Dit Nederlandse dividendaandeel staat zeer hoog op mijn watchlist
- Michiel V

- 12 uur geleden
- 12 minuten om te lezen
In het kort:
Na een koersdaling van ongeveer 20% is dit Nederlandse aandeel een stuk aantrekkelijker gewaardeerd. Beleggers circa 11 keer de verwachte winst, terwijl het dividendrendement rond 4% ligt.
Spectaculaire groei is niet nodig. Private labels, retail media, online verkoop, kostenbesparingen en aandeleninkoop kunnen samen zorgen voor een gestage groei van de winst per aandeel.
De dunne marges en beperkte marktgroei blijven belangrijke risico’s. Toch kan de combinatie van winstgroei, dividend en aandeleninkoop vanaf de huidige waardering een aantrekkelijk totaalrendement opleveren.
Ahold Delhaize is op het eerste gezicht niet het soort aandeel waar beleggers enorme groeiverhalen bij verwachten. Het concern verkoopt boodschappen via ketens als Albert Heijn, Food Lion, Hannaford en Delhaize, opereert in volwassen markten en werkt met operationele marges van slechts enkele procenten. Toch kan juist dat momenteel een interessante combinatie opleveren. De koers is vanaf de recente top met ongeveer 20% gedaald, terwijl er operationeel veel minder is veranderd dan die koersbeweging doet vermoeden.
Daarmee draait de beleggingscase bij Ahold Delhaize vooral om de prijs die beleggers voor die stabiliteit betalen. Rond €30 à €31 wordt het aandeel gewaardeerd op ongeveer 11 keer de verwachte winst, terwijl daar een dividendrendement van grofweg 4% en een omvangrijk aandeleninkoopprogramma tegenover staan. Ahold hoeft vanaf zo'n waardering helemaal niet spectaculair te groeien om een behoorlijk totaalrendement te kunnen opleveren.
De interessante vraag is daarom niet of Ahold ooit een groeibedrijf wordt. Veel relevanter is hoeveel rendement een belegger kan behalen wanneer een stabiel bedrijf slechts enkele procenten per jaar groeit, maar tegelijkertijd veel cash teruggeeft aan aandeelhouders en tegen een relatief lage waardering wordt gekocht.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Een enorm bedrijf in een markt die nauwelijks groeit
Ahold Delhaize ontstond in 2016 uit de fusie tussen het Nederlandse Ahold en het Belgische Delhaize. Inmiddels beschikt het concern over ongeveer 9.550 winkels, meer dan 380.000 medewerkers en een jaarlijkse omzet van ruim €90 miljard. Ruim 60% van de omzet komt uit de Verenigde Staten, voornamelijk aan de oostkust, terwijl de rest wordt verdiend in Europese landen als Nederland, België, Roemenië, Tsjechië en Griekenland.
Die enorme schaal is belangrijk, maar brengt tegelijkertijd een beperking met zich mee. Ahold is in veel van zijn belangrijkste markten al een van de grootste supermarktbedrijven. Consumenten gaan bovendien niet ieder jaar 10% meer eten en in volwassen markten komen ook niet voortdurend miljoenen nieuwe klanten bij. Organische groei moet daardoor vooral komen uit iets hogere prijzen, marktaandeel, nieuwe winkels en een geleidelijke stijging van de bestedingen.
Daar staat tegenover dat boodschappen uitzonderlijk stabiel zijn. Tijdens een recessie kunnen consumenten een nieuwe auto uitstellen, minder vaak uit eten gaan of langer met hun telefoon doen, maar de dagelijkse boodschappen verdwijnen niet. Dat maakt de omzet van Ahold relatief voorspelbaar, al betekent het niet dat de winst automatisch even stabiel is. Supermarkten verdienen namelijk maar een paar cent op iedere euro omzet, waardoor kleine veranderingen in kosten en prijzen een groot effect kunnen hebben.
Dat zagen we ook terug in het tweede kwartaal van 2026. Ahold behaalde €23,2 miljard omzet en de verkopen groeiden met ongeveer 2% bij constante wisselkoersen. De onderliggende operationele marge kwam uit op 3,9%, terwijl de onderliggende winst per aandeel bij constante wisselkoersen met 1,4% afnam. Het management handhaafde ondertussen de verwachting van ongeveer 4% marge voor het volledige jaar.
