De Intel-CEO kocht voor 12 miljoen dollar op 95 dollar en nu staat het aandeel op 90
In het kort
Intel combineert een indrukwekkend financieel herstel (omzet +25% j-o-j in het laatste kwartaal, foundry-verlies gehalveerd sinds 2024).
De waardering oogt met een forward koers-winstverhouding van ruim 53× duur, maar op omzet (forward P/S 6,99×) juist goedkoper dan branchegenoten TSMC, Nvidia en AMD.
De belangrijkste katalysator is het 14A-procedé, dat pas in 2028 in massaproductie gaat: lukt het Intel om daarmee voor het eerst sinds 2019 weer gelijk te komen met TSMC.
Wie nu een aandeel Intel koopt, koopt goedkoper in dan de topman van het bedrijf zelf een paar weken geleden deed. Begin augustus haalde Intel $23 miljard aan vers kapitaal op tegen $95 per aandeel, fors meer dan het aanvankelijke doel van $15 miljard. Topman Lip-Bu Tan kocht in die emissie voor $12 miljoen aan eigen aandelen bij. Vandaag, met de koers op $89,92, kun je voor minder instappen dan de CEO zelf betaalde. Dat alleen al is een opvallend signaal. De vraag die telt: bouwt Intel daadwerkelijk aan een fabrieksrijk dat over enkele jaren geld gaat verdienen of betaal je nu voor een belofte die al eerder niet werd waargemaakt?
Dit artikel gaat over die vraag. We nemen de financiën, de fabrieksbouw, de 14A-chiptechnologie en de waardering onder de loep en eindigen met een concreet oordeel over of $89,92 een aantrekkelijk instappunt is.
Investment thesis
Intel is een bedrijf in een race tegen de klok. Onder topman Lip-Bu Tan, die begin 2025 aantrad, is het bedrijf twee dingen tegelijk aan het doen: het kernbedrijf (chips voor pc's en servers) weer laten groeien en tegelijk een derde grote logic-foundry naast TSMC en Samsung optuigen, een project dat miljarden per kwartaal verslindt voordat het iets oplevert. Beide sporen laten nu voor het eerst overtuigend groen zien. De vraag voor beleggers is niet meer of Intel herstelt, maar hoe duurzaam en hoe snel. De opeenvolgende kapitaalinjecties van de Amerikaanse overheid, Nvidia, SoftBank en nu de markt zelf hebben het financieringsrisico grotendeels weggenomen, wat overblijft, is puur uitvoeringsrisico op het 14A-procedé en op het vullen van de nieuwe fabrieken met betalende klanten.
Topman Lip-Bu Tan trad aan begin 2025:

Intel: van chipmaker naar chipmaker en fabrieksverhuurder
Intel bestaat feitelijk uit twee heel verschillende bedrijven onder één dak. Aan de ene kant staat Intel Products: het vertrouwde ontwerp en de verkoop van processoren voor pc's (Client Computing & Physical AI) en servers (Data Center & AI, voorheen een apart Data Center-segment). Dit is het deel dat al decennia geld verdient en dat nu meelift op de vraag naar AI-servers. Aan de andere kant staat Intel Foundry: de fabrieken zelf, die niet alleen chips voor Intel's eigen producten maken, maar zich ook openstellen voor externe klanten, bedrijven die hun eigen chipontwerpen door Intel willen laten produceren, zoals TSMC dat al decennia voor onder meer Apple en Nvidia doet. Die omslag naar een open foundry is de kern van de investment thesis: als het lukt, verdient Intel straks niet alleen aan zijn eigen chips, maar ook aan die van concurrenten en klanten van concurrenten. Als het niet lukt, blijft Intel Foundry een intern kostenproject dat nooit uit de kosten komt.
Het vertrouwensvotum: de kapitaalronde en de insiderskoop
De timing en omvang van de augustus-emissie zeggen op zichzelf al veel. Intel haalde niet de aangekondigde $15 miljard op, maar $23 miljard een teken dat de vraag van beleggers groter was dan het management aanvankelijk durfde te vragen. CFO David Zinsner legde op de Deutsche Bank Technology Conference van 26 augustus uit waar het geld heen gaat: niet primair naar het afkopen van partnerbelangen in bestaande fabrieken (zoals eerder gespeculeerd over de 49%-deelneming van Brookfield Infrastructure in Arizona), maar vooral naar nieuwe capaciteit. Intel moet de komende jaren grote hoeveelheden chipmachines vooruitbetalen en daarvoor is een steviger financieel fundament nodig.
