De markt maakt mogelijk een enorme fout bij Nvidia
- Michiel V

- 2 minuten geleden
- 13 minuten om te lezen
In het kort:
Nvidia blijft uitzonderlijk hard groeien: de kwartaalomzet verdubbelde naar $96,2 miljard en de winst per aandeel steeg met 120%.
Tegelijkertijd noteert het aandeel rond 24 keer de verwachte winst. Als de winstgroei doorzet, kan die waardering snel verder dalen.
De grootste risico’s zijn lagere AI-investeringen, eigen chips van grote klanten en margedruk. Voorlopig zijn er echter weinig tekenen van vertraging.
Nvidia heeft opnieuw cijfers gepubliceerd die enkele jaren geleden nauwelijks voorstelbaar zouden zijn geweest voor een onderneming van deze omvang. De omzet steeg in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 met 106% naar $96,2 miljard, terwijl de aangepaste winst per aandeel met 120% toenam naar $2,22. Vooral de datacenteractiviteiten blijven uitzonderlijk hard groeien en waren inmiddels goed voor $89 miljard omzet, ruim twee keer zoveel als een jaar eerder.
Toch is de reactie van beleggers de afgelopen maanden opvallend gematigd gebleven. Nvidia handelt rond $220 en de verwachte koers-winstverhouding ligt rond 24 keer, terwijl analisten voor de komende jaren nog altijd uitzonderlijk hoge winstgroei verwachten. Dat zorgt voor een vreemde situatie. Nvidia is inmiddels een van de grootste ondernemingen ter wereld en het aandeel is absoluut gezien zeker niet goedkoop, maar de winst groeit momenteel zoveel sneller dan de beurskoers dat de waardering relatief gezien juist steeds lager wordt.
Daarmee verschuift ook de belangrijkste vraag voor beleggers. Het gaat inmiddels minder om de vraag of Nvidia een uitzonderlijk bedrijf is, want de cijfers laten weinig twijfel bestaan over de huidige marktpositie. Veel belangrijker is hoeveel van de huidige groei structureel kan worden volgehouden en hoeveel daarvan al in de koers zit. Bij een onderneming waarvan de omzet inmiddels richting $100 miljard per kwartaal gaat, wordt uiteindelijk de omvang van de toekomstige AI-markt belangrijker dan de prestaties van één afzonderlijk kwartaal.
De groei versnelt opnieuw ondanks de enorme omvang
Nvidia behaalde in het tweede kwartaal $96,2 miljard omzet, tegenover $46,7 miljard een jaar eerder. Daarmee groeide de omzet met 106%, nadat de groei in het eerste kwartaal nog 85% bedroeg. Het is vooral opvallend dat Nvidia opnieuw versnelt terwijl de vergelijkingsbasis steeds groter wordt. Een verdubbeling vanaf $10 miljard omzet is indrukwekkend, maar een verdubbeling vanaf bijna $47 miljard betekent dat er in twaalf maanden bijna $50 miljard aan kwartaalomzet is toegevoegd.
Vrijwel de volledige groeimotor bevindt zich inmiddels in datacenters. De omzet binnen dit onderdeel steeg met 117% naar $89 miljard en vertegenwoordigde daarmee meer dan 90% van de totale omzet. Nvidia is daardoor fundamenteel veranderd ten opzichte van enkele jaren geleden. Waar het bedrijf lange tijd vooral bekendstond als producent van grafische kaarten voor gamers, is het tegenwoordig in de eerste plaats leverancier van de rekeninfrastructuur waarop een groot deel van de wereldwijde AI-industrie wordt gebouwd.
Binnen die datacenteromzet ontstaat bovendien een interessante verschuiving. Nvidia verdeelt de activiteiten tegenwoordig onder andere tussen hyperscalers en de categorie AI Clouds, Industrial & Enterprise, kortweg ACIE. Hyperscalers zijn de grote cloudbedrijven en internetplatforms, terwijl ACIE onder meer AI-labs, gespecialiseerde AI-cloudbedrijven, ondernemingen en overheden omvat.
