De Box 3-val van 2028: waarom pensioenbeleggen dé ontsnappingsroute wordt
- Jan Kuijpers

- 2 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort
Vanaf 2028 wordt in Box 3 het werkelijke rendement belast (36%), waardoor jaarlijks een deel van de winst verdwijnt en het compounding-effect structureel wordt afgeremd.
Pensioenbeleggen in Box 1 blijft tijdens de opbouw onbelast, waardoor het volledige rendement kan doorrollen en het vermogen op lange termijn veel sterker groeit.
Door deze verschillen wordt Box 1 fiscaal aantrekkelijker dan Box 3, vooral voor wie inzet op lange termijn vermogensgroei of financiële onafhankelijkheid.
In 2028 verandert het Nederlandse belastingstelsel voor beleggers fundamenteel. Wat jarenlang draaide om een forfaitaire heffing, waarbij een fictief rendement werd belast, maakt plaats voor een systeem waarin het werkelijke rendement centraal staat. Op papier klinkt dat eerlijker. In de praktijk betekent het voor veel particuliere beleggers een structurele rem op vermogensgroei.
De nieuwe vermogensaanwasbelasting raakt namelijk de kern van succesvol beleggen: rendement-op-rendement. En precies daar ontstaat een opvallend contrast. Waar Box 3 vanaf 2028 jaarlijks een hap uit je groeimotor neemt, blijft pensioenbeleggen in Box 1 fiscaal vrijwel onaangetast. Het verschil tussen beide systemen wordt daardoor geen nuance, maar een kloof.
De aanval op compounding
Beleggen draait niet om één goed jaar. Het draait om tijd. Om het effect waarbij winst opnieuw wordt belegd en zelf weer winst genereert. Dat exponentiële groeiproces, compounding, is de reden waarom vermogen over lange perioden zo krachtig kan toenemen.
Vanaf 2028 betaal je in Box 3 36 procent belasting over je werkelijke rendement boven de vrijstelling. Stijgen je beleggingen met €10.000, dan draag je daar direct €3.600 over af, ook als je niets verkoopt. De winst bestaat misschien alleen op papier, maar de belasting is zeer reëel.
Kracht van Compounding

Bron: truedata
Hier zit de fundamentele verandering. Tot nu toe kon je je volledige rendement blijven herbeleggen. Straks verdwijnt elk jaar een deel van je winst definitief naar de fiscus. Dat geld kan nooit meer meedoen in het compoundingproces. Wat overblijft groeit wel door, maar op een structureel lager fundament.
Bij een gemiddeld historisch aandelenrendement van 9 procent betekent een heffing van 36 procent op die winst een effectieve vermogensrem van 3,24 procent per jaar. Dat lijkt op het eerste gezicht te overzien. Maar wie het effect over vijftien of twintig jaar doorrekent, ziet hoe groot de schade werkelijk wordt.
Het rekenvoorbeeld: € 25.000 over 15 jaar
Om het effect zichtbaar te maken, vergelijken we een eenmalige inleg van € 25.000 over een periode van 15 jaar. We gaan uit van een gemiddeld jaarlijks rendement van 9 procent.
In Box 3 wordt jaarlijks 36 procent belasting geheven over de winst boven de vrijstelling van € 1.800. In Box 1 (pensioenbeleggen) blijft het rendement tijdens de opbouw volledig onbelast en wordt de volledige 9 procent herbelegd. Het belastingvoordeel bij inleg laten we hier buiten beschouwing om puur naar de groeikracht te kijken.
Rekenvoorbeeld 25.000 euro beleggen
Jaar | Vermogen Box 3 (na belasting boven € 1.800) | Vermogen Box 1 (0% belasting) | Verschil |
0 | € 25.000 | € 25.000 | € 0 |
5 | € 37.747 | € 38.466 | € 719 |
10 | € 55.441 | € 59.184 | € 3.743 |
15 | € 80.088 | € 91.062 | € 10.974 |
Na vijftien jaar is het pensioenvermogen ruim € 10.000 hoger dan het vermogen in Box 3. Dat verschil ontstaat niet doordat het rendement hoger is, maar doordat in Box 1 het volledige rendement mag blijven staan en opnieuw mag renderen.
In Box 3 begint de belastingdruk direct. In het eerste jaar bedraagt de winst € 2.250 (9% van € 25.000). De eerste € 1.800 is vrijgesteld, maar over de resterende € 450 betaal je 36 procent belasting. Dat afgeroomde bedrag kan nooit meer meedoen in het rente-op-rente effect.
Naarmate het vermogen groeit, wordt de jaarlijkse winst groter terwijl de vrijstelling van € 1.800 gelijk blijft. Relatief stelt die vrijstelling dus steeds minder voor. Een steeds groter deel van de winst wordt belast, waardoor het groeitempo structureel lager ligt.
