top of page

Nederland zet zijn eigen economie op de wachtlijst

1 uur geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

Afzwaaiend TenneT-topvrouw Manon van Beek waarschuwde op 16 oktober opnieuw voor langdurige wachtlijsten op het stroomnet. Haar eerdere vergelijking van tien jaar voorbereiding met twee jaar bouwen maakt duidelijk hoeveel economische ruimte Nederland laat liggen. Sinds 1 oktober geldt voor bepaalde elektriciteitsprojecten een snellere beroepsprocedure, maar daarmee zijn personeel, grond en materiaal nog niet geregeld. De maatstaf voor succes is hoeveel eerder ondernemers en woningbouwers werkelijk stroom kunnen gebruiken.


Een ondernemer kan klanten hebben, financiering regelen en een geschikte locatie vinden, en toch niet kunnen uitbreiden. Zonder voldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnet blijft de nieuwe productielijn stilstaan. Dat is een ongemakkelijke uitkomst voor een land dat meer woningen wil bouwen, bedrijven wil laten verduurzamen en zijn productiviteit wil verhogen.


In het WNL-programma Sven op 1 van 16 oktober 2026 stond dat probleem opnieuw centraal. De oorspronkelijke aflevering op NPO Radio 1 draagt de uitspraak van Manon van Beek als titel: “Wachtlijsten blijven de komende tien jaar”. Dat is een waarschuwing over het aanhoudende capaciteitsprobleem, geen toezegging dat iedere individuele aanvrager precies tien jaar moet wachten.


De vergelijking met tien jaar praten en twee jaar bouwen is ouder. Van Beek gebruikte die al in een WNL-interview van 18 februari 2026, toen zij voor een hoogspanningsverbinding of station een typische doorlooptijd van twaalf jaar beschreef. Haar formulering was scherp, maar achter die voorbereiding zitten ook noodzakelijk ontwerpwerk, locatiekeuzes, onderzoek en rechtsbescherming. De vraag is welk deel daarvan beter naast elkaar kan plaatsvinden en welk deel Nederland zichzelf onnodig oplegt.



Wachten op stroom is een economische keuze

Voor een bedrijf is een aansluiting meer dan een kabel tot aan het pand. Het moet de benodigde hoeveelheid elektriciteit ook mogen transporteren, op de momenten waarop de bedrijfsvoering daarom vraagt. Een fysieke aansluiting, extra productie van stroom en voldoende ruimte op het netwerk zijn verschillende zaken. Meer zonnepanelen lossen een overbelast station op een winteravond niet vanzelf op.


De recente cijfers laten zien hoe hardnekkig de beperking is. Volgens de op 5 oktober gepubliceerde Stand van de Uitvoering van Netbeheer Nederland stonden op 30 juni 15.498 aanvragen voor afname bij regionale netbeheerders op de wachtlijst, tegenover 15.154 eind 2025. Het gevraagde vermogen liep op van 9.305 naar 9.986 megawatt. Dit zijn aanvragen, geen telling van unieke bedrijven of banen. Kleinverbruikers die vanaf juli op een wachtlijst kunnen komen, zitten nog niet in deze halfjaarcijfers.


Daarmee is ook duidelijk waarom het aantal wachtenden alleen onvoldoende zegt. Er gingen in de eerste jaarhelft 1.699 afnameaanvragen van de regionale wachtlijst, terwijl de lijst per saldo toch groeide. Het net wordt uitgebreid en benut, maar nieuwe vraag kan die voortgang overtreffen. De overheid kan niet volstaan met melden dat er hard wordt gewerkt; ondernemers hebben een bruikbare planning nodig.



De schade loopt via verschillende routes. Een fabrikant stelt een machine uit en mist productie. Een logistiek bedrijf houdt dieselvoertuigen langer aan omdat het laadplein onvoldoende vermogen krijgt. Een ontwikkelaar draagt grond- en financieringskosten terwijl woningen later beschikbaar komen. Die gevolgen mogen niet zonder meer bij elkaar worden opgeteld tot één nationaal schadebedrag. Hetzelfde project kan immers in meerdere categorieën voorkomen en een uitgestelde investering is niet altijd een definitief verdwenen investering.


