Is de ‘SaaSpocalypse’ voorbij: dit is hoe ik ernaar kijk
- Kolivier Jager
- 1 uur geleden
- 10 minuten om te lezen
Softwareaandelen hebben de door AI aangejaagde uitverkoop grotendeels teruggedraaid: de IGV-software-ETF staat bijna 40% boven het dieptepunt van april 2026. De interessantere vraag is nu niet welk aandeel het hardst kan stijgen. Ik wil weten waar AI al omzet oplevert, en waar de oude angst voor vervanging nog steeds terecht is.
Waarom is software sinds april bijna 40 procent opgeveerd?
De omslag is fors. IGV verloor vanaf zijn hoogtepunt in het derde kwartaal van 2025 ongeveer 40% en begon pas rond april overtuigend te herstellen. Een andere software-ETF, XSW, bereikte eind augustus zelfs een nieuw hoogtepunt. De markt handelt dus niet meer alsof generatieve AI de bestaande softwaresector simpelweg wegvaagt.
Dat is een wezenlijke verandering. De vrees was dat generatieve AI bestaande software zou vervangen. Dat verhaal klinkt logisch. Misschien té logisch.
Software is namelijk meer dan een scherm met knoppen. Achter zo’n scherm zitten eigen data en werkprocessen die diep in een organisatie zijn verankerd. Een nieuw AI-model kan daar een slimmere ingang voor bieden. Het vervangt daarmee nog niet automatisch het systeem erachter.
De koersrally zegt vooral dat de markt dit verschil opnieuw begint te zien. Maar koersherstel is nog geen bewijs van breed winstherstel. Bijna 40% stijgen vanaf een dieptepunt betekent dat de paniek grotendeels is verdwenen. Het vertelt nog niet welke softwarelaag straks het geld verdient.
Waarom bouwen AI-labs softwareleveranciers niet simpelweg weg?
Jefferies verwacht dat ontwikkelaars van de meest geavanceerde AI-modellen eerder zullen samenwerken met gevestigde softwareleveranciers dan zelf de volledige technologieketen bouwen en beheren. Analist Brent Thill wijst daarbij op drie bezittingen die moeilijk te kopiëren zijn: systemen waarin bedrijfsinformatie officieel wordt vastgelegd, eigen data en werkprocessen die diep in een organisatie zijn verankerd.
Zo’n registratiesysteem heet vaak een system of record. Dat is geen hip begrip. Denk aan de plek waar een organisatie vastlegt wie een klant is, welke factuur openstaat, welke werknemer toegang heeft en welke handeling daadwerkelijk is goedgekeurd. Een AI-assistent kan daarbovenop zoeken, samenvatten en opdrachten voorbereiden. Maar zonder betrouwbare gegevens en toestemming blijft hij vooral een welbespraakte buitenstaander.
Vergelijk het met een slimme ober in een restaurant. Die kan perfect begrijpen wat je wilt bestellen. Zonder toegang tot de keuken, de voorraad en het kassasysteem komt er nog steeds geen maaltijd. Het AI-model is de ober. De bestaande software beheert een groot deel van het restaurant.
Daarom is samenwerking economisch vaak logischer dan volledige vervanging. De AI-aanbieder levert het model en de nieuwe gebruikerservaring. De softwareleverancier levert de gegevens, beveiliging en koppelingen waarmee dat model iets bruikbaars kan doen. Beiden kunnen verdienen aan dezelfde handeling.
Salesforce-topman Marc Benioff en Anthropic-topman Dario Amodei presenteerden hun bedrijven eind augustus nadrukkelijk als complementair. Amodei zei daarbij dat Anthropic niet uit is op het vernietigen van andere ondernemingen en AI als een ontwikkeling ziet waarbij meerdere partijen kunnen winnen.

Dat klinkt geruststellend. Het is alleen nog geen garantie dat iedere gevestigde leverancier overeind blijft. Een bestaand klantenbestand helpt, maar beschermt geen zwak product. En een moeilijk vervangbaar systeem kan alsnog onder prijsdruk komen als de zichtbare functies steeds meer door een AI-laag worden geleverd.
