3 goedkope dividendaandelen die ik na de zomerrally zou kopen
- J. van den Poll
- 15 minuten geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort:
Europese aandelen hebben een stevige zomerrally achter de rug, maar Shell, NN Group en ING lijken op basis van winst, kasstroom en kapitaaluitkeringen nog niet buitensporig gewaardeerd.
NN Group biedt van deze drie het hoogste directe dividendrendement, terwijl Shell rond 10 keer de winst noteert en miljarden blijft besteden aan aandeleninkoop.
ING is na een sterke koersstijging minder goedkoop geworden, maar de hoge winstgevendheid maakt de huidige waardering nog altijd interessant.
Europese aandelen hebben een opvallend sterke zomer achter de rug. Ook veel Nederlandse aandelen zijn stevig opgelopen. Sterke bedrijfswinsten hebben een belangrijk deel van die stijging ondersteund, waardoor de zoektocht naar goedkope dividendaandelen lastiger is geworden.
Alleen naar een hoog dividendrendement kijken is daarbij onvoldoende. Een dividend van 7% is weinig waard wanneer de winst wegzakt en het bestuur een jaar later de uitkering moet verlagen. Interessanter zijn bedrijven die nog redelijk gewaardeerd zijn, veel kapitaal genereren en naast dividend eventueel ook eigen aandelen inkopen.
Na de zomerrally springen voor mij drie Nederlandse beursnamen eruit: Shell, NN Group en ING:

Shell: circa 10 keer de winst en de kasmachine draait door
Shell sloot op 14 augustus op €38,97. Ondanks een koerswinst van bijna 24% sinds het begin van het jaar bedraagt de koers-winstverhouding ongeveer 10 en ligt het dividendrendement rond 3,3%. Het aandeel noteert bovendien nog onder zijn hoogste koers van de afgelopen twaalf maanden.
Een dividendrendement van iets meer dan 3% klinkt misschien niet spectaculair. Het interessante aan Shell zit echter in de combinatie van dividend en aandeleninkoop.
In het tweede kwartaal genereerde het concern $21,4 miljard aan operationele kasstroom en $9,8 miljard aan aangepaste winst. Shell kondigde opnieuw $3 miljard aan nieuwe aandeleninkopen aan. Het was al het negentiende kwartaal op rij waarin minstens $3 miljard aan buybacks werd aangekondigd.
Over de afgelopen twaalf maanden keerde Shell 44% van zijn operationele kasstroom uit aan aandeelhouders. Tegelijk bedroeg de gearing 19% en kwam de nettoschuld uit rond $42 miljard. Dat geeft het concern ruimte om kapitaal terug te geven zonder daarvoor direct de balans tot het uiterste te belasten.
Daar zit voor mij de aantrekkingskracht. Shell is geen klassiek hoogdividendaandeel waarbij bijna alle opbrengst uit de cashuitkering moet komen. Wanneer het bedrijf jaarlijks miljarden eigen aandelen intrekt, wordt de toekomstige winst en kasstroom over minder aandelen verdeeld. Op lange termijn kan dat minstens zo belangrijk zijn als een dividendverhoging.
Het voornaamste risico is eveneens duidelijk. De resultaten blijven gevoelig voor olie- en gasprijzen. De uitzonderlijk sterke kasstroom van het afgelopen kwartaal kreeg bovendien hulp van hogere gerealiseerde prijzen en een werkkapitaalinstroom. Een belegger moet dus niet simpelweg de kasstroom van één sterk kwartaal vier keer vermenigvuldigen.
Toch vind ik ongeveer 10 keer de winst niet veeleisend voor een bedrijf met deze kapitaalteruggave. Shell zou daarom ook na de rally nog op mijn lijst staan.
PE ratio Shell over de jaren:

