Box 3-debat legt pijnlijke waarheid bloot: te schadelijk voor expats, maar prima voor jou
- J. van den Poll
- 2 uur geleden
- 6 minuten om te lezen
In het kort:
Expats lijken te worden ontzien voor de Box 3-aanwasbelasting, terwijl Nederlandse beleggers, spaarders en vastgoedbezitters wél belasting dreigen te betalen over ongerealiseerde winsten.
Dat maakt het systeem moeilijk uit te leggen: als deze belasting te schadelijk is voor het vestigingsklimaat, waarom is hij dan wel acceptabel voor Nederlanders die hier al sparen, beleggen en investeren?
Het Box 3-debat heeft vooral meer onzekerheid opgeleverd, maar de druk van beleggers heeft wel effect gehad. De hoop is nu dat uitstel uiteindelijk afstel wordt.
Dat is de vraag die na het Box 3-debat blijft hangen. De discussie gaat allang niet meer alleen over techniek, belastingregels of fiscale definities. Het gaat inmiddels over iets veel fundamentelers: waarom zou een belasting voor de ene groep zo schadelijk zijn dat er een uitzondering nodig is, terwijl gewone Nederlandse beleggers en spaarders diezelfde belasting wel moeten dragen?
D66 wil buitenlandse werknemers via de expatregeling uitzonderen van de aanwasbelasting in Box 3. Dat betekent dat zij mogelijk geen belasting hoeven te betalen over ongerealiseerde rendementen. Nederlandse beleggers, spaarders en vastgoedbezitters zouden dat wel moeten doen. Precies daar ontstaat de politieke pijn.
Jitse Groen vatte het scherp samen. Volgens hem wordt er eerst een buitensporige belasting bedacht waardoor expats niet meer naar Nederland willen komen, om hen vervolgens uit te zonderen in plaats van de vraag te stellen of zo’n belasting überhaupt verstandig is. Die opmerking raakt de kern van het probleem. Als deze belasting te zwaar is voor expats, waarom zou hij dan niet te zwaar zijn voor Nederlanders?
Eelco Eerenberg zegt te willen toewerken naar een vermogenswinstbelasting, maar herkent zich tegelijk in Bas Jacobs’ redenering dat een vermogensaanwasbelasting superieur is en blijvend zou moeten zijn:

De overheid noemt het werkelijk rendement, maar beleggers zien vooral belasting op geld dat ze niet hebben
De nieuwe Box 3-plannen draaien om belasting op werkelijk rendement. Op papier klinkt dat eerlijker dan het oude systeem, waarin werd gewerkt met een fictief rendement. Toch zit de angel in de uitwerking. Het voorstel is als hoofdregel vormgegeven als een vermogensaanwasbelasting.
Dat betekent dat niet alleen inkomsten zoals rente, dividend en huur belast kunnen worden, maar ook waardestijgingen van vermogen. Een aandeel dat stijgt, een beleggingsportefeuille die op 31 december hoger staat of vastgoed dat op papier meer waard wordt, kan daardoor leiden tot belastingheffing. Ook als er niets is verkocht en er dus geen geld is vrijgekomen.
Dat is voor veel beleggers het grote bezwaar. Een papieren winst is geen inkomen op de betaalrekening. Een hogere waarde van een aandeel of woning betekent niet dat iemand direct cash beschikbaar heeft om belasting te betalen. Toch behandelt de aanwasbelasting zo’n waardestijging alsof die al daadwerkelijk beschikbaar is.
De expatuitzondering maakt het systeem politiek moeilijk uit te leggen
De 30 procent regeling is bedoeld om buitenlandse werknemers met specifieke expertise naar Nederland te halen. Werkgevers mogen onder voorwaarden een deel van het loon belastingvrij vergoeden voor extra kosten die deze werknemers maken doordat zij tijdelijk in Nederland werken. Het is dus oorspronkelijk een regeling om Nederland aantrekkelijk te houden voor internationaal talent.
Maar zodra die expatregeling wordt gebruikt om buitenlandse werknemers te beschermen tegen de gevolgen van Box 3, ontstaat er een fundamenteel probleem. Dan lijkt de politiek eigenlijk te zeggen dat deze belasting slecht is voor het vestigingsklimaat als het om expats gaat, maar dat Nederlandse beleggers en spaarders er gewoon mee moeten leren leven.
Dat is moeilijk te verdedigen. Als een aanwasbelasting expats afschrikt, dan kan die ook ondernemers, beleggers en vermogende Nederlanders afschrikken. Als deze belasting Nederland minder aantrekkelijk maakt voor buitenlandse werknemers, dan maakt hij Nederland ook minder aantrekkelijk voor mensen die hier al wonen, werken, sparen en investeren.
Eerst een zware belasting bedenken en daarna uitzonderingen verzinnen
Dit is precies waar het in Den Haag vaak misgaat. Er wordt een belasting bedacht die zo zwaar en ingewikkeld is dat er meteen uitzonderingen, overgangsregelingen en verzachtingen nodig zijn. Vervolgens verschuift de discussie van de vraag of de belasting zelf wel verstandig is naar de vraag wie er allemaal moet worden ontzien.
Voor expats wordt gekeken naar een uitzondering. Voor mensen met liquiditeitsproblemen wordt gesproken over betalingsregelingen. Voor bepaalde vormen van vermogen kunnen mogelijk aparte regels of latere aanpassingen komen. Ondertussen blijft de invoering van het nieuwe stelsel mikken op 2028, terwijl duidelijk is dat er eind dit jaar opnieuw wijzigingen kunnen worden voorgesteld en dat er volgend jaar weer gestemd moet worden.