De verdedigingslinie bestaat dus niet uit ouderdom. Zij bestaat uit relevante data, controle over werkprocessen en een product dat de klant niet zonder problemen kan uitschakelen.
Waar landt AI-omzet eerder: in data en beveiliging of in apps?
Niet iedere softwarelaag profiteert even snel. Volgens Jefferies verloopt de omzetgeneratie met AI bij consumentgerichte applicaties trager en grilliger dan bij diepere onderdelen zoals databases en besturingssystemen. De bank ziet data-infrastructuur en cybersecurity daarom momenteel als sterkere segmenten dan applicaties.
Dat verschil is logisch. Voordat een onderneming AI betrouwbaar kan inzetten, moet zij eerst weten waar haar gegevens staan. Die gegevens moeten worden opgeschoond, gekoppeld en doorzoekbaar gemaakt. Ook moet duidelijk zijn welke medewerker of welk model welke informatie mag gebruiken. Data-infrastructuur vormt daarmee een soort leidingnet voor AI. Zonder leidingen stroomt er niets.
Daar komt beveiliging direct achteraan. Meer AI-assistenten betekent meer digitale gebruikers die toegang vragen tot documenten, databases en bedrijfssystemen. Sommige daarvan zijn mensen. Andere zijn geautomatiseerde processen die zelfstandig acties uitvoeren. Iedere extra ingang vergroot het belang van identiteitscontrole, monitoring en bescherming.
Cybersecurity verdient dan niet alleen aan angst. Het wordt een noodzakelijke laag voor praktisch AI-gebruik. Een bedrijf kan geen autonome assistent gevoelige klantgegevens laten verwerken zonder te controleren wat die assistent ziet en doet. Eén verkeerde toestemming is genoeg. Meer automatisering vraagt dus om meer controle.
Bij applicaties is de uitkomst minder voorspelbaar. Een goede AI-functie kan enorme productiviteitswinst opleveren. Maar gebruik is nog geen omzet. De leverancier moet aantonen dat klanten extra willen betalen, dat de functie regelmatig wordt gebruikt en dat concurrenten haar niet snel nabouwen.
Dat maakt applicaties niet kansloos. Integendeel. De beste toepassingen kunnen dicht bij de eindgebruiker zitten en daardoor veel waarde pakken. De spreiding tussen winnaars en verliezers wordt alleen groter.
Mijn voorlopige rangorde is daarom duidelijk. Data-infrastructuur heeft de meest directe aansluiting op het opruimen en benutten van bedrijfsgegevens. Cybersecurity profiteert van de extra toegang en complexiteit. Applicaties bieden mogelijk de spectaculairste uitschieters, maar ook de grootste kans dat een populaire functie nauwelijks extra omzet oplevert.
Bewijzen de nieuwste cijfers dat het herstel meer is dan opluchting?
De nieuwste resultaten geven de optimisten munitie. Snowflake boekte over het tweede kwartaal een omzet van 1,55 miljard dollar, tegenover 1,48 miljard dollar verwacht. De aangepaste winst per aandeel bedroeg 0,62 dollar, waar op 0,45 dollar was gerekend. Op 2 september 2026 verhoogde het bedrijf zijn prognose voor de productomzet in boekjaar 2027 van 5,840 miljard dollar en 31% groei naar 6,070 miljard dollar en 36% groei. De verwachte non-GAAP-operationele marge ging van 13,5% naar 14,5%. De aangepaste vrije-kasstroommarge bleef 23,0%.

Het aandeel steeg volgens de handelsmeting rond die publicatie met 22%. Zo’n koerssprong is geen bewijs dat de hele sector gezond is. Hij laat wel zien hoe laag de verwachtingen eerder waren en hoeveel beleggers bereid zijn te betalen zodra AI-gebruik ook in de cijfers verschijnt.
De betekenis zit vooral in het soort omzet. Dataplatforms helpen ondernemingen hun verspreide bedrijfsgegevens samen te brengen en sneller te gebruiken voor analyses en geautomatiseerde werkstromen. Dat is precies de infrastructuur die nodig is voordat een AI-model betrouwbaar op bedrijfsniveau kan functioneren.
