top of page

Warren Buffett slaat alarm: beurs nadert niveau van de dotcombubbel

2 minuten geleden
7 minuten om te lezen

Warren Buffett staat bekend om zijn geduld. Waar veel beleggers dagelijks naar koersen kijken en proberen in te spelen op de nieuwste hype, bouwde Buffett zijn vermogen juist op door jarenlang vast te houden aan bedrijven met sterke kasstromen, dominante marktposities en duurzame concurrentievoordelen.

Juist daarom valt zijn nieuwste waarschuwing op. Buffett zei onlangs dat het momenteel moeilijk is om aantrekkelijke waarderingen te vinden, omdat volgens hem steeds meer beleggers de beurs benaderen als een plek om te gokken. Zijn boodschap sluit aan bij een opvallend signaal dat momenteel opnieuw zichtbaar is op Wall Street: de Amerikaanse aandelenmarkt is gemeten aan de zogenoemde Shiller CAPE-ratio bijna net zo duur als tijdens de dotcombubbel.

Dat betekent niet automatisch dat er morgen een beurscrash volgt. Maar het laat wel zien hoe uitzonderlijk hoog de verwachtingen inmiddels zijn geworden. In ongeveer 155 jaar aan beursgeschiedenis kwam de waardering slechts één keer duidelijk hoger uit: rond de piek van de internetbubbel in 2000. Voor beleggers ontstaat daardoor een ongemakkelijke combinatie van recordkoersen, enorme AI-investeringen en waarderingen die historisch bijna nergens mee te vergelijken zijn.

Buffett ziet steeds meer gokken op de beurs

Buffett sprak eerder dit jaar al opvallend kritisch over het gedrag van beleggers. Tijdens de aandeelhoudersvergadering van Berkshire Hathaway vergeleek hij de beurs met een kerk waaraan een casino is vastgebouwd. Volgens Buffett is de fundamentele functie van de aandelenmarkt nog altijd waardevol, maar is de hoeveelheid speculatie rondom die markt sterk toegenomen.



In een later gesprek met CNBC-presentatrice Becky Quick ging hij nog een stap verder. Buffett zei dat het moeilijk is om aantrekkelijke beleggingen te vinden wanneer zoveel mensen liever gokken dan investeren. Daarbij wees hij onder andere op de enorme populariteit van zeer kortlopende opties en andere vormen van speculatie waarbij beleggers proberen binnen enkele uren of zelfs minuten winst te maken.


Het probleem zit volgens Buffett niet zozeer in koersschommelingen zelf. Die horen bij de beurs. Zijn kritiek richt zich vooral op de manier waarop steeds meer marktdeelnemers aandelen behandelen als loten in plaats van als eigendomsbewijzen van bedrijven.


Voor Buffett is het verschil fundamenteel. Een belegger kijkt naar hoeveel geld een onderneming kan verdienen, hoeveel daarvan kan worden herinvesteerd en hoe sterk de concurrentiepositie over tien of twintig jaar nog is. Een speculant kijkt vooral naar de vraag of iemand anders morgen bereid is een hogere prijs voor hetzelfde aandeel te betalen.


Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.


Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'PREMIUM50'.


Eén cijfer maakt de waarschuwing extra interessant

Juist nu Buffett waarschuwt voor speculatie, laat één bekende waarderingsmaatstaf een uitzonderlijk beeld zien. De Shiller CAPE-ratio van de S&P 500 staat in september rond 40,5. Een jaar geleden lag die ratio nog rond 38,6.


De CAPE-ratio werd populair door econoom Robert Shiller en verschilt van een normale koers-winstverhouding doordat niet alleen naar de winst van één jaar wordt gekeken. In plaats daarvan wordt de huidige beurswaarde afgezet tegen het gemiddelde van tien jaar aan voor inflatie gecorrigeerde winsten.


Daarmee worden tijdelijke uitschieters in bedrijfswinsten gedeeltelijk weggefilterd. Een uitzonderlijk goed of slecht jaar heeft daardoor veel minder invloed op de verhouding.


Juist op die maatstaf staat de Amerikaanse aandelenmarkt momenteel extreem hoog.


Begin 2000 bereikte de CAPE-ratio ongeveer 43,8. Dat was rond de piek van de dotcombubbel en blijft één van de hoogste niveaus ooit gemeten. In september 2026 staat de verhouding rond 40,5 tot 40,6. Daarmee bevindt de Amerikaanse beurs zich opnieuw in een gebied dat historisch vrijwel nooit is voorgekomen.



Dit gebeurde rond 2000

De vergelijking met 2000 klinkt natuurlijk direct alarmerend. Destijds waren beleggers bereid extreme bedragen te betalen voor vrijwel ieder bedrijf dat iets met internet deed. Veel ondernemingen hadden nauwelijks omzet, maakten enorme verliezen en beschikten niet over een duidelijk verdienmodel.

