top of page

Nederlanders houden €10.000 extra spaargeld aan: wat 20 jaar niet beleggen kan kosten

In het kort:

  • 42% van de Nederlanders sluit beleggen volledig uit, het hoogste percentage van de onderzochte Europese landen.

  • Nederlandse huishoudens hebben gemiddeld circa €10.000 meer op bankrekeningen staan dan huishoudens elders in de eurozone.

  • In een voorzichtig rekenscenario kan twintig jaar niet beleggen op €10.000 ongeveer €13.700 aan vermogensgroei schelen.


Nederlanders zijn uitstekende spaarders, maar opvallend terughoudende beleggers. Nieuw onderzoek van ING en Ipsos laat zien dat 42% van de Nederlanders beleggen volledig uitsluit. In andere onderzochte Europese landen ligt dat percentage rond de 30%.


Die voorzichtigheid is zichtbaar op de balans van huishoudens. Nederlanders hebben gemiddeld ongeveer €10.000 meer op bankrekeningen staan dan huishoudens in andere eurolanden. Tegelijkertijd bedraagt de gemiddelde portefeuille met aandelen, beleggingsfondsen en ETF’s hier circa €25.000, tegenover €43.000 in de onderzochte eurolanden.


De relevante vraag is niet of sparen of beleggen altijd beter is. Spaargeld en beleggingen vervullen verschillende functies. De kostbare fout ontstaat wanneer geld dat twintig jaar kan worden gemist dezelfde behandeling krijgt als de financiële buffer voor een kapotte auto of onverwachte energierekening.


Nederland is Europees spaarkampioen

Nederlandse huishoudens spaarden in 2025 ruim 6% van hun inkomen. Dat was meer dan twee procentpunt boven het gemiddelde uit de tien jaar vóór de coronapandemie.


Volgens ING bestaat slechts 24% van het vrij belegbare vermogen van Nederlandse huishoudens uit liquide beleggingen. In de rest van de onderzochte eurozone is dat gemiddeld 38%. Banktegoeden vertegenwoordigden in 2025 nog 76% van het Nederlandse liquide financiële vermogen.


Cijfers van De Nederlandsche Bank bevestigen die verhouding. Eind 2025 stond €528,6 miljard op spaarrekeningen bij Nederlandse banken en nog eens €109 miljard op betaalrekeningen. Het directe effectenbezit van huishoudens, bestaande uit beursgenoteerde aandelen, fondsen en obligaties, bedroeg €204,3 miljard.


Pensioenvermogen, woningen en belangen in eigen ondernemingen vallen buiten deze vergelijking. Nederlanders bouwen dus wel degelijk veel vermogen op, maar doen dat relatief weinig rechtstreeks via de beurs.

Inflatie maakt stilstaand geld minder veilig dan het lijkt

Spaargeld schommelt niet dagelijks in waarde. Dat geeft rust en zekerheid. Toch kan de koopkracht ervan ongemerkt dalen.


De Nederlandse inflatie bedroeg in augustus 3,3%. Een vrij opneembare spaarrekening bij een grote Nederlandse bank levert momenteel bijvoorbeeld 1,25% rente op. Wanneer beide percentages een jaar gelijk zouden blijven, groeit €10.000 spaargeld naar €10.125, maar stijgen de prijzen naar verhouding sneller.


Na correctie voor 3,3% inflatie resteert in dit voorbeeld ongeveer €9.802 aan koopkracht. Het nominale saldo is hoger, maar de spaarder kan er circa €198 minder voor kopen. Dit is slechts een momentopname: zowel inflatie als spaarrente kan snel veranderen.


Juist dat verschil maakt de Nederlandse spaarreflex financieel relevant. De zichtbare koersschommelingen van aandelen voelen riskant, terwijl het koopkrachtverlies van cash nauwelijks opvalt op een bankafschrift.


Wat €10.000 na twintig jaar kan worden

Neem €10.000 dat niet nodig is voor noodgevallen of uitgaven op korte termijn. Bij een constant spaarrendement van 1,25% groeit dat bedrag in twintig jaar naar ongeveer €12.820.

Bij een gemiddeld beleggingsrendement van 5% per jaar zou hetzelfde bedrag uitkomen op circa €26.530. Het verschil bedraagt ongeveer €13.710.


