top of page

Vergeet snelle groei bij de dividend-ETF van Vanguard

17 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

De Vanguard FTSE All-World High Dividend Yield UCITS ETF, Amsterdamse ticker VHYL, noteert op €82,05. De portefeuille stond eind september op 15,7 keer winst, met 3,0% onderliggend dividendrendement en 8,8% gemeten winstgroei. Dat is goedkoper dan veel groeizware wereldindices, maar niet zo goedkoop dat een hoog dividend iedere tegenvaller opvangt. Het mogelijke totaalrendement komt uit vier bronnen: winstgroei, uitgekeerd en herbelegd dividend, verandering van de waardering en valuta.


Een dividend-ETF lijkt eenvoudig. De ondernemingen betalen dividend, het fonds verzamelt dat geld en keert het per kwartaal uit. Toch is de uitkering geen extra rendement boven op de waarde van de portefeuille. Op de ex-dividenddatum verlaat geld het fonds. De koers of intrinsieke waarde daalt dan in beginsel met ongeveer hetzelfde bedrag.


Dat maakt het dividend nog steeds nuttig voor iemand die inkomen wil ontvangen. Het verandert alleen de waarderingsvraag. Een belegger koopt geen coupon met een vaste einddatum, maar een verzameling bedrijven waarvan winst en uitkering kunnen stijgen of dalen.



Eerst de exacte beurslijn

De gekozen shareclass heeft ISIN IE00B8GKDB10, is gevestigd in Ierland, noteert in euro op Euronext Amsterdam onder VHYL en keert dividend per kwartaal uit. De basisvaluta van het fonds is de Amerikaanse dollar en de shareclass is niet naar de euro afgedekt. De lopende kosten bedragen 0,29% per jaar.


Volgens het officiële Vanguard-factsheet van 30 september bezat het fonds 2.440 aandelen. De top tien woog slechts 12,9%. Dat is brede spreiding over namen, maar niet automatisch over economische risico’s.



Financiële waarden vormden 29,8% van het fonds. In onze eerdere analyse van die concentratie legden we uit waarom rente, kredietverliezen en kapitaalbuffers daardoor zwaar wegen. Deze keer ligt de aandacht niet op sectorconcentratie, maar op wat de waardering van de hele winststroom vraagt.


Vijftien komma zeven keer winst is geen bodem

Een koers-winstverhouding van 15,7 betekent dat beleggers €15,70 betalen voor iedere euro onderliggende jaarwinst, wanneer we de portefeuille naar verhouding samenvoegen. De verhouding zegt niet dat het fonds over 15,7 jaar is terugverdiend. Winsten veranderen, bedrijven investeren en een deel van de winst wordt niet uitgekeerd.


De gemeten return on equity bedroeg 14,1%. Dat is de winst als percentage van het eigen vermogen van de ondernemingen. Het is een nuttige kwaliteitsmaatstaf, maar geen garantie. Banken gebruiken veel vreemd vermogen, energiebedrijven zijn cyclisch en farmaceuten kunnen patenten verliezen. Dezelfde 14% heeft dus niet bij ieder bedrijf dezelfde voorspelbaarheid.


Het dividendrendement van de portefeuille was 3,0%. De Vanguard-pagina voor uitkeringen liet per eind september een trailing yield van ongeveer 2,58% zien. Dat verschil is niet vreemd. Het eerste cijfer kijkt door de portefeuille heen naar dividend op de onderliggende aandelen. Het tweede volgt werkelijk uitgekeerde bedragen van de shareclass over een periode. Timing, bronbelasting, kosten en veranderingen in samenstelling maken beide cijfers verschillend.


Wie vooral voor inkomen koopt, doet er goed aan dat onderscheid te kennen. Een portefeuille kan 3% dividend produceren en toch iets minder aan de belegger uitkeren. Andersom kan een kwartaaluitkering tijdelijk hoog zijn zonder dat de duurzame winst even hard groeit.


Totaalrendement bestaat uit meer dan inkomen

Stel dat de winst van de portefeuille drie jaar met 6% per jaar groeit, de eindwaardering daalt van 15,7 naar 15 keer winst en het dividend van 3% wordt herbelegd. Zonder valuta-effect en na 0,29% kosten ontstaat in ons rekenmodel een rendement van ongeveer 7% per jaar. De winstgroei en het dividend helpen, terwijl de lagere waardering een deel wegneemt.



