Mark (29) over nieuwe Box 3: “Het is genadeloos”
- Rens Boukema
- 3 uur geleden
- 8 minuten om te lezen
In het kort:
Een 29-jarige ondernemer ziet zijn plan om via crypto vermogen op te bouwen voor een eigen woning onder druk staan door de nieuwe Box 3 plannen.
Door belasting op ongerealiseerde winst vreest Mark gedwongen verkoop, vermogenskrimp en zelfs financiële emigratie als laatste uitweg.
Volgens Mark straft het nieuwe systeem ondernemerschap af en ontmoedigt het lange termijn vermogensopbouw.
We hadden een interview met Mark, 29 jaar, beginnend ondernemer en belegger. Hij woont nog thuis, bouwt aan zijn bedrijf in de technische sector en hoopte de komende jaren een financieel fundament te leggen voor een eigen woning. Dat plan staat door de nieuwe Box 3 plannen zwaar onder druk.
“Ik moet straks belasting betalen over geld dat ik niet heb, het is genadeloos.”
Zijn verhaal staat namelijk niet op zichzelf. Steeds meer jonge beleggers en ondernemers rekenen door wat de hervorming van Box 3 voor hen betekent en schrikken van de uitkomst.
“Toen ik het voorstel echt goed bekeek en voor mezelf doorrekende, dacht ik: wacht even, dit kan toch niet kloppen?”
De situatie van een jonge belegger in crypto
Mark studeerde technische bedrijfskunde en startte na zijn studie een eigen onderneming. Tijdens zijn studie maakte hij een risicovolle keuze om zijn droom van een eigen huis te kunnen bereiken, door in crypto te investeren.
Hij stapte in op momenten dat de markt relatief laag stond, hield vast tijdens sterke stijgingen en nam tussentijds winst. “Bitcoin was voor mij een kans. Het is een risico maar ik dacht, als het wel iets wordt kan ik een flinke stap zetten richting financiële vrijheid.”
Die strategie pakte lange tijd goed uit. Sinds 2019 groeide zijn portefeuille fors in waarde. Op papier liep dat op tot enkele tonnen in piekjaren. Maar crypto blijft volatiel. In korte tijd kan een vermogen verdampen.
“Op een gegeven moment stond ik ruim 140.000 euro hoger dan het jaar ervoor. Maar een paar maanden later kan daar ook zo weer een ton vanaf zijn. Dat is de realiteit van deze markt.”
En precies daar wringt het met de nieuwe Box 3 plannen voor hem.
Nieuwe Box 3 plannen en belasting op ongerealiseerde winst
De hervorming van Box 3 moet het huidige systeem van fictief rendement vervangen. In plaats van een vast verondersteld rendement wil het kabinet toewerken naar een heffing op basis van werkelijk rendement. Dat klinkt logisch en eerlijk, maar de uitwerking leidt tot stevige discussie.
In de voorlopige opzet wordt gekeken naar ongerealiseerde waardestijgingen, dus papieren winst. Dat betekent dat beleggers belasting kunnen moeten betalen over vermogensgroei die nog niet is omgezet in cash.
Mark rekende het voor zichzelf door op basis van de voorstellen zoals die nu op tafel liggen.
“Stel dat mijn vermogen in een jaar met €140.000 stijgt op papier. De eerste €1.800 aan rendement is vrijgesteld, maar over de resterende €138.200 zou ik dan ongeveer 36 procent belasting moeten betalen. Dat komt neer op grofweg €49.000. Dat geld heb ik niet op mijn bankrekening staan; het zit vast in crypto. Dus om die belasting te betalen, zou ik een deel moeten verkopen.”
Dat voelt voor hem fundamenteel onrechtvaardig.
“Ik moet dus een deel van mijn belegging verkopen, mogelijk op een slecht moment, puur om belasting te betalen over een winst die misschien een paar maanden later weer verdwenen is.”
“Stel dat ik eerst 49.000 euro belasting moet betalen omdat mijn portefeuille 140.000 euro stijgt. Daarna zakt de markt met weer 140.000 euro. Dan ben ik niet alleen die waardedaling kwijt, maar ook die belasting. Die belasting krijg ik niet direct terug; alleen als de markt later weer herstelt kan dat verlies toekomstige winsten compenseren. Onder aan de streep blijft dan bijna niets over.”
Van droom naar nekslag voor een eigen huis
Mark woont nog thuis. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. Als beginnend ondernemer zonder drie stabiele winstgevende jaarcijfers is een hypotheek vrijwel onmogelijk. Daarnaast speelde zijn vermogen in Box 3 een rol bij toegang tot sociale huur. Op papier is hij vermogend, in de praktijk kan hij er niet vrij over beschikken zonder grote fiscale gevolgen.