Een marge van ongeveer 4% klinkt op het eerste gezicht niet indrukwekkend, maar bij een supermarktbedrijf moet dat cijfer anders worden bekeken. Op iedere €100 aan omzet houdt Ahold operationeel ongeveer €4 over. Omdat jaarlijks meer dan €90 miljard door de winkels en online kanalen stroomt, kan een verbetering of verslechtering van slechts enkele tienden procentpunt al honderden miljoenen euro's verschil maken.
Dat verklaart ook waarom prijsconcurrentie zo belangrijk is. Ahold kan hogere lonen, energieprijzen en andere kosten niet onbeperkt doorberekenen aan klanten, omdat concurrenten als Aldi en Lidl voortdurend druk zetten op de prijzen. Het concern investeert daarom zelf ook in lagere prijzen en goedkopere producten. Dat kan nodig zijn om marktaandeel te beschermen, maar wanneer de kostenbesparingen niet groot genoeg zijn om die prijsverlagingen op te vangen, komt uiteindelijk de marge onder druk te staan.
Waar moet de groei dan vandaan komen?
Wanneer de totale supermarktmarkt nauwelijks groeit, moet Ahold andere manieren vinden om de winst sneller te laten toenemen dan de omzet. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn huismerken. Inmiddels bestaat ongeveer 40% van de verkopen uit private label-producten en Ahold wil dit richting 2028 verhogen naar 45%.
Huismerken hebben twee voordelen. Ze geven consumenten een goedkoper alternatief voor A-merken, waardoor Ahold beter kan concurreren met discounters, maar ze geven het bedrijf tegelijkertijd meer controle over assortiment, prijzen en marges. Zeker wanneer consumenten prijsbewuster worden, kan dat belangrijk zijn. Een klant die een duur merkproduct niet meer wil kopen, hoeft immers niet naar een andere supermarkt wanneer Albert Heijn of Food Lion een goedkoper eigen alternatief aanbiedt.
Ook online boodschappen spelen een steeds grotere rol. Ahold realiseerde vorig jaar meer dan €10 miljard online omzet en de online activiteiten bereikten in de eerste helft van 2025 winstgevendheid. De online verkopen groeiden in 2025 nog met 13,3%, waarna de groei in de eerste helft van 2026 vertraagde naar 8,4%.
Die vertraging hoeft niet per definitie negatief te zijn. Online boodschappen ontwikkelen zich steeds meer van een verlieslatend groeiproject naar een normaal onderdeel van het supermarktbedrijf. Wanneer bestaande winkels, distributiecentra en digitale infrastructuur efficiënter worden gebruikt, kan verdere online groei daardoor uiteindelijk ook bijdragen aan de winst in plaats van alleen aan de omzet.
Daarnaast probeert Ahold meer geld te verdienen rondom de boodschappen die het toch al verkoopt. Retail media is daar een goed voorbeeld van. Fabrikanten betalen retailers om hun producten zichtbaar te maken in winkels, apps en webshops. Voor Ahold is dat interessant omdat dergelijke advertentie-inkomsten veel minder fysieke kosten kennen dan de verkoop van een pak melk of een zak aardappelen. Het concern wil richting 2028 uiteindelijk €3 miljard omzet halen uit dergelijke aanvullende inkomstenstromen.
Voor een onderneming met een marge rond 4% hoeft zo'n activiteit niet eens enorm groot te worden om verschil te maken. Wanneer een groter deel van de omzet afkomstig is uit activiteiten met hogere marges, kan de winst namelijk sneller stijgen dan de totale verkopen. Daarmee zit een belangrijk deel van het toekomstige potentieel van Ahold niet noodzakelijk in veel meer boodschappen verkopen, maar in iets meer verdienen aan iedere klant en iedere euro omzet.
Nieuwe winkels en overnames moeten de rest doen
Ahold probeert daarnaast zijn winkelnetwerk verder uit te breiden. In 2025 werden ongeveer 220 nieuwe winkels geopend en 450 bestaande locaties vernieuwd. In de eerste helft van 2026 kwamen daar nog eens 112 nieuwe winkels bij, voornamelijk in Europa.