Dat fundament is er nu ook echt. Eind 2025 had Intel nog een nettoschuld van ongeveer $9,2 miljard. Tegen eind juni 2026 was die, door de zware kapitaaluitgaven aan de fabrieksbouw, opgelopen tot ongeveer $20,8 miljard. Tel je de bruto-opbrengst van de augustus-emissie daarbovenop, dan verandert de balans naar schatting in een lichte nettokaspositie van ruim $2 miljard, een omslag van bijna $23 miljard in de verkeerde naar de goede richting, in slechts twee maanden tijd.
Dit is niet de eerste keer dat externe partijen fors instappen. In 2025 tekende Intel binnen enkele weken drie grote deals: de Amerikaanse overheid nam een belang van 9,9% ($8,9 miljard, deels gefinancierd door onbetaalde CHIPS Act-subsidies om te zetten in aandelen), Japans SoftBank investeerde $2 miljard, en Nvidia stak $5 miljard in Intel, een aankondiging die de koers op één dag met 22% deed stijgen, de beste beursdag voor Intel in bijna veertig jaar. Nvidia's belang was medio augustus 2026 volgens de eigen opgave van het bedrijf al zo'n $30 miljard waard. Tel alle kapitaalinjecties van 2025 en 2026 bij elkaar op en Intel haalde ruim $38 miljard aan vers eigen vermogen op in nog geen anderhalf jaar tijd, een ongekende financieringsgolf voor een Amerikaans beursgenoteerd bedrijf.
Belangrijk kritisch punt: die overheidsdeelneming is niet zonder voorwaarden. Er zit een vijfjarige garantie aan vast waarmee de overheid haar belang met nog eens 5% kan uitbreiden tegen $20 per aandeel, mocht Intel zijn foundrytak ooit onder de 51% eigendom laten zakken (bijvoorbeeld door die aan een externe partij te verkopen of af te splitsen). Dat beperkt Intel's toekomstige strategische vrijheid rond de foundry en roept bredere vragen op over de precedentwerking van staatsdeelnemingen in beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven.

Financiële resultaten: omzet versnelt, foundry-verlies smelt
De cijfers over het tweede kwartaal van 2026 waren de sterkste in vijftien jaar. De omzet kwam uit op $16,1 miljard, 25% meer dan een jaar eerder en ruim boven de verwachtingen. Data Center & AI, het segment dat servercapaciteit voor AI-toepassingen levert, groeide 59% jaar op jaar en 24% ten opzichte van het eerste kwartaal, het onderdeel dat een paar jaar geleden nog een zorgenkind was, is nu de belangrijkste groeimotor. Client Computing & Physical AI, het pc-segment, groeide een stabielere 13%. En voor het eerst in jaren liet ook Intel Foundry dubbelcijferige groei zien: 31% hoger dan een jaar eerder, tot $5,8 miljard.
Krijg meer grip op je beleggingen met De Belegger. Als lid krijg je toegang tot diepgaande aandelenanalyses, concrete aandelentips, praktische trainingen, exclusieve premium content en live inzicht in de portfolio. Daarnaast kun je ideeën en kansen bespreken met een actieve community van beleggers.
Start vandaag nog en ontvang tijdelijk 50% korting met de code WINST. Klik op de button en krijg direct toegang.
Nog opvallender is wat er onder de streep bij Foundry gebeurt. Het operationele verlies van die tak bedroeg in 2024 nog $13,4 miljard over het hele jaar, in 2025 daalde dat tot $10,3 miljard en in het tweede kwartaal van 2026 alleen al bedroeg het verlies nog $2,1 miljard nog altijd fors, maar een duidelijk dalende lijn. Tegelijk vertwaalfvoudigde de omzet van externe Foundry-klanten: van $22 miljoen naar $293 miljoen in één jaar. Nog een bescheiden bedrag op bijna $6 miljard omzet, maar precies de richting die beleggers in dit verhaal willen zien.

