top of page

Europa heeft geen innovatieprobleem, maar een miljardenprobleem

In het kort:

  • Europa heeft sterke deeptech-startups, maar te weinig kapitaal om ze uit te bouwen tot grote scale-ups.

  • De grootste kloof zit bij rondes boven €100 miljoen, waar de VS 4,6 keer meer investeert dan Europa.

  • Voor beleggers ligt de kans bij Europese bedrijven die de stap van innovatie naar internationale schaal weten te maken.


Europa heeft sterke universiteiten, slimme ondernemers en veelbelovende deeptechbedrijven. Toch groeit maar een klein deel van deze bedrijven uit tot echte wereldspelers. Voor beleggers is dat belangrijk om te begrijpen. De kans zit namelijk niet alleen in de technologie zelf, maar vooral in het moment waarop bedrijven kapitaal nodig hebben om op te schalen.


Het Techleap-rapport The Deeptech Gap laat duidelijk zien waar het probleem zit. Europa produceert genoeg startups, maar te weinig scale-ups. Dat betekent dat veel waardevolle technologie wel wordt ontwikkeld, maar dat de grootste economische opbrengst vaak buiten Europa terechtkomt.



De kloof ontstaat vooral bij grote investeringsrondes

In de vroege fase doet Europa het niet slecht. Bij deeptechrondes tussen €5 miljoen en €20 miljoen ligt het Europese investeringsvolume dicht bij dat van de Verenigde Staten. De VS investeerden in deze categorie €13,5 miljard, tegenover €12,8 miljard in Europa. Bij rondes tussen €20 miljoen en €50 miljoen is het verschil groter, maar nog beheersbaar: €26,0 miljard in de VS tegenover €14,3 miljard in Europa.


De echte kloof ontstaat bij grote rondes. Bij investeringen boven €100 miljoen ligt het Amerikaanse kapitaalvolume 4,6 keer hoger dan in Europa. In de categorie €100 miljoen tot €500 miljoen ging het om €108,1 miljard in de VS tegenover €27,6 miljard in Europa. Bij rondes boven €500 miljoen was dat €156,3 miljard tegenover €30,5 miljard.


Voor beleggers is dit een belangrijk signaal. Europa kan bedrijven starten, maar heeft te weinig kapitaal om ze groot te maken. Daardoor worden veel bedrijven vroeg verkocht of zoeken ze later financiering in de Verenigde Staten.



Amerikaanse exits trekken meer kapitaal aan

Het rapport laat ook zien waarom veel institutionele beleggers liever in Amerikaanse fondsen investeren. Amerikaanse deeptechbedrijven die meer dan €50 miljoen hadden opgehaald, realiseerden samen ongeveer €393,7 miljard aan exitwaarde. Europese bedrijven kwamen uit op ongeveer €23,8 miljard. Dat is een verschil van 16,6 keer.


Dit verklaart waarom pensioenfondsen en grote beleggers vaak kiezen voor Amerikaanse venture capital-fondsen. Zij kijken naar bewezen rendementen. Zolang Europese exits kleiner en zeldzamer blijven, blijft het moeilijk om groot kapitaal terug naar Europese deeptech te trekken.


Toch ligt hier juist ook de kans. Als Europa erin slaagt grotere fondsen op te bouwen en meer bedrijven tot miljardwaarderingen te brengen, kan de waarderingskloof kleiner worden. Beleggers die vroeg toegang krijgen tot deze ontwikkeling, kunnen daarvan profiteren.



Europese rondes zijn structureel kleiner

Een ander belangrijk cijfer