Vooral Oost-Europa biedt meer ruimte dan de volwassen Nederlandse en Amerikaanse markt. Met de overname van Profi kreeg Ahold in Roemenië ongeveer 1.700 winkels erbij, bovenop de bestaande positie van Mega Image. Ook in België werd verder uitgebreid door de overname van Delfood, waarmee ruim 300 winkels werden toegevoegd.
Dat levert omzetgroei op, maar hier moeten beleggers wel onderscheid maken tussen groter worden en daadwerkelijk waarde creëren. Een onderneming kan zijn omzet relatief eenvoudig verhogen door een concurrent over te nemen. Uiteindelijk telt hoeveel winst en kasstroom met die extra omzet worden verdiend ten opzichte van het bedrag dat voor de overname is betaald.
Dat verschil was in 2025 goed zichtbaar. De omzet steeg bij constante wisselkoersen met 5,9%, maar een belangrijk deel daarvan kwam door de overname van Profi, die ongeveer €3 miljard omzet toevoegde. De onderliggende winst per aandeel heeft zich de afgelopen vier jaar veel minder spectaculair ontwikkeld en bleef grofweg tussen €2,54 en €2,67.
Ahold beschikt dus over verschillende groeiknoppen, maar geen daarvan verandert het concern plotseling in een snelgroeiende onderneming. Nieuwe winkels, overnames, online verkopen, huismerken, retail media en kostenbesparingen moeten gezamenlijk voor een gestage vooruitgang zorgen. Voor beleggers wordt daarom vooral belangrijk hoeveel van die beperkte operationele groei uiteindelijk per aandeel terechtkomt.
Hier worden de aandeleninkopen interessant
Ahold heeft namelijk nog een manier om de winst per aandeel te verhogen: het aantal aandelen verlagen. Het concern koopt structureel eigen aandelen terug en heeft daardoor sinds de fusie in 2016 bijna een derde van alle uitstaande aandelen uit de markt gehaald. Alleen al in 2025 werd €1 miljard aan aandelen teruggekocht en in de eerste helft van 2026 werd het programma in ongeveer hetzelfde tempo voortgezet.
Het effect daarvan is groter dan het op het eerste gezicht lijkt. Stel dat een onderneming €2,5 miljard winst maakt en één miljard aandelen heeft. De winst bedraagt dan €2,50 per aandeel. Wanneer vervolgens 3% van de aandelen wordt ingekocht en de totale winst helemaal niet groeit, hoeft dezelfde €2,5 miljard nog maar over 970 miljoen aandelen te worden verdeeld. De winst per aandeel stijgt dan naar ongeveer €2,58.
Voor Ahold is dat belangrijk omdat de onderneming waarschijnlijk geen hoge organische winstgroei gaat realiseren. Wanneer de operationele winst bijvoorbeeld slechts 2% tot 4% groeit en het aantal aandelen tegelijkertijd ieder jaar enkele procenten afneemt, kan de winst per aandeel uiteindelijk duidelijk sneller groeien dan het bedrijf zelf.
De prijs waartegen aandelen worden ingekocht is daarbij wel cruciaal. In de eerste helft van 2026 besteedde Ahold ruim een half miljard euro aan aandeleninkoop, waarvan €340 miljoen in het tweede kwartaal. Een groot deel daarvan gebeurde tegen koersen die aanzienlijk hoger lagen dan de huidige €30 à €31.
Dat is niet automatisch kapitaalvernietiging, maar dezelfde €1 miljard heeft bij een koers van €30 simpelweg meer effect dan bij €40. Bij €40 kan Ahold met €1 miljard ongeveer 25 miljoen aandelen inkopen. Bij €30 zijn dat ruim 33 miljoen aandelen. Hoe lager de waardering, hoe groter dus het percentage van de onderneming dat met hetzelfde bedrag uit de markt kan worden gehaald.
Daarmee heeft de recente koersdaling een interessant tweede effect. Niet alleen nieuwe beleggers betalen minder voor iedere euro winst, ook het eigen aandeleninkoopprogramma van Ahold wordt effectiever.