Dat is geen rendementsvoorspelling. De berekening houdt geen rekening met kosten, belasting, inflatie of wisselkoersen. Ook zal een werkelijk beursrendement nooit ieder jaar netjes 5% bedragen. Sommige jaren leveren forse winst op, andere jaren zwaar verlies.


De rekensom toont vooral hoe sterk een relatief bescheiden jaarlijks rendementsverschil doorwerkt wanneer rendement steeds opnieuw wordt geïnvesteerd. Niet de perfecte aankoopdag, maar de lange looptijd wordt dan de belangrijkste vermogensmotor.


Ook periodiek beleggen maakt dat effect zichtbaar. Een maandelijkse inleg van €100 groeit bij hetzelfde illustratieve rendement van 5% in twintig jaar tot ongeveer €40.580. Daarvan bestaat €24.000 uit eigen stortingen en ruim €16.500 uit berekend rendement. Opnieuw geldt dat de werkelijke uitkomst aanzienlijk hoger of lager kan zijn.

Een wereld-ETF is geen spaarrekening

De angst van veel Nederlanders is niet volledig onterecht. Van de ondervraagden ziet 44% beleggen als gokken en zegt 39% onvoldoende kennis te hebben. Een derde verwacht geneigd te zijn te verkopen wanneer een belegging stevig daalt.


Dat laatste is een reëel risico. De MSCI World-index spreidt momenteel over bijna 1.300 grote en middelgrote bedrijven uit ontwikkelde landen, maar kende tijdens de financiële crisis alsnog een maximale daling van bijna 58%. Iemand die €10.000 vlak voor zo’n neergang had belegd, kon de waarde tijdelijk tot ongeveer €4.200 zien zakken.


Daarom hoort geld dat op korte termijn nodig is niet volledig in aandelen thuis. Een brede ETF vermindert het risico van één mislukt bedrijf, maar beschermt niet tegen een wereldwijde beursdaling. Spreiding voorkomt evenmin dat beleggers jarenlang op herstel moeten wachten.


De beleggingshorizon bepaalt daardoor meer dan de actuele beurskoers. Voor een uitgave over twee jaar kan een spaarrekening logisch zijn. Voor vermogen dat twintig jaar kan blijven staan, wordt juist het gemiste samengestelde rendement een steeds groter risico.


De echte keuze begint bij de buffer

De tegenstelling tussen sparen en beleggen is vaak te scherp. Voor veel huishoudens is een combinatie rationeler.


Een financiële buffer voorkomt dat aandelen tijdens een beursdaling gedwongen moeten worden verkocht. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt af van inkomen, vaste lasten, baanzekerheid, gezinssituatie en verwachte uitgaven. Pas het bedrag boven die buffer komt in aanmerking voor langetermijnbeleggingen.


Daar ligt ook de zwakke plek in de Nederlandse vermogensopbouw. Niet iedereen met veel spaargeld houdt bewust een ruime buffer aan. Soms blijft geld jarenlang staan uit gewoonte, onzekerheid of de gedachte dat beleggen om het juiste instapmoment draait.


Het nieuwe onderzoek suggereert dat jongere Nederlanders die reflex langzaam doorbreken. Onder 25- tot 34-jarigen ligt het aandeel beleggers bijna op hetzelfde niveau als in andere onderzochte landen. Zij hebben bovendien de langste tijd om tijdelijke koersdalingen uit te zitten en van samengesteld rendement te profiteren.


Voor beleggers is de belangrijkste duiding daarom rustig maar concreet. Spaargeld biedt stabiliteit en directe beschikbaarheid. Aandelen bieden geen zekerheid, maar wel blootstelling aan de toekomstige winstgroei van bedrijven. Wie geld langdurig op de bank laat staan, vermijdt koersrisico maar accepteert koopkrachtverlies en gemiste vermogensgroei.


De verstandige vraag is dus niet hoeveel spaargeld zo snel mogelijk naar de beurs kan. De betere vraag is welk deel werkelijk jarenlang kan worden gemist. Dat onderscheid kan over twintig jaar tienduizenden euro’s verschil maken, zonder dat één rendement gegarandeerd is.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 133:23:55

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page