Historisch signaal knippert: komt de grondstofrally terug?
- Arne Verheedt

- 13 mrt
- 4 minuten om te lezen
In het kort
De verhouding tussen grondstoffen en aandelen bevindt zich op een historisch dieptepunt, een niveau dat in eerdere cycli vaak voorafging aan sterke stijgingen in grondstoffenmarkten.
In het verleden ontstonden grote grondstoffenbullmarkten vaak na periodes waarin technologieaandelen domineerden en de dollar sterk was.
De combinatie van hoge aandelenwaarderingen, structurele onderinvestering in mijnbouw en groeiende vraag naar energie en metalen kan opnieuw een verschuiving in de kapitaalcyclus veroorzaken.
Financiële markten bewegen zelden in een rechte lijn. In plaats daarvan wisselt kapitaal voortdurend tussen verschillende activaklassen. Eén van de meest opvallende langetermijncycli is de verhouding tussen grondstoffen en aandelen. Wanneer aandelen jarenlang beter presteren dan grondstoffen, ontstaan er vaak waarderingsverschillen die uiteindelijk een nieuwe rotatie in gang zetten.
De zogenaamde commodities to equities ratio, gebaseerd op de verhouding tussen de S&P GSCI Total Return Index en de S&P 500, laat precies zo’n cyclus zien. Wanneer de ratio daalt, domineren aandelen de markten. Wanneer de ratio stijgt, beginnen grondstoffen een sterkere periode.
Op dit moment staat deze verhouding op een historisch laag niveau. Dat betekent dat aandelen de afgelopen tien tot vijftien jaar aanzienlijk beter hebben gepresteerd dan grondstoffen. In eerdere periodes bleek zo’n extreem verschil vaak een signaal dat een nieuwe economische fase nadert.
Grondstoffen versus aandelen: de historische relatie met de Amerikaanse dollar

Historische voorbeelden van grondstoffencycli
De geschiedenis van de afgelopen vijftig jaar laat meerdere duidelijke rotaties zien. In de jaren zeventig beleefden grondstoffen een sterke bullmarkt. Hoge inflatie, geopolitieke spanningen en de oliecrises zorgden voor stijgende energieprijzen en sterke prestaties van metalen en edelmetalen. Aandelen hadden het in die periode relatief moeilijk.
In de jaren tachtig veranderde het economische landschap. De inflatie daalde, centrale banken kregen meer controle over het monetair beleid en financiële markten begonnen te groeien. Kapitaal verschoof naar aandelen en obligaties, terwijl grondstoffen minder aandacht kregen.
Tegen het einde van de jaren negentig bereikte deze beweging een extreem punt. Tijdens de dotcom periode waren technologieaandelen dominant en bereikte de verhouding tussen grondstoffen en aandelen een dieptepunt. Veel beleggers geloofden dat de digitale economie traditionele sectoren definitief zou verdringen.
De daaropvolgende jaren bewezen het tegenovergestelde. Na het uiteenspatten van de technologiezeepbel begon een krachtige grondstoffenbullmarkt. Tussen 2000 en 2008 stegen energieprijzen, industriële metalen en edelmetalen sterk. De snelle industrialisatie van China en andere opkomende economieën zorgde voor een explosieve vraag naar grondstoffen.
Goud was één van de grondstoffen die sterk steeg tijdens de vorige grondstoffencyclus:

Deze periode wordt vaak aangeduid als een grondstoffen supercyclus, waarin kapitaal massaal verschoof van financiële activa naar fysieke grondstoffen.
De invloed van de dollar op grondstoffenprijzen
Een belangrijk element in deze cycli is de rol van de Amerikaanse dollar. Grondstoffen worden wereldwijd vrijwel altijd in dollars verhandeld. Daardoor ontstaat er een duidelijke correlatie tussen de dollar en grondstoffenprijzen.
Wanneer de dollar sterk stijgt, komen grondstoffen vaak onder druk te staan. Voor landen met andere valuta worden grondstoffen dan relatief duurder, waardoor de vraag kan afnemen. Wanneer de dollar verzwakt, gebeurt meestal het tegenovergestelde en krijgen grondstoffen meer ruimte om te stijgen.
Historische data laten zien dat belangrijke pieken in de dollar regelmatig samenvallen met bodems in grondstoffen. Dat gebeurde bijvoorbeeld rond het midden van de jaren tachtig en opnieuw rond de dotcom periode. In beide gevallen volgde daarna een langdurige periode waarin grondstoffen beter presteerden dan aandelen.
Ook vandaag bevindt de dollar zich op relatief sterke niveaus. Dat heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan de zwakke relatieve prestaties van grondstoffen.
Onderinvestering en structurele vraag
Naast de monetaire factoren speelt ook de fysieke realiteit van de grondstoffenmarkt een belangrijke rol. Nieuwe mijnbouwprojecten en energieproductie vereisen vaak lange ontwikkelingsperiodes en grote investeringen. Wanneer prijzen langdurig laag blijven, stellen bedrijven deze investeringen vaak uit.
Na de grondstoffenpiek rond 2011 zijn investeringen in nieuwe mijnbouwprojecten wereldwijd sterk teruggelopen. Dat betekent dat de toekomstige productiecapaciteit minder snel groeit, terwijl de vraag naar grondstoffen in veel sectoren blijft toenemen.
De energietransitie, digitalisering en uitbreiding van elektriciteitsnetwerken vragen grote hoeveelheden koper, aluminium, zilver en andere industriële metalen. Datacenters, elektrische infrastructuur en halfgeleiders vereisen allemaal fysieke grondstoffen.
Energietransitie en digitalisering vereisen grondstoffen:

Hier ontstaat een paradox. De huidige technologiegedreven economie lijkt immaterieel, maar is in werkelijkheid sterk afhankelijk van energie en metalen.
Wat de huidige situatie kan betekenen
De huidige combinatie van factoren vertoont opvallende overeenkomsten met eerdere cyclische omslagpunten. Aandelenwaarderingen bevinden zich op relatief hoge niveaus, technologiebedrijven domineren de beurs en grondstoffen worden door veel beleggers als minder aantrekkelijk gezien.
Tegelijkertijd staat de verhouding tussen grondstoffen en aandelen op een historisch dieptepunt. In het verleden ontstonden dergelijke situaties vaak vlak voordat kapitaal opnieuw begon te verschuiven.
Wanneer deze cyclus opnieuw draait, kan dat gevolgen hebben voor meerdere markten tegelijk. Grondstoffenprijzen kunnen stijgen, mijnbouwbedrijven profiteren van hogere marges en inflatie kan opnieuw een rol spelen in het economische landschap.
De geschiedenis van financiële markten laat zien dat deze rotaties zelden geleidelijk verlopen. Vaak beginnen ze onopvallend, terwijl het grootste deel van de markt nog gefocust blijft op de sectoren die in de voorgaande cyclus het best hebben gepresteerd. In dat spanningsveld tussen populariteit en waardering ontstaan vaak de volgende grote bewegingen in de wereldeconomie.






































































































