Op non-GAAP-basis kwam de winst per aandeel uit op $0,42, ruim boven de verwachte $0,21. Onder de GAAP-regels rapporteerde Intel wel een nettoverlies van $11,0 miljard, maar dat kwam vrijwel volledig door een eenmalige, niet-kasstroom-gerelateerde boekhoudkundige last van $12,5 miljard die samenhangt met de CHIPS Act-financiering, geen signaal van onderliggende zwakte. Voor het derde kwartaal mikt Intel op een omzet tussen $15,8 en $16,8 miljard, ruim boven de eerdere consensus van $15,1 miljard.
Marges: uit het dal, op weg terug naar 40%
Achter de omzetgroei zit een minstens zo belangrijk verhaal: het herstel van de brutomarge. In 2023 lag die nog op 40,0%. Een jaar later, in 2024, was dat ingezakt tot 32,7% het slechtste jaar in decennia, toen Intel worstelde met een te lage bezetting van zijn nieuwe fabrieken en met achterstand op de chipproductietechnologie. Sindsdien klimt de marge geleidelijk terug: 34,8% over heel 2025, 36,1% in het laatste kwartaal van dat jaar en 39,05% (GAAP) in het tweede kwartaal van 2026, met een non-GAAP-marge van zelfs 41,8%. Marge is in dit verhaal misschien wel belangrijker dan omzet: elke procentpunt herstel vertaalt zich direct in aanzienlijk meer winst, omdat de vaste kosten van de fabrieken al gemaakt zijn. Zolang die lijn naar boven blijft wijzen, wordt de rest van de investment thesis geloofwaardiger.

De fabrieksbouw: waar gaat al dat geld heen?
Intel breidt op praktisch elk continent tegelijk uit. In Ierland wordt Fab 34 (Intel 3) verder uitgebreid. In Arizona draait Fab 52 op het geavanceerde 18A-procedé en wordt Fab 62 afgebouwd, bedoeld voor 18A-varianten en mogelijk het toekomstige 14A. In Oregon zet Intel een deel van zijn onderzoeksfabrieken, normaal gesproken kleinschalige testlijnen om naar hoogvolume productie om 14A zo snel mogelijk naar de markt te krijgen. In Ohio, waar de bouw in 2025 nog was uitgesteld tot "op zijn vroegst 2030", zegt Zinsner nu dat Intel "zo snel mogelijk" gaat, met een eerste fabriekshelft die realistisch rond 2028-2029 kan opstarten, een aanzienlijke versnelling, al is dat tijdpad nog niet officieel bevestigd. De eerste twee Ohio-fabrieken kosten samen naar verluidt zo'n $28 miljard, ongeveer evenveel als in de twee Arizona-fabrieken is gestoken. Zelfs de in 2025 stilgelegde Fab 38 in Israël lijkt weer tot leven te komen: waarnemers wijzen op toegenomen activiteit en een nieuwe vacature voor een sitemanager.
Het optelsommetje is simpel maar veelzeggend: Fab 34 en Fab 52 draaien nog niet op volle capaciteit, Fab 62 moet nog worden afgebouwd en de Ohio- en mogelijk Israël-fabrieken komen er de komende jaren bovenop. Bij een huidige omzet van ongeveer $65 miljard op jaarbasis zou Intel, als al die nieuwe capaciteit daadwerkelijk gevuld raakt met klanten, op termijn kunnen doorgroeien richting een veelvoud van de huidige omzet, een langetermijnscenario van jaren, geen voorspelling voor morgen.
14A: de node die het verschil moet maken
Het technologische hart van de Intel thesis is 14A, het chipprocedé dat in 2028 naar hoogvolume productie moet. Volgens financieel directeur David Zinsner daalt het aantal defecten sneller dan bij eerdere Intel procedés. Hij vergeleek de vooruitgang met 22 nanometer uit 2012, een van Intels succesvolste procedés, al verschilt de meetmethode van toen.
