TSMC bouwt bijna twintig fabrieken die vol moeten blijven
In het kort
TSMC heeft niet langer vooral een vraagprobleem om op te lossen. De vraag naar de modernste chips is sterk genoeg om het investeringsbudget voor 2026 op te trekken naar $60 tot $64 miljard. De lastige vraag is nu of bijna twintig fabrieken in aanbouw snel genoeg volstromen zonder dat kosten, afschrijvingen en buitenlandse productie de marge aantasten. Bij een ADR-koers van $422,25 op 15 oktober verwacht de markt geen gewone groei, maar jaren van hoge bezetting en winstgroei per aandeel.
TSMC staat midden in een uitzonderlijke investeringsgolf. Dat is logisch. Ontwerpers van AI-chips kunnen hun producten niet verkopen zonder de geavanceerde productielijnen van het Taiwanese bedrijf. Toch is een orderboek niet hetzelfde als vrije kasstroom. Een fabriek kost miljarden voordat de eerste bruikbare wafer wordt geleverd, terwijl personeel, energie en afschrijving al beginnen te drukken. Daarom is de bouwsnelheid niet alleen een teken van vertrouwen, maar ook de grootste nieuwe uitvoeringstest.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Waarom klanten voor TSMC betalen
TSMC verdient aan de productie van chips die door klanten zoals NVIDIA, AMD en Apple worden ontworpen. De klant koopt geen simpele fabriekscapaciteit. Hij koopt een combinatie van kleine transistoren, hoge opbrengst per wafer en een betrouwbaar productieproces. Opbrengst betekent hier hoeveel goede chips uit één wafer komen. Een proces met een hogere opbrengst kan voor de klant goedkoper zijn, ook wanneer TSMC per wafer meer rekent.
Die positie wordt sterker naarmate chips ingewikkelder worden. Het ontwerp moet passen bij TSMC's productieproces, verpakking en ontwerpsoftware. Overstappen is mogelijk, maar kost tijd en brengt risico mee. Een vertraging van enkele maanden kan voor een AI-chipontwerper veel duurder zijn dan een hogere productiefactuur. Dat verklaart waarom de brutomarge in het derde kwartaal 66,4% bereikte en de operationele marge 58,7%.
Bij de resultaten over het derde kwartaal meldde TSMC een omzet van $46,72 miljard. Voor het vierde kwartaal verwacht het bedrijf $52,3 tot $54,3 miljard omzet, met een brutomarge van 65% tot 67%. Dat is een opmerkelijke combinatie van groei en winstgevendheid. De centrale vraag is niet of AI nu omzet oplevert, maar hoe lang deze uitzonderlijke economie overeind blijft.
De sprong van één fabriek naar bijna twintig
CEO C.C. Wei zei tijdens de toelichting dat TSMC wereldwijd bijna twintig fabrieken bouwt. Tegelijk is de massaproductie met het N2-proces, de volgende generatie op twee nanometer, sinds het vierde kwartaal van 2025 onderweg met een goede opbrengst. Het investeringsbudget voor 2026 werd in juli verhoogd van $52 tot $56 miljard naar $60 tot $64 miljard.
Dat geld gaat niet alleen naar de nieuwste machines. TSMC bouwt ook infrastructuur, koopt grond, leidt mensen op en breidt geavanceerde verpakking uit. Ongeveer 10% tot 20% van het investeringsbudget gaat volgens het bedrijf naar geavanceerde verpakking, testen en andere activiteiten buiten de waferfabriek. Juist daar ontstonden de afgelopen jaren knelpunten voor AI-systemen.
Er ligt een grote kans. Als de vraag naar AI-rekenkracht nog jaren sneller groeit dan het aanbod, kan TSMC zijn nieuwe lijnen met aantrekkelijke prijzen vullen. De vaste kosten worden dan over meer wafers verdeeld en winst kan sneller stijgen dan omzet. Maar hetzelfde mechanisme werkt andersom. Een nieuwe fabriek die maar voor 70% wordt gebruikt, draagt bijna dezelfde afschrijving als een volle fabriek en levert minder omzet op.