De hyperscale omzet steeg in het tweede kwartaal met ongeveer 102% naar $48,7 miljard, maar ACIE groeide nog sneller. Daar nam de omzet met 138% toe tot ruim $40 miljard. Daarmee kwam inmiddels ongeveer 45% van de datacenteromzet uit deze bredere groep klanten.
Dat is belangrijk omdat een van de grootste zorgen rond Nvidia juist de afhankelijkheid van enkele zeer grote technologiebedrijven is. Microsoft, Amazon, Alphabet en Meta investeren gezamenlijk honderden miljarden dollars in datacenters, maar ontwikkelen tegelijkertijd steeds vaker eigen AI-chips. Wanneer Nvidia volledig afhankelijk zou blijven van deze bedrijven, vormt die ontwikkeling op langere termijn een duidelijk risico.
De snelle groei van ACIE maakt het verhaal breder. Veel kleinere AI-bedrijven, ondernemingen en overheden beschikken niet over de schaal, expertise of financiële middelen om zelf chips te ontwerpen. Zij willen bovendien vaak niet alleen een losse GPU kopen, maar een compleet werkend systeem waarmee AI-modellen kunnen worden getraind en gebruikt. Juist daar probeert Nvidia steeds nadrukkelijker zijn positie te versterken.
Nvidia verkoopt steeds minder een chip en steeds meer een compleet systeem
Dat verschil is essentieel om de concurrentiepositie van Nvidia te begrijpen. De onderneming verdient inmiddels niet alleen geld aan GPU's, maar bouwt een compleet AI-platform rondom processors, netwerkapparatuur, software en volledige racks met computersystemen. CUDA vormt daarbij de softwarelaag waarmee ontwikkelaars Nvidia-hardware gebruiken, terwijl NVLink meerdere chips en systemen met elkaar verbindt.
Het economische voordeel hiervan is dat klanten steeds dieper in het Nvidia-ecosysteem terechtkomen. Een hyperscaler kan proberen een eigen accelerator te ontwerpen, maar daarmee is nog geen compleet AI-datacenter gebouwd. Processors moeten met elkaar communiceren, data moet razendsnel worden verplaatst, software moet worden geoptimaliseerd en duizenden chips moeten gezamenlijk als één systeem functioneren.
Nvidia probeert daardoor niet alleen de beste individuele chip te leveren, maar een steeds groter gedeelte van de totale infrastructuur achter AI te verkopen. Bij de oudere Hopper-generatie schatte Nvidia de omzetmogelijkheid op ongeveer $18 miljard per gigawatt aan datacentercapaciteit. Bij Blackwell loopt dat richting $25 miljard en bij het nieuwe Vera Rubin-platform zelfs richting $40 miljard per gigawatt.
Dat betekent dat Nvidia meer omzet kan halen uit iedere nieuwe AI-fabriek, zelfs wanneer de hoeveelheid beschikbare elektriciteit niet in hetzelfde tempo groeit. Een groter deel van de totale investering van een datacenter verschuift richting Nvidia-producten. Naast GPU's levert het bedrijf steeds meer CPU's, networking en andere onderdelen die nodig zijn om het volledige systeem te laten functioneren.
De CPU-activiteiten illustreren die uitbreiding goed. Deze business genereerde volgens de aangeleverde cijfers over de afgelopen twaalf maanden al meer dan $5 miljard omzet, terwijl Nvidia eerder sprak over een potentiële markt van bijna $20 miljard in boekjaar 2027. Daarmee concurreert Nvidia niet langer alleen met AMD en andere AI-accelerators, maar probeert het bedrijf ook delen van markten te veroveren die traditioneel door Intel en AMD werden gedomineerd.
De winst groeit zelfs sneller dan de omzet
De uitzonderlijke vraag naar Nvidia-producten is niet alleen zichtbaar in de omzet. De brutomarge kwam in het tweede kwartaal uit op 75%, tegenover ongeveer 72,5% een jaar eerder. Dat betekent simpel gezegd dat Nvidia van iedere $100 omzet ongeveer $75 overhoudt nadat de directe productiekosten zijn betaald.