Toch is uitstel economisch niet neutraal. Een klant kan elders bestellen, personeel kan vertrekken en een buitenlandse vestiging kan aantrekkelijker worden. Een bedrijf hoeft Nederland niet helemaal te verlaten om de economie te raken. De volgende uitbreiding in een ander land plaatsen is al voldoende.


Twee jaar eerder werken heeft een prijs

Een rekenvoorbeeld maakt zichtbaar waarom snelheid geld waard is. Neem een fictief productiebedrijf waarvan een uitbreiding, zodra de benodigde capaciteit beschikbaar is, jaarlijks €150.000 vrije operationele kasstroom toevoegt. Dat bedrag is hier na extra personeels-, energie-, onderhouds- en belastingkosten, maar vóór een eventuele eenmalige betaling voor een versnellingsoplossing. De gewone investering is in dit voorbeeld al aan het begin van 2027 vastgelegd en in alle varianten gelijk. We berekenen alleen het verschil door eerder kunnen werken.


In een laag scenario begint de productie pas in 2029. In het middenscenario kan het bedrijf in 2028 starten en in het hoge scenario al in 2027. Over 2027, 2028 en 2029 levert dat respectievelijk €150.000, €300.000 en €450.000 aanvullende kasstroom op. Dit zijn veronderstellingen voor één bedrijf, geen voorspellingen van netbeheerplanningen en geen schatting van de landelijke schade.



Reken nu terug. Een tijdelijke, technisch toegestane oplossing die twee jaar eerder produceren mogelijk maakt, mag niet meer kosten dan de waarde van dat voordeel. Bij €150.000 extra kasstroom aan het einde van zowel 2027 als 2028 en een rekenrente van 8 procent is dat ongeveer €267.490: €150.000 gedeeld door 1,08, plus €150.000 gedeeld door 1,08². De waarderingsdatum is voor dit voorbeeld het begin van 2027.


Omgekeerd vraagt een eenmalige extra uitgave van €150.000 aan het begin van 2027 om minstens ongeveer €84.115 netto kasvoordeel in elk van die twee jaren. Minder dan dat en de oplossing verdient de gebruikte rendementseis niet terug. Extra brandstof, netkosten, slijtage en beschikbaarheidsrisico moeten al van dat voordeel zijn afgetrokken. Een noodaggregaat of batterij is dus niet automatisch aantrekkelijk omdat wachten duur is. De oplossing moet technisch passen, vergund zijn en ook na alle kosten waarde toevoegen.


Crisiswetgeving helpt als zij echte wachttijd wegneemt

Het kabinet kondigde op 11 september een pakket crisismaatregelen voor het stroomnet aan. Het doel is procedures te versnellen en beschikbare capaciteit beter te gebruiken. Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen maatregelen die al gelden en plannen waarvoor wetgeving of overleg nog nodig is. Het woord crisiswetgeving is op zichzelf geen extra transformator.


Een concrete verandering geldt sinds 1 oktober 2026. Het Besluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten wijst bepaalde besluiten over elektriciteitsnetten vanaf 21 kilovolt aan voor een versnelde beroepsprocedure. De inwerkingtreding is afzonderlijk vastgelegd. Voor de betrokken besluiten wordt beroep in eerste en enige aanleg behandeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met de bijbehorende versnellingsregels. Het gaat dus niet om het afschaffen van alle inspraak of een algemene vrijstelling voor iedere kabel in iedere straat.


Deze afbakening doet ertoe. Voor sommige grote projecten bestond een versnelde route al. De nieuwe aanwijzing kan vooral verschil maken waar een besluit daar eerder buiten viel. Ook blijft de snelheid afhankelijk van een compleet dossier en voldoende capaciteit bij de rechter. De Raad van State wees in zijn advies op de afweging tussen versnelling, rechtsbescherming en een toenemende werklast. Een wettelijke termijn lost een personeelstekort niet zelfstandig op.



