top of page

Rabobank Certificaten zijn vooral een lange rentepositie

6 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

Rabobank Certificaten sloten op 16 oktober op Euronext Amsterdam op 108,93% van de nominale €25. Bij een beoogde jaarvergoeding van €1,625 hoort ongeveer 5,97% lopend rendement op de schone marktprijs. Dat lijkt overzichtelijk, maar zonder einddatum reageert de koers sterk op iedere verandering in de vereiste rente en kredietopslag.


Het instrument is geen gewoon aandeel en geen gewone obligatie. De certificaten vormen het meest achtergestelde kapitaal van Rabobank en tellen mee als Common Equity Tier 1. Er is geen vaste datum waarop €25 wordt terugbetaald. De vergoeding is bovendien volledig discretionair: het bestuur kan hoger, lager of niets uitkeren.


Dat maakt dit ook een lastige afweging. Rabobank is een grote winstgevende bank en de huidige vergoeding wordt ondersteund door een stevige kapitaalpositie. Tegelijk kan een belegger jaren aan vergoeding verliezen wanneer de marktrente een half procentpunt stijgt en de koers daardoor daalt. De belangrijkste waarderingsvraag is dus niet of 6,5% op nominaal aantrekkelijk klinkt, maar welk totaalrendement past bij een eeuwigdurend en achtergesteld risico.




Eerst de exacte beurslijn en voorwaarden

Het gaat om Rabobank Certificaten met ISIN XS1002121454, symbool RABO, genoteerd op Euronext Amsterdam. Ieder certificaat heeft een nominale waarde van €25. Euronext rapporteerde op 16 oktober om 17:55 uur een officiële slotwaardering van 108,93%. Dat betekent een schone cashprijs van €27,2325 per certificaat.


De notering is schoon. Dat betekent dat de sinds de vorige betaaldatum opgebouwde beoogde vergoeding niet in de procentkoers zit. Bij afwikkeling wordt die opbouw apart tussen koper en verkoper verrekend. De transactienota kan daardoor iets hoger uitvallen dan 108,93% van €25.


De officiële pagina van Rabobank vermeldt 313.005.461 uitgegeven certificaten, waarvan Rabobank na de tender van 2024 zelf 36.652.880 stuks houdt. De nominale omvang bedraagt circa €7,8 miljard. De bank kan de eigen stukken naar eigen inzicht intrekken of later weer verkopen.


In ons eerdere artikel over de schone koers stond de afrekening centraal. Voor de nieuwe waardering is de duur belangrijker: een perpetuele kasstroom, een kasstroom zonder einddatum, heeft een hoge rentegevoeligheid.



De vergoeding volgt een bodem en een referentierente

Het vergoedingenbeleid van 26 juni 2025 noemt per kwartaal het hoogste van twee bedragen. De eerste mogelijkheid is €0,40625. De tweede is het driemaands gemiddelde rendement van een relevante Nederlandse tienjaarsstaatslening plus 1,5 procentpunt, berekend over €25 en gedeeld door vier.


Voor de berekeningsperiode van 26 juni tot en met 25 september 2026 bedroeg het gemiddelde rendement van de referentielening 3,31%. De formule met rente plus opslag leverde €0,30063 op. De bodem van €0,40625 was hoger. Voor de betaalperiode tot 29 december kwam daarom opnieuw €0,40625 als beoogde vergoeding uit de berekening.


Vier keer €0,40625 is €1,625 per jaar, oftewel 6,5% van de nominale €25. Gedeeld door de schone marktprijs van €27,2325 is het eenvoudige lopende rendement ongeveer 5,97%. Dat is geen effectief rendement tot aflossing, want er is geen aflossingsdatum.


Het woord beoogd is belangrijk. Rabobank benadrukt dat het beleid alleen een indicatie is. De groepsdirectie beslist over bedrag en betaaldatum en kan de vergoeding overslaan. In 2020 werden meerdere kwartaalbetalingen niet in cash gedaan. Een gemiste betaling stapelt niet automatisch op zoals bij een cumulatieve preferente lening.