Dividend maakt het rendement compleet
Naast aandeleninkoop keert Ahold een aanzienlijk deel van de winst rechtstreeks uit. In 2026 bedroeg het totale dividend volgens de aangeleverde gegevens €1,24 per aandeel, waarmee het dividendrendement rond de huidige koers ongeveer 4% bedraagt. De payout ratio ligt rond 47% en het beleid is om jaarlijks 40% tot 50% van de onderliggende winst uit voortgezette activiteiten uit te keren. Over de afgelopen vijf jaar groeide het dividend gemiddeld met ongeveer 5,5% per jaar.
Hier begint de beleggingscase als geheel interessanter te worden. Een belegger hoeft bij Ahold niet volledig afhankelijk te zijn van koersstijging. Een deel van het rendement komt jaarlijks binnen via dividend, terwijl aandeleninkoop het belang van de resterende aandeelhouders langzaam vergroot. Daar bovenop hoeft slechts een beperkte operationele groei te komen om uiteindelijk een redelijk groeitempo van de winst per aandeel te bereiken.
Stel bijvoorbeeld dat de activiteiten zelf op langere termijn ongeveer 2% tot 3% winstgroei opleveren en aandeleninkoop nog eens enkele procentpunten toevoegt. Dan is een groei van de winst per aandeel rond 5% à 6% helemaal niet onrealistisch. Combineer dat met ongeveer 4% dividendrendement en er ontstaat theoretisch al een totaalrendement rond de hoge enkele cijfers, zelfs zonder dat beleggers bereid zijn een hogere waardering voor het aandeel te betalen.
Dat is wezenlijk anders dan bij snelgroeiende technologiebedrijven. Daar betaalt een belegger vaak vandaag een hoge waardering in de verwachting dat de onderneming later veel groter wordt. Bij Ahold is het tegenovergestelde het geval: de onderneming hoeft nauwelijks spectaculairder te worden zolang de belegger er maar een voldoende lage prijs voor betaalt.
De kasstroom laat ook zien waarom Ahold niet onbeperkt kan uitdelen
Toch kan niet alle kasstroom richting dividend en aandeleninkoop. Ahold verwacht in 2026 ongeveer €2,7 miljard aan kapitaaluitgaven, onder andere voor winkelverbouwingen, digitalisering en een nieuw geautomatiseerd distributiecentrum in de Verenigde Staten. De vrije kasstroom wordt desondanks op minimaal €2,3 miljard geraamd, tegenover ongeveer €2,6 miljard in 2025.
Die hoge investeringen zijn een belangrijk onderdeel van het verhaal. Een supermarktbedrijf moet voortdurend geld uitgeven om bestaande winkels aantrekkelijk te houden, logistiek efficiënter te maken en digitaal niet achterop te raken. Daardoor kan een deel van de miljardeninvesteringen beter worden gezien als noodzakelijk om de huidige concurrentiepositie te behouden dan als geld waarmee nieuwe groei wordt gekocht.
Dat hoeft geen probleem te zijn zolang de investeringen voldoende rendement opleveren. Automatisering kan personeelskosten verlagen, modernere winkels kunnen meer klanten aantrekken en betere logistiek kan de marges beschermen. Maar wanneer de kapitaaluitgaven langdurig hoog blijven zonder dat daar hogere omzet, betere marges of kostenbesparingen tegenover staan, wordt het moeilijker om tegelijkertijd dividend en aandeleninkoop te blijven verhogen.
Voor Ahold is vrije kasstroom daarom minstens zo belangrijk als de gerapporteerde winst. Uiteindelijk moeten dividend en aandeleninkoop uit daadwerkelijk beschikbare cash worden betaald. De verwachting van minimaal €2,3 miljard vrije kasstroom geeft daar voorlopig voldoende ruimte voor, maar de ontwikkeling van de investeringen verdient de komende jaren extra aandacht.
Uiteindelijk draait bijna alles om de waardering
De aandelen van Ahold Delhaize handelen historisch meestal tegen ongeveer 10 tot 14 keer de verwachte winst. De vijfjaarsgemiddelde waardering ligt rond 12,3 keer de winst, terwijl de multiple eerder dit jaar tijdelijk boven 15 uitkwam. Inmiddels ligt de forward P/E weer rond 11 keer.