“Ik had het idee om mijn beleggingen uiteindelijk te gebruiken als basis voor een eigen woning. Misschien deels financieren, misschien een lagere hypotheek. Dat was mijn plan.”
De nieuwe Box 3 plannen doorkruisen dat scenario. Als hij jaarlijks een fors bedrag moet afdragen aan belasting over ongerealiseerde winsten, wordt het veel moeilijker om vermogen te laten groeien via het bekende rente op rente effect.
“Het compound effect is alles bij beleggen. Als je elk jaar gedwongen wordt om een stuk te verkopen, dan haal je de motor uit je eigen strategie.”
De frustratie zit diep. “Ik ben 29. Ik probeer iets op te bouwen. Ik neem risico. En dan wordt het zo ingericht dat je eigenlijk wordt gestraft voor het feit dat je vermogen hebt.”
Volgens hem raakt dit niet alleen crypto beleggers. Ook aandelenbeleggers of mensen met een tweede woning kunnen hiermee te maken krijgen.
“Het gaat niet om rijk zijn. Het gaat om de mogelijkheid om iets op te bouwen.”
Emigratie, box 2 of stoppen met beleggen?
Wat zijn opties zijn als de plannen ongewijzigd worden ingevoerd, daar heeft Mark inmiddels serieus over nagedacht.
“Financiële emigratie is een optie. Dat hoor je steeds vaker. Landen waar geen vermogensbelasting is of waar alleen gerealiseerde winst wordt belast.”
Hij noemt voorbeelden van ondernemers en beleggers in zijn kring die al naar landen zijn vertrokken met een gunstiger fiscaal klimaat. “Ik vind Nederland een fijn land. Mijn bedrijf zit hier, mijn netwerk zit hier. Maar als vermogensopbouw structureel wordt afgestraft, dan moet je wel rationeel nadenken.”
Een andere route is beleggen via een besloten vennootschap, dus via Box 2. Dan betaal je pas belasting bij uitkering of verkoop, maar daar staat weer vennootschapsbelasting tegenover. “In Box 2 betaal je uiteindelijk ook fors, maar je kunt wel langer vermogen laten groeien zonder jaarlijks te moeten afrekenen over papieren winst.”
Toch is ook dat geen eenvoudige oplossing. Het oprichten en beheren van een bv brengt kosten en administratieve lasten met zich mee. Bovendien is de waarde van zijn crypto portefeuille inmiddels flink gedaald ten opzichte van eerdere pieken.
“Ik sta nu flink lager dan op mijn hoogste punt. Maar de belasting zou gebaseerd zijn op een momentopname. Dat voelt wrang.”
Stoppen met beleggen ziet hij niet als reële optie. “Dan zet ik alles op een spaarrekening? Dat levert nauwelijks iets op. Vastgoed dan misschien, maar ook daar worden huurinkomsten belast en is de regelgeving strenger geworden.”
Het gevoel van klem zitten overheerst. “Je kunt geen sociale huur krijgen omdat je te veel vermogen hebt op papier. Je kunt geen huis kopen omdat je ondernemer bent. En ondertussen moet je mogelijk belasting betalen over geld dat je niet hebt.”
Vertrouwen in beleid en investeringsklimaat onder druk
Mark stemde bij de laatste verkiezingen op VDD, een partij die zich profileert als ondernemersvriendelijk. Hij voelt zich nu niet vertegenwoordigd.
“Als ondernemer en belegger voel ik me niet gehoord. De belastingdruk wordt steeds hoger. Regels worden complexer. Het investeringsklimaat gaat achteruit.”
Hij verwijst naar andere landen die experimenten met vermogensbelasting op ongerealiseerde winst weer hebben teruggedraaid na tegenvallende resultaten, zoals kapitaalvlucht en lagere belastingopbrengsten.
“Waarom leren we niet van andere landen? Je jaagt kapitaal weg. En dat zijn juist de mensen die veel belasting betalen.”
Voor hem draait het niet om het ontlopen van belasting. “Ik heb er geen probleem mee om belasting te betalen over winst die ik daadwerkelijk realiseer. Als ik verkoop en geld ontvang, prima, draag daar een percentage van af. Maar niet over papieren groei die morgen weer kan verdampen.”
Hij vreest dat het systeem perverse prikkels creëert. “Mensen gaan eerder verkopen om risico te beperken. Of ze gaan constructies zoeken. Of ze vertrekken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”
Ondertussen tikt de tijd door. De politieke besluitvorming nadert, en jonge beleggers zoals Mark kijken gespannen toe.