Belangrijker is dat potentiële klanten inmiddels vooral naar beschikbare capaciteit vragen. Intel voert wekelijks gesprekken met klanten, waarbij de aandacht volgens Zinsner verschuift van technische prestaties naar productievolumes. Google zou rond 2028 miljoenen AI chips bij Intel willen laten produceren, terwijl Apple en Nvidia eerdere Intel procedés evalueren. Die laatste trajecten zijn nog geen bevestigde productiecontracten.
De strategie blijft wel in beweging. Intel zou overwegen externe klanten minder nadrukkelijk 18A aan te bieden en middelen richting 14A te verschuiven. Dat kan de uitvoering vereenvoudigen, maar verhoogt tegelijk de afhankelijkheid van het succes van één procedé.
Daarnaast kan chipverpakking een tweede ingang bieden. Intel schaalt EMIB T op richting volumeproductie in 2027. De technologie zou goedkoper zijn dan TSMC's vergelijkbare CoWoS oplossing en rendementen boven 90% halen. Voor chipontwerpers die tegen beperkte CoWoS capaciteit aanlopen, kan Intel daarmee een serieus alternatief worden.
Concurrentiepositie en moat
Intel probeert iets wat al decennia geen enkel bedrijf is gelukt: als nummer twee of drie een geloofwaardige uitdager van TSMC worden in de meest geavanceerde chipproductie. TSMC breidt zijn 2nm- en 3nm-capaciteit naar verluidt 20% sneller uit dan Samsung en vergroot daarmee zijn voorsprong. Samsung zelf worstelt met te lage productie-opbrengsten op 2nm om de grootste klanten van TSMC te kunnen overtuigen. Intel moet dus eerst Samsung voorbij om een geloofwaardige nummer twee te worden terwijl TSMC's brutomarge (64%) en operationele marge (56%) nog altijd in een andere klasse zitten dan die van Intel (circa 39-42% brutomarge, Foundry afzonderlijk nog verlieslatend). Die margekloof is de duidelijkste maatstaf voor hoeveel werk er nog te doen is en tegelijk de belangrijkste bron van toekomstig winstpotentieel als het lukt haar te dichten.
Waardering
Intel oogt op winstbasis duur. Omdat de winst nog rond break even ligt, is de historische koers winstverhouding weinig bruikbaar en betalen beleggers voor 2026 ongeveer 53 tot 54 keer de verwachte winst. Op omzetbasis ziet het beeld er gunstiger uit: Intel noteert rond 7 keer de verwachte omzet, duidelijk lager dan TSMC, Nvidia en AMD. Die korting komt vooral doordat Intel veel lagere marges draait. Op EV/EBITDA, circa 29 keer, verdwijnt een groot deel van het koopjesgevoel.
De waardering is daarmee vooral een weddenschap op margeherstel. Een PEG ratio van 0,78 suggereert dat de verwachte winstgroei de hoge winstmultiple kan rechtvaardigen, maar alleen als Intel die groei daadwerkelijk levert. Het gemiddelde analistenkoersdoel van $114,88 impliceert nog opwaarts potentieel, terwijl houdadviezen duidelijk overheersen. Dat verschil laat zien dat veel analisten eerst bewijs willen zien dat omzetgroei zich ook echt vertaalt in hogere winstgevendheid.
Bull case, base case en bear case
In het somberste scenario loopt 14A opnieuw vertraging op, niet de eerste keer dat Intel een chiptechnologie later aflevert dan beloofd en blijven de nieuwe fabrieken onderbezet omdat externe klanten liever bij TSMC blijven. Foundry blijft dan verlieslatend, de omzet groeit richting 2029 slechts naar zo'n $60 miljard en de markt rechtvaardigt niet meer dan een bescheiden omzetveelvoud, impliciete koers pakweg $60 tot $70, per saldo een teleurstelling voor wie nu instapt.
In het middenscenario haalt Intel het tijdschema van 2028 voor 14A wel, breiden externe foundryklanten hun bestellingen geleidelijk uit en groeit de omzet richting 2029 naar zo'n $78 miljard. Een waardering van ongeveer 20 keer de omzet nog altijd een korting op TSMC vandaag impliceert dan een koers van ruwweg $115 tot $135, in lijn met het huidige gemiddelde analistenkoersdoel.
