top of page

Eerste kamer schuift beslissing over box 3 door naar mei

In het kort:

  • De Eerste Kamer stemt op zijn vroegst in mei over de Wet werkelijk rendement voor box 3 en neemt extra tijd voor een zorgvuldige behandeling.

  • De hervorming vervangt vanaf 2028 het forfaitaire rendement van 6 procent door belasting op het werkelijke rendement, wat bij hoge winsten tot een hogere aanslag kan leiden.

  • Uitstel of verwerping van de wet kan volgens het ministerie van Financiën leiden tot een begrotingsgat van circa 2,4 miljard euro per jaar.


De Eerste Kamer stemt op zijn vroegst in mei over de Wet werkelijk rendement, het wetsvoorstel dat de manier waarop belasting wordt geheven over sparen en beleggen ingrijpend verandert. De Tweede Kamer gaf al met ruime meerderheid groen licht. Toch kiest de senaat nadrukkelijk voor extra tijd. VVD senator Pim van Ballekom benadrukte dat hij het belangrijk vindt om dit ingewikkelde voorstel zorgvuldig te behandelen.


´´Ik neem de tijd voor een zorgvuldige behandeling van dit gecompliceerde wetsvoorstel.´´ -VVD senator Pim van Ballekom

Die keuze voor uitstel is op zichzelf belangrijk. Het kabinet wil de nieuwe regels per 2028 invoeren en heeft de verwachte belastinginkomsten al opgenomen in de begroting. Tegelijkertijd groeit de onrust bij beleggers, ondernemers en fiscalisten. Zij vragen zich af wat de praktische en juridische gevolgen zijn van belasting op het werkelijke rendement. De komende maanden staan daarom in het teken van technische uitleg, gesprekken met deskundigen en een bredere politieke afweging.


De eerste kamer verdeling op basis van de tweede kamer stemming over de nieuwe box 3 is als volgt:

De eerste kamer verdeling op basis van de tweede kamer stemming over de nieuwe box 3 is als volgt

Eerste Kamer neemt tijd voor behandeling box 3

Dat de Eerste Kamer pas op zijn vroegst in mei stemt, is meer dan een formele vertraging. De senaat kan een wetsvoorstel niet aanpassen. Zij kan het alleen goedkeuren of afwijzen. Daarom kijken senatoren extra kritisch naar de uitvoerbaarheid, de juridische houdbaarheid en de samenhang van de wet.



Voor de stemming wil de senaat een uitgebreide technische briefing van het ministerie van Financiën en de Belastingdienst. Ook komen er bijeenkomsten met economen, fiscalisten en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. De centrale vraag is niet alleen of het nieuwe systeem eerlijker is. Het gaat er vooral om of het in de praktijk goed werkt en juridisch standhoudt.


In de Tweede Kamer lag de tijdsdruk hoger. Daar moest uiterlijk half maart duidelijkheid komen, zodat banken en verzekeraars zich konden voorbereiden. Als die deadline niet was gehaald, zou invoering een jaar zijn uitgesteld. Volgens het ministerie van Financiën zou dat leiden tot een gat van ongeveer 2,4 miljard euro per jaar in de begroting. Dat financiële risico speelt ook mee in het debat in de Eerste Kamer.


Wat verandert er met de Wet werkelijk rendement in box 3

De belangrijkste verandering is de overstap van een vast, fictief rendement naar belasting over het werkelijke rendement. Tot nu betaalden spaarders en beleggers belasting op basis van een verondersteld fictief rendement. In de periode van zeer lage rente die niet tot dit fictieve rendement kwam leidde dat tot veel kritiek. De Hoge Raad oordeelde uiteindelijk dat dit systeem in bepaalde gevallen in strijd was met het eigendomsrecht.



In de huidige overgangsperiode geldt voor beleggers een forfaitair rendement van ongeveer 6 procent. Over dat percentage wordt 36 procent belasting geheven. Wie minder dan 6 procent rendement behaalt, kan via tegenbewijs aantonen dat het werkelijke rendement lager was. In dat geval wordt ook minder belasting betaald. Wie meer dan 6 procent verdient, betaalt nu geen extra belasting over het meerdere.


Vanaf 2028 moet dit veranderen. Dan verdwijnt het forfaitaire percentage volledig en wordt altijd uitgegaan van het daadwerkelijk behaalde rendement. In jaren met hoge beurswinsten kan de belasting dan flink hoger uitvallen dan nu. Wie bijvoorbeeld 15 procent rendement behaalt, betaalt straks belasting over die volledige 15 procent, of je dit nou uit laat betalen of niet.


Voor vastgoedbeleggers en aandeelhouders in start ups geldt een aparte regeling. Deze bezittingen zijn minder makkelijk te verkopen en hun waarde kan sterk schommelen. Daarom wordt in veel gevallen pas belasting geheven op het moment van verkoop.


Waarom het debat verder gaat dan techniek

De stemming in mei gaat formeel over een wijziging in box 3, maar het debat raakt aan bredere onderwerpen. Beleggers maken zich zorgen over de belasting op papieren winsten. Waardestijgingen worden jaarlijks belast, ook als een belegging nog niet is verkocht. Dat kan betekenen dat iemand belasting moet betalen zonder dat er daadwerkelijk geld beschikbaar is.


Ook het investeringsklimaat speelt mee. Ondernemers en investeerders waarschuwen dat een hogere en minder voorspelbare belastingdruk particuliere investeringen kan afremmen. In Europa concurreren landen met elkaar om kapitaal en innovatie. Fiscale stabiliteit is daarbij een belangrijke factor.


Het kabinet wijst op een andere noodzaak. De hervorming moet het belastingstelsel juridisch houdbaar maken na de uitspraken van de Hoge Raad. Daarnaast moet het zorgen voor stabiele belastinginkomsten. De verwachte miljardenopbrengst is al ingerekend in de begroting.


De beslissing van de Eerste Kamer in mei krijgt daardoor grote financiële en politieke betekenis. De senaat beslist niet alleen over een technische wijziging van de vermogensbelasting. Zij weegt ook mee hoe Nederland vermogen wil belasten, investeringen wil stimuleren en rechtszekerheid wil bieden in een periode van economische en geopolitieke onzekerheid.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page