026 met kracht
De uitgangspositie is dit jaar opvallend sterk. De S&P 500 sloot op 28 augustus op 7.711,76 punten en stond daarmee 12,7% hoger dan aan het begin van het jaar. De Nasdaq won in dezelfde periode 13,6%, terwijl de Russell 2000 met een stijging van 19,8% zelfs duidelijk beter presteerde.
Vooral die sterke prestatie van kleinere Amerikaanse bedrijven is relevant. Een beursstijging die uitsluitend door enkele megacaps wordt gedragen, is kwetsbaar. De opmars van de Russell 2000 suggereert dat beleggers ook buiten de grootste technologiebedrijven bereid zijn risico te nemen.
Dat betekent niet dat de markt goedkoop of ongevoelig voor slecht nieuws is. Na de stijging van 2026 liggen de verwachtingen hoog en kan een teleurstellend cijfer hard aankomen. Wel is de technische en fundamentele uitgangspositie sterker dan in septembermaanden die begonnen tijdens een economische neergang of duidelijke winstrecessie.
AI blijft een fundamentele motor
Een tweede verschil is dat de AI-groeimotor nog niet is stilgevallen. Nvidia meldde eind augustus een kwartaalomzet van 96,2 miljard dollar, ruim twee keer zoveel als een jaar eerder. Het bedrijf verwacht bovendien dat de omzet in het volgende boekjaar met ongeveer 70% kan groeien, hoewel tekorten aan geheugencomponenten de productie blijven beperken.
Het aandeel Nvidia sprong na de cijfers 8,7% omhoog. Belangrijker dan die dagelijkse koersbeweging is de boodschap achter de resultaten: de vraag naar AI-infrastructuur blijft uitzonderlijk sterk. Dat ondersteunt niet alleen chipbedrijven, maar ook leveranciers van apparatuur, geheugen, netwerkproducten, datacentertechnologie en elektriciteitsinfrastructuur.
Hier ligt een mogelijke reden waarom september 2026 anders kan uitpakken. In eerdere zwakke beursmaanden ontbrak soms een overtuigende winstbron die beleggers tijdens koersdalingen opnieuw naar de markt trok. De AI-investeringsgolf biedt zo’n bron momenteel wel.
Er zit ook een duidelijke zwakke plek in dit verhaal. De verwachtingen voor AI-bedrijven zijn zo hoog dat sterke groei alleen niet altijd voldoende is. Beleggers willen zien dat de miljardeninvesteringen van technologieconcerns uiteindelijk omzet, marges en vrije kasstroom opleveren. Zodra daar twijfel over ontstaat, kunnen juist de zwaarst gewaardeerde aandelen de beurs omlaag trekken.
De Fed maakt september 2026 ongebruikelijk spannend
De grootste dreiging komt niet uit de beurskalender, maar van de Amerikaanse centrale bank. De totale PCE-inflatie bedroeg in juli 3,7% op jaarbasis, terwijl de kerninflatie uitkwam op 3,3%. Beide cijfers liggen duidelijk boven de doelstelling van 2% van de Federal Reserve.
Fed-voorzitter Kevin Warsh benadrukte eind augustus dat de centrale bank meer moet doen wanneer de onderliggende inflatie niet overtuigend richting 2% beweegt. Na zijn opmerkingen liep de door de rentemarkt ingeschatte kans op een renteverhoging tijdens de vergadering van 15 en 16 september op tot ongeveer 57%.
Dat maakt de komende beursmaand uitzonderlijk. Beleggers discussiëren niet over de gebruikelijke keuze tussen een renteverlaging en een ongewijzigd beleid, maar houden serieus rekening met een verhoging. Hogere rente raakt vooral groeiaandelen, vastgoedbedrijven, kleine ondernemingen met veel schulden en bedrijven waarvan de verwachte winst ver in de toekomst ligt.
Tegelijk kan een duidelijke beslissing van de Fed ook onzekerheid wegnemen. Wanneer Warsh geloofwaardig uitlegt dat één verhoging voldoende kan zijn om de inflatieverwachtingen onder controle te houden, kunnen obligatierentes stabiliseren. De beurs kan dan opgelucht reageren, zelfs als de rente daadwerkelijk omhooggaat.
Het verschil tussen een positieve en negatieve septembermaand zit daarom mogelijk minder in het rentebesluit zelf dan in de boodschap eromheen. Een onverwacht agressieve reeks verhogingen zou de waarderingen onder druk zetten. Een beheerste verhoging met een voorzichtige vooruitblik kan juist voorkomen dat beleggers een veel zwaarder scenario gaan inprijzen.
Kevin Warsh zet de rente opnieuw centraal:

Drie momenten kunnen de S&P 500 in september bepalen
De eerste grote test komt op 4 september met het Amerikaanse banenrapport over augustus. Een sterke arbeidsmarkt geeft de Fed meer ruimte om de rente te verhogen. Een plotseling zwak rapport kan de rentevrees verminderen, maar tegelijkertijd zorgen oproepen over de economische groei.