Bij een snelgroeiend bedrijf maakt een paar punten verschil in de koers-winstverhouding soms minder uit, omdat de winst binnen enkele jaren sterk kan toenemen. Bij Ahold ligt dat anders. Wanneer de winst per aandeel slechts 5% of 6% per jaar groeit, kan een te hoge aankoopwaardering jarenlang rendement wegnemen.
Stel dat Ahold ongeveer €2,75 per aandeel verdient. Bij een waardering van 15 keer de winst hoort daar een koers van ruim €41 bij. Bij 12 keer de winst is dat €33 en bij 10 keer de winst slechts €27,50. Er is operationeel helemaal niets aan het bedrijf veranderd, maar de prijs die een belegger betaalt voor dezelfde winst verschilt enorm.
Dat verklaart waarom het aandeel rond €40 een veel moeilijkere belegging was. Ahold moest toen niet alleen zijn winst laten groeien, maar ook een relatief hoge waardering vasthouden. Wanneer de markt vervolgens besluit dat een volwassen supermarktbedrijf geen 15 keer maar 11 keer de winst verdient, kan de koers stevig dalen zonder dat er fundamenteel iets dramatisch gebeurt.
Na de recente daling is dat risico aanzienlijk kleiner geworden. Rond €30,65 en ongeveer €2,75 winst per aandeel bedraagt de waardering ongeveer 11,1 keer de winst. Dat ligt aan de onderkant van de historische bandbreedte en betekent dat beleggers veel minder toekomstige groei vooruitbetalen.
Wat kan Ahold vanaf €30 opleveren?
Analisten verwachten volgens de aangeleverde gegevens dat de winst per aandeel na 2026 ongeveer 7% per jaar kan groeien, terwijl het management zelf mikt op een groei van de onderliggende winst per aandeel in de middelhoge tot hoge enkele cijfers bij constante wisselkoersen. Dat is mogelijk, maar gezien de volwassen eindmarkten lijkt het verstandig om ook met lagere groei rekening te houden.
Neem daarom een scenario waarin de winst per aandeel vanaf ongeveer €2,75 gedurende vijf jaar met gemiddeld 5% groeit. Na vijf jaar komt de winst dan rond €3,50 per aandeel uit. Wanneer de markt Ahold tegen die tijd nog altijd slechts op 11 keer de winst waardeert, zou daar een koers van ongeveer €38,50 bij horen.
Dat betekent op zichzelf geen spectaculair rendement. Een belegger ontvangt gedurende die vijf jaar echter ook dividend. Wanneer het dividend ongeveer in hetzelfde tempo als de winst groeit, kan alleen dat al een aanzienlijk deel van het totale rendement vormen.
Wordt Ahold na vijf jaar weer tegen bijvoorbeeld 13 keer de winst gewaardeerd, dan hoort bij €3,50 winst per aandeel een koers van ongeveer €45,50. In dat geval komt bovenop de winstgroei en het dividend ook nog een positief effect van de waardering. Andersom geldt uiteraard hetzelfde: wanneer de marge verslechtert, de winst nauwelijks groeit en de markt het aandeel op 9 of 10 keer de winst zet, kan het rendement teleurstellen.
Juist daarom is de huidige aankoopprijs zo belangrijk. Vanaf een waardering van ongeveer 11 keer de winst hoeft een belegger niet te rekenen op uitzonderlijke groei of een extreem hoge toekomstige multiple om een behoorlijk rendement te behalen. Een groot deel kan simpelweg komen uit een combinatie van beperkte winstgroei, aandeleninkoop en dividend.
Waar kan het misgaan?
Het belangrijkste structurele risico blijft de marge. Traditionele supermarkten concurreren intensief op prijs, terwijl personeelskosten, energie, logistiek en andere uitgaven kunnen stijgen. Ahold kan hogere kosten niet onbeperkt doorberekenen zonder klanten richting discounters en andere concurrenten te duwen. Omdat de operationele marge rond slechts 4% ligt, kan een relatief kleine verslechtering een disproportioneel groot effect hebben op de winst.
