Vergeet de klassieke S&P 500 in 2026: analisten zien een betere optie
- Mika Beumer

- 3 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort
Goldman Sachs verwacht dat de gelijkgewogen S&P 500 dit jaar beter kan presteren dan de traditionele, door megacaps gedomineerde index
Beleggers maken zich steeds meer zorgen over de enorme AI-investeringen van de Magnificent 7
Waarde-aandelen en cyclische sectoren lijken terrein terug te winnen na jaren van dominantie door groeiaandelen
De Amerikaanse aandelenmarkt staat op een interessant kantelpunt. Jarenlang was het simpel. Beleggers hoefden eigenlijk alleen maar in grote technologiebedrijven te zitten om de markt te verslaan. De zogenoemde Magnificent 7 trokken vrijwel alle aandacht en zorgden voor het grootste deel van het rendement binnen de S&P 500. Maar volgens Goldman Sachs kan dat beeld in 2026 weleens veranderen. De bank ziet juist meer potentie in de gelijkgewogen versie van de S&P 500 dan in de traditionele index waarin de grootste bedrijven het zwaarst meetellen.
Waarom de gelijkgewogen S&P 500 nu aantrekkelijker oogt
De klassieke S&P 500 is marktkapitalisatie gewogen. Dat betekent dat bedrijven als Apple, Microsoft en Nvidia een enorme invloed hebben op het totale rendement. Wanneer deze megacaps stijgen, stijgt de index snel. Maar wanneer ze tegenvallen, drukt dat direct zwaar op de prestaties.
De gelijkgewogen S&P 500 werkt anders. In die index weegt elk bedrijf even zwaar, ongeacht de grootte. Daardoor krijgen middelgrote en kleinere bedrijven binnen de index relatief meer invloed. Juist dat lijkt nu in het voordeel te werken van beleggers die breder willen spreiden.
De gelijkgewogen S&P 500 presteert beter dan de klassieke S&P 500

Dit jaar is dat verschil al zichtbaar. De gelijkgewogen S&P 500 staat bijna 6 procent in de plus, terwijl de reguliere S&P 500 vrijwel vlak noteert. De ETF die specifiek inzet op de Magnificent 7 staat zelfs meer dan 7 procent lager. Dat verschil is opvallend en laat zien dat de markt niet langer volledig wordt gedragen door een handvol techreuzen.
Volgens Goldman Sachs speelt sentiment daarbij een grote rol. Beleggers maken zich steeds meer zorgen over de enorme uitgaven aan kunstmatige intelligentie door de grootste technologiebedrijven. Vooral het feit dat sommige bedrijven schulden aangaan om die investeringen te financieren zorgt voor extra onzekerheid. Waar AI eerst vooral werd gezien als een groeimotor, kijken beleggers nu kritischer naar de kosten en het rendement op die investeringen.
Daarnaast is de positionering in de Magnificent 7 volgens Goldman historisch hoog. Dat betekent dat veel beleggers al zwaar in deze aandelen zitten. Nieuwe kopers hebben daardoor minder ruimte om nog extra kapitaal toe te voegen. Wanneer de instroom opdroogt, wordt het lastiger om de koersen verder omhoog te duwen.
Van groeidominantie naar bredere marktrotatie
De afgelopen tien jaar draaide alles om groei. Technologiebedrijven met sterke digitale verdedigingsmuren en hoge marges kregen torenhoge waarderingen. Softwarebedrijven zoals Adobe, Salesforce en ServiceNow werden gezien als bijna onaantastbaar door hun terugkerende inkomsten en hoge overstapdrempels voor klanten.
Maar in 2026 zien we een duidelijke verschuiving. De markt stelt zich kritischer op tegenover groeiverhalen. De snelle opkomst en commoditisering van AI roept vragen op over de houdbaarheid van digitale concurrentievoordelen. Beleggers vragen zich af of bestaande bedrijfsmodellen bestand zijn tegen snelle technologische veranderingen.
De CapEx guidance van grote techbedrijven voor 2026, beleggers lijken zich hier zorgen om te maken

Zelfs binnen de Magnificent 7 zijn de verschillen groot. Nvidia blijft sterk presteren dankzij de aanhoudende vraag naar chips. Alphabet heeft zich herpakt met AI-integratie. Maar andere namen hebben het moeilijker, mede door hoge investeringen en onzekerheid over toekomstige marges.
Sinds Juli 2024 zijn er maar 3 aandelen uit de Mag 7 die duidelijk beter presteren dan een S&P 500 ETF zoals SPY

Tegelijkertijd zien we dat sectoren zoals industrie, financiële dienstverlening en consumentgerichte bedrijven profiteren van economisch optimisme. Wanneer de economische groei versnelt, hebben deze bedrijven daar direct voordeel van. Dat zorgt voor een bredere marktrotatie waarbij niet alleen technologie, maar ook traditionele sectoren weer in trek raken.
De comeback van waardeaandelen
Wat misschien nog opvallender is, is de terugkeer van waardeaandelen. Jarenlang werden deze bedrijven gezien als saai en weinig innovatief. Ze noteerden lagere waarderingen omdat beleggers hun groeipotentieel beperkt vonden. Maar juist die lagere waarderingen blijken nu aantrekkelijk.
Historisch gezien hebben waardeaandelen gemiddeld beter gepresteerd dan groeiaandelen over lange perioden. Sinds 1927 hebben waardeaandelen in de Verenigde Staten gemiddeld 4,4 procent per jaar beter gepresteerd dan groeiaandelen. Dat is een trend die veel beleggers de afgelopen tien jaar nauwelijks hebben ervaren, omdat technologie de markt domineerde.
Opvallend genoeg heeft een brede waarde-index de afgelopen vijf jaar zelfs beter gepresteerd dan een groeigerichte index, en dat met minder volatiliteit. Dat wijst op een mogelijke normalisatie na een uitzonderlijk lange periode waarin groeiaandelen de toon zetten.
De ironie is duidelijk. Waar technologiebedrijven ooit profiteerden van hun digitale schaarste, zijn het nu juist grondstoffen, industrie en energie die als schaarse activa worden gezien. In een wereld waarin economische groei aantrekt en fysieke infrastructuur belangrijker wordt, krijgen deze sectoren meer waardering.
Goldman Sachs verwacht dan ook dat de gelijkgewogen S&P 500 dit jaar de grote winnaar kan worden. Niet omdat technologie volledig uit de gratie raakt, maar omdat de markt breder gedragen wordt. Wanneer meer sectoren bijdragen aan het rendement, ontstaat een gezondere en minder geconcentreerde marktstructuur.
Voor beleggers betekent dit dat het tijdperk waarin alleen de Magnificent 7 voldoende was om de markt te verslaan mogelijk achter ons ligt. Spreiding, waardering en sectorrotatie lijken in 2026 weer een grotere rol te spelen. En juist in dat nieuwe speelveld ziet Goldman meer potentie dan in de oude vertrouwde megacap dominantie.
Advertorial
Voor beleggers die inspelen op deze bredere marktrotatie en vaker internationaal spreiden, spelen transactiekosten en valutamarges een steeds grotere rol. Wie rendement wil optimaliseren in een omgeving waarin spreiding belangrijker wordt dan concentratie in enkele megacaps, doet er goed aan kritisch te kijken naar de brokerkeuze.
MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er betrouwbaar en tegen lage tarieven, met slechts 0,005% valutakosten tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Dankzij die combinatie van lage kosten en brede marktoegang wordt MEXEM door kenners vaak gezien als de meest complete broker van dit moment.




































































































































