top of page

CPB rekent door en het is slecht nieuws: lagere inkomens krijgen de hardste klap

In het kort:

  • Koopkracht valt lager uit voor alle huishoudens door hogere zorglasten en de “vrijheidsbijdrage”.

  • Lagere inkomens worden relatief het hardst geraakt; hoogste inkomensgroep +0,3 procentpunt, laagste groep blijft gelijk over vier jaar.

  • Armoede stijgt richting 2030 van 2,5 naar 2,7 procent.


De plannen van D66, VVD en CDA pakken ongunstig uit voor de verwachte koopkracht van alle huishoudens. Volgens het Centraal Planbureau dalen de koopkrachtverwachtingen in vergelijking met ongewijzigd beleid, waarbij lagere inkomens gemiddeld iets meer nadeel ondervinden dan hogere inkomens. De grootste oorzaken zijn het hogere eigen risico in de zorg en een nieuwe lastenverzwaring die de coalitie de “vrijheidsbijdrage” noemt en die bedoeld is om extra defensie-uitgaven te betalen.


Bron: CBP
Bron: CBP

CPB rekent coalitieakkoord door op verzoek van de Kamer

Het CPB presenteert vrijdag de doorrekening van het coalitieakkoord, nadat de Tweede Kamer hierom had gevraagd. In de analyse kijkt het planbureau naar de gevolgen voor burgers en bedrijven en vergelijkt het de uitkomsten met een situatie waarin het beleid niet verandert. Daaruit volgt dat vrijwel iedereen er iets minder op vooruitgaat dan eerder verwacht, ook al stijgt de koopkracht in de komende vier jaar voor de meeste groepen nog wel licht.


Bron: CBP
Bron: CBP

Defensiegeld drukt op koopkracht

Een belangrijke reden voor de lagere koopkrachtverwachting is dat er veel extra geld naar defensie gaat. Die hogere uitgaven moeten worden gefinancierd, en dat gebeurt volgens de doorrekening via ingrepen in de zorg en sociale zekerheid, aangevuld met een algemene lastenverzwaring. De coalitie presenteert die extra heffing als een “vrijheidsbijdrage”, maar het CPB ziet dat de rekening vooral bij werkenden terechtkomt.


Bedrijven krijgen ook met de lastenverzwaring te maken, al is het effect volgens het CPB kleiner dan bij huishoudens. Mensen met vermogen blijven in de plannen grotendeels buiten schot. Daardoor verschuift het zwaartepunt van de financiering vooral richting inkomen uit arbeid.


Lage inkomens worden harder geraakt dan hoge inkomens

De maatregelen in de zorg en sociale zekerheid raken lagere inkomens gemiddeld zwaarder dan hogere inkomens. In de doorrekening blijft de koopkracht van de laagste inkomensgroep over de komende vier jaar per saldo gelijk. Bij de hoogste inkomensgroep komt er juist 0,3 procentpunt bij, waardoor het verschil tussen groepen toeneemt.


Het CPB benadrukt dat de berekeningen gaan over de hele periode van vier jaar. Dat betekent dat de koopkracht in afzonderlijke jaren best kan schommelen, terwijl het totaalbeeld over de periode gelijk blijft. In maart komt het planbureau met cijfers die verder zijn uitgesplitst per jaar.


Hoger eigen risico en lagere zorgtoeslag drukken vooral aan de onderkant

Een belangrijke verklaring voor het zwaardere effect op lagere inkomens is het hogere eigen risico dat de coalitie wil invoeren. Het CPB wijst erop dat mensen met lagere inkomens gemiddeld vaker zorgkosten hebben en daardoor sneller met het eigen risico te maken krijgen. Tegelijkertijd daalt het bedrag aan zorgtoeslag, waar juist deze groep relatief vaak gebruik van maakt, ook nog iets.


De combinatie van meer eigen betalingen en een iets lagere tegemoetkoming zorgt ervoor dat de lasten onderaan de inkomensverdeling steviger aankomen. Bij hogere inkomens speelt dit minder, omdat zij gemiddeld minder afhankelijk zijn van toeslagen en de zorgkosten anders verdeeld zijn.


