Box 3 2028 kan een miljoenen klap voor je vermogen zijn
- Michiel V

- 5 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort:
Doorrekening van 47 jaar wereldwijde aandelenrendement laat zien dat de manier van heffen in box 3 een enorm verschil maakt in eindvermogen.
Een vermogenswinstbelasting bij realisatie laat het samengestelde effect grotendeels intact, terwijl een vermogensaanwasbelasting het rendement structureel met ruim 3 procent per jaar drukt.
Het nieuwe stelsel vanaf 2028 levert volgens de analyse nauwelijks extra op voor de schatkist, maar kost lange termijn beleggers aanzienlijk meer vermogen.
De discussie over box 3 wordt vaak gevoerd in technische termen. Er wordt gesproken over vermogensaanwas, verliesverrekening en discontovoeten, terwijl de kern van het verhaal veel eenvoudiger is. Het gaat om de gemiddelde hardwerkende Nederlander die spaart en belegt voor zijn pensioen, voor financiële vrijheid of voor de toekomst van zijn kinderen. Geen speculant, geen hedgefonds, maar iemand die maandelijks geld opzijzet en verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen toekomst.
Kapé Breukelaar, financieel expert bij FiscAlert, besloot de verschillende box 3 systemen naast elkaar te zetten en door te rekenen wat ze in de praktijk betekenen. Hij koos daarbij bewust voor een helder uitgangspunt. Wat gebeurt er met een 100 procent aandelenbelegger die simpelweg jarenlang belegd blijft in een wereldwijde index. De uitkomsten zijn niet alleen interessant, maar ook confronterend voor iedereen die denkt dat box 3 slechts een technisch vraagstuk is.
Terug naar 1979: de kracht van lange termijn beleggen
Breukelaar rekent met de rendementen van de MSCI World index in euro vanaf 1979. Om het realistisch te houden trekt hij jaarlijks 0,5 procent kosten af. Het startpunt is een belegging van 100.000 euro in 1979, volledig in aandelen, waarna het vermogen 47 jaar lang blijft staan zonder tussentijdse verkoop.
Zonder belastingen groeit dat bedrag uit tot ongeveer 8,7 miljoen euro eind 2025. Dat komt neer op een gemiddeld rendement van 9,97 procent per jaar. Dit laat zien wat de kracht is van geduld en discipline. Het samengestelde effect zorgt ervoor dat rendement op rendement het grootste deel van de groei verklaart. Juist voor de gemiddelde hardwerkende Nederlander die vroeg begint en consequent belegt, is dat lange termijn effect cruciaal.
Maar deze 8,7 miljoen euro is een theoretisch bedrag vóór belasting. De vraag is hoeveel daarvan daadwerkelijk overblijft onder verschillende box 3 systemen.

Vermogenswinstbelasting: betalen bij echte winst
In het eerste scenario rekent Breukelaar met een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt pas belasting geheven op het moment dat de belegger zijn winst daadwerkelijk realiseert. In dit voorbeeld wordt na 47 jaar afgerekend tegen een tarief van 36 procent.
De eindwaarde daalt in dit scenario naar ongeveer 5,6 miljoen euro. De totale belasting bedraagt ruim 3 miljoen euro. Het gemiddelde netto jaarrendement zakt van 9,97 procent naar 8,95 procent. De effectieve belastingdruk komt daarmee uit op iets meer dan 10 procent van het bruto rendement.
Dit systeem heeft één groot voordeel. De belasting volgt de realiteit. De hardwerkende Nederlander betaalt pas wanneer hij daadwerkelijk winst heeft genomen. Het samengestelde effect blijft grotendeels intact en het systeem is eenvoudig te begrijpen. Wie winst maakt, rekent af. Wie niet verkoopt, betaalt niet.
Het huidige tussensysteem: ieder jaar een hap uit je groei
Het tweede scenario betreft het huidige box 3 systeem, waarin wordt gerekend met maximaal 6 procent rendement en geen verliesverrekening. Breukelaar houdt rekening met de vrijstelling, gecorrigeerd voor inflatie, om de vergelijking eerlijk te maken.
Onder dit systeem daalt de eindwaarde naar ongeveer 4,8 miljoen euro. Gemiddeld levert de belegger 1,4 procentpunt rendement per jaar in aan belasting. De effectieve belastingdruk stijgt naar ongeveer 14 procent van het bruto rendement.
Op papier lijkt het verschil met een vermogenswinstbelasting beperkt, maar over bijna vijf decennia werkt het effect enorm door. Doordat jaarlijks belasting wordt geheven, wordt het rendement dat kan doorrollen steeds kleiner. Het sneeuwbaleffect van samengestelde groei wordt structureel afgeremd. De gemiddelde Nederlander die jarenlang trouw heeft belegd, ziet zijn vermogen daardoor veel minder hard groeien dan mogelijk was geweest.

