Vergeet Alphabet: miljardair Bill Ackman zet $934 miljoen op dit aandeel
In het kort:
Miljardair Bill Ackman maakt een opvallende draai: hij verkoopt Alphabet volledig en investeert vervolgens bijna $1 miljard in dit aandeel, waar hij eerder $400 miljoen verloor.
Ackman denkt dat Netflix de streamingoorlog heeft gewonnen. De marges zijn inmiddels opgelopen tot 33%, terwijl advertenties en prijsverhogingen voor nieuwe groei kunnen zorgen.
Opvallend genoeg verruilt Ackman zo een grote AI winnaar voor een aandeel dat ruim 40% onder zijn top stond.
Miljardair Bill Ackman heeft zijn portefeuille opvallend omgegooid. Zijn investeringsfonds Pershing Square verkocht in het tweede kwartaal zijn volledige positie in Alphabet en bouwde tegelijkertijd een nieuwe positie van ongeveer $934 miljoen op in Netflix. Eind juni bezat het fonds 13,08 miljoen aandelen van de streaminggigant.
Op het eerste gezicht is dat een opmerkelijke keuze. Alphabet groeit momenteel veel harder en profiteert volop van de enorme investeringen in kunstmatige intelligentie. Netflix groeit een stuk langzamer en het aandeel stond in het bronmateriaal ongeveer 42% onder de top van 2025. Toch ziet Ackman juist bij Netflix een aantrekkelijkere verhouding tussen groei, winstgevendheid en de hoeveelheid kapitaal die nodig is om die groei te realiseren.
Ackman verloor eerder bijna $400 miljoen met Netflix
Het is niet de eerste keer dat Ackman in Netflix belegt. Pershing Square kocht begin 2022 een grote positie nadat het aandeel al fors was gedaald. Niet lang daarna meldde Netflix echter dat het aantal abonnees voor het eerst in meer dan tien jaar was afgenomen. De oorspronkelijke beleggingsthese van Ackman viel daarmee snel uit elkaar en Pershing Square verkocht de positie weer.
Die beslissing resulteerde in een verlies van bijna $400 miljoen. Ackman koos destijds bewust voor een snelle exit omdat de onzekerheid rond het toekomstige verdienmodel sterk was toegenomen. Vier jaar later keert hij terug naar hetzelfde bedrijf, maar de situatie is volgens Pershing Square fundamenteel veranderd.
De nieuwe positie staat bovendien niet op zichzelf. Pershing Square heeft zijn portefeuille flink vernieuwd en bouwde vanaf het tweede kwartaal zes nieuwe posities op. Naast Netflix werden onder meer Visa, Mastercard, S&P Global, Intercontinental Exchange en Alcon toegevoegd. Het gaat daarmee om een van de grootste veranderingen binnen de portefeuille van Ackman in jaren.
Waarom Ackman nu anders naar Netflix kijkt
De kern van zijn nieuwe belegging lijkt te liggen bij de sterk verbeterde concurrentiepositie van Netflix. Pershing Square stelt dat het bedrijf de streamingoorlog in feite heeft gewonnen. Enkele jaren geleden was dat allesbehalve vanzelfsprekend, omdat vrijwel ieder groot mediabedrijf miljarden investeerde om een eigen streamingplatform op te bouwen.
Netflix moest daardoor enorme bedragen uitgeven aan films, series en internationale uitbreiding om zijn voorsprong te verdedigen. Tegelijkertijd was onduidelijk hoeveel van die investeringen uiteindelijk zouden worden omgezet in duurzame winst. Disney, Amazon, Apple en traditionele mediabedrijven pompten eveneens miljarden in streaming, waardoor beleggers zich afvroegen of Netflix ooit echt sterke marges zou kunnen realiseren.
Inmiddels ziet die markt er anders uit. Netflix heeft een enorme wereldwijde schaal opgebouwd en kan zijn contentkosten over een grote gebruikersbasis verdelen. Het bedrijf hoeft daardoor niet langer uitsluitend te focussen op zoveel mogelijk nieuwe abonnees, maar kan steeds meer aandacht besteden aan prijsverhogingen, advertenties en het verhogen van de winst per gebruiker.