Dat zorgt niet voor rust, maar voor onzekerheid. Beleggers willen weten waar ze aan toe zijn. Zij willen kunnen plannen voor hun pensioen, vastgoed, aandelenportefeuille of financiële toekomst. Dat wordt bijna onmogelijk als de spelregels voortdurend veranderen.
Veel partijen zeggen tegen aanwasbelasting te zijn, maar stemmen mogelijk toch mee
De conclusie uit het Box 3-debat is pijnlijk. Vrijwel iedereen in de Eerste Kamer tegen de aanwasbelasting, behalve PvdA GroenLinks, D66 en SP. Toch lijken VVD en CDA ondanks hun bezwaren bereid om mee te stemmen met linkse partijen, omdat er een begrotingsgat gevuld moet worden.
Daar ontstaat precies het wantrouwen dat veel beleggers voelen. Partijen zeggen dat ze tegen de aanwasbelasting zijn, maar stemmen mogelijk toch voor omdat het geld ergens vandaan moet komen. Dan telt uiteindelijk niet wat partijen in het debat zeggen, maar wat zij doen als er gestemd wordt.
JA21 en 50PLUS zijn de partijen die niet alleen zeggen dat ze serieus tegen de aanwasbelasting zijn, maar daar ook daadwerkelijk naar stemmen. Voor beleggers wordt dat verschil steeds belangrijker. Woorden zijn mooi, maar stemgedrag bepaalt uiteindelijk de toekomst van Box 3.
We zijn nog steeds niet veel opgeschoten
Het meest frustrerende aan het debat is dat er nog steeds geen echte duidelijkheid is. Het nieuwe Box 3-stelsel moet volgens de huidige planning in 2028 ingaan, maar de politieke behandeling is nog niet klaar. De Eerste Kamer moet zich nog verder buigen over het voorstel en er wordt nog gekeken naar verbeteringen, aanpassingen en mogelijke uitzonderingen.
Dat betekent dat beleggers voorlopig in onzekerheid blijven. Eind dit jaar kunnen er opnieuw wijzigingen worden voorgesteld. Volgend jaar kan er weer gestemd worden. Daarna kunnen er opnieuw aanpassingen volgen in de uitvoering. Ondertussen moeten mensen wel beslissingen nemen over hun vermogen, hun beleggingen, hun vastgoed en hun financiële planning.
Met alle respect, maar dit voelt niet als vooruitgang. Er is vooral meer onzekerheid bijgekomen. De hoop is nu dat uitstel uiteindelijk afstel wordt. Wat De Belegger betreft mag invoering in plaats van 2028 ook later plaatsvinden, zeker als het alternatief een slecht doordacht stelsel is dat mensen laat betalen over winsten die zij nog niet hebben gerealiseerd.

De druk van beleggers heeft wel degelijk verschil gemaakt
Toch is er één belangrijk positief punt. Zonder de inzet van beleggers, spaarders, ondernemers en burgers was dit waarschijnlijk gewoon doorgegaan. De mails, berichten, posts en publieke druk hebben ervoor gezorgd dat Box 3 niet stilletjes als technisch belastingdossier kon worden behandeld.
Dat is belangrijk. Box 3 gaat niet over een kleine fiscale voetnoot, maar over echte mensen. Het gaat over mensen die jarenlang hebben gespaard. Het gaat over beleggers die risico nemen voor hun toekomst. Het gaat over vastgoedbezitters die op papier vermogen hebben, maar niet altijd liquide middelen. Het gaat over mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun pensioen en financiële zekerheid.
Die mensen hebben van zich laten horen. Dat heeft het debat vertraagd en de politiek gedwongen opnieuw naar de gevolgen te kijken. Het probleem is daarmee nog niet opgelost, maar zonder die druk was de kans groot dat de aanwasbelasting vandaag gewoon verder was doorgeduwd.
Van uitstel moet uiteindelijk afstel komen
De aanwasbelasting wordt verkocht als een eerlijkere manier om werkelijk rendement te belasten. Maar een papieren waardestijging is geen inkomen. Een hogere beurskoers is geen gerealiseerde winst. Een hogere woningwaarde betekent niet dat er geld op de rekening staat. Een momentopname zegt weinig over iemands daadwerkelijke draagkracht.
Juist daarom is de discussie over expats zo belangrijk.
Als de overheid erkent dat deze belasting schadelijk kan zijn voor het vestigingsklimaat en daarom buitenlandse werknemers wil ontzien, dan moet zij ook eerlijk zijn over de gevolgen voor Nederlandse beleggers en spaarders. Een belasting die te zwaar is voor expats, is niet ineens redelijk voor Nederlanders.
Box 3 had eerlijker moeten worden. In plaats daarvan dreigt de aanwasbelasting opnieuw een systeem te worden dat mensen belast op basis van fiscale fictie. Eerst gebeurde dat via fictieve rendementen. Straks gebeurt het mogelijk via papieren winsten die nog helemaal niet zijn verzilverd.
Daarom is uitstel beter dan doorduwen. Want belasting betalen over rendement dat je echt hebt gemaakt is één ding. Belasting betalen over geld dat je nog niet hebt, is iets heel anders.







































































































