Oude box 3: belasting los van de werkelijkheid
Het derde scenario is het oude box 3 systeem, gebaseerd op een fictief rendement van 6 procent en een heffing van 36 procent. Daarbij moest jaarlijks belasting worden betaald, ongeacht het daadwerkelijk behaalde rendement.
In dit geval komt de eindwaarde uit op ongeveer 3,5 miljoen euro. Van het bruto rendement gaat gemiddeld 2,1 procentpunt per jaar verloren aan belasting. De effectieve belastingdruk loopt op tot ruim 20 procent van het bruto rendement.
Dit systeem werd uiteindelijk door de Hoge Raad onrechtmatig verklaard, juist omdat het te weinig aansloot bij de werkelijkheid. Toch laat de berekening zien hoe fors de impact was op vermogensopbouw. De hardwerkende Nederlander betaalde belasting over een veronderstelde opbrengst, zelfs in jaren waarin de beurs tegenzat.
Vermogensaanwasbelasting: het zwaarste scenario
De meest ingrijpende uitkomsten zitten in de scenario’s vier en vijf, waarin wordt gerekend met een vermogensaanwasbelasting. Daarbij wordt jaarlijks belasting geheven over de waardestijging van het vermogen, ook als die winst nog niet is gerealiseerd. In scenario vier worden verliezen direct gecompenseerd. In scenario vijf, het systeem dat vanaf 2028 moet gelden, mogen verliezen alleen voorwaarts worden verrekend.
De gevolgen zijn aanzienlijk. Het gemiddelde jaarrendement daalt met 3,1 procentpunt in het eerste aanwas scenario en met 3,4 procentpunt in het nieuwe systeem van 2028. De effectieve belastingdruk stijgt naar 31 tot 34 procent van het bruto rendement.
Dat betekent dat bijna een derde van het jaarlijkse rendement structureel wordt afgeroomd. De eindwaarde ligt daardoor fors lager dan in alle andere systemen. Voor de gemiddelde hardwerkende belegger die jarenlang vermogen opbouwt, is dit het zwaarste scenario. Hij wordt niet belast op gerealiseerde winst, maar op papieren groei die nog volledig kan verdampen in een slecht beursjaar.
Nauwelijks extra voor de schatkist
Breukelaar keek ook naar de totale belastingopbrengst en de contante waarde daarvan tegen een discontovoet van 4 procent. Opvallend is dat het nieuwe systeem van 2028 per heden nauwelijks meer oplevert dan het oude box 3 systeem.
Wat wel verandert, is de grilligheid van de inkomsten. In sterke beursjaren schieten de belastingbaten omhoog. In zwakke jaren dalen ze weer. De tweede grafiek in de analyse laat zien dat de belastinginkomsten onder het nieuwe systeem veel volatieler worden.
De staat loopt dus meer mee met de beurs, terwijl de structurele opbrengst niet spectaculair toeneemt. Tegelijkertijd neemt de effectieve belastingdruk voor beleggers duidelijk toe.
Een systeem dat verantwoord gedrag straft
De kern van Breukelaars analyse is eenvoudig maar pijnlijk. Het nieuwe systeem levert nauwelijks meer op voor de schatkist, maar kost de gemiddelde hardwerkende belegger fors meer rendement. Het lange termijn effect van beleggen wordt zwaar ondermijnd.
Het gaat hier niet om speculanten die dagelijks handelen. Het gaat om werknemers die hun pensioen deels zelf moeten opbouwen. Om ouders die sparen voor de studie van hun kinderen. Om ondernemers die hun vermogen opbouwen voor later. Juist deze groep wordt relatief het zwaarst geraakt wanneer papieren winsten jaarlijks worden belast.
Dat roept de vraag op of het systeem nog in balans is. Als Nederland wil dat burgers verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen financiële toekomst, dan hoort daar een belastingstelsel bij dat vermogensopbouw niet structureel afremt.

We verdienen een beter systeem
De cijfers laten zien dat de vorm van belastingheffing cruciaal is. Een systeem dat belasting heft bij realisatie van winst laat het samengestelde effect grotendeels intact. Een systeem dat jaarlijks aanwas belast, snijdt structureel in de groei van vermogen.
Volgens de analyse van Kapé Breukelaar verdient Nederland een beter box 3 systeem. Een systeem dat eerlijk is, uitvoerbaar blijft en niet de gemiddelde hardwerkende Nederlander straft voor verstandig lange termijn beleggen. De discussie over box 3 gaat dus niet alleen over techniek, maar over de vraag welk gedrag we als samenleving willen belonen en welk gedrag we juist afremmen.




































































































