Toen het sentiment uiteindelijk omsloeg, stortte de Nasdaq in en verdwenen honderden internetbedrijven volledig.


Toch is het belangrijk om de situatie van toen niet één op één op vandaag te plakken. De bedrijven die momenteel de Amerikaanse indices domineren zijn fundamenteel veel sterker. Nvidia, Microsoft, Alphabet, Meta, Amazon, Broadcom en andere grote technologiebedrijven genereren enorme hoeveelheden omzet, winst en vrije kasstroom.


Dat is een belangrijk verschil met veel van de populairste internetaandelen rond 1999 en 2000.

De vraag is daarom niet noodzakelijk of kunstmatige intelligentie eenzelfde zeepbel is als het internet destijds. De technologie kan daadwerkelijk enorme economische waarde creëren. De belangrijkere vraag is hoeveel van die toekomstige groei beleggers vandaag al betalen.



Goede bedrijven kunnen alsnog te duur worden

Dat is precies waar Buffetts manier van denken relevant wordt. Een fantastisch bedrijf is niet automatisch een fantastische belegging tegen iedere prijs.


Nvidia kan bijvoorbeeld jarenlang profiteren van de explosieve vraag naar AI-rekenkracht. Microsoft kan steeds meer AI-functies verwerken in Azure en zijn softwareproducten. Alphabet kan AI uiteindelijk integreren in vrijwel zijn complete ecosysteem.


Maar wanneer beleggers extreem hoge verwachtingen in een aandeel verwerken, ontstaat er steeds minder ruimte voor tegenvallers.


Zelfs wanneer de winst blijft groeien, kan een aandeel dalen wanneer die groei net iets lager uitvalt dan de markt vooraf had verwacht. Bij zeer hoge waarderingen hoeft een bedrijf daarom niet eens slechte resultaten te publiceren om beleggers teleur te stellen.


Dat verschil tussen een sterk bedrijf en een aantrekkelijk geprijsd aandeel vormt al tientallen jaren de kern van Buffetts strategie.



Berkshire versloeg de S&P 500 decennialang

Buffetts waarschuwing krijgt extra gewicht door zijn historische rendement. Tussen 1965 en 2025 steeg de beurswaarde van Berkshire Hathaway gemiddeld met 19,7 procent per jaar. De S&P 500 kwam inclusief dividend in dezelfde periode uit op gemiddeld 10,5 procent per jaar.


Op het eerste gezicht lijkt een verschil van ongeveer negen procentpunt per jaar misschien niet extreem. Over zestig jaar zorgt samengestelde groei echter voor een gigantisch verschil.


Berkshire rapporteert over de periode 1964 tot en met 2025 een totale stijging van ruim 6 miljoen procent in zijn beurswaarde per aandeel. De S&P 500 kwam inclusief dividend over dezelfde periode uit op ongeveer 46.000 procent.


Buffett behaalde dat resultaat bovendien niet door voortdurend de volgende populaire sector te voorspellen. Berkshire kocht bedrijven waarin het jarenlang of zelfs tientallen jaren kon blijven zitten.



Een sterke concurrentiepositie staat centraal

Een belangrijk begrip binnen Buffetts filosofie is de zogenoemde economische moat, oftewel een slotgracht rondom een bedrijf.


Daarmee bedoelt Buffett een voordeel dat concurrenten moeilijk kunnen kopiëren. Dat kan een krachtig merk zijn, enorme schaal, hoge overstapkosten voor klanten of een netwerk dat waardevoller wordt naarmate meer mensen het gebruiken.


Bedrijven met zo'n voordeel kunnen jarenlang bovengemiddelde rendementen behalen. Wanneer de onderneming de winst vervolgens opnieuw tegen aantrekkelijke rendementen kan investeren, ontstaat het mechanisme waarop Buffett zijn vermogen grotendeels bouwde: compounding.


De winst groeit, waardoor het bedrijf meer geld kan herinvesteren. Die nieuwe investeringen leveren vervolgens opnieuw winst op, waarna opnieuw meer kapitaal beschikbaar komt.


Over tientallen jaren kan dat effect gigantisch worden.



AI maakt de situatie ingewikkelder

De enorme AI-rally maakt Buffetts waarschuwing momenteel extra interessant. Veel van de grootste bedrijven ter wereld investeren tientallen miljarden dollars per jaar in datacenters, chips en infrastructuur voor kunstmatige intelligentie.


Dat geld stroomt richting bedrijven als Nvidia, Broadcom en TSMC, maar uiteindelijk ook richting chipmachinebedrijven, energiebedrijven, netwerkleveranciers en datacenterbedrijven.


