Elon Musk voorspelt een wereld zonder geld: dit kan al binnen 10 jaar gebeuren
Elon Musk staat bekend om voorspellingen die op het moment dat hij ze doet bijna absurd klinken. Zelfrijdende auto's, raketten die opnieuw landen en mensen die rechtstreeks met computers communiceren behoorden jarenlang tot het soort ideeën dat vooral in sciencefictionfilms thuishoorde. Inmiddels bouwt Musk tegelijkertijd aan Tesla, SpaceX, xAI en Neuralink en kijkt hij alweer veel verder vooruit.
Volgens Musk kan de wereld er over slechts tien jaar compleet anders uitzien. Kunstmatige intelligentie wordt slimmer dan mensen, miljarden robots kunnen een groot gedeelte van het fysieke werk overnemen en producten en diensten zouden uiteindelijk zo goedkoop kunnen worden dat werken steeds minder noodzakelijk wordt.
Musk gaat inmiddels zelfs nog een stap verder. In een interview met The Economist deed hij deze zomer misschien wel één van zijn meest extreme voorspellingen tot nu toe: “Money won't matter in 2036.” Volgens Musk kan AI in combinatie met humanoïde robots zoveel produceren dat er een economie ontstaat waarin vrijwel iedereen kan krijgen wat hij nodig heeft.
En juist deze week verscheen een klein maar opvallend voorproefje van de technologische wereld die Musk probeert te bouwen.
Twee woorden laten zien hoe snel het gaat
Op donderdag 17 september plaatste Musk slechts drie woorden op X: “I love you.”
Het bericht was een reactie op een video van Neuralink. Daarin was te zien hoe een deelnemer aan een Neuralink-studie via een hersenimplantaat de woorden “I love you” met een synthetische stem kon laten uitspreken. Het Neuralink-systeem probeert hersensignalen die verband houden met bedoelde spraak om te zetten in tekst of geluid. De technologie bevindt zich nog in de experimentele fase, maar laat tegelijkertijd zien hoe snel ontwikkelingen die enkele jaren geleden nog als sciencefiction werden gezien dichterbij komen.
Neuralink vormt slechts één onderdeel van Musks veel grotere toekomstbeeld. SpaceX moet mensen uiteindelijk permanent buiten de aarde kunnen laten leven, Tesla bouwt autonome voertuigen en humanoïde robots, terwijl xAI steeds krachtigere kunstmatige intelligentie ontwikkelt.
Wanneer die ontwikkelingen bij elkaar worden opgeteld, ontstaat het beeld van een economie die fundamenteel anders werkt dan vandaag.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'PREMIUM50'.
Een miljard robots
Een belangrijke motor achter die verandering moeten humanoïde robots worden. Musk verwacht dat robots uiteindelijk niet alleen in fabrieken staan, maar vrijwel overal verschijnen. Ze kunnen producten maken, pakketten verplaatsen, ouderen verzorgen, boodschappen doen, huizen onderhouden en talloze andere werkzaamheden uitvoeren.
Tijdens het World Economic Forum in Davos voorspelde Musk zelfs dat er uiteindelijk meer robots dan mensen kunnen zijn. Zijn redenering is relatief eenvoudig. De omvang van de economie wordt uiteindelijk bepaald door hoeveel goederen en diensten kunnen worden geproduceerd. Wanneer miljarden intelligente machines vrijwel continu kunnen werken, kan de totale productie volgens hem enorm toenemen.
Daarmee krijgt Tesla Optimus een compleet andere betekenis. Wanneer Tesla uiteindelijk miljoenen humanoïde robots kan produceren, verkoopt het bedrijf niet alleen machines. Het creëert in feite nieuwe arbeidskrachten.
Een robot heeft geen salaris nodig, hoeft niet te slapen en kan in theorie jarenlang dezelfde werkzaamheden uitvoeren. Combineer dat met steeds intelligentere AI en Musk denkt dat de hoeveelheid beschikbare arbeid uiteindelijk bijna onbeperkt kan worden.