“Mijn hele plan was om de komende tien tot twintig jaar rustig vermogen op te bouwen. Nu moet ik ineens nadenken over emigratie en fiscale structuren. Dat is toch bizar op je 29e?”
In zijn Excel-berekening, waarbij hij per jaar afzonderlijk afrekent, komt de totale belastingdruk uit op €120.366. Onder het nieuwe stelsel zijn verliezen wel voorwaarts verrekenbaar, maar alleen met toekomstige winsten. Dat betekent dat hij in goede jaren direct belasting betaalt over het positieve rendement, terwijl hij in slechte jaren geen geld terugkrijgt. Het verlies wordt doorgeschoven en kan pas later de heffing verlagen.
“Als ik dit zo terugreken draag ik het volledige risico, maar moet ik bij winst meteen afrekenen.”
Wat voor hem begon als een rationele berekening in een Excel sheet, is uitgegroeid tot een existentiële vraag over zijn toekomst in Nederland. Niet alleen als belegger, maar als jonge ondernemer die probeert een bestaan op te bouwen in een land dat volgens hem steeds minder ruimte laat voor financiële groei.
De laffer curve als economisch waarschuwingssignaal
Tijdens het gesprek haalt Mark zelf meerdere internationale voorbeelden aan. Hij wijst op landen als Frankrijk en Noorwegen, waar vormen van zwaardere heffingen volgens hem uiteindelijk zijn teruggedraaid of aangepast nadat de opbrengsten tegenvielen en kapitaal weglekte. “In Frankrijk zag je dat vermogende particulieren vertrokken. In Noorwegen ontstond veel discussie over ondernemers die het land verlieten.”
Volgens Mark is het opvallend dat Nederland nu een koers lijkt te kiezen waar andere landen juist van zijn teruggekomen. Hij benadrukt dat hij geen fiscalist is, maar dat hij zich wel heeft verdiept in de economische effecten. Daarbij verwijst hij expliciet naar de laffer curve, een concept dat eerder ook bij De Belegger werd gedeeld en besproken.
De laffer curve beschrijft het idee dat er een omslagpunt bestaat waarbij hogere belastingtarieven niet langer zorgen voor meer inkomsten, maar juist voor minder, doordat mensen hun gedrag aanpassen. Dat kan gaan om minder investeren, vermogen verplaatsen of zelfs emigreren.
“Als je de druk te hoog maakt, droogt de basis op waarover je belasting heft,” vat hij het samen.
In bredere economische zin raakt de discussie rond Box 3 aan een bekend principe uit de belastingtheorie: de laffer curve. Deze theorie stelt dat er een omslagpunt bestaat waarbij hogere belastingtarieven niet langer leiden tot hogere belastingopbrengsten, maar juist tot lagere inkomsten voor de staat. De reden is gedragsverandering. Als de belastingdruk te hoog wordt, krimpt de belastbare basis doordat mensen minder gaan investeren, hun vermogen verplaatsen of hun activiteiten aanpassen.
De Laffer Curve:

Toegepast op de nieuwe Box 3 plannen betekent dit dat een zwaardere heffing op vermogen, en met name op ongerealiseerde winsten, mogelijk averechts kan uitpakken. Wanneer beleggers zich gedwongen voelen om vermogen eerder te verkopen, risico’s te mijden of hun kapitaal naar het buitenland te verplaatsen, kan de totale grondslag waarover belasting wordt geheven kleiner worden. In een open economie als Nederland, waar kapitaal relatief eenvoudig internationaal kan bewegen, is dat effect niet theoretisch maar reëel.
In verschillende Europese landen zijn eerdere vormen van vermogensbelasting teruggedraaid nadat bleek dat kapitaalvlucht en lagere investeringsbereidheid de opbrengsten drukten. De laffer curve wordt in dat verband vaak aangehaald als verklaring: boven een bepaald tarief daalt niet alleen de prikkel om te investeren, maar ook de uiteindelijke belastingopbrengst.
Het voorstel voor de nieuwe Box 3 is al door de tweede kamer, maar de uiteindelijke toets volgt in de Eerste Kamer, waar uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en economische effecten zwaarder wegen dan politieke profilering. Voor beleggers als Mark is die stemming meer dan een formaliteit: het bepaalt of zijn strategie van lange termijn vermogensopbouw overeind blijft of fundamenteel moet worden herzien. Terwijl Den Haag zich buigt over amendementen en overgangsrecht, wachten jonge ondernemers en beleggers op duidelijkheid, niet alleen over hun belastingdruk, maar over het investeringsklimaat waarin zij de komende decennia hun financiële toekomst willen vormgeven.





















