Voor een hardwarebedrijf is dat uitzonderlijk hoog. Nvidia ontwerpt de chips, maar besteedt de daadwerkelijke productie grotendeels uit aan bedrijven als TSMC. Het grootste deel van de economische waarde zit daardoor in het ontwerp, de software, het ecosysteem en de schaarste van de producten. Zolang klanten bereid zijn hoge prijzen te betalen voor beschikbare AI-capaciteit, kan Nvidia een veel groter gedeelte van iedere omzetdollar als brutowinst behouden dan traditionele chipbedrijven.
Daar bovenop ontstaat sterke operationele hefboomwerking. De aangepaste operationele kosten stegen in het kwartaal met 54%, terwijl de omzet met 106% toenam. Daardoor steeg de operationele winst veel sneller dan de kosten en nam de aangepaste winst per aandeel uiteindelijk met 120% toe naar $2,22.
Dat mechanisme is belangrijk voor de waardering. Wanneer omzet sneller groeit dan de kostenbasis, hoeft Nvidia zijn omzet niet ieder jaar te verdubbelen om de winst zeer hard te laten stijgen. Een groter gedeelte van iedere extra omzetdollar kan uiteindelijk bij aandeelhouders terechtkomen. Dat verklaart waarom de verwachte winst de afgelopen jaren voortdurend sneller is gestegen dan beleggers aanvankelijk aannamen.
De kasstroom bevestigt dat de winst niet alleen boekhoudkundig sterk is. Nvidia genereerde in de eerste helft van boekjaar 2027 bijna $70 miljard vrije kasstroom, 76,5% meer dan een jaar eerder. Tegelijkertijd beschikte het bedrijf aan het einde van het tweede kwartaal over een netto kaspositie van ruim $23 miljard.
Dat geeft Nvidia enorme financiële ruimte. Het bedrijf kan eigen aandelen inkopen, strategische investeringen doen en tegelijkertijd tientallen miljarden dollars beschikbaar houden voor nieuwe technologie en overnames. In het tweede kwartaal alleen keerde Nvidia ongeveer $26 miljard terug aan aandeelhouders via aandeleninkoop en dividend.
De volgende groeifase wordt vooral door capaciteit beperkt
Voor het derde kwartaal verwacht Nvidia ongeveer $108 miljard omzet. Dat zou opnieuw een forse stijging betekenen ten opzichte van een jaar eerder, al vertraagt het groeipercentage ten opzichte van de 106% uit het tweede kwartaal. De brutomarge wordt rond 74% verwacht.
Op zichzelf is vertraging onvermijdelijk. Wanneer een onderneming richting $100 miljard kwartaalomzet beweegt, wordt het wiskundig steeds moeilijker om ieder jaar te blijven verdubbelen. Een groei van 50% vanaf $100 miljard betekent immers al $50 miljard extra omzet in slechts één kwartaalbasis.
Belangrijker is daarom waarom de groei vertraagt. Nvidia geeft aan dat de onderneming momenteel vooral wordt beperkt door beschikbare productiecapaciteit en componenten, niet door een gebrek aan klanten. Het management verwacht dat deze beperkingen tot in boekjaar 2028 kunnen aanhouden. Tegelijkertijd rekent Nvidia voorlopig op ongeveer 70% omzetgroei in boekjaar 2028, aanzienlijk meer dan analisten eerder verwachtten.
Dat maakt de situatie ongebruikelijk. Bij de meeste snelgroeiende bedrijven ontstaat uiteindelijk de vraag of er voldoende klanten zijn om de volgende groeifase te ondersteunen. Bij Nvidia lijkt voorlopig eerder het tegenovergestelde te spelen: het bedrijf kan niet genoeg producten leveren om aan alle vraag te voldoen.
