Analisten waarschuwen: 2026 wordt een beslissend jaar voor AI
- Mika Beumer

- 15 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort
Volgens Deutsche Bank zal 2026 het moeilijkste jaar tot nu toe worden voor kunstmatige intelligentie (AI)
Er ontstaat steeds meer teleurstelling en wantrouwen nu bedrijven moeite hebben om AI rendabel toe te passen
Grote AI-bedrijven als OpenAI komen onder druk te staan door hoge kosten, concurrentie en maatschappelijke zorgen
Na jaren van snelle ontwikkeling en torenhoge verwachtingen, komt kunstmatige intelligentie in 2026 in rustiger vaarwater terecht. Althans, dat is de analyse van Deutsche Bank Research Institute. Volgens een nieuw rapport van de bank is het “honeymoon”-effect rond AI voorbij, en begint nu een realistischer fase waarin de beperkingen en uitdagingen duidelijker zichtbaar worden. Analist Adrian Cox beschrijft drie belangrijke thema’s die dit jaar zullen domineren: teleurstelling, ontwrichting en toenemend wantrouwen. Daarmee komt er een verschuiving in de manier waarop beleggers, bedrijven en overheden naar AI kijken.
AI levert nog weinig tastbaar resultaat op
Het eerste punt dat Deutsche Bank aanstipt, is de toenemende teleurstelling bij bedrijven die hoopten dat AI snel grote opbrengsten zou opleveren. Waar techbedrijven en voorlopers als OpenAI en Anthropic al veel ervaring hebben met generatieve AI, blijkt de praktische toepassing in andere sectoren minder eenvoudig dan gedacht. Veel bedrijven die AI aan het testen zijn in hun processen, lopen tegen beperkingen aan zoals gebrekkige nauwkeurigheid of de hoge kosten om de technologie op grote schaal in te zetten.
Cox stelt dat generatieve AI op lange termijn wel degelijk impact zal hebben, maar dat dit proces veel trager verloopt dan velen hadden gehoopt. Voor veel ondernemingen blijkt het lastig om AI-systemen zoals chatbots of zelflerende modellen op een betrouwbare manier in bestaande werkstromen te integreren. Bovendien blijkt in de praktijk dat menselijke arbeid in veel gevallen nog steeds goedkoper en flexibeler is dan geautomatiseerde alternatieven.
Daarom waarschuwt Deutsche Bank dat investeerders hun verwachtingen voor AI-bedrijven moeten bijstellen. In plaats van snelle winstgroei, zal de komende tijd in het teken staan van experimenteren, bijstellen en investeren zonder directe rendementen.
Dit zijn enkele grote AI-bedrijven uit de S&P 500 en hoeveel ze wegen in het indexfonds

De AI-industrie worstelt met schaalproblemen en concurrentie
Een tweede probleem dat in het rapport wordt genoemd, is de ontwrichting binnen de AI-sector zelf. De vraag naar AI-oplossingen neemt nog steeds toe, maar de capaciteit om deze diensten te leveren groeit niet snel genoeg mee. Bottlenecks ontstaan door tekorten aan chips, beperkingen in de stroomvoorziening en een gebrek aan gespecialiseerde arbeidskrachten. Dit zet druk op bedrijven die AI-oplossingen ontwikkelen, vooral op spelers die niet beschikken over eigen infrastructuur zoals datacenters.
Bedrijven zoals OpenAI, Anthropic en xAI staan volgens Cox onder grote druk om hun kosten te dekken en zich staande te houden tegenover grote techreuzen als Google, Amazon en Microsoft. Vooral OpenAI zou in de gevarenzone kunnen komen, nu Apple heeft gekozen om het AI-model Gemini van Google te gebruiken voor nieuwe functies. Dat is niet alleen een commerciële tegenvaller, maar roept ook vragen op over het concurrentievermogen van OpenAI.
Deutsche Bank wijst erop dat het verdienmodel van OpenAI nog steeds niet duidelijk is, ondanks een geschatte kasverbranding van 9 miljard dollar vorig jaar en mogelijk zelfs 17 miljard dit jaar. Terwijl bedrijven als Google hun AI-systemen intern kunnen financieren via eigen servers en datacenters, moet OpenAI afhankelijk zijn van externe financiering. Volgens Cox heeft het bedrijf daarmee een zwakke economische positie, met een beperkte beschermingsmuur tegen concurrentie.
Maatschappelijk en politiek wantrouwen groeit
Tot slot verwacht Deutsche Bank dat de maatschappelijke weerstand tegen AI in 2026 verder zal toenemen. Er is groeiende bezorgdheid over banenverlies, privacy en auteursrechten, evenals over de impact van datacenters op het milieu. Grote AI-systemen verbruiken enorme hoeveelheden elektriciteit en water, wat leidt tot zorgen over duurzaamheid en beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen.
Overal gaat het over AI: is het een hype of het begin van een echte revolutie?

Daarnaast wordt AI steeds meer een geopolitiek thema. Zowel de Verenigde Staten als China investeren fors in de technologie, niet alleen vanwege economische belangen, maar ook om strategische redenen. Volgens Cox wordt AI een krachtig instrument in de strijd om technologische onafhankelijkheid en wereldwijde invloed. Die internationale concurrentie zorgt voor extra druk op AI-bedrijven en beleidsmakers, vooral wanneer landen proberen elkaar af te troeven in het ontwikkelen van krachtige modellen of het controleren van cruciale infrastructuur.
Volgens Deutsche Bank zullen deze zorgen dit jaar niet meer te negeren zijn. Wat eerst een zacht geroezemoes van kritische geluiden was, groeit uit tot een harde roep om regelgeving, transparantie en verantwoorde toepassing van AI. Cox concludeert dat 2026 niet het einde betekent van AI, maar wel het begin van een nieuw tijdperk waarin realisme, toezicht en duurzaamheid een grotere rol zullen spelen.
Voor beleggers is dit een duidelijk signaal: de tijd van blind optimisme over AI lijkt voorbij. De komende periode draait om het scheiden van hype en werkelijkheid. Dat betekent kritisch kijken naar de financiële basis van AI-bedrijven, hun vermogen om daadwerkelijk winst te maken én hun positie in een snel veranderend maatschappelijk en politiek landschap.
Ook voor beleggers die actief zijn rond thema’s als kunstmatige intelligentie, geldt dat realisme en discipline steeds belangrijker worden. In een fase waarin verwachtingen worden bijgesteld en volatiliteit toeneemt, kunnen kosten en efficiëntie een doorslaggevende factor zijn voor het uiteindelijke rendement. Zeker bij internationale AI-aandelen en Amerikaanse techbedrijven lopen valutakosten en transactietarieven ongemerkt op.
MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025 en biedt beleggers de mogelijkheid om internationaal te handelen tegen lage en transparante kosten. Met valutakosten van slechts 0,005 procent ligt dit fors lager dan bij DEGIRO en SAXO Bank, waar circa 0,25 procent wordt gerekend, een verschil dat voor veel beleggers kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.







































































































































Opmerkingen