Ook de beperkte groei van de markt vormt een risico. Ahold kan nieuwe winkels openen en overnames doen, maar de grote Amerikaanse en West-Europese supermarktmarkten blijven volwassen. De onderneming moet daarom voortdurend zoeken naar kleine verbeteringen in marktaandeel, productmix, kosten en aanvullende inkomsten. Wanneer die initiatieven minder opleveren dan verwacht, kan de winstgroei gemakkelijk onder de doelstellingen uitkomen.
Daarnaast volgt in 2027 een bestuurswissel. Frans Muller vertrekt na bijna tien jaar als CEO en wordt vervangen door Thierry Garnier. Bij een onderneming als Ahold is dat relevanter dan het misschien lijkt. Het toekomstige rendement hangt niet alleen af van supermarktomzet, maar ook van goede kapitaalallocatie: hoeveel geld wordt geïnvesteerd in winkels, hoeveel gaat naar overnames, hoeveel naar aandeelhouders en tegen welke prijs worden eigen aandelen ingekocht?
Daarmee is Ahold fundamenteel veilig en voorspelbaar, maar zeker niet risicoloos. Vooral bij een bedrijf met beperkte structurele groei kan een verkeerde overname, langdurige margedruk of slechte kapitaalallocatie jarenlang op het rendement drukken.
Is Ahold Delhaize na de koersdaling aantrekkelijk?
Ahold Delhaize is uiteindelijk een interessant voorbeeld van een aandeel waarbij spectaculaire groei helemaal niet noodzakelijk is om een aantrekkelijke belegging te vormen. Het bedrijf beschikt over meer dan €90 miljard omzet, sterke marktposities in Europa en de Verenigde Staten en een bedrijfsmodel waarvan de vraag relatief ongevoelig is voor economische schommelingen. Tegelijkertijd moeten beleggers accepteren dat de supermarktmarkt volwassen is en dat de marges structureel dun blijven.
De groei moet daarom uit meerdere kleine bronnen tegelijk komen. Nieuwe winkels en overnames kunnen de omzet verhogen, private label en retail media kunnen de winstgevendheid ondersteunen, automatisering kan kosten besparen en online verkopen kunnen verder groeien. Aandeleninkoop zorgt er vervolgens voor dat dezelfde totale winst over steeds minder aandelen wordt verdeeld, terwijl het dividend jaarlijks een deel van de winst rechtstreeks naar aandeelhouders brengt.
Daarmee is de waardering uiteindelijk de doorslaggevende factor. Rond €40 betaalden beleggers ongeveer 15 keer de winst voor een onderneming waarvan de structurele groei waarschijnlijk ergens in de enkele cijfers ligt. Dat liet weinig ruimte voor tegenvallers. Rond €30 à €31 ligt de waardering dichter bij 11 keer de winst en bedraagt het dividendrendement ongeveer 4%.
Vanaf die prijs hoeft Ahold geen groeimachine te worden. Wanneer het concern de operationele marge rond 4% kan houden, de winst per aandeel over langere tijd met ongeveer 5% tot 7% laat groeien en dividend en aandeleninkoop voortzet, kan het totaalrendement behoorlijk oplopen zonder dat daarvoor agressieve aannames nodig zijn.
Dat maakt Ahold na de koersdaling fundamenteel een stuk interessanter dan enkele maanden geleden. Niet omdat het bedrijf ineens beter is geworden, maar omdat beleggers voor vrijwel hetzelfde bedrijf en dezelfde toekomstige kasstromen nu ongeveer 20% minder betalen. Voor een onderneming waarvan het rendement vooral moet komen uit het jarenlang opstapelen van kleine verbeteringen, dividend en aandeleninkoop, kan juist dat verschil in aankoopprijs uiteindelijk doorslaggevend zijn.







































































































































Hoe zit het met bol.com in dit aandeel, dit is natuurlijk iets waarmee Ahold behoorlijk afwijkt tov standaard supermarkt aandelen.