Daar zit zowel een kans als een risico in. Wanneer nieuwe productiecapaciteit beschikbaar komt en de vraag hoog blijft, kan Nvidia een deel van de huidige onvervulde vraag alsnog omzetten in omzet. Maar wanneer het aanbod precies wordt uitgebreid op het moment dat de AI-investeringen vertragen, kan de markt plotseling van schaarste naar overcapaciteit bewegen. De huidige tekorten zijn daarom geen garantie dat dezelfde prijszettingsmacht permanent blijft bestaan.
De investeringen van Big Tech blijven cruciaal
Uiteindelijk wordt de vraag naar Nvidia-hardware voor een belangrijk deel bepaald door hoeveel geld klanten bereid zijn in AI-infrastructuur te investeren. De kapitaaluitgaven van hyperscalers kunnen richting 2026 oplopen tot ongeveer $800 miljard en mogelijk $1,3 biljoen in 2027.
Die bedragen zijn enorm, maar beleggers moeten begrijpen waarom bedrijven bereid zijn zoveel geld uit te geven. AI-modellen worden steeds groter en het gebruik ervan neemt snel toe. Waar training lange tijd het grootste gedeelte van de rekenvraag veroorzaakte, wordt inference steeds belangrijker. Dat is het daadwerkelijke gebruik van een getraind AI-model wanneer bijvoorbeeld ChatGPT een antwoord genereert, software zelfstandig een taak uitvoert of een robot zijn omgeving analyseert.
Wanneer miljarden gebruikers en bedrijven voortdurend AI-modellen gebruiken, kan inference uiteindelijk een veel grotere markt worden dan alleen het trainen van nieuwe modellen. Nvidia probeert daarom niet alleen de trainingmarkt te domineren, maar ook infrastructuur te leveren voor agentic AI, fysieke AI en andere toepassingen waarbij modellen voortdurend berekeningen uitvoeren.
Daarmee verschuift de kernvraag voor Nvidia steeds verder. De onderneming hoeft niet alleen te bewijzen dat AI-bedrijven betere modellen kunnen bouwen. Uiteindelijk moeten die modellen voldoende economische waarde opleveren om de honderden miljarden aan jaarlijkse infrastructuurinvesteringen te rechtvaardigen. Wanneer bedrijven daadwerkelijk productiever worden en consumenten bereid zijn voor AI-diensten te betalen, kan de investeringscyclus nog jarenlang doorgaan. Wanneer die opbrengsten achterblijven, zullen klanten uiteindelijk kritischer naar hun enorme kapitaaluitgaven kijken.
Eigen chips van klanten vormen een serieus maar genuanceerd risico
Een van de grootste lange termijn risico's is de groei van custom chips. Alphabet gebruikt zijn eigen TPU's, Amazon ontwikkelt Trainium en ook andere grote technologiebedrijven investeren miljarden in eigen accelerators. De markt voor dergelijke gespecialiseerde AI-chips kan volgens de aangeleverde schattingen tot 2033 met ongeveer 27% per jaar groeien, sneller dan de bredere GPU-markt.
De logica daarachter is duidelijk. Wanneer Amazon jaarlijks tientallen miljarden dollars aan Nvidia betaalt, kan het economisch aantrekkelijk worden om een deel van die chips zelf te ontwerpen. Een gespecialiseerde chip hoeft niet voor iedere mogelijke toepassing geschikt te zijn en kan daardoor voor bepaalde workloads goedkoper of energiezuiniger zijn.
Dat betekent echter niet automatisch dat iedere verkochte custom chip een verloren Nvidia-GPU is. De totale markt groeit momenteel zo snel dat beide categorieën tegelijkertijd kunnen groeien. Daarnaast hebben vooral de grootste technologiebedrijven voldoende schaal om miljarden in eigen chipontwikkeling te investeren. Voor AI-startups, ondernemingen en overheden is een compleet Nvidia-platform vaak veel eenvoudiger dan zelf hardware en software te ontwikkelen.