Het verschil van bijna € 11.000 op een initiële inleg van € 25.000 laat zien hoe krachtig het gemiste compounding-effect werkt. In Box 3 betaal je niet alleen belasting over de winst van het eerste jaar, maar elk jaar opnieuw over een steeds groter bedrag. Omdat die belasting telkens wordt afgeroomd, kan dat deel nooit meer doorgroeien. De emmer lekt continu.
Pensioenbeleggen als fiscale vrijhaven
Tegenover deze jaarlijkse belastingdruk staat het systeem van pensioenbeleggen in Box 1. Daar groeit het vermogen bruto door. Er is geen vermogensaanwasbelasting en geen jaarlijkse afroming van rendement. Pas bij uitkering, doorgaans na de AOW-leeftijd, wordt inkomstenbelasting betaald.
Dat uitstel is cruciaal. Het betekent dat je vermogen jarenlang ongestoord kan doorgroeien. Bovendien is de inleg aftrekbaar van de inkomstenbelasting, waardoor je tot 49,5 procent van je storting direct terugkrijgt van de fiscus. Ook dat geld kan weer worden belegd, wat het compounding-effect verder versterkt.
Sinds de invoering van de nieuwe pensioenwet is bovendien de jaarruimte verruimd tot 30 procent van de pensioengrondslag. Voor veel werkenden betekent dit dat er aanzienlijk meer fiscaal voordelig kan worden ingelegd dan voorheen. In een tijd waarin Box 3 zwaarder wordt belast, wordt Box 1 daardoor relatief aantrekkelijker dan ooit.
Een scheef speelveld
Voor zeer vermogende beleggers bestaat nog een alternatief in de vorm van een Beleggings-BV. Binnen een BV wordt pas belasting betaald bij uitkering of verkoop, waardoor het rendement in de tussentijd kan doorrollen. Maar voor de meeste particuliere beleggers is zo’n constructie kostbaar en administratief complex.
Pensioenbeleggen fungeert daarmee als het toegankelijke alternatief voor de gewone belegger. Het biedt uitstel van belastingheffing en maximale ruimte voor compounding, zonder dat er een vennootschap hoeft te worden opgericht. In feite creëert het een vergelijkbaar groeivoordeel als een BV-structuur, maar dan binnen het bestaande fiscale kader voor particulieren.
Wat dit betekent voor FIRE
Voor mensen die streven naar financiële onafhankelijkheid verandert de strategie fundamenteel. De vermogensaanwasbelasting verlaagt structureel het netto groeitempo van vrij belegbaar vermogen. Dat heeft directe gevolgen voor de benodigde vermogensdoelen en voor de veilige onttrekkingspercentages.
Hoewel het nieuwe stelsel verliesverrekening kent, waardoor in slechte beursjaren geen belasting wordt betaald en verliezen kunnen worden verrekend met latere winsten, blijft het structurele effect van jaarlijkse afroming zwaar wegen. Juist de goede beursjaren zijn normaal gesproken de motor van lange termijn vermogensgroei. Vanaf 2028 grijpt de fiscus daar direct in.
Wie de cijfers naast elkaar legt, ziet daarom een duidelijke trend. Hoe groter het deel van het vermogen dat fiscaal in Box 1 kan worden ondergebracht, hoe sterker de groeimotor intact blijft.
Conclusie: de fiscale realiteit van 2028
Met de invoering van de vermogensaanwasbelasting verandert Box 3 van een relatief neutrale vermogensbox in een systeem waarin jaarlijks vermogen wordt afgeroomd. Dat lijkt op korte termijn misschien beperkt, maar werkt op lange termijn als een krachtige rem.
Pensioenbeleggen is daardoor niet langer alleen een oudedagsvoorziening. Het wordt een strategisch instrument om compounding te beschermen tegen een van de zwaarste vermogensbelastingen in Europa.
Voor wie nog tien tot twintig jaar heeft tot pensioen of financiële onafhankelijkheid, is de conclusie moeilijk te negeren. Vanaf 2028 groeit vermogen het krachtigst daar waar het fiscaal met rust wordt gelaten. En dat is niet langer Box 3, maar Box 1.
Advertorial
Ook particuliere beleggers kunnen hierop inspelen door niet alleen naar fiscale optimalisatie te kijken, maar ook naar de efficiëntie van hun broker. Wie zijn netto rendement wil beschermen tegen structurele afroming, doet er goed aan handels- en valutakosten zo laag mogelijk te houden.
MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er tegen scherpe tarieven met slechts 0,005% valutakosten, tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.






































































































































