Nvidia rekent op 108 miljard dollar omzet zonder China
In het kort
NVIDIA verwacht voor het derde kwartaal van boekjaar 2027 ongeveer $108 miljard omzet en neemt daarin geen datacenter-computeomzet uit China aan. Dat zegt twee dingen tegelijk. De vraag buiten China is sterk genoeg om opnieuw een recordkwartaal te dragen. Tegelijk is toegang tot een grote markt onzeker en ontstaat daar ruimte voor lokale alternatieven. Bij $214,13 vraagt de waardering dat wereldwijde groei en een hoge brutomarge dit gemis ruim blijven compenseren.
China wordt bij NVIDIA soms behandeld als gratis bonus. Als exportregels versoepelen, zou extra omzet boven op de bestaande prognose komen. Dat kan gebeuren, maar de redenering is te eenvoudig. Een markt die tijdelijk niet bediend wordt, blijft niet stilstaan. Klanten passen systemen aan, lokale leveranciers investeren en software-ecosystemen groeien rond andere hardware.
Daarom is nul China-omzet in de prognose zowel voorzichtig als economisch kostbaar. NVIDIA verlaagt het risico dat de kwartaalverwachting door vergunningen wordt gemist. Het verliest mogelijk wel een deel van de toekomstige standaardpositie in die markt.
De rest van de wereld draagt uitzonderlijke groei
NVIDIA meldde op 26 augustus Q2-omzet van $96,2 miljard, 106% meer dan een jaar eerder. Datacenter leverde $89,0 miljard, een groei van 117%. De GAAP-brutomarge bedroeg 75,0% en de verwaterde GAAP-winst $2,46 per aandeel.
Voor Q3 verwacht het bedrijf $108 miljard omzet, plus of min 2%, met ongeveer 74% brutomarge. De prognose bevat expliciet geen datacenter-computeomzet uit China. Dat onderscheidt gerealiseerde omzet, managementverwachting en mogelijke extra vraag.
De omzetmix maakt duidelijk waarom één markt niet het hele kwartaalbeeld hoeft te breken. Datacenter vormde ongeveer 92,5% van de omzet. Grote cloudbedrijven, gespecialiseerde AI-clouds, overheden en ondernemingen buiten China bouwen tegelijk capaciteit. Vera Rubin is volgens NVIDIA in volle productie en draait bij onder meer CoreWeave, Google Cloud, Microsoft Azure, Oracle en Nebius.
De positieve interpretatie is krachtig. Een onderneming die zonder China $108 miljard kwartaalomzet kan voorzien, heeft een uitzonderlijk breed orderboek. In onze analyse van klantconcentratie legden we wel uit dat breedte in toepassingen nog niet hetzelfde is als breedte in betalende klanten. Een klein aantal kapitaalkrachtige afnemers draagt veel van de rekening.
China is meer dan gemiste omzet van één kwartaal
Het directe effect is eenvoudig: minder verkoopbare accelerators betekent minder omzet en brutowinst. Het langere effect is moeilijker. AI-infrastructuur bestaat uit chips, netwerkverbindingen, software, ontwikkelaars en operationele kennis. Wanneer Chinese klanten gedwongen worden een lokaal alternatief te gebruiken, investeren zij ook in dat bijbehorende ecosysteem.
Een tijdelijk minder krachtige chip kan daardoor toch strategische waarde krijgen. Ontwikkelaars optimaliseren modellen, datacenters bouwen nieuwe verbindingen en leveranciers verbeteren hun volgende generatie. Als NVIDIA later opnieuw mag verkopen, keert niet iedere klant vanzelf terug.
De tegenwerping is dat CUDA en het volledige NVIDIA-platform een grote voorsprong hebben. Bedrijven kiezen niet alleen de snelste chip, maar kijken naar programmeerbaarheid, bibliotheken, ondersteuning en totale kosten per bruikbare uitkomst. Een alternatief dat op papier goedkoper is, kan duurder blijken wanneer softwareontwikkeling en energieverbruik worden meegerekend.
Dat maakt China geen alles-of-nietsverhaal. NVIDIA kan toegang verliezen in bepaalde hoogwaardige producten en tegelijk software, netwerkcomponenten of aangepaste hardware verkopen wanneer regels dat toelaten. De precieze productgrenzen en vergunningen blijven politiek en technisch veranderlijk.
Wat $108 miljard kan opleveren
Bij $108 miljard omzet, 74% brutomarge, $9,2 miljard bedrijfskosten en 17% belasting komt een eenvoudig kwartaalmodel op ongeveer $2,42 winst per verwaterd aandeel. Dit is een rekenvoorbeeld. Het laat rente, overige baten, aandelenbeloningseffecten en bijzondere posten buiten beschouwing.