Nvidia probeert bovendien een gedeelte van deze trend naar custom silicon juist binnen het eigen ecosysteem te trekken. Via NVLink Fusion kunnen externe processors en gespecialiseerde chips worden geïntegreerd in Nvidia-systemen. De samenwerking met MediaTek is daar een voorbeeld van. Nvidia investeerde $3,5 miljard in converteerbare obligaties van MediaTek, terwijl MediaTek NVLink Fusion gaat gebruiken voor custom AI-processors.
De strategie lijkt daarmee niet te zijn om iedere chip in een datacenter zelf te produceren. Nvidia probeert ervoor te zorgen dat zelfs wanneer klanten andere processors gebruiken, een groot gedeelte van de infrastructuur daaromheen nog altijd op Nvidia-technologie draait. Als NVLink en CUDA belangrijke standaarden blijven, kan het bedrijf waarde blijven halen uit AI-datacenters waarin niet iedere accelerator een Nvidia-logo draagt.
Hugging Face vergroot de softwarepositie, maar Nvidia betaalt stevig
Ook de voorgenomen overname van Hugging Face past binnen die bredere strategie. Nvidia betaalt volgens de aangeleverde informatie ongeveer $12,9 miljard voor het platform, dat een centrale plek heeft gekregen binnen de open-source AI-gemeenschap. Nvidia zelf heeft er al honderden modellen en datasets gepubliceerd en ook bedrijven als Meta en Microsoft gebruiken het platform.
Strategisch is de gedachte begrijpelijk. Hoe meer ontwikkelaars modellen bouwen, delen en uiteindelijk op Nvidia-infrastructuur uitvoeren, hoe sterker het ecosysteem rondom de hardware wordt. Hugging Face geeft Nvidia bovendien een positie dichter bij ontwikkelaars en modellen, terwijl het bedrijf traditioneel vooral de infrastructuur onder die software leverde.
Financieel is de overname veel moeilijker te beoordelen. Hugging Face zou momenteel ongeveer $150 miljoen geannualiseerde omzet genereren. Tegen een overnameprijs van $12,9 miljard betaalt Nvidia daarmee grofweg 86 keer de huidige omzet. Zelfs voor een snelgroeiend softwareplatform is dat een uitzonderlijk hoge waardering.
De overname moet daarom niet worden gerechtvaardigd door de huidige omzet van Hugging Face. Nvidia betaalt vooral voor de strategische positie van het platform en de mogelijkheid om het eigen ecosysteem verder uit te breiden. Dat kan uiteindelijk veel waarde creëren, maar maakt het rendement moeilijk meetbaar. Juist omdat Nvidia inmiddels zoveel vrije kasstroom genereert, wordt kapitaalallocatie de komende jaren een steeds belangrijker aandachtspunt.
Waarom 24 keer de winst goedkoper is dan het lijkt
De opvallendste tegenstelling bij Nvidia zit momenteel waarschijnlijk in de waardering. Het aandeel handelt rond 23 tot 25 keer de verwachte aangepaste winst. Dat is absoluut gezien geen lage waardering, maar het verschil met de verwachte groei is uitzonderlijk groot.
Volgens de consensusgegevens van analisten kan de omzet tot boekjaar 2029 gemiddeld met bijna 59% per jaar groeien, terwijl de aangepaste winst per aandeel met ruim 62% per jaar kan toenemen. Wanneer die verwachtingen ook maar enigszins in de buurt van de werkelijkheid komen, groeit Nvidia zeer snel in zijn huidige waardering.
Dat mechanisme is eenvoudig. Stel dat een aandeel $10 winst per aandeel genereert en $240 kost. De koers-winstverhouding bedraagt dan 24. Wanneer de winst een jaar later met 50% stijgt naar $15 en de koers helemaal niet verandert, daalt de waardering automatisch naar 16 keer de winst.
Dat is ongeveer wat de afgelopen jaren voortdurend bij Nvidia is gebeurd. De koers is sterk gestegen, maar winstverwachtingen zijn eveneens steeds verder omhoog gegaan. Daardoor kan een aandeel tegelijkertijd duurder worden in dollars en goedkoper worden ten opzichte van de toekomstige winst.