Op 11 september volgen de Amerikaanse inflatiecijfers. De totale consumentenprijsinflatie bedroeg in juli 3,4%, mede door een sterke stijging van de energieprijzen. Vooral de ontwikkeling van energie, diensten en huisvesting zal bepalen of de markt een renteverhoging als noodzakelijk of als overdreven gaat zien.
Daarna volgt op 16 september het rentebesluit. Deze opeenvolging zorgt ervoor dat verwachtingen binnen twee weken meerdere keren kunnen omslaan. Dat kan forse dagelijkse koersbewegingen veroorzaken, zonder dat de fundamentele vooruitzichten voor aandelen onmiddellijk veranderen.
Waarom een tussentijdse correctie niet hetzelfde is als een trendbreuk
De S&P 500 staat na de stijging van 2026 niet op een niveau waar veel slecht nieuws is ingeprijsd. Daardoor zou een daling van enkele procenten geen verrassing zijn. Zo’n correctie hoeft echter niet automatisch het einde van de opwaartse trend te betekenen.
De kwaliteit van de daling wordt belangrijker dan het percentage. Wanneer vooral dure groeiaandelen terugvallen terwijl winstverwachtingen intact blijven en andere sectoren redelijk standhouden, gaat het waarschijnlijk om een waarderingscorrectie. Wanneer kredietopslagen oplopen, winstverwachtingen breed worden verlaagd en cyclische aandelen wegzakken, is het signaal serieuzer.
Nederlandse beleggers moeten daarnaast op de dollar letten. Een renteverhoging kan de Amerikaanse munt ondersteunen, waardoor een daling van Amerikaanse aandelen voor een belegger met euro’s gedeeltelijk wordt verzacht. Een zwakkere dollar kan het tegenovergestelde doen en het rendement van een Amerikaanse portefeuille in euro’s drukken.
Ook de AEX is niet immuun. ASML, ASMI en BESI zijn gevoelig voor de waardering van de wereldwijde chipsector, terwijl hogere obligatierentes doorgaans druk zetten op groeiaandelen. Tegelijk kan aanhoudende AI-vraag de orderverwachtingen voor Europese chipbedrijven ondersteunen.
Mijn idee: september wordt een stresstest voor winstkwaliteit
De interessantste vraag is niet of het historische septemberverlies zich precies herhaalt. De echte test is welke bedrijven hun waardering kunnen verdedigen wanneer de rente langer hoog blijft. In een omgeving met sterke nominale groei kunnen ondernemingen met prijszettingsmacht, gezonde marges en veel vrije kasstroom relatief goed standhouden.
Bedrijven die vooral stijgen op basis van toekomstige verwachtingen worden kwetsbaarder. Dat geldt ook voor ondernemingen die AI gebruiken als verhaal, maar nog geen aantoonbare omzetgroei of productiviteitswinst laten zien. September kan daardoor een maand worden waarin de verschillen tussen echte AI-winnaars en speculatieve meelopers groter worden.
Het positieve scenario is dat de inflatie afkoelt, de Fed de rente ongemoeid laat of een beperkte verhoging goed uitlegt en bedrijfswinsten sterk blijven. In dat geval kan de S&P 500 het historische patroon doorbreken en september met winst afsluiten.
In een middenscenario verhoogt de Fed de rente, lopen obligatierentes tijdelijk op en corrigeert de beurs enkele procenten. Wanneer winstverwachtingen intact blijven, kan zo’n daling later een gezondere uitgangspositie voor het vierde kwartaal creëren.
Het negatieve scenario ontstaat wanneer hoge inflatie samengaat met zwakkere banengroei en neerwaartse winstbijstellingen. Dan krijgt de Fed te maken met de lastige combinatie van inflatie en afnemende groei. In dat geval kan het beruchte september-effect worden versterkt door een echte verslechtering van de economische
vooruitzichten.
Wat beleggers nu kunnen volgen
September 2026 begint dus niet zonder gevaar. De beurs is sterk gestegen, de inflatie ligt te hoog en een renteverhoging is een serieus scenario. Dat maakt vooral hoog gewaardeerde aandelen gevoelig voor tegenvallers.
Toch is de slechtste beursmaand sinds 1950 geen automatische verkoopreden. De rally is breder geworden, de winstontwikkeling blijft sterk en de AI-investeringen leveren nog altijd concrete omzetgroei op. Dat zijn fundamentele krachten die in een historisch gemiddelde niet zichtbaar zijn.
Beleggers kunnen daarom beter letten op inflatie, obligatierentes, winstverwachtingen en marktbreedte dan uitsluitend op de kalender. September kan volatiel worden, maar volatiliteit en een blijvende verslechtering zijn niet hetzelfde. Historische patronen bieden context, geen garantie, en aandelen kunnen ook bij sterke bedrijfsresultaten dalen.
Dit artikel is geen beleggingsadvies. Beleggen brengt risico's met zich mee; je kunt (een deel van) je inleg verliezen.







































































































































Opmerkingen