Nieuwe kindregeling pakt gunstiger uit voor hogere inkomens

Hogere inkomens profiteren daarnaast relatief meer van de nieuwe kindregeling die de coalitie wil invoeren. De kinderbijslag en het kindgebonden budget worden samengevoegd tot één regeling. Daarbij gaat het vaste bedrag omhoog, terwijl de inkomensafhankelijke delen omlaag gaan, waardoor hogere inkomens er gemiddeld meer voordeel van hebben dan lagere inkomens.


Voor gezinnen met een lager inkomen is het effect beperkter, juist omdat een groter deel van hun huidige ondersteuning nu via inkomensafhankelijke bedragen loopt. Door dat element af te bouwen, verschuift het voordeel richting huishoudens die minder afhankelijk zijn van inkomensafhankelijke ondersteuning.


Armoede stijgt licht, vooral rond de grens

Het CPB ziet ook dat het aandeel mensen in armoede iets oploopt. Onder de plannen van het kabinet Schoof zou het aandeel mensen in armoede in 2030 uitkomen op 2,5 procent van de bevolking. Met de coalitieplannen stijgt dit naar 2,7 procent.


Volgens het CPB gaat het daarbij vooral om mensen die net onder de armoedegrens vallen. Het aantal mensen in diepe armoede verandert nauwelijks, waardoor de verschuiving vooral aan de randen van de armoedegroep plaatsvindt. Dat neemt niet weg dat de stijging van 2,5 naar 2,7 procent betekent dat er in totaal meer mensen in de statistieken onder de armoedegrens terechtkomen.


Minderheidskabinet kan plannen nog moeten aanpassen

D66, VVD en CDA vormen samen een minderheidskabinet. Daardoor is het aannemelijk dat een deel van de plannen nog wordt aangepast of bijgestuurd, omdat steun van oppositiepartijen nodig is om voorstellen door het parlement te krijgen. Het CPB rekent met het akkoord zoals het nu voorligt, maar de uiteindelijke effecten kunnen veranderen als maatregelen worden afgezwakt, aangescherpt of vervangen.


Effecten op investeren, klimaat, stikstof en wonen

Naast koopkracht keek het CPB naar het investeringsklimaat, de klimaat en stikstofproblematiek en de woningmarkt. Op al deze thema’s krijgt het pakket een voldoende, maar het planbureau ziet ook ruimte voor verbetering. De coalitie haalt de eigen stikstofdoelen nog niet, maar zet volgens het CPB wel stappen in de goede richting, en dat geldt ook voor de klimaatplannen.


Een belangrijk positief punt is dat er meer geld naar onderwijs gaat. Dat verbetert de kwaliteit van de kenniseconomie en het menselijk kapitaal, wat weer gunstig is voor het investeringsklimaat. Op de woningmarkt wordt op de lange termijn een lichte toename van het woningaanbod verwacht door subsidies voor betaalbare woningbouw, het beter ontsluiten van woningbouwlocaties en een lagere belastingdruk voor woningcorporaties.


Overheidsuitgaven 2030.

Bron: CBP
Bron: CBP

Overheidsfinanciën verbeteren licht, staatsschuld loopt op

Alle plannen samen zorgen volgens het CPB voor een kleine verbetering van het overheidssaldo. Tegelijkertijd loopt de staatsschuld de komende vier jaar wel iets op. Daarmee laat de doorrekening een gemengd beeld zien, waarin de overheidsfinanciën op de balans iets gunstiger uitpakken, maar de schuldontwikkeling op korte termijn toch omhooggaat door de gekozen koers en de bijbehorende investeringen en uitgaven.

Advertorial

Ook bij koopkrachtmaatregelen geldt dat kleine procentuele verschillen onderaan de streep groot kunnen uitpakken, zeker wanneer lasten verschuiven richting werkenden en vaste kosten zoals zorg zwaarder drukken. Wie zijn rendement wil beschermen tegen dat soort druk, doet er goed aan scherp te kijken naar structurele kosten die wél te beïnvloeden zijn, zoals handels- en valutakosten bij beleggen.


MEXEM is door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025 en biedt handelen tegen 0,005% valutakosten, tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank. Dat verschil kan voor de gemiddelde belegger oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page