En dan verdwijnt volgens Musk zelfs geld
Dat brengt Musk bij zijn misschien wel meest opmerkelijke voorspelling.
Geld zou uiteindelijk grotendeels overbodig kunnen worden.
Tijdens zijn interview met The Economist kreeg Musk de vraag hoe zijn bedrijven over tien jaar eigenlijk geld zouden verdienen. Zijn antwoord was verrassend: geld zou tegen die tijd misschien helemaal niet meer belangrijk zijn.
Zijn redenering is dat mensen geld uiteindelijk vooral nodig hebben om schaarse goederen en diensten te verkrijgen. We betalen voor voedsel, woningen, transport, energie, entertainment en arbeid omdat deze zaken niet onbeperkt beschikbaar zijn.
Maar stel dat miljarden robots vrijwel alles kunnen produceren.
Voedsel wordt grotendeels automatisch geproduceerd. Fabrieken draaien vrijwel zelfstandig. Zelfrijdende voertuigen verzorgen transport. Robots bouwen huizen en onderhouden infrastructuur. AI levert onderwijs, software en andere diensten tegen vrijwel geen marginale kosten.
Dan ontstaat volgens Musk een soort “quasi-infinite economy”, waarin de hoeveelheid goederen en diensten zo groot wordt dat mensen onmogelijk alles kunnen consumeren wat geproduceerd kan worden. In zo'n wereld verliest geld volgens hem een groot gedeelte van zijn functie.
Musk heeft eerder een vergelijkbaar scenario beschreven en daarbij gesproken over een “universal high income”. Het idee gaat verder dan het bekende universele basisinkomen. Wanneer AI en robots enorme economische waarde produceren, zouden mensen volgens dit toekomstbeeld toegang kunnen krijgen tot een zeer hoge materiële levensstandaard zonder daarvoor noodzakelijk traditioneel werk te hoeven verrichten.
Maar hier wordt het toekomstbeeld ineens een stuk enger
Op papier klinkt dat bijna als een economische utopie. Mensen hoeven nauwelijks meer te werken, producten zijn extreem goedkoop en robots produceren vrijwel alles wat de samenleving nodig heeft.
Maar er zit een enorme onbeantwoorde vraag achter Musks voorspelling:
Van wie zijn die robots eigenlijk?
Stel dat een humanoïde robot uiteindelijk evenveel werk kan uitvoeren als één mens. Een bedrijf dat één miljoen van zulke robots bezit, beschikt dan in feite over een gigantische digitale beroepsbevolking.

De economische waarde die vroeger via salarissen over miljoenen werknemers werd verdeeld, kan dan voor een veel groter gedeelte terechtkomen bij de bedrijven en aandeelhouders die de robots, AI-systemen en datacenters bezitten.
Dat creëert een vreemd tussenstadium. Uiteindelijk voorspelt Musk een wereld van overvloed waarin geld nauwelijks relevant is. Maar voordat die wereld eventueel wordt bereikt, kan juist het tegenovergestelde gebeuren.
Kapitaal kan tijdelijk belangrijker worden dan ooit.
Wie de robots bezit, bezit de productie
Dat is misschien wel de grootste economische vraag achter de AI-revolutie.
Op dit moment krijgen mensen inkomen omdat ze arbeid leveren. Vervolgens gebruiken ze dat inkomen om goederen en diensten te kopen. Wanneer robots steeds meer menselijke arbeid vervangen, wordt die relatie zwakker.
Moment | Verwachting van Musk |
Nu – 2026 | AI en humanoïde robots worden snel krachtiger |
~2031 | AI kan volgens Musk de totale menselijke intelligentie overtreffen |
~2036 | Meer dan 1 miljard humanoïde robots |
~2036 | Vrijwel al het werk kan volgens Musk door AI/robots worden gedaan |
2036 | “Money won't matter” |
Een fabriek die vroeger 10.000 werknemers nodig had, heeft misschien nog maar enkele honderden mensen nodig wanneer robots vrijwel alles uitvoeren. De fabriek kan meer produceren tegen lagere kosten, maar duizenden mensen ontvangen niet langer salaris uit die productie.