Ook cybersecurity leverde bewijs. Palo Alto Networks rapporteerde een aangepaste winst per aandeel van 1,02 dollar, tegenover 0,98 dollar verwacht. De omzet kwam uit op 3,41 miljard dollar, meer dan de verwachte 3,35 miljard dollar. De vraag naar AI-beveiliging droeg volgens de actuele berichtgeving bij aan de sterke resultaten.
Voor boekjaar 2027 verwacht Palo Alto Networks een omzet van 14,10 tot 14,20 miljard dollar en NGS ARR van 11,075 tot 11,175 miljard dollar. De outlook gaat verder uit van een non-GAAP-operationele marge van 29,5%, een aangepaste vrije-kasstroommarge van 38,0% en een non-GAAP-winst per aandeel van 4,16 tot 4,19 dollar. Het bedrijf meldde bij dezelfde publicatie dat het Console al heeft overgenomen.
Maar hier verscheen meteen de kanttekening: margedruk woog op de reactie na de cijfers. Dat is belangrijker dan het misschien klinkt. Extra vraag is pas waardevol wanneer voldoende van die extra omzet als winst of kasstroom overblijft. Groei kopen met hoge kosten is makkelijker dan winstgevend groeien.
Aan de applicatiekant zijn er al spectaculaire voorbeelden. Doximity-topman Jeffrey Tangney zei tijdens de kwartaalcall dat zijn onderneming per zoekopdracht meer dan 10 keer zoveel omzet verdiende als de AI-zoekopdracht kostte. De aandelenkoers verdubbelde vervolgens ruimschoots in de handel buiten de reguliere beursuren.
Dat is een opvallend rendement. Toch bewijst één succesvolle functie niet dat applicaties als groep hun verdienmodel hebben opgelost. Zo’n rendement kan samenhangen met een specifieke doelgroep, een sterke distributiepositie of een toepassing waarbij de economische waarde uitzonderlijk duidelijk is. De vraag is of vergelijkbare opbrengsten bij meer producten en meer klanten herhaalbaar zijn.
De cijfers verzwakken dus de simpele vernietigingsthese. AI creëert aantoonbaar vraag naar bestaande data- en beveiligingssoftware. Bij applicaties zijn sterke succesverhalen zichtbaar, maar de omzetgeneratie blijft volgens Jefferies ongelijkmatiger.
Het is geen volledige overwinning, maar wel een belangrijk begin.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'KANS'.
Hoe speel je het herstel zonder één softwarebedrijf te kiezen?
Een brede software-ETF voorkomt dat je hele resultaat afhangt van één productlancering, kwartaalrapport of bestuursbesluit. IGV en XSW volgen mandjes van softwarebedrijven en bewogen beide sterk mee met het herstel van de sector. Je koopt daarmee niet de perfecte AI-winnaar. Je koopt de kans dat software als geheel relevanter blijft dan begin dit jaar werd gevreesd.
Die spreiding lost alleen niet alles op. Een softwaremandje kan databedrijven, beveiligers en applicatieleveranciers bevatten. De kwaliteit van hun AI-omzet verschilt sterk. Ook de waarderingen, winstmarges en aandelenbeloning lopen uiteen.
Wie de sector breed wil benaderen, moet daarom verder kijken dan het woord software op het etiket. Ik zou op vier zaken letten. Hoe groot is de blootstelling aan data-infrastructuur en cybersecurity? Hoe geconcentreerd is het mandje in de grootste posities? Hoeveel van de waardering rust al op toekomstige AI-groei? En hoeveel van het huidige AI-gebruik levert daadwerkelijk omzet op?
Vooral dat laatste onderscheid is hard nodig. Een leverancier kan indrukwekkende aantallen zoekopdrachten, assistenten of gegenereerde samenvattingen melden. Dat zijn gebruikscijfers. Geen omzetcijfers. Pas wanneer klanten ervoor betalen of het gebruik tot hogere contractwaarden leidt, verschijnt het economische bewijs.
Een brede sectorbelegging vermindert het risico dat je precies het verkeerde bedrijf kiest. Zij vermindert niet het risico dat de hele sector te duur wordt. Als beleggers tegelijk dezelfde data- en beveiligingsnamen najagen, kan een mandje behoorlijk geconcentreerd raken in één overtuiging: AI blijft groeien en bestaande software pakt een flink deel van die waarde.
