top of page

Zo goedkoop is de quantum-ETF van VanEck niet

11 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Quantum Computing UCITS ETF noteerde op 16 oktober op €23,38 in Frankfurt. De officiële portefeuille-P/E van 19,23 oogt verrassend laag voor een fonds rond quantumcomputing. Het probleem is dat een koers-winstverhouding weinig zegt over bedrijven die nog geen winst maken. Pure plays zoals IonQ, D-Wave en Rigetti hebben samen een groot gewicht, maar leveren geen gewone positieve winstbasis aan de verhouding. Daardoor kan de ETF tegelijk goedkoop lijken en toch zeer gevoelig zijn voor verwachtingen.


Dat maakt QUTM geen slecht fonds. Het maakt de waardering alleen minder eenvoudig dan één getal suggereert. De winstgevende halfgeleider- en technologiebedrijven dragen de gerapporteerde winst, terwijl de verlieslatende quantumbedrijven een flink deel van de koersbeweging kunnen veroorzaken. Een belegger koopt daardoor feitelijk twee portefeuilles in één verpakking.



Wat er precies in de ETF zit

De officiële naam is VanEck Quantum Computing UCITS ETF A USD Acc. De ISIN is IE0007Y8Y157. Het fonds is Iers, fysiek gerepliceerd, gebruikt de dollar als basisvaluta en herbelegt dividend. De totale kosten bedragen 0,55% per jaar. Op 2 oktober meldde VanEck een intrinsieke waarde van $29,54 en ongeveer $908 miljoen beheerd vermogen. De portefeuille telde dertig aandelen.


De indexmethodiek reserveert minimaal 20% voor pure quantumspelers. Daarnaast selecteert zij ondernemingen op onder meer quantumgerelateerde patenten. Daardoor bevat de ETF naast IonQ, D-Wave en Rigetti ook grotere bedrijven uit halfgeleiders, apparatuur en brede technologie. Dat spreidt het bedrijfsrisico, maar maakt de naam van het fonds breder dan alleen makers van quantumcomputers.



Per eind september woog IonQ 9,12%, D-Wave 7,54% en Rigetti 5,97%. Samen zijn deze drie verlieslatende pure plays goed voor ongeveer 22,6%. De tien grootste posities vormden 51,75% van het fonds. Largecaps maakten 63,5% uit. QUTM is dus geen mandje van alleen vroege startups, maar evenmin een volledig gespreide wereld-ETF.


In onze eerdere uitleg over IonQ, D-Wave, Rigetti en QUBT staat waarom technologische voortgang niet automatisch omzet of winst betekent. Een systeem kan technisch meer qubits of een betere foutcorrectie tonen, terwijl klanten nog experimenteren en contracten klein blijven.


Waarom 19,23 keer winst misleidend kan zijn

Een P/E deelt de marktwaarde door de positieve winst. Voor een verlieslatend bedrijf bestaat geen bruikbare positieve P/E. Dat bedrijf wordt in veel portefeuilleberekeningen anders behandeld of valt uit de winstnoemer. De precieze methode verschilt per dataprovider, maar het economische probleem blijft hetzelfde: de koerswaarde telt wel mee, de negatieve winst niet op dezelfde manier.


Een eenvoudig rekenvoorbeeld laat dat zien. Stel dat 75% van een portefeuille tegen twintig keer winst noteert en 25% verlieslatend is. De portefeuille kan dan een P/E in de buurt van twintig tonen, terwijl een kwart van het geld helemaal geen positieve winst ondersteunt. De waardering van die verlieslatende kwart rust op toekomstige omzet, marges en financiering.



De rendementsbrug laat zien waarom het gewicht van pure plays zo belangrijk is. Wanneer die aandelen 60% dalen, kan een stijging van volwassen technologiebedrijven de schade maar gedeeltelijk opvangen. In het gunstige scenario werkt hetzelfde andersom: een sterke koerssprong bij de pure plays trekt de hele ETF mee. De jaarlijkse kosten van 0,55% zijn klein naast zulke bewegingen, maar lopen wel ieder jaar door.


Dit vraagt om twee aparte controles. Voor winstgevende posities zijn winstgroei en de eindmultiple relevant. Voor verlieslatende bedrijven zijn omzetgroei, kasverbruik, financiering en verwatering belangrijker. Wie beide groepen met één P/E beoordeelt, mist precies het risico dat het thema zo beweeglijk maakt.