De totale economie kan daardoor groeien terwijl tegelijkertijd een steeds groter gedeelte van de bevolking minder rechtstreeks deelneemt aan de productie.
Dan wordt eigendom extreem belangrijk.
Wie aandelen bezit in bedrijven die AI en robots controleren, profiteert rechtstreeks van de stijgende productiviteit. Wie geen kapitaal bezit en tegelijkertijd zijn arbeid minder waardevol ziet worden, kan juist achterblijven.
Het is daarom helemaal niet vanzelfsprekend dat technologische overvloed automatisch betekent dat iedereen rijk wordt.
Zelfs robots kunnen schaarste niet volledig oplossen
Daar komt nog een tweede probleem bij. Musk gaat ervan uit dat enorme productiviteit uiteindelijk zoveel overvloed creëert dat geld minder belangrijk wordt. Maar niet alles kan onbeperkt worden geproduceerd.
Een robot kan misschien miljoenen huizen bouwen, maar hij kan geen extra grond creëren in het centrum van Amsterdam, Londen of New York. AI kan entertainment vrijwel onbeperkt produceren, maar niet onbeperkt energie, koper, lithium, chips of andere grondstoffen creëren.
Econoom Fredrik NG Andersson van Lund University wees onlangs precies op dat probleem in een analyse van Musks voorspelling. AI en robots kunnen arbeid veel minder schaars maken, maar grond, energie, natuurlijke hulpbronnen en bepaalde unieke goederen blijven beperkt. Zolang meerdere mensen hetzelfde schaarse product willen hebben, blijft er volgens hem een systeem nodig dat bepaalt wie het krijgt.
Ook AI zelf vereist bovendien enorme fysieke infrastructuur. Datacenters hebben elektriciteit nodig, robots vereisen metalen, batterijen en chips en fabrieken hebben grond nodig. Zelfs Musk erkent energie inmiddels als een belangrijke beperking voor de enorme uitbreiding van AI.
Geld kan daardoor misschien voor sommige producten minder belangrijk worden, terwijl andere schaarse bezittingen juist veel waardevoller worden.
Wat gebeurt er met ongelijkheid?
Daarmee komen we misschien bij de belangrijkste vraag van allemaal.
Stel dat Musk grotendeels gelijk krijgt en AI en robots de wereldeconomie vele malen productiever maken. Wie krijgt die extra economische waarde?
Technologie geeft daar zelf geen antwoord op.
Een wereld waarin miljoenen robots eigendom zijn van een kleine groep ondernemingen kan economisch totaal anders uitpakken dan een wereld waarin een groot gedeelte van de bevolking direct of indirect mede-eigenaar is van die productiecapaciteit.
Dat kan bijvoorbeeld via aandelenbezit, pensioenfondsen, overheidsfondsen, belastingen of een vorm van universeel inkomen. Welke constructie uiteindelijk wordt gekozen is geen technologische maar een maatschappelijke en politieke vraag.
Andersson wijst daarom op een belangrijk onderscheid in Musks toekomstbeeld. Technologie kan de totale welvaart enorm vergroten, maar bepaalt niet automatisch hoe die welvaart vervolgens over de bevolking wordt verdeeld.
En precies daar kan de overgang naar een AI-economie behoorlijk pijnlijk worden.
De overgang kan belangrijker zijn dan het eindpunt
Musk praat meestal over het uiteindelijke resultaat: een wereld waarin robots zo ontzettend veel produceren dat vrijwel iedereen toegang heeft tot alles wat hij nodig heeft.
Maar de periode tussen vandaag en die wereld kan veel ingewikkelder zijn.
Banen kunnen verdwijnen voordat er een nieuw systeem bestaat om inkomen te verdelen. Bedrijven die beschikken over de beste AI-modellen, chips, robots en energie kunnen enorme economische macht verzamelen. Mensen die deze bedrijven bezitten kunnen hun vermogen explosief zien toenemen, terwijl werknemers in geautomatiseerde sectoren juist hun belangrijkste inkomstenbron verliezen.