Netflix verdient inmiddels veel meer aan iedere dollar omzet
Die verandering wordt duidelijk zichtbaar in de financiële resultaten. Netflix realiseerde in het tweede kwartaal een omzet van $12,6 miljard, een stijging van 13% ten opzichte van een jaar eerder. Dat groeitempo is niet spectaculair vergeleken met veel technologiebedrijven, maar de winstgevendheid is inmiddels veel belangrijker geworden.
De operationele marge kwam uit op maar liefst 33%. Simpel gezegd betekent dit dat van iedere $100 omzet ongeveer $33 als operationele winst overblijft voordat onder meer rente en belastingen worden meegenomen. Voor heel 2026 verwacht Netflix een omzet van $51 miljard tot $51,4 miljard en een operationele marge van ongeveer 31,5%.
Dat is een belangrijk verschil met Netflix van enkele jaren geleden. Destijds draaide de beleggingscase vooral om groei van het aantal abonnees en was veel kapitaal nodig om nieuwe content te produceren. Tegenwoordig beschikt het bedrijf over voldoende schaal om omzetgroei steeds sterker door te laten werken naar de winst.

Advertenties worden een nieuwe groeimotor
Daarbij beschikt Netflix nog over mogelijkheden om de omzet verder te verhogen zonder opnieuw een compleet nieuw netwerk te hoeven bouwen. Een belangrijk voorbeeld is het goedkopere abonnement met advertenties. Daarmee bereikt Netflix consumenten die minder willen betalen, terwijl het tegelijkertijd inkomsten ontvangt van adverteerders.
Daarnaast kan het bedrijf zijn prijzen geleidelijk verhogen. Een kleine prijsverhoging verspreid over een enorme gebruikersbasis kan al een grote impact hebben op de omzet, terwijl de extra kosten relatief beperkt zijn. Ook live programmering biedt nieuwe mogelijkheden om kijkers langer vast te houden en advertentie inkomsten verder uit te bouwen.
Dat maakt de huidige groeifase fundamenteel anders dan de beginjaren van streaming. Netflix hoeft niet meer overal ter wereld vanaf nul marktaandeel op te bouwen. Het bedrijf probeert nu vooral meer omzet en winst te halen uit een infrastructuur en gebruikersbasis die grotendeels al bestaan.
Alphabet groeit juist veel harder
Dat maakt de verkoop van Alphabet tegelijkertijd extra opvallend. Operationeel lijkt er namelijk weinig mis met het moederbedrijf van Google. In het tweede kwartaal realiseerde Alphabet $119,8 miljard omzet, 24% meer dan een jaar eerder. Google Cloud groeide zelfs met 82% naar $24,8 miljard.
Kunstmatige intelligentie speelt daarin een steeds grotere rol. Alphabet investeert miljarden in datacenters, ontwikkelt eigen AI modellen en produceert eigen Tensor Processing Units, oftewel gespecialiseerde chips voor AI toepassingen. Het bedrijf is deze chips inmiddels ook aan externe klanten gaan verkopen en probeert daarmee een grotere positie op te bouwen in AI infrastructuur.
Daarmee beschikt Alphabet over verschillende potentiële groeimotoren tegelijk. AI kan Google Search verbeteren, de cloudactiviteiten versnellen en nieuwe inkomsten uit infrastructuur creëren. Vanuit puur operationeel perspectief lijkt het daarom vreemd dat Ackman juist nu afscheid neemt.

AI kost Alphabet tot $205 miljard per jaar
Het probleem zit vooral in wat Alphabet moet uitgeven om die groei mogelijk te maken. Het concern verhoogde zijn verwachte investeringen voor 2026 onlangs naar maar liefst $195 miljard tot $205 miljard. Eerder werd nog gerekend op $180 miljard tot $190 miljard.
Een groot deel daarvan gaat naar datacenters, servers, chips en andere infrastructuur die nodig is om AI modellen te trainen en cloudcapaciteit uit te breiden. De bedragen zijn zo groot dat ze zelfs voor een onderneming met de financiële kracht van Alphabet duidelijk zichtbaar worden in de kasstroom. Door de enorme investeringen kwam de vrije kasstroom in het tweede kwartaal uit op negatief $5,9 miljard.