In het meest optimistische scenario evenaart of verslaat 14A TSMC's technologie en raken de nieuwe fabrieken structureel gevuld met langlopende contracten van klanten als Google, Apple en Nvidia. Dan groeit de omzet richting 2029 naar $95 miljard of meer, tegen een fors hogere waardering, impliciete koers tussen $170 en $200.
Deze bandbreedtes zijn eigen inschattingen gebaseerd op consensusomzet voor 2026 en redelijke veronderstellingen over marge- en waarderingsontwikkeling, geen officiële analistenconsensus voor 2029 die op dit moment simpelweg te schaars en te onzeker is om als basis te gebruiken.

Risico's
Het grootste risico blijft uitvoering. Intel heeft vaker beloofd technologisch terug te keren aan de top, terwijl projecten zoals de Ohio fabrieken meerdere keren vertraging opliepen. Ook verwatering speelt mee, omdat recente aandelenuitgiftes toekomstige winst over meer aandelen verdelen.
Start vandaag nog en ontvang tijdelijk 50% korting met de code WINST. Klik op de button en krijg direct toegang.
Daarnaast leunt een belangrijk deel van de foundry thesis nog op klanten die vooral testen en evalueren, niet op definitieve productiecontracten. De overheidsdeelneming kan strategische opties beperken, terwijl exportrestricties richting China extra onzekerheid toevoegen. Door de negatieve vrije kasstroom blijft Intel bovendien gevoelig voor hoge rente en tegenvallers in de kapitaalintensieve investeringscyclus.
Mijn oordeel: een geloofwaardig herstelverhaal, tegen een prijs die nog niet uitzinnig is
Ik denk dat Intel op $89,92 een van de weinige grote turnaround-verhalen in de Amerikaanse techsector is waarbij het financieringsrisico grotendeels is weggenomen, terwijl het aandeel toch niet voluit "duur" is. Je betaalt een stevige koers-winstverhouding voor een bedrijf dat zijn marges nog structureel moet verbeteren, maar op omzetbasis betaal je juist minder dan voor TSMC, Nvidia of AMD, precies omdat de markt die margeverbetering nog niet volledig inprijst. Dat de eigen topman meer betaalde dan de huidige koers, in een emissie die drie keer groter uitpakte dan gepland, weegt voor mij zwaarder dan een los koersdoel van een analist.
Concreet: onder de $95 die de CEO zelf betaalde en met de balans nu structureel versterkt, vind ik het aandeel mogelijks interessant genoeg om in stapjes op te bouwen voor wie de komende jaren geduld heeft en tegen bijbehorende volatiliteit kan. Boven de $115 tot $135 mijn eigen basisscenario voor 2029 wordt de marge tussen prijs en bewezen resultaat naar mijn smaak te dun om nieuw kapitaal in te zetten.
Waar ik op let: blijft het foundry-verlies ieder kwartaal verder krimpen (volgende cijfers: eind oktober 2026), komt er een eerste bevestigde, contractueel vastgelegde externe order voor 18A of 14A in plaats van "testfase"-berichten, houdt Intel zijn oplopende kapitaaluitgaven onder controle zonder de balans opnieuw te verzwakken, en blijft de brutomarge ieder kwartaal verder klimmen richting 40%? Verschuift een van die pijlers ten negatieve, dan weegt dat zwaarder dan welke koerswinst dan ook.
Alle toekomstige bedragen, scenario's en koersniveaus in dit artikel zijn eigen inschattingen op basis van analistenverwachtingen en bedrijfsdata per 31 augustus 2026, geen voorspellingen. Dit is geen garantie op rendement, maar een weergave van mogelijke scenario's en mag niet worden geïnterpreteerd als persoonlijk financieel advies.
Dit artikel is geen beleggingsadvies. Beleggen brengt risico's met zich mee; je kunt (een deel van) je inleg verliezen.






































































































































Opmerkingen