Daarmee ontstaat een paradox.
Hoe dichter we bij Musks wereld zonder geld komen, hoe belangrijker bezit tijdens de overgang juist kan worden.
Dat maakt de komende tien jaar voor beleggers uitzonderlijk interessant, maar maatschappelijk mogelijk ook bijzonder ingewikkeld.
Musk erkent zelf dat het mis kan gaan
Musk presenteert zijn toekomstbeeld tegenwoordig opvallend optimistisch, maar hij ontkent de risico's niet. Tijdens zijn interview met The Economist zei hij dat het risico rond AI en robots volgens hem niet nul is. Hij heeft eerder zelfs gesproken over scenario's waarin zeer krachtige AI gevaarlijk voor de mensheid kan worden.
Ook tijdens het World Economic Forum waarschuwde hij dat voorzichtigheid nodig blijft bij zowel AI als robots. Zijn vergelijking was opvallend duidelijk: de mensheid wil niet uiteindelijk in een scenario terechtkomen dat lijkt op Terminator.
Maar het gevaar hoeft niet eens zo extreem te zijn.
Misschien is de veel realistischer vraag niet of robots zich tegen mensen keren, maar wat er gebeurt wanneer economische macht zich concentreert bij degenen die de robots bezitten.
Wie bepaalt dan wie toegang krijgt tot de beste AI? Wie bezit de energiecentrales en datacenters? Wie controleert de robots? Wie bezit de grond? En wie bepaalt uiteindelijk hoe de gigantische economische opbrengsten worden verdeeld?
Op die vragen heeft Musk voorlopig veel minder concrete antwoorden.
De wereld van 2036
Wanneer Musks voorspellingen naast elkaar worden gelegd, ontstaat daarom een fascinerend maar ook enigszins ongemakkelijk toekomstbeeld.
In het optimistische scenario produceren miljarden robots vrijwel alles wat mensen nodig hebben. Kunstmatige intelligentie levert kennis en digitale diensten bijna gratis. Autonome voertuigen verzorgen transport, robots bouwen en produceren en Neuralink creëert compleet nieuwe manieren waarop mensen met computers kunnen communiceren.
Geld wordt daardoor steeds minder belangrijk en traditioneel werk verandert van een economische noodzaak in iets wat mensen vooral doen omdat ze dat zelf willen.
Maar dezelfde technologie kan tijdens de overgang ook een compleet andere wereld creëren. Wanneer arbeid minder belangrijk wordt en het bezit van AI, robots, grond, energie en infrastructuur juist belangrijker wordt, kan economische ongelijkheid eerst behoorlijk toenemen.
Daarmee draait de grootste vraag rond Musks voorspellingen misschien helemaal niet om technologie.
De Neuralink-video van deze week laat zien dat technologie die enkele jaren geleden nog onmogelijk leek daadwerkelijk dichterbij komt. Een proefpersoon kon via hersensignalen uiteindelijk simpelweg “I love you” laten uitspreken.
De veel moeilijkere vraag voor de komende tien jaar is wat er gebeurt wanneer AI en robots niet alleen mensen helpen communiceren, maar een steeds groter gedeelte van de volledige wereldeconomie produceren.
Musk denkt dat het eindpunt een tijdperk van ongekende overvloed kan zijn waarin geld nauwelijks nog betekenis heeft. Maar voordat we daar eventueel aankomen, moet de wereld eerst antwoord vinden op een veel ouder probleem:
als machines straks bijna alle rijkdom kunnen produceren, wie krijgt die rijkdom dan?






































































































































Mooi artikel Jan! Je hebt er echt talent voor!