NN Group: ruim 5% dividend terwijl de kasstroom groeit
NN Group is misschien wel de interessantste pure dividendkeuze van deze drie. Het aandeel sloot op €78,76 en staat daarmee bijna 20% hoger sinds de jaarwisseling. Toch ligt de koers-winstverhouding rond 11,6 en het dividendrendement boven de 5%.
Belangrijker is dat de onderliggende prestaties voorlopig niet verslechteren. De operationele kapitaalgeneratie steeg in de eerste helft van 2026 met 5% naar €1,073 miljard. De vrije kasstroom nam 7% toe naar €922 miljoen en de Solvency II-ratio kwam uit op een comfortabele 224%. Het operationele resultaat steeg ondertussen van €1,443 miljard naar €1,507 miljard.
Daar profiteert het dividend direct van. NN verhoogde het interim-dividend met 12% naar €1,55 per aandeel. De analistenconsensus rekende vóór de halfjaarcijfers voor heel 2026 op ongeveer €4,47 dividend per aandeel.
Tegen een koers van €78,76 zou dat neerkomen op grofweg 5,7%. Dat blijft uiteraard een verwachting en geen garantie.
Bij NN vind ik vooral de verhouding tussen rendement en kwaliteit aantrekkelijk. Een dividend van meer dan 5% is op zichzelf niet bijzonder wanneer de onderneming nauwelijks groeit. Maar NN laat tegelijkertijd groei zien in vrije kasstroom, kapitaalgeneratie en nieuwe activiteiten. De waarde van nieuwe verzekeringsactiviteiten steeg in de eerste jaarhelft bijvoorbeeld met 16%.
Helemaal goedkoop is het aandeel na de rally niet meer. NN staat bijna 30% hoger dan een jaar geleden en een deel van de verbetering is dus al ingeprijsd.
Daarom zou ik dit aandeel eerder gefaseerd kopen dan in één keer. Maar van de drie namen vind ik NN op dit moment waarschijnlijk de aantrekkelijkste combinatie van een hoog dividend, een sterke balans en zichtbare kasstroomgroei.

ING: sterk gestegen, maar de winstgevendheid is óók veranderd
ING is de lastigste keuze in deze lijst. De koers van €30,89 ligt dicht bij de hoogste stand van de afgelopen 52 weken. Het aandeel staat dit jaar bijna 27% hoger en zelfs ongeveer 45% boven het niveau van een jaar geleden.
Met een koers-winstverhouding van ongeveer 13,4 en een dividendrendement rond 3,7% kun je moeilijk beweren dat beleggers ING volledig negeren.
Maar alleen naar de koersstijging kijken mist een belangrijk deel van het verhaal. De winst vóór belasting steeg in het tweede kwartaal met 23% op jaarbasis naar €2,919 miljard. De fee-inkomsten namen met 14% toe, terwijl ING €15,2 miljard aan netto groei van de kernkredietverlening en €15,9 miljard aan netto deposito-instroom realiseerde.
Het opvallendste cijfer vind ik het rendement op het tastbare eigen vermogen. Dat bedroeg in het kwartaal 17%. Tegelijk bleef de CET1-kapitaalratio met 13,1% stevig en kondigde de bank een interim-dividend van €0,40 per aandeel aan.
ING verhoogde bovendien zijn vooruitzichten en verwacht nu een rendement op tastbaar eigen vermogen van meer dan 15% in 2026 en meer dan 16% in 2027.
Dat verandert hoe ik naar een waardering van ongeveer 13 keer de winst kijk. Voor een middelmatige bank zou dat weinig aantrekkelijk zijn. Voor een bank die structureel een rendement op eigen vermogen in de midden-tieners kan behalen, wordt die multiple beter verdedigbaar.
Daar staat tegenover dat ING van deze drie waarschijnlijk het gevoeligst is voor teleurstelling. De koers staat vrijwel tegen zijn jaarrecord en is alleen al in de laatste maand stevig gestegen. Een tegenvaller bij marges, kredietverliezen of renteverwachtingen kan daardoor sneller tot koersdruk leiden.
ING zou ik daarom niet najagen na een sterke beursdag. Bij een normale correctie vind ik de combinatie van winstgevendheid, dividend en aandeleninkoop interessanter.
Wil je al deze inzichten lezen? Neem dan een lidmaatschap op De Belegger. Met de code 'INZICHT' krijg je tijdelijk 50% korting.
Waarom ik na de rally juist naar deze drie kijk
De fout na een forse beursrally is om automatisch te concluderen dat alles duur is geworden. Shell, NN Group en ING zijn allemaal stevig opgelopen, maar hun winsten en kapitaaluitkeringen zijn eveneens sterk.
Shell combineert een waardering van ongeveer 10 keer de winst met enorme aandeleninkopen. NN biedt meer dan 5% dividend en stijgende vrije kasstroom. ING heeft de laagste directe yield, maar ook een rendement op tastbaar eigen vermogen dat in het laatste kwartaal 17% bereikte.
Als ik ze puur voor dividendinkomen zou rangschikken, zou NN Group bovenaan staan. Voor de combinatie van waardering en totale kapitaalteruggave vind ik Shell aantrekkelijker. ING is voor mij de kwaliteitskeuze die ik liever tijdens een terugval zou oppakken dan direct na de recente stijging.
Dat is uiteindelijk ook hoe ik na een zomerrally naar dividendaandelen zou kijken. Niet zoeken naar het aandeel met het grootste percentage naast het woord dividend, maar naar ondernemingen waarbij winst, kasstroom en balans het mogelijk maken dat dividend jarenlang vol te houden.
Een hoge uitkering is mooi. Een groeiende uitkering die daadwerkelijk uit de onderneming wordt verdiend, is veel waardevoller.







































































































































Opmerkingen