De gevoeligheid voor marge is groot. Eén procentpunt brutomarge op $108 miljard omzet is $1,08 miljard brutowinst. Na 17% belasting is dat ongeveer $896 miljoen, of circa $0,04 per aandeel bij 24,15 miljard aandelen. Een paar procentpunt normalisatie kan dus miljarden winst veranderen.
In onze analyse van de afschrijving bij klanten stond de andere kant van deze verkoop centraal. NVIDIA ontvangt omzet wanneer systemen worden geleverd, terwijl klanten de apparatuur jarenlang afschrijven en voldoende AI-opbrengst moeten verdienen. Als die opbrengst tegenvalt, raakt dat de volgende bestelronde, niet noodzakelijk het huidige kwartaal.
Ook de $279 miljard aan supply- en capaciteitsverplichtingen laat zien dat NVIDIA risico naar voren haalt. Het bedrijf reserveert geheugen en productie om vraag te bedienen. Wanneer China wegvalt maar andere klanten dezelfde capaciteit opnemen, werkt dat uitstekend. Wanneer meerdere klanten tegelijk vertragen, worden verplichtingen zwaarder.
Wat de koers vraagt
De koersdienst van De Belegger noteerde NVIDIA op 16 oktober op $214,13, bij een beurswaarde van ongeveer $5,17 biljoen. De absolute omvang maakt de vereiste winst concreet. Voor 12% jaarlijks koersrendement tot 2029 en een eindwaardering van 25 keer winst is ongeveer $12,04 jaarwinst per aandeel nodig.
Viermaal de Q2 GAAP-winst van $2,46 is $9,84. Dat is geen jaarprognose, maar een eenvoudig tempo. De vereiste $12,04 ligt daar ongeveer 22% boven. Op het eerste gezicht lijkt dat haalbaar bij de huidige groei. De moeilijkheid is dat de markt in 2029 mogelijk geen 25 keer winst betaalt wanneer groei sterk vertraagt of de marge normaliseert.
Bij twintig keer winst stijgt de vereiste jaarwinst naar ruim $15. Dat verschil laat zien waarom waardering en operationele prestatie niet los van elkaar staan. Een onderneming kan meer verdienen en toch een matig aandeel zijn wanneer beleggers minder per winstdollar willen betalen.
De sterkste positieve visie is dat AI-gebruik pas aan het begin staat. Training, inference, fysieke AI en soevereine infrastructuur verbreden de markt. NVIDIA levert niet alleen GPU’s, maar een compleet systeem van rekenkracht, netwerk en software. China is dan een gemiste kans, maar geen voorwaarde voor groei.
De sterkste tegenwerping is dat klanten enorme bedragen investeren en zelf chips ontwikkelen. Concurrentie hoeft NVIDIA niet te vervangen om de marge te raken. Een paar procent prijsdruk, een langere gebruiksduur of meer interne accelerators kan al genoeg zijn om de winstgroei te vertragen.
Drie mogelijke koerspaden
Bear veronderstelt blijvende uitsluiting van China, tragere hyperscaler-investeringen en lagere brutomarge. Midden gaat uit van sterke groei buiten China en een geleidelijke normalisatie van de waardering. Gunstig veronderstelt dat Rubin, ondernemingen en fysieke AI de vraag verbreden terwijl prijszetting hoog blijft. De koersen zijn eigen rekenpaden, geen koersdoelen.
Mijn conclusie is dat de China-vrije prognose de kracht van NVIDIA bewijst, maar het risico niet wegneemt. Het bedrijf hoeft China niet terug te winnen om de komende kwartalen te groeien. Voor duurzame waarde op lange termijn telt wel of lokale ecosystemen daar een blijvend alternatief bouwen.
Ik zou mijn oordeel herzien wanneer de omzet buiten de grootste cloudklanten duidelijk vertraagt, de brutomarge onder 70% zakt of supply-verplichtingen blijven groeien terwijl vooruitbetalingen afnemen. Omgekeerd is een bredere klantbasis met stabiele marge het sterkste bewijs dat de $108 miljard geen tijdelijke piek is.






























































































































Opmerkingen