Waarom een kleine rentebeweging veel koers doet

De eenvoudigste waarderingsproxy is een perpetuïteit: jaarvergoeding gedeeld door vereist rendement. Bij €1,625 en 5,97% komt de theoretische cashwaarde rond €27,22 uit, bijna gelijk aan de marktprijs. Bij 6,5% vereist rendement daalt dezelfde stroom naar €25. Bij 7% is de waarde nog maar €23,21, of 92,9% van nominaal.


Een stijging van de vereiste yield van ongeveer één procentpunt kan de procentkoers dus van circa 109% naar 93% brengen. Dat is zestien procentpunten koersverlies, ongeveer tweeënhalf jaar van de beoogde vergoeding op nominale basis. De bank hoeft daarvoor niet in problemen te komen. Een hogere Nederlandse staatsrente of een bredere opslag voor achterstelling kan genoeg zijn.



De formule is bewust eenvoudig. Zij neemt een gelijkblijvende vergoeding aan en verwerkt geen belasting, liquiditeit, opgebouwde vergoeding of mogelijke beleidswijziging. Ook kan de referentieformule later een bedrag boven de huidige bodem opleveren. Bij een gemiddelde staatsrente boven 5% zou rente plus 1,5 procentpunt de 6,5% bodem passeren. Dan stijgt de beoogde vergoeding mee, maar alleen als het bestuur die daadwerkelijk vaststelt.


De sterkste tegenwerping is de kapitaalpositie van Rabobank. De bank rapporteerde over de eerste helft van 2026 ongeveer €2,69 miljard nettowinst en een CET1-ratio van 20,2%. Dat biedt een ruime buffer. In normale omstandigheden is het logisch dat Rabobank de vergoeding wil blijven betalen, omdat de certificaten een belangrijke kapitaalbron zijn.


Toch verandert een sterke bank het contract niet. Certificaathouders staan achter gewone schuldeisers en hun kapitaal is juist bedoeld om verliezen op te vangen. Bij ernstige stress kunnen vergoeding en koers tegelijk dalen. Het instrument biedt dus een begrensde jaarlijkse kasstroom en een veel minder begrensd neerwaarts koersrisico.


Drie procentkoersen, plus de ontvangen vergoeding

Het bearpad veronderstelt dat de vereiste yield oploopt naar ongeveer 7% in 2027, 7,3% in 2028 en 7,5% in 2029. Bij een onveranderde jaarvergoeding passen procentkoersen van 92,9%, 89,0% en 86,7%. Dat pad laat zien dat koersverlies kan optreden terwijl Rabobank gewoon betaalt.


Het middenpad gebruikt een vereiste yield rond 6% die geleidelijk iets daalt. Mogelijke koersen zijn 108,3%, 110,2% en 112,1%. De ontvangen vergoedingen vormen dan het grootste deel van het totaalrendement. Het gunstige pad veronderstelt dalende marktrente en een kleinere kredietopslag. Dan passen 120,4%, 127,5% en 132,7%.



De getoonde waarden zijn schone procentkoersen, geen europrijzen en geen koersdoelen. Voor één certificaat wordt de cashprijs berekend door de procentkoers met €25 te vermenigvuldigen. Ontvangen vergoedingen en de bij koop of verkoop opgebouwde vergoeding moeten apart worden toegevoegd voor totaalrendement.


De conclusie is dat Rabobank Certificaten bij 108,93% geen simpele manier zijn om 6,5% rente te ontvangen. De nieuwe koper ontvangt bij de huidige marktprijs ongeveer 5,97% lopend rendement en neemt tegelijk een lange rentepositie zonder vaste einddatum. Een blijvend hoge CET1-ratio, stabiele kredietverliezen en een marktspread rond het huidige niveau ondersteunen de prijs. Loopt de vereiste yield op, dan kan de koers meerdere jaren vergoeding verliezen zonder dat Rabobank één betaling hoeft over te slaan.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page