Lage kosten maken iShares S&P 500 nog niet goedkoop
In het kort
De iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD (Acc) noteerde op 16 oktober op â¬740,69 in Amsterdam. De shareclass heeft ISIN IE00B5BMR087, herbelegt dividend, rekent 0,07% lopende kosten en bezit de S&P 500 fysiek. De onderliggende portefeuille stond volgens iShares op 29,41 keer winst. Dat maakt de fondskosten bijna bijzaak. Het verwachte rendement hangt vooral af van winstgroei, waardering en de dollar tegenover de euro.
CSPX is precies het soort product dat eenvoudig hoort te zijn. Eén aankoop geeft toegang tot ruim vijfhonderd grote Amerikaanse ondernemingen. Dividenden worden in het fonds herbelegd en de jaarlijkse kosten zijn laag. Toch is goedkoop beheer niet hetzelfde als een goedkope portefeuille.
Bij 29,41 keer winst betaalt de belegger ongeveer $29,41 voor elke dollar lopende jaarwinst van de onderliggende bedrijven. Omgekeerd is de winstrendement ongeveer 3,4%. Dat is geen dividendrendement, maar een manier om de prijs met de winstbasis te vergelijken. De winst kan groeien, maar bij deze startwaardering is een deel van dat optimisme al in de koers verwerkt.
De gekozen lijn is CSPX op Euronext Amsterdam, verhandeld in euro. De basisvaluta van het fonds is de dollar en de positie is niet naar euro afgedekt. De handelsmunt bepaalt dus hoe de broker afrekent, niet waar het economische valutarisico zit.
Een brede index kan toch één dure winststroom zijn
De portefeuille bevat 505 posities, maar hun winstbijdrage is niet gelijk. Technologie woog op 16 oktober 37,77%. Financiële waarden volgden met 11,83%, communicatie met 9,70% en gezondheidszorg met 9,68%. Dat betekent niet dat iedere technologiepositie duur is of dat alle winst uit één sector komt. Het betekent wel dat de uitkomst gevoelig is voor de marges en waardering van een relatief beperkt aantal grote ondernemingen.
In het eerdere artikel over vijf megacaps in deze ETF stond de concentratie centraal. De vervolgvraag is wat beleggers voor die winstconcentratie betalen. Een sterk bedrijf kan een zwak aandeel zijn wanneer de prijs te veel groei veronderstelt. Omgekeerd kan een volwassen bedrijf aantrekkelijk zijn wanneer de prijs laag genoeg is.
De huidige P/E wordt vaak verdedigd met de kwaliteit van Amerikaanse ondernemingen. Grote platformbedrijven hebben hoge marges, terugkerende omzet en relatief weinig tastbaar kapitaal nodig. Dat kan een hogere multiple rechtvaardigen dan bij een kapitaalintensieve index. De sterkste tegenwerping is dat een hoge marge concurrentie aantrekt en dat regelgeving, salarissen en investeringen de winstgroei kunnen normaliseren.
De reverse valuation begint niet bij een koersdoel
Stel dat de winst van de portefeuille acht procent per jaar groeit, de P/E in 2029 daalt van 29,41 naar 27 en de dollar per saldo niet verandert tegenover de euro. Na aftrek van 0,07% jaarlijkse kosten komt het model uit op een rendement dat lager is dan de winstgroei. De dalende waardering neemt een deel van de operationele vooruitgang weg.
Voor acht procent gewenst jaarrendement en een eind-P/E van 27 is ongeveer 11% jaarlijkse winstgroei nodig wanneer valuta geen effect heeft. Dat is stevig voor een brede index van grote ondernemingen. Het kan worden gehaald wanneer AI-investeringen productiviteit opleveren, financiële bedrijven gezond blijven en consumentenbestedingen groeien. Het wordt lastiger wanneer marges dalen of de economie vertraagt.
De dollar voegt een tweede laag toe. Stijgt de onderliggende portefeuille in dollars 10% en verzwakt de dollar 8% tegenover de euro, dan blijft voor de eurobelegger ongeveer 1,2% over vóór kosten. Stijgt de dollar juist 8%, dan wordt ongeveer 18,8% bereikt. Dit samengestelde effect verklaart waarom dezelfde S&P 500 in euro een ander rendement kan tonen dan in dollars.
In onze uitleg over de eurokoers en dollardekking staat dat mechanisme uitgebreider. De waarderingsvraag komt daar bovenop. Een gunstige valuta kan een dure startprijs tijdelijk maskeren, maar maakt de onderliggende winst niet hoger.
Dividend herbeleggen helpt, maar verandert de prijs niet
CSPX is accumulerend. Ontvangen dividenden blijven in het fonds en worden herbelegd. Daardoor groeit de intrinsieke waarde sneller dan bij een vergelijkbare uitkerende shareclass wanneer de belegger het uitgekeerde dividend niet zelf opnieuw investeert. Het is een praktisch voordeel en voorkomt kleine herbeleggingsorders.
Toch is dividend geen gratis extra rendement. Op het moment van uitkering verlaat waarde het onderliggende bedrijf. Het totale resultaat ontstaat uit winstgroei, waarderingsverandering, dividend en valuta, na kosten en belastingen in de fondsstructuur. Een hogere payout kan aantrekkelijk zijn, maar alleen wanneer de bedrijven voldoende investeren om hun winstbasis te behouden.
De fondskosten van 0,07% verdienen perspectief. Over tien jaar scheelt dat bij gelijkblijvende omstandigheden ongeveer 0,7% van het vermogen ten opzichte van een kosteloos fonds. Een daling van de P/E van 29,4 naar 25 heeft een veel groter effect. Dat maakt de lage kosten waardevol, maar niet de belangrijkste bron van risico.
Drie mogelijke koerspaden
In het bear-scenario vertraagt de winstgroei, daalt de waardering en werkt de dollar niet mee. De mogelijke jaareindekoersen zijn dan â¬620 in 2027, â¬600 in 2028 en â¬610 in 2029. Het middenpad gaat uit van redelijke winstgroei, herbelegd dividend en beperkte multiplekrimp: â¬795, â¬860 en â¬930. In het gunstige scenario blijven marges hoog, vertaalt AI zich in productiviteit en blijft de waardering stevig. Dan zijn â¬860, â¬980 en â¬1.120 denkbaar.
De scenario's zijn koersuitkomsten. Omdat CSPX dividend herbelegt, zit die opbrengst al in de intrinsieke waarde. Voor de eurobelegger blijft het valuta-effect onderdeel van de koers. Dat onderscheid is belangrijk: bij een uitkerende ETF zou een deel van het totaalrendement buiten de koers vallen.
Mijn afweging is dat CSPX een efficiënt product blijft voor wie bewust grote Amerikaanse ondernemingen wil bezitten. De lastige kant zit niet in het fonds, maar in de startprijs van de portefeuille. Bij â¬740,69 is een middelmatige winstontwikkeling onvoldoende wanneer de waardering tegelijk normaliseert. Ik zou positiever worden wanneer de winstverwachtingen stijgen zonder dat de multiple verder oploopt, of wanneer een koersdaling het winstrendement duidelijk aantrekkelijker maakt.








































































































































Opmerkingen