Vanuit een economisch liberale benadering is een gerichte versnelling goed te verdedigen. De kosten van traagheid vallen nu grotendeels bij partijen buiten de procedure: de ondernemer zonder transportrecht, de woningzoekende en de werknemer van wie de nieuwe baan nog niet ontstaat. Hun belang moet even serieus wegen als dat van direct omwonenden. Dat vraagt om tijdige inspraak en een zorgvuldig besluit, gevolgd door een overzichtelijke rechtsgang. Het vraagt niet om telkens opnieuw dezelfde discussie zonder duidelijk eindpunt.


Netbeheerders moeten zelf ook leveren

Het zou te gemakkelijk zijn om alle verantwoordelijkheid bij Den Haag of bezwaarmakers te leggen. Netbeheerders bepalen mede wanneer zij capaciteit plannen, grond proberen vast te leggen, materieel bestellen en uitvoeringscapaciteit organiseren. Zij hebben bovendien veel betere informatie over de technische beperkingen dan een individuele ondernemer. Bij die positie hoort een zware verantwoordelijkheid om tijdig te handelen en duidelijk uit te leggen waarom een planning verschuift.


Er gebeurt wel degelijk werk. In de eerste helft van 2026 werden volgens Netbeheer Nederland 23 hoogspanningsprojecten afgerond. Tegelijk bleef de aanleg op middenspanning achter bij de verwachting. Zulke verschillen vragen om een beoordeling per project en per oorzaak. Een vertraagde vergunning is iets anders dan een laat bestelde transformator of een te optimistische uitvoeringsplanning. Alleen met dat onderscheid wordt zichtbaar wie het probleem kan oplossen.


Meer standaardisatie van stations en ontwerpen kan helpen, net als vroeger contracteren van leveranciers en aannemers. De prijs daarvan is soms dat eerder geld wordt vastgelegd terwijl de precieze vraag nog onzeker is. Ook dat risico moet worden gewogen. Overal vooruitbouwen op elke aanvraag zou het netwerk onnodig duur maken. Maar structureel wachten op maximale zekerheid schuift de rekening naar bedrijven die intussen niet verder kunnen.


Flexibele transportafspraken verdienen eveneens een zakelijke beoordeling. Een bedrijf dat zijn verbruik buiten drukke uren kan plannen, kan eerder toegang krijgen. Voor een continu proces kan diezelfde beperking onwerkbaar zijn. Gecontracteerd flexibel vermogen is daarom niet hetzelfde als permanent vrij beschikbare capaciteit. Het nuttige resultaat is een extra activiteit die daadwerkelijk kan draaien, tegen aanvaardbare kosten en met duidelijke afspraken over onderbrekingen.



Meer ruimte voor ondernemers begint bij uitvoerbaarheid

Een geloofwaardig versnellingsbeleid verbindt ruimtelijke besluiten, vergunningen en uitvoering vanaf het begin. Leg locaties vroeg vast, laat onderzoek waar mogelijk gelijktijdig lopen en wijs één partij aan die het geheel bewaakt. Maak vervolgens per belangrijk project zichtbaar wanneer capaciteit beschikbaar komt, welke stap nog blokkeert en wie daarover beslist. Dat geeft ondernemers meer dan een nieuwe algemene belofte over miljardeninvesteringen.


De sterkste tegenwerping is dat snelheid ten koste kan gaan van zorgvuldigheid en doelmatige besteding. Die zorg is terecht. Fout aangelegde infrastructuur gaat decennia mee en een slecht gemotiveerd besluit kan juist nieuwe vertraging veroorzaken. Maar dat is een argument voor betere voorbereiding en duidelijke keuzes, niet voor een proces waarin ieder belang na elkaar aan de beurt komt en niemand verantwoordelijk is voor de totale tijd.


Nederland hoeft niet te kiezen tussen een betrouwbare stroomvoorziening en ruimte voor ondernemerschap. Een tijdig gebouwd en doelmatig benut net is een voorwaarde voor beide. De richting van de crisismaatregelen is daarom verstandig, mits de overheid hun effect meet en netbeheerders hun eigen uitvoering verbeteren. Het oordeel moet veranderen als kortere procedures vooral op papier bestaan, terwijl opleverdata blijven verschuiven. Eerder beschikbare capaciteit, kortere daadwerkelijke wachttijden en uitbreidingen die weer doorgaan zijn het bewijs dat telt.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page