Daarmee kom je bij de zwakke plek van het herstel. Wie tussen IGV en XSW kiest, legt zelf de kosten, de wegingen en de segmentverdeling naast elkaar; het nuttige antwoord is geen tickerspelletje, maar een selectieproces.
Je zoekt spreiding, maar niet blind. Data en beveiliging verdienen voorlopig een zwaardere kwaliteitsweging. Applicaties verdienen ruimte voor positieve verrassingen, maar ook meer wantrouwen tegenover mooie gebruikscijfers zonder duidelijke betaling.
Waarom kan een rally van 40 procent alsnog stuklopen?
De sector is niet meer goedkoop uit angst. In een doorsnede van vier bekende softwarebedrijven lopen de koers-omzetverhoudingen over de laatste twaalf maanden sterk uiteen. Dynatrace noteerde op 4 september rond 7,3 keer de omzet en Okta rond 9,8 keer. Snowflake stond op ongeveer 21,9 keer en Palo Alto Networks op 23,7 keer.
Die verschillen zijn geen ranglijst. De bedrijven groeien niet even snel en hebben verschillende marges. De doorsnede laat vooral zien hoeveel uiteenlopende verwachtingen onder één sectorlabel schuilgaan. Boven 20 keer de omzet is een kleine tegenvaller zelden klein. Dan moet niet alleen de omzet groeien, maar moet die groei ook lang aanhouden en uiteindelijk veel winst opleveren.
Aandelenbeloning maakt die rekensom lastiger. Over de twaalf maanden tot eind april bedroeg die kostenpost bij Snowflake ongeveer 28,9% van de omzet. Bij Palo Alto Networks bedroeg de in kosten en uitgaven opgenomen aandelenbeloning in het kwartaal tot en met 30 april 2026 684 miljoen dollar, oftewel 22,8% van de kwartaalomzet van 3,002 miljard dollar. Over de negen maanden tot en met 30 april 2026 bedroeg deze aandelenbeloning 1,35 miljard dollar, oftewel 16,8% van de omzet van 8,070 miljard dollar. Die percentages meten niet dezelfde periode: 22,8% betreft één kwartaal, terwijl 16,8% de negen maanden tot en met 30 april 2026 beslaat. Bij Dynatrace bedroeg de aandelenbeloning in het kwartaal tot 30 juni 2026 73,576 miljoen dollar, gelijk aan 13,3% van de kwartaalomzet van 554,548 miljoen dollar. Okta kwam tot eind juli uit op 14,2%.
Aandelenbeloning verlaat niet direct de kas, maar is daarom niet gratis. Nieuwe aandelen verdelen de toekomstige winst over meer stukken. Dat verschil doet ertoe bij bedrijven die hun aantrekkelijkheid graag onderbouwen met vrije kasstroom, omdat die maatstaf de aandelenbeloning niet als kasuitgave aftrekt.
De uiteindelijke verwatering verschilt sterk. Het verwaterde gemiddelde aandelental groeide bij Snowflake op jaarbasis met 3,83%. Voor de drie maanden geëindigd op 30 april 2026 bedroeg het verwaterde GAAP-gewogen gemiddelde aandelental van Palo Alto Networks 801 miljoen, tegenover 707 miljoen een jaar eerder: een stijging van 94 miljoen, oftewel circa 13,3%. Dit is geen zuivere maatstaf voor verwatering door aandelenbeloning. Palo Alto Networks gaf op 11 februari 2026 namelijk 112 miljoen aandelen uit voor de overname van CyberArk en gedurende de eerste negen maanden van boekjaar 2026 nog eens 27 miljoen aandelen bij de nettoafwikkeling van warrants.
Ook de GAAP-methode vertekent de vergelijking. Door het GAAP-nettoverlies was het verwaterde aantal in 2026 gelijk aan het basisaantal en werden 30 miljoen potentieel verwaterende aandelen uit werknemersregelingen uitgesloten. Het cijfer van 707 miljoen in 2025 omvatte juist 42 miljoen potentieel verwaterende aandelen, waaronder 11 miljoen uit werknemersregelingen en 25 miljoen uit warrants. Bij Dynatrace kromp het juist met 3,42% en bij Okta met 1,19%. Inkoop kan aandelenbeloning compenseren, maar overnames, warrants en de verslaggevingsmethode kunnen de vergelijking vertekenen.
Dit is geen boekhoudkundige voetnoot. Een onderneming kan haar totale winst laten groeien en toch weinig vooruitgang per aandeel boeken als het aantal aandelen snel stijgt. Juist het aantal aandelen dat jij bezit ten opzichte van het totale uitstaande aandelental bepaalt welk deel van het bedrijf jij bezit; de winst per aandeel laat zien hoeveel winst aan elk aandeel is toe te rekenen.
Daar komt het margerisico bij. De recente vraag naar AI-beveiliging ging bij Palo Alto Networks samen met zorgen over margedruk. Bij Dynatrace werden naast sterke cijfers en een hogere prognose ook de hoge waardering als tegenkracht genoemd. Dynatrace voltooide op 20 augustus 2026 de uitgifte van 1,4375 miljard dollar aan 0%-omwisselbare senior notes met looptijd tot 2031; de netto-opbrengst bedroeg circa 1,411 miljard dollar. Zulke obligaties zijn schuldpapieren die onder voorwaarden kunnen worden omgezet in aandelen of aandelen van een verbonden onderneming.
Het bearish verhaal voor software is daardoor veranderd. De grootste dreiging is niet meer dat AI morgen alle bestaande software vernietigt. De grotere dreiging is dat beleggers vandaag al betalen alsof AI snel, breed en zeer winstgevend wordt.
Dat kán kloppen. Maar de foutmarge is klein.
Bij data-infrastructuur moet het stijgende gebruik zich vertalen in langdurig hogere omzet. Bij cybersecurity moet de extra vraag binnenkomen zonder dat verkoopkosten en productinvesteringen de marge opslokken. Bij applicaties moet gebruik veranderen in terugkerende betaling. Zodra één van die schakels breekt, werkt een hoge omzetmultiple als een vergrootglas op de teleurstelling.
Is de ‘SaaSpocalypse’ voorbij, of is alleen de eerste schrik verdwenen?
De eenvoudige vernietigingsthese is overtuigend verzwakt, maar de hele softwaresector is nog niet automatisch een AI-winnaar. IGV staat bijna 40% boven het dieptepunt van april en XSW bereikte eind augustus een nieuw hoogtepunt. Recente omzet- en winstmeevallers tonen bovendien dat AI daadwerkelijk vraag naar bestaande software kan creëren.
De sterkste positie ligt voorlopig bij leveranciers die bedrijfsdata beheren, digitale toegang beveiligen of diep in dagelijkse werkprocessen zitten. Daar vult AI bestaande software eerder aan dan dat het haar vervangt. Applicaties kunnen spectaculair winnen, maar hun omzetkansen blijven grilliger.
Ik zou het herstel daarom niet zien als één brede vrijbrief. Waarderingen boven 20 keer de omzet, aandelenbeloning van meer dan 20% van de omzet en snel oplopende aandelentallen laten zien dat een goed bedrijfsverhaal niet automatisch een goede uitkomst per aandeel oplevert.
De markt heeft de eerste AI-schrik bijna volledig teruggedraaid. Nu begint de moeilijkere fase. Data-infrastructuur moet bewijzen dat AI structureel meer verbruik oplevert. Cybersecurity moet die vraag omzetten in marge. Applicaties moeten laten zien dat gebruik ook betaling betekent.
AI heeft software niet vernietigd. De technologie heeft vooral blootgelegd welke software werkelijk onmisbaar is.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'KANS'.





































































































































Opmerkingen