top of page

Hoe lang houdt ING 17 miljard rente-inkomen vol?

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

ING publiceert op 29 oktober de cijfers over het derde kwartaal. Het aandeel sloot 16 oktober op €30,06 in Amsterdam. De bank verwacht voor 2026 meer dan €24,5 miljard totale inkomsten en mikt op nettorente-inkomen tot ongeveer €17 miljard. De waardering hangt niet alleen af van die rente-inkomsten. Fee-groei, kosten, kredietverliezen en kapitaal moeten samen een rendement op tastbaar eigen vermogen boven 15% dragen.


Een bank verdient aan het verschil tussen wat zij ontvangt op leningen en obligaties en wat zij betaalt op deposito's en andere financiering. Dat verschil heet de nettorentemarge. Wanneer de beleidsrente daalt, hoeft die marge niet onmiddellijk te verdwijnen. Leningen en beleggingen worden op verschillende momenten opnieuw geprijsd, terwijl spaarrentes eveneens kunnen dalen.


Daarom is €17 miljard nettorente-inkomen geen simpele voorspelling over de Europese rente. Het is een uitkomst van volumes, klanttarieven, depositogedrag, afdekking en de samenstelling van de balans. Op 29 oktober moet ING laten zien welke onderdelen houdbaar zijn.


Bij de tweedekwartaalcijfers van 30 juli bedroeg de nettowinst €1,95 miljard. Fee-inkomsten groeiden met 14% naar ongeveer €1,28 miljard. Dat is belangrijk omdat fee-omzet minder rechtstreeks aan de rentemarge hangt. Zij komt onder meer uit betalingen, beleggen en dienstverlening. Toch is fee-omzet niet risicoloos: markten, klantactiviteit en concurrentie beïnvloeden ook deze inkomsten.




Depositomarges blijven de eerste test

ING heeft een grote depositobasis. Dat is een waardevolle financieringsbron zolang klanten hun geld laten staan en de bank niet de volledige marktrente hoeft door te geven. De depositobèta beschrijft hoeveel van een rentebeweging in de vergoeding aan spaarders terechtkomt. Een hogere bèta betekent dat klanten sneller meer rente ontvangen en de marge van de bank krimpt.


Een eenvoudig voorbeeld maakt dat zichtbaar. Stel dat ING op €500 miljard klantendeposito's gemiddeld 0,20 procentpunt meer rente moet betalen. Dat kost op jaarbasis ongeveer €1 miljard vóór belasting, als alle andere omstandigheden gelijk blijven. Een kleine prijsbeweging kan bij een grote balans dus veel winst veranderen.


De bank kan dat deels opvangen met leninggroei, betere rendementen op activa of lagere afdekkosten. Maar groei door meer krediet verhoogt ook de blootstelling aan wanbetaling. Daarom hoort bij sterk rente-inkomen altijd de vraag hoeveel risico en kapitaal nodig zijn om het te verdienen.



Fees en kosten bepalen de kwaliteit van de groei

ING wil de totale inkomsten in 2027 boven €26 miljard brengen en de bedrijfskosten tegen eind 2027 rond €13 miljard houden. Wanneer inkomsten sneller groeien dan kosten, ontstaat operationele hefboom. Een extra euro omzet levert dan meer dan voorheen aan winst op.


Dat klinkt eenvoudig, maar banken moeten blijven investeren in technologie, regelgeving, fraudebestrijding en personeel. Kostenbesparing die systemen kwetsbaar maakt, is geen waardecreatie. De relevante maat is daarom niet alleen een lager kostenniveau, maar efficiëntere dienstverlening met beheersbare operationele risico's.


In onze eerdere analyse over groei zonder hogere rente stond deze kostenhefboom centraal. De nieuwe kwartaalcijfers moeten laten zien of fee-omzet inderdaad sneller groeit dan de kostenbasis, terwijl de depositomarge niet te sterk terugloopt.


De tweede controle is kredietkwaliteit. Bij economische vertraging kunnen voorzieningen voor probleemleningen oplopen. Een kwartaal met hoge inkomsten en lage kredietkosten ziet er sterk uit, maar de winst is alleen duurzaam wanneer de kredietboeken door een volledige cyclus gezond blijven. Let daarom op achterstanden, sectorconcentraties en de toelichting over consumenten en bedrijven.


Wat moet €30,06 waarmaken?

Banken kunnen beter worden gewaardeerd met tastbare boekwaarde en ROTE dan met alleen een P/E. ROTE is het rendement op tastbaar eigen vermogen: hoeveel winst de bank verdient op het kapitaal dat aandeelhouders daadwerkelijk hebben ingebracht, zonder goodwill en enkele andere immateriële posten.


Bij 16% ROTE en 11% kosten van eigen vermogen is een eenvoudige waarderingsverhouding van ongeveer 1,45 keer tastbare boekwaarde verdedigbaar. Bij 10% gewenst jaarrendement moet €30,06 in 2029 ongeveer €40 waard zijn. Daarvoor is bij dezelfde verhouding ongeveer €27,50 tastbare boekwaarde per aandeel nodig.


De berekening is gevoelig. Daalt de duurzame ROTE naar 12% en blijven de kosten van eigen vermogen 11%, dan is een veel lagere multiple logisch. Stijgt ROTE duurzaam boven 17% zonder extra kredietrisico, dan kan de bank een premie behouden.


In ons eerdere stuk over aandeleninkoop en ROTE stond waarom inkoop alleen waarde creëert wanneer het kapitaal tegen een aantrekkelijke prijs wordt ingezet. De komende cijfers gaan een stap terug in de keten: eerst moet de winstkwaliteit de hoge ROTE dragen.



Drie mogelijke koerspaden

Het bear-scenario veronderstelt lagere depositomarges, hogere kredietkosten en een lagere prijs ten opzichte van boekwaarde. Mogelijke jaareindekoersen zijn €24 in 2027, €23 in 2028 en €24 in 2029. Het middenpad gaat uit van rente-inkomen rond de doelstelling, groeiende fees en kostenbeheersing. Dat geeft €32, €35 en €38. In het gunstige scenario tillen volumes, fees en operationele hefboom de ROTE duurzaam boven 16%, met €36, €41 en €47 als mogelijke uitkomsten.



De sterkste kans is dat ING een groot digitaal distributienetwerk combineert met goedkope deposito's en meer fee-inkomsten. De sterkste tegenwerping is dat de huidige winst deels profiteert van een renteomgeving die kan normaliseren. Een bank hoeft niet te krimpen wanneer de rente daalt, maar zij moet dan laten zien dat andere inkomsten en kostenbesparing het verschil opvangen.


Mijn afweging is redelijk positief over de operationele positie, maar bij €30,06 is veel van de hogere ROTE al zichtbaar in de koers. Op 29 oktober kijk ik daarom minder naar een enkele winstmeevaller en meer naar drie verbindingen: depositomarge naar rente-inkomen, fee-groei naar totale omzet en kosten plus kredietverliezen naar ROTE. Wanneer alle drie standhouden, blijft het middenpad geloofwaardig. Een scherpe daling van de depositomarge zonder compenserende fee-groei zou reden zijn om voorzichtiger te worden.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page