Het rekenvoorbeeld laat zien waarom omzetgroei alleen niet genoeg is. Bij een hoge nettomarge kan veel winst overblijven, maar capex is een echte kasuitgave. Bovendien komt een deel van de opbrengst pas jaren later. Beleggers moeten daarom zowel naar gerapporteerde winst als naar vrije kasstroom kijken.
Buiten Taiwan wordt duurder
De spreiding naar de Verenigde Staten, Japan en Europa verkleint geopolitiek risico voor klanten. Zij willen productie dichter bij huis en overheden betalen mee. Toch is buitenlandse productie voorlopig duurder. Personeel, bouw en toelevering kosten meer, terwijl nieuwe teams ervaring moeten opbouwen. Subsidies verzachten de rekening, maar veranderen de onderliggende kostenstructuur niet volledig.
Dat maakt dit een lastige afweging. Meer geografische spreiding kan de waarde van TSMC als strategische leverancier verhogen, zelfs wanneer de marge per wafer iets daalt. Een klant kan bereid zijn extra te betalen voor leveringszekerheid. Het bewijs moet nog komen uit de feitelijke bezetting en marges van de buitenlandse fabrieken, niet uit aangekondigde capaciteit.
Wie de bredere gevoeligheid van de chipketen wil begrijpen, vindt in waarom chipdalingen zoveel zeggen over ASML en TSMC de koppeling tussen vraagverwachtingen en leveranciers. De nieuwe situatie is dat TSMC zelf op veel meer locaties tegelijk moet uitvoeren.
Wat de koers al veronderstelt
De ADR sloot op 15 oktober op $422,25 aan de New York Stock Exchange. Eén Amerikaanse depositary receipt vertegenwoordigt vijf gewone aandelen. Voor de waardering kijken we naar winst per ADR, zodat koers en winstbasis in dezelfde eenheid blijven.
Bij 10% gewenst jaarlijks rendement en een waardering van 25 keer winst is in 2029 ongeveer $22,48 winst per ADR nodig. Dat is geen voorspelling, maar de prestatie die de prijs in dit rekenvoorbeeld vraagt. Een hogere eindmultiple verlaagt de benodigde winst, maar verplaatst een groter deel van het rendement naar marktsentiment. Een lagere multiple vraagt juist meer operationele winst.
Het gunstige argument is sterk. TSMC is moeilijk te vervangen, N2 is in productie en de vraag naar AI-infrastructuur wordt door meerdere grote klanten gedragen. Het tegenargument is eveneens serieus. Bij $60 tot $64 miljard jaarlijkse investeringen kan zelfs een beperkte vertraging in bezetting de vrije kasstroom zichtbaar raken. Daarnaast blijven exportbeperkingen, energievoorziening en geopolitiek risico relevant.
In het middenpad loopt de koers van $470 in 2027 naar $600 in 2029. Dat veronderstelt dat omzet en winst per aandeel stevig blijven groeien, terwijl de multiple geleidelijk normaliseert. Het bearpad neemt een tijdelijke overcapaciteit, margedruk en lagere waardering aan. Het gunstige pad vereist dat AI-vraag langer uitzonderlijk blijft en N2 plus geavanceerde verpakking een hoge prijs houden.
De conclusie is daarom niet dat TSMC te veel bouwt. Het bedrijf heeft goede redenen om capaciteit toe te voegen. Wel is de marge voor vertraging kleiner geworden. Het bewijs dat opnieuw tot een gunstiger oordeel zou leiden, is een reeks kwartalen waarin buitenlandse fabrieken snel vullen, de brutomarge boven 60% blijft en vrije kasstroom na capex duidelijk groeit. Zakt de bezetting of moet het investeringsbudget opnieuw sneller omhoog dan omzet, dan wordt dezelfde schaal juist een risico.
De Belegger volgt deze ontwikkeling na de volgende kwartaalcijfers opnieuw. Leden krijgen dan de bijgewerkte waardering, scenario's en financiële doorrekening.






































































































































Opmerkingen