De formule maakt ook duidelijk wat het dividend niet kan oplossen. Als de winst stagneert en de koers-winstverhouding naar twaalf daalt, is ongeveer 24% waardering verdwenen voordat dividend wordt meegerekend. Drie jaar 3% inkomen compenseert dat maar gedeeltelijk.


In onze analyse van 2.364 aandelen en toch veel banken gebruikten we een eerdere portefeuillestand. De actuele telling van 2.440 laat zien dat de samenstelling beweegt. De index selecteert bedrijven met bovengemiddeld dividend, maar sluit vastgoedfondsen uit en gebruikt regels die periodiek tot nieuwe gewichten leiden. Passief betekent dus dat Vanguard de index volgt, niet dat de portefeuille voor altijd gelijk blijft.


Valuta blijft een grote variabele

De notering is in euro, maar veel winsten en dividenden worden in dollars, ponden, yen en andere munten verdiend. Een sterkere euro verlaagt de eurotegenwaarde van buitenlandse activa wanneer alle andere factoren gelijk blijven. Een zwakkere euro doet het omgekeerde.


Dit effect is op korte termijn vaak groter dan de fondsfee. Een valutabeweging van 8% in drie jaar weegt veel zwaarder dan drie keer 0,29% kosten. De fee is zeker en structureel, terwijl valuta onzeker en soms tijdelijk is. Beide horen in het model, maar zij hebben een ander karakter.


De koersdienst van De Belegger noteerde VHYL op 19 oktober om 11.15 uur Nederlandse tijd op €82,05. Dat was een actuele reguliere koerswaarneming op Euronext Amsterdam. Het is belangrijk de Amsterdamse euro-lijn niet te verwarren met de Londense notering in ponden of dollars.


Wat moet €82,05 waarmaken?

Ik draai de waardering om. Wie vanaf €82,05 jaarlijks 8% totaalrendement wil, ongeveer 3% dividend ontvangt en in 2029 nog vijftien keer winst betaalt, heeft in dit model circa 5,5% jaarlijkse winstgroei nodig. Dat ligt onder de 8,8% groei die Vanguard in het factsheet toont, maar historische groei is geen belofte.



De sterkste positieve visie is eenvoudig. Een portefeuille op 15,7 keer winst, met 3% dividend en brede spreiding, hoeft geen uitzonderlijke groei te leveren voor een degelijk rendement. Wanneer banken gezond blijven, energiebedrijven hun uitkering dragen en de winst met midden-enkelcijferige percentages groeit, kan de combinatie aantrekkelijk zijn.


De tegenwerping is dat de lage multiple niet gratis komt. De portefeuille bezit meer cyclische en kapitaalintensieve bedrijven dan een groeizware wereldindex. Een hoge payout kan investeringen beperken. Bovendien kunnen dividendverlagingen juist plaatsvinden wanneer koersen al onder druk staan.


Drie mogelijke koerspaden

De scenario’s hieronder tonen mogelijke jaareindekoersen, exclusief afzonderlijk ontvangen dividend. Bear veronderstelt winstdaling, een sterkere euro en lagere waardering. Midden gaat uit van gematigde winstgroei en ongeveer dezelfde multiple. Gunstig combineert brede winstgroei met stabiele uitkeringen en een gunstige valuta.



Mijn oordeel is dat VHYL een bruikbare inkomensbouwsteen kan zijn, maar geen vervanging voor waarderingsdiscipline. De 15,7 keer winst geeft meer ruimte dan veel dure groei-indices, terwijl 3% dividend een deel van het rendement zichtbaar maakt. De doorslaggevende onzekerheid is of de huidige winst van banken, energie en industrie een normale basis of een cyclische piek is.


Ik zou opnieuw kijken wanneer Vanguard een duidelijke daling van winstgroei, return on equity of onderliggend dividend laat zien. Zolang die maten redelijk stabiel blijven, hoeft VHYL niet spectaculair te groeien. De portefeuille moet vooral voorkomen dat haar hoge inkomen wordt betaald uit winst die later verdwijnt.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page