De consensus verwacht ongeveer $20,45 aangepaste winst per aandeel in boekjaar 2029. Bij een koers rond $220 betalen beleggers daarmee vandaag nog geen 11 keer die mogelijke winst van over enkele jaren. Dat klinkt bijzonder goedkoop, maar alleen wanneer die winstverwachting daadwerkelijk wordt gehaald.
Daar zit het belangrijkste verschil tussen een lage multiple en een daadwerkelijk goedkoop aandeel. De huidige waardering zegt impliciet dat beleggers verwachten dat Nvidia's uitzonderlijke groei uiteindelijk stevig vertraagt. Wanneer de winst in 2029 inderdaad rond $20 per aandeel uitkomt en daarna nog jarenlang groeit, is de huidige koers moeilijk hoog te noemen. Wanneer AI-investeringen eerder pieken en die winstverwachtingen naar beneden moeten worden aangepast, kan de ogenschijnlijk lage forward waardering snel verdwijnen.
De huidige marge kan niet vanzelfsprekend worden doorgetrokken
Ook de brutomarge verdient daarom aandacht. Nvidia behaalde in het tweede kwartaal een uitzonderlijke 75%, maar verwacht voor het derde kwartaal ongeveer 74%. Voor boekjaar 2028 ligt de verwachting volgens de aangeleverde informatie rond 72% tot 73%.
Een paar procentpunten verschil klinkt beperkt, maar op honderden miljarden dollars omzet gaat het om enorme bedragen. Wanneer Nvidia uiteindelijk bijvoorbeeld $500 miljard omzet genereert, vertegenwoordigt één procentpunt brutomarge ongeveer $5 miljard brutowinst.
De druk komt onder andere van duurdere componenten en geheugen, terwijl toekomstige productgeneraties complexer worden. Tegelijkertijd beschikt Nvidia momenteel over voldoende prijszettingsmacht om een deel van die hogere kosten door te berekenen. De belangrijke vraag is hoe lang dat mogelijk blijft wanneer meer productiecapaciteit beschikbaar komt en concurrenten hun eigen AI-hardware verbeteren.
Beleggers moeten daarom voorzichtig zijn met het simpelweg doortrekken van de huidige 75% marge. Nvidia kan ook bij een brutomarge rond 72% een uitzonderlijk winstgevend bedrijf blijven, maar enkele procentpunten lagere marge hebben wel degelijk invloed op toekomstige winstverwachtingen en daarmee op de waardering.
De grootste onzekerheid zit uiteindelijk bij de klanten
Naast custom chips en margedruk bestaat nog een fundamenteler risico. De huidige groei wordt mogelijk gemaakt doordat technologiebedrijven, AI-labs en andere partijen ongekende bedragen investeren in infrastructuur. Nvidia profiteert direct van die investeringen, maar hoeft zelf niet te bewijzen dat iedere gekochte GPU uiteindelijk voldoende rendement oplevert voor de klant.
Voor Nvidia is een verkochte GPU omzet. Voor de koper is dezelfde GPU een investering die later geld moet opleveren. Wanneer Microsoft, Amazon, Meta, Alphabet en gespecialiseerde AI-bedrijven uiteindelijk ontdekken dat hun AI-datacenters onvoldoende economische opbrengsten genereren, zullen zij hun investeringsplannen aanpassen.
Dat maakt Nvidia enigszins vergelijkbaar met de leverancier van gereedschap tijdens een goudkoorts. Zolang steeds meer partijen naar goud zoeken, kan de leverancier uitstekend verdienen, ongeacht wie uiteindelijk het goud vindt. Maar wanneer de goudzoekers collectief besluiten dat de opbrengsten de investeringen niet langer rechtvaardigen, merkt ook de leverancier dat uiteindelijk.
De huidige cijfers geven nog weinig aanwijzingen dat dit punt dichtbij is. Nvidia wordt juist beperkt door aanbod, de omzet verdubbelt en klanten plannen voor de komende jaren nog grotere datacenters. Toch is dit waarschijnlijk de belangrijkste variabele om op langere termijn te volgen, omdat vrijwel alle andere groeiverwachtingen uiteindelijk afhangen van de economische waarde die klanten met AI kunnen creëren.