In tegenstelling tot veel internetbedrijven uit 2000 wordt hier dus daadwerkelijk enorme omzet gegenereerd.

Dat betekent echter niet dat iedere prijs rationeel is. Wanneer beleggers verwachten dat AI-investeringen jarenlang explosief blijven groeien, kunnen zelfs kleine tekenen van vertraging grote koersbewegingen veroorzaken.


De afgelopen maanden hebben aandelen zoals Nvidia, Micron, AMD en verschillende andere chipbedrijven regelmatig laten zien hoe snel sentiment kan omslaan. Koersen kunnen binnen korte tijd tientallen procenten stijgen, maar ook hard terugvallen wanneer verwachtingen worden aangepast.


Juist die bewegingen passen bij het gedrag waarvoor Buffett waarschuwt: beleggers focussen steeds vaker op de volgende koerssprong in plaats van op de waarde die een onderneming over tien of twintig jaar kan creëren.



Een hoge CAPE voorspelt geen crashdatum

Toch is er één belangrijke nuance. De CAPE-ratio kan niet voorspellen wanneer een marktcorrectie komt.

Een beurs die duur is, kan jarenlang duur blijven. In de tweede helft van de jaren negentig stond de waardering bijvoorbeeld al lange tijd historisch hoog voordat de dotcombubbel daadwerkelijk barstte.


Dat maakt de CAPE vooral bruikbaar als maatstaf voor langetermijnverwachtingen en minder geschikt voor het voorspellen van de volgende maand of het volgende kwartaal.


Een hoge verhouding betekent vooral dat beleggers relatief veel betalen voor iedere dollar aan langjarige winst. Historisch gezien ging dat doorgaans samen met lagere toekomstige rendementen dan wanneer aandelen tegen lage waarderingen werden gekocht.


Dat betekent echter niet dat aandelen vanaf dit niveau noodzakelijk moeten dalen. Bedrijfswinsten kunnen verder groeien, nieuwe technologie kan de productiviteit verhogen en waarderingen kunnen nog langere tijd hoog blijven.



Buffett zegt dus niet dat iedereen moet verkopen

Misschien wel het belangrijkste onderdeel van zijn boodschap is wat Buffett níét zegt. Hij roept beleggers niet op om alle aandelen te verkopen en volledig in cash te gaan zitten.


Buffett heeft gedurende zijn carrière juist herhaaldelijk benadrukt hoe moeilijk het is om de beurs op korte termijn te voorspellen. Wie uitstapt omdat aandelen duur lijken, moet vervolgens namelijk twee beslissingen goed nemen: wanneer verkopen en wanneer weer instappen.


Dat tweede moment blijkt vaak nog moeilijker.


Berkshire zelf houdt enorme hoeveelheden liquiditeiten aan wanneer Buffett en zijn opvolgers weinig aantrekkelijke mogelijkheden zien, maar tegelijkertijd blijft het concern eigenaar van verschillende grote bedrijven en aandelenbelangen. De onderneming probeert dus niet te voorspellen wanneer de volgende beurscorrectie exact begint.


Het wacht simpelweg totdat prijzen aantrekkelijk genoeg worden.



Dat is misschien de belangrijkste boodschap voor beleggers

De combinatie van Buffetts waarschuwing en de extreem hoge CAPE-ratio betekent daarom niet dat een nieuwe beurscrash onvermijdelijk is.


Wat het wel laat zien, is dat de foutmarge kleiner wordt.


Wanneer aandelen goedkoop zijn, hoeft een bedrijf niet perfect te presteren om beleggers een goed rendement te bezorgen. Wanneer waarderingen extreem hoog zijn, wordt juist steeds meer toekomstige groei vooraf betaald.


Dat maakt het belangrijker om onderscheid te maken tussen een goed verhaal en een goed bedrijf, maar ook tussen een goed bedrijf en een goed geprijsd aandeel.


Na jaren waarin AI-aandelen, technologiebedrijven en verschillende groeiaandelen enorme rendementen hebben opgeleverd, lijkt juist dat onderscheid opnieuw belangrijker te worden.


De Amerikaanse aandelenmarkt bevindt zich op basis van de Shiller CAPE momenteel op één van de duurste niveaus uit meer dan anderhalve eeuw beursgeschiedenis. Alleen rond de dotcombubbel lag de verhouding duidelijk hoger. Tegelijkertijd waarschuwt één van de succesvolste beleggers ooit dat steeds meer mensen de beurs benaderen als een casino.


Dat hoeft geen teken te zijn dat de volgende crash morgen begint. Het kan wel betekenen dat beleggers momenteel meer dan ooit betalen voor groei die nog moet worden waargemaakt.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page