Het verdienmodel moet nog ontstaan

Quantumcomputers zijn bedoeld voor berekeningen waarbij klassieke computers op grenzen stuiten. Denk aan materiaalonderzoek, optimalisatie en bepaalde simulaties. Klanten betalen nu vooral voor toegang tot hardware via de cloud, onderzoeksprojecten, advies en vroege contracten. Dat is echte omzet, maar vaak nog klein vergeleken met de beurswaarde van pure plays.


Daar ligt een grote kans. Als bruikbare toepassingen sneller ontstaan, kunnen de huidige aanbieders waardevolle intellectuele eigendom, klantenrelaties en rekenplatforms bezitten. Een succesvolle doorbraak hoeft niet bij ieder bedrijf tegelijk plaats te vinden. Juist daarom is een ETF aantrekkelijker dan één aandeel: een mislukking weegt niet voor 100%.


De sterkste tegenwerping is dat spreiding over dertig namen de waardering van het thema niet wegneemt. Meerdere pure plays kunnen tegelijk nieuw kapitaal nodig hebben. Als zij aandelen uitgeven, wordt dezelfde toekomstige onderneming over meer stukken verdeeld. Bij volwassen leveranciers kan de quantumomzet bovendien te klein blijven om het totale bedrijfsresultaat zichtbaar te veranderen.


De analyse over AI-gebruik en productiviteit in Nederland laat een nuttige parallel zien. Technologische beschikbaarheid en economisch rendement vallen niet automatisch samen. Adoptie, integratie en aantoonbare productiviteit bepalen uiteindelijk hoeveel een klant wil betalen. Voor quantumcomputing ligt die bewijsfase nog eerder.


Wat de huidige prijs vraagt

De ETF sloot op 16 oktober op €23,38 op Xetra. De ticker verschilt per beurs en dataleverancier; VanEck gebruikt QNTM als hoofdnaam, terwijl de Duitse handelslijn in sommige marktfeeds als QUTM verschijnt. Voor de analyse is daarom de ISIN IE0007Y8Y157 leidend. De aandelenklasse is accumulerend en niet expliciet naar euro afgedekt.



De reverse valuation gebruikt de officiële P/E van 19,23 als eerste winstproxy en past daarna een correctie toe voor het deel dat geen gewone positieve winstbasis heeft. Bij 9% gewenst jaarlijks rendement, een eind-P/E van 24 en een correctie van 22% is ongeveer 16% jaarlijkse groei van de gecorrigeerde winstproxy nodig tot 2029. Dit is nadrukkelijk een model, omdat ETF-portefeuillewinsten niet één-op-één als winst per fondsdeel worden gerapporteerd.


De uitkomst is vooral nuttig als gevoeligheidsanalyse. Verhoog de correctie voor verliesmakers en de benodigde groei loopt snel op. Verlaag de eindmultiple en hetzelfde gebeurt. Dat is de economische werkelijkheid achter het lage headline-getal: de winstgevende posities moeten groeien, terwijl verliesmakers hun belofte in omzet en uiteindelijk marge moeten omzetten.



Het middenpad loopt van €24,50 in 2027 naar €30 in 2029. Daarin boeken pure plays commerciële vooruitgang, maar blijven waarderingen selectief en leveren volwassen technologiebedrijven stabiele winst. Het bearpad veronderstelt nieuwe kapitaalrondes, tegenvallende contractomzet en een lagere risicobereidheid. Het gunstige pad vraagt om aantoonbare technische doorbraken, grotere betalende opdrachten en minder afhankelijkheid van aandelenuitgifte.


Omdat de ETF accumulateert, wordt dividend van winstgevende posities binnen het fonds herbelegd. Het koerspad benadert daardoor het totaalrendement vóór persoonlijke belasting. Een eurobelegger houdt wel dollarrisico. Een zwakkere dollar kan een deel van het onderliggende rendement uitwissen en een sterkere dollar kan het versterken.


De conclusie is dat QUTM een bruikbare, maar niet goedkope verzekering op een quantumdoorbraak is. De ETF beperkt het risico dat één leverancier faalt, maar de officiële P/E vangt de economische last van verliesmakers onvoldoende in één getal. Voor een gunstiger oordeel is niet alleen een nieuwe technische mijlpaal nodig. Doorslaggevend zijn grotere, terugkerende klantbetalingen, een dalend kasverbruik per omzetdollar en minder verwatering bij de pure plays.


De Belegger volgt de portefeuille en de grootste pure plays na nieuwe cijfers opnieuw. Leden krijgen dan de bijgewerkte holdings, waardering en scenario's.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page