Is Nvidia rond $220 daadwerkelijk aantrekkelijk?
Nvidia combineert momenteel eigenschappen die zelden tegelijkertijd voorkomen. Het bedrijf heeft een enorme schaal bereikt, maar groeit nog altijd alsof het veel kleiner is. De omzet verdubbelde in het laatste kwartaal, de datacenteractiviteiten groeiden met 117%, de winst per aandeel nam met 120% toe en de vrije kasstroom loopt inmiddels in de tientallen miljarden dollars per kwartaal. Tegelijkertijd blijft de vraag groter dan het beschikbare aanbod en verwacht het management ook voor boekjaar 2028 uitzonderlijk hoge groei.
Daartegenover staat een waardering van ongeveer 24 keer de verwachte winst. Voor een normale chipproducent zou dat niet bijzonder goedkoop zijn. Voor een onderneming waarvan de winstverwachtingen de komende jaren nog met tientallen procenten per jaar stijgen, ziet dezelfde multiple er veel minder veeleisend uit.
De fout zou echter zijn om daaruit automatisch te concluderen dat Nvidia goedkoop is. De huidige winstverwachtingen bevatten enorme aannames over de verdere groei van AI-infrastructuur, de investeringsbereidheid van klanten, Nvidia's marktaandeel en de winstgevendheid van toekomstige producten. Hoe hoger de verwachtingen worden, hoe groter uiteindelijk ook de absolute bedragen die nodig zijn om ze waar te maken.
Daarom is vooral de verhouding tussen waardering en toekomstige groei interessant. Nvidia hoeft vanaf de huidige koers niet nog tien jaar met 100% per jaar te groeien. Wanneer de winst de komende jaren sterk blijft toenemen en daarna geleidelijk normaliseert, kan een multiple rond 24 keer achteraf zelfs laag blijken. De consensusverwachting van ongeveer $20,45 winst per aandeel in boekjaar 2029 laat zien hoe snel de huidige waardering kan dalen wanneer die groei daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Tegelijkertijd ligt precies daar het risico. Wanneer de AI-investeringscyclus eerder afzwakt, hyperscalers sneller overstappen op eigen chips of marges sterker dalen dan verwacht, zullen niet alleen de toekomstige winsten lager uitvallen. Beleggers zullen waarschijnlijk ook minder bereid zijn om een hoge multiple voor die winsten te betalen, waardoor winstverlaging en multiplecompressie tegelijkertijd kunnen optreden.
Op dit moment laten de operationele cijfers echter nog weinig van zo'n vertraging zien. De groei is juist opnieuw versneld, de klantenbasis wordt breder en Nvidia verkoopt steeds meer onderdelen van het volledige AI-datacenter in plaats van alleen GPU's. Daarmee wordt het bedrijf economisch steeds meer een infrastructuurplatform voor AI.
Dat maakt Nvidia rond de huidige waardering bijzonder interessant. Niet omdat 24 keer de winst op zichzelf goedkoop is, maar omdat de onderneming nog altijd veel sneller groeit dan die waardering normaal gesproken zou suggereren. De komende jaren moeten uitwijzen of de winst inderdaad snel genoeg richting de huidige verwachtingen groeit. Wanneer dat gebeurt, kan Nvidia ondanks zijn enorme beurswaarde nog altijd aanzienlijk goedkoper blijken dan het aandeel vandaag lijkt.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'VOORSPRONG'.
Dit artikel is geen beleggingsadvies. Beleggen brengt risico's met zich mee; je kunt (een deel van) je inleg verliezen.







































































































































Opmerkingen