Dat betekent niet automatisch dat Alphabet te veel investeert. Als de vraag naar AI rekenkracht jarenlang hard blijft groeien, kunnen de huidige uitgaven uiteindelijk juist enorme rendementen opleveren. Het probleem voor beleggers is dat nog niet duidelijk is hoeveel kapitaal nodig blijft om de technologische voorsprong te behouden en hoeveel winst iedere geïnvesteerde dollar uiteindelijk gaat opleveren.
De AI race verandert het verdienmodel
Daar zit een belangrijk verschil met de traditionele activiteiten van Alphabet. Google Search is historisch gezien een uitzonderlijk winstgevend digitaal verdienmodel. Zodra de zoekmachine en advertentie infrastructuur waren gebouwd, kon extra omzet worden gegenereerd zonder voor iedere nieuwe gebruiker enorme fysieke investeringen te doen.
AI infrastructuur werkt anders. Voor het trainen en uitvoeren van steeds grotere modellen zijn enorme datacenters, chips en hoeveelheden elektriciteit nodig. Wanneer concurrenten als Microsoft, Amazon en Meta tegelijkertijd tientallen miljarden investeren, ontstaat bovendien een technologische wapenwedloop waarbij bedrijven niet eenvoudig kunnen stoppen met investeren.
Voor Ackman kan dat betekenen dat Alphabet weliswaar harder groeit, maar dat de kwaliteit van iedere extra dollar groei minder vanzelfsprekend wordt. Een omzetstijging is voor aandeelhouders uiteindelijk vooral waardevol wanneer daar voldoende vrije kasstroom tegenover staat.
Netflix bevindt zich bijna in de tegenovergestelde situatie
Netflix lijkt juist uit zijn kapitaalintensieve fase te komen. De streaminggigant heeft jarenlang enorme bedragen uitgegeven om wereldwijd content en abonnees te verzamelen. Inmiddels is de markt volwassener geworden en lijkt Netflix voldoende schaal te hebben bereikt om zich sterker te richten op rendement.
Dat is waarschijnlijk een belangrijk onderdeel van de nieuwe beleggingsthese. Netflix hoeft niet meer ieder jaar tientallen miljarden extra te investeren in fysieke infrastructuur om zijn concurrentiepositie te verdedigen. De bestaande technologie, gebruikersbasis en contentbibliotheek kunnen steeds efficiënter worden benut.
Daardoor kan relatief beperkte omzetgroei toch aantrekkelijke winstgroei opleveren. Wanneer de omzet bijvoorbeeld met ongeveer 10% tot 15% groeit terwijl de kosten minder snel toenemen, kan de operationele winst aanzienlijk sneller stijgen. Juist die operationele hefboom maakt een volwassen platform als Netflix interessant.

Ackman keert AI niet de rug toe
De verkoop van Alphabet betekent overigens niet dat Ackman negatief is geworden over kunstmatige intelligentie. Pershing Square had eind juni nog altijd grote investeringen in Microsoft, Meta Platforms en Amazon. Zijn portefeuille blijft daarmee behoorlijk blootgesteld aan bedrijven die miljarden investeren in AI.
De verschuiving lijkt daarom eerder te draaien om de verhouding tussen waardering, kapitaalbehoefte en toekomstige kasstromen. Tijdens de AI hausse zijn beleggers bereid geweest hoge waarderingen te betalen voor ondernemingen die sterk kunnen profiteren van kunstmatige intelligentie. Tegelijkertijd zijn de bedragen die nodig zijn voor chips en datacenters explosief gestegen.
Ackman lijkt met Netflix een andere kant op te zoeken. Het aandeel was ongeveer 42% teruggevallen vanaf de top van 2025, terwijl de operationele prestaties juist sterk zijn gebleven. Daardoor krijgt hij volgens zijn eigen redenering een kwalitatief sterk bedrijf tegen een aantrekkelijkere prijs, zonder dat er honderden miljarden aan nieuwe infrastructuur nodig zijn om de bestaande marktpositie te behouden.
Toch zijn er duidelijke risico's
Netflix heeft de streamingoorlog misschien gewonnen, maar daarmee is de concurrentie om de aandacht van consumenten niet verdwenen. Het bedrijf concurreert niet alleen met Disney of andere streamingdiensten, maar ook met YouTube, TikTok, sociale media, gaming en traditionele televisie. Een consument kan zijn vrije tijd immers maar één keer besteden.
Ook het toekomstige groeitempo is een aandachtspunt. Met 13% omzetgroei is Netflix duidelijk een volwassener bedrijf geworden. Prijsverhogingen en advertenties kunnen de omzet verder ondersteunen, maar het is nog niet duidelijk hoe groot vooral de advertentietak uiteindelijk kan worden.
Daarbij blijft content een kostbare en moeilijk voorspelbare activiteit. Netflix moet voortdurend nieuwe films, series en live programma's produceren die kijkers geïnteresseerd houden. Een sterke marktpositie vermindert die noodzaak niet volledig.
Waarom Ackmans terugkeer extra opvallend is
Juist de geschiedenis tussen Ackman en Netflix maakt de nieuwe investering interessant. Hij verloor eerder bijna $400 miljoen met hetzelfde aandeel en weet dus uit eigen ervaring hoe snel een aantrekkelijke beleggingsthese kan veranderen. Toch zet Pershing Square vier jaar later opnieuw bijna $1 miljard op het bedrijf.
Dat suggereert dat Ackman niet simpelweg probeert te profiteren van een koersdaling. Zijn oorspronkelijke probleem met Netflix was dat de concurrentiepositie en toekomstige groei plotseling veel minder zeker werden. Nu denkt hij dat precies dat probleem grotendeels is opgelost: Netflix heeft schaal bereikt, concurrenten hebben hun streamingambities aangepast en de marges zijn sterk gestegen.
Tegelijkertijd verkoopt hij Alphabet terwijl dat bedrijf operationeel juist harder groeit dan ooit. Dat maakt de transactie uiteindelijk vooral een interessante vergelijking tussen twee verschillende fases van een bedrijf. Alphabet staat aan het begin van een extreem dure AI investeringscyclus, terwijl Netflix volgens Ackman juist aan de andere kant van zijn eigen kostbare concurrentiestrijd is uitgekomen.
Is Netflix na de daling interessant?
Voor beleggers draait de keuze daardoor niet simpelweg om welk bedrijf het snelst groeit. Alphabet heeft duidelijk het hogere groeitempo en bezit met Google Search, YouTube en Google Cloud enkele van de sterkste technologieplatforms ter wereld. Als de honderden miljarden aan AI investeringen hoge rendementen opleveren, kan de beslissing van Ackman achteraf te voorzichtig blijken.
Netflix biedt een ander profiel. De omzet groeit minder hard, maar de operationele marge ligt boven 30%, het bedrijf heeft zijn schaal al opgebouwd en er zijn nog groeimogelijkheden via prijsverhogingen, advertenties en live content. Na de forse koersdaling vindt Ackman die combinatie blijkbaar aantrekkelijk genoeg om $934 miljoen te investeren.
Daarmee maakt hij een duidelijke contrarian keuze. In plaats van meer geld te steken in een van de populairste winnaars van de AI hausse, kiest Ackman voor een afgestraft aandeel waarvan hij denkt dat de markt de verbeterde kwaliteit van het bedrijf onderschat. Of dat opnieuw een dure fout wordt of juist een van zijn betere beleggingen, zal vooral afhangen van hoeveel winst Netflix de komende jaren uit zijn dominante positie weet te halen.








































































































































Opmerkingen