Zelfs 235 miljard dollar inkoop maakt Nvidia nauwelijks kleiner
In het kort
NVIDIA verhoogde op 28 september zijn inkoopmachtiging met $150 miljard. Samen met de resterende ruimte kan het bedrijf tot ongeveer $235 miljard aan eigen aandelen terugkopen tot en met boekjaar 2028. Dat bedrag klinkt enorm, maar is minder dan 5% van de beurswaarde rond $5,3 biljoen. Aandeleninkoop creëert alleen waarde wanneer de koopprijs redelijk is en er na aandelenbeloning daadwerkelijk minder stukken overblijven.
NVIDIA verdient inmiddels zoveel geld dat kapitaalallocatie een zelfstandig onderdeel van de beleggingsanalyse wordt. De vraag is niet alleen hoeveel chips het bedrijf verkoopt, maar ook wat het met de kasstroom doet. De nieuwe inkoopmachtiging geeft het bestuur veel ruimte. Zij verplicht NVIDIA niet om het volledige bedrag uit te geven en zegt ook niets over de gemiddelde aankoopprijs.
Dat maakt dit een lastige afweging. Het bedrijf groeit uitzonderlijk hard. Bij de cijfers van 26 augustus steeg de kwartaalomzet naar $96,2 miljard, 106% meer dan een jaar eerder. De brutomarge was 75%. Voor het derde kwartaal verwachtte NVIDIA $108 miljard omzet, zonder omzet uit datacenterrekenchips in China mee te nemen. Tegelijk is de huidige beurswaarde zo groot dat zelfs $235 miljard geen radicale vermindering van het aantal aandelen garandeert.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Inkoop is geen dividend met een ander etiket
Bij een dividend krijgt iedere aandeelhouder contant geld. Bij aandeleninkoop verkoopt slechts een deel van de aandeelhouders. Wie blijft zitten, bezit na intrekking een groter percentage van dezelfde onderneming. Dat is gunstig wanneer NVIDIA onder zijn intrinsieke waarde koopt. Betaalt het bedrijf te veel, dan gaat kasgeld naar verkopers terwijl blijvende aandeelhouders weinig extra economische waarde krijgen.
Het effect wordt ook beperkt door aandelenbeloning. NVIDIA betaalt medewerkers deels in aandelen. Dat is een echte economische kostenpost, ook wanneer zij in aangepaste winstcijfers wordt teruggeteld. Nieuwe stukken kunnen een deel van de ingekochte aandelen vervangen. Een onderneming kan dus miljarden inkopen en toch nauwelijks minder verwaterde aandelen rapporteren.
De datacenteractiviteit draagt veruit het grootste deel van de omzet. Dat geeft NVIDIA schaal en marge, maar maakt de kapitaalallocatie ook afhankelijk van één uitzonderlijke cyclus. Zolang cloudbedrijven en AI-ontwikkelaars steeds meer rekenkracht bestellen, blijft de kasstroom sterk. Wanneer bestellingen vertragen, kan de inkoopmachtiging blijven bestaan terwijl de jaarlijkse vrije kasstroom lager wordt.
Het rekenvoorbeeld hieronder maakt de verhouding zichtbaar. Bij $235 miljard inkoop en een gemiddelde koers van $220 kan NVIDIA ongeveer 1,07 miljard aandelen kopen. Als aandelenbeloning over twee jaar samen $28 miljard bedraagt en tegen dezelfde koers wordt uitgegeven, komen circa 127 miljoen nieuwe stukken terug. Netto worden dan ongeveer 941 miljoen aandelen ingetrokken. Dat is veel, maar op een basis van ruim 24 miljard aandelen ongeveer 4%.
Dit voorbeeld vereenvoudigt de werkelijkheid. Aandelenbeloning wordt niet één op één tegen de beurskoers uitgegeven en NVIDIA kan de machtiging verspreid gebruiken. Het laat wel zien waarom het brutobedrag niet hetzelfde is als de netto vermindering. Ook overnames, belastingen en schuldfinanciering kunnen de kas beïnvloeden.
In onze eerdere analyse van NVIDIA's hoge marge stond productmix centraal. De marge van 75% is sterk, maar zij moet telkens opnieuw worden verdiend met betere prestaties en een software-ecosysteem dat klanten bindt. Een hoge marge verhoogt de kas voor inkoop. Zij is geen garantie dat elke teruggekochte dollar goedkoop wordt besteed.
Waarom de prijs belangrijker is dan het bedrag
Bij $217,23 en ongeveer 24,6 miljard verwaterde aandelen ligt de marktwaarde rond $5,34 biljoen. $235 miljard is dan ongeveer 4,4% daarvan. Zou NVIDIA het hele bedrag gemiddeld 25% hoger besteden, dan koopt het minder aandelen. Daalt de koers 25%, dan neemt de inkoopkracht juist toe. Een flexibel bestuur kan daarom waarde toevoegen door niet mechanisch te kopen.
Daar staat een andere reden voor inkoop tegenover. Een stabiel programma kan aandelenbeloning neutraliseren en voorkomen dat de winst per aandeel achterblijft bij de nettowinst. Dat is nuttig, maar niet gratis. De kas had ook als buffer kunnen blijven staan, in onderzoek kunnen worden geïnvesteerd of voor een overname kunnen worden gebruikt. De juiste vergelijking is dus niet inkoop versus niets, maar inkoop versus de beste alternatieve besteding.
NVIDIA gaf in het tweede kwartaal ook $25 miljard nieuwe schuld uit. Schuld kan efficiënt zijn wanneer de rente lager ligt dan het verwachte rendement op de activiteiten. Zij maakt een inkoopprogramma wel minder vanzelfsprekend. Als een bedrijf tegelijk schuld aantrekt en dure aandelen koopt, moet duidelijk zijn waarom dat per aandeel waarde creëert.
Het artikel over complete AI-racks helpt om de operationele kant te begrijpen. Meer systeemomzet kan de totale winst verhogen en tegelijk een andere marge hebben dan losse accelerators. Voor de inkoopanalyse telt uiteindelijk de vrije kasstroom na voorraad, leveranciersverplichtingen, belasting en investeringen, niet alleen de gerapporteerde omzetgroei.
Wat moet $217,23 waarmaken?
De winst per aandeel uit de laatste vier gerapporteerde kwartalen wordt door de snelle groei snel oud. Daarom is een reverse valuation nuttiger dan één statische koers-winstverhouding. Bij een gewenst rendement van 10% en een eindmultiple van 28 keer winst moet NVIDIA in 2029 ongeveer $10,33 winst per aandeel verdienen. Bij ruim 24 miljard aandelen komt dat neer op ongeveer $250 miljard nettowinst.
Dat lijkt extreem, maar de huidige omzet en marge zijn ook extreem. In het tweede kwartaal lag de GAAP-winst per aandeel al op $2,46. Vier identieke kwartalen zouden bijna $9,84 opleveren, al is zo'n vermenigvuldiging geen prognose. De echte vraag is of omzetgroei, brutomarge en aandelenbasis samen gunstig blijven. Wanneer de groei afremt en de multiple daalt, helpt inkoop slechts beperkt.
Het sterkste tegenargument tegen voorzichtigheid is dat NVIDIA een platform verkoopt, geen losse chip. CUDA, netwerken, systemen en software maken overstappen kostbaar. De vraag naar rekenkracht kan bovendien langer hoog blijven dan traditionele halfgeleidercycli. In dat scenario groeit de winst sneller dan het aantal aandelen daalt en blijkt een gemiddelde inkoopprijs van rond de huidige koers redelijk.
Het risico is dat klanten eigen chips ontwikkelen, financiering van datacenters duurder wordt of de brutomarge normaliseert. NVIDIA kan dan nog steeds een uitstekend bedrijf zijn, terwijl het aandeel tijdelijk veel lager wordt gewaardeerd. Inkoop op een hoge top vergroot dat verschil.
Drie koerspaden voor 2027, 2028 en 2029
In het bearscenario koelt AI-capex af, daalt de brutomarge en krimpt de multiple. Het model geeft $170 in 2027, $155 in 2028 en $175 in 2029. In het middenpad groeit de winst per aandeel door meer systemen, software en beperkte netto inkoop. Dat leidt tot $245, $290 en $340. In het gunstige pad blijft NVIDIA de dominante platformleverancier, groeit de vrije kasstroom sterk en blijkt de inkoopprijs achteraf aantrekkelijk. Dan volgen $290, $380 en $500.
Mijn oordeel is dat de nieuwe machtiging ondersteunend is, maar geen hoofdreden om het aandeel te kopen. De waardering wordt bepaald door toekomstige winst en kasstroom. Inkoop kan die waarde over minder stukken verdelen, maar verandert geen matige investering in een goede.
Ik zou positiever worden wanneer de verwaterde aandelenbasis aantoonbaar daalt terwijl de netto kaspositie sterk blijft en onderzoek niet wordt afgeremd. Het bewijs dat mij voorzichtiger zou maken is het omgekeerde: veel brutobesteding aan inkoop, weinig netto daling van het aantal aandelen en oplopende schuld. Dan koopt NVIDIA vooral verwachtingen terug, niet noodzakelijk waarde.
Peildatum koers: 15 oktober 2026, 20.44 UTC, Nasdaq, USD. De koers van $217,23 is een vertraagde momentopname. Geraadpleegd: NVIDIA over de inkoopmachtiging, NVIDIA Q2 boekjaar 2027 en CFO-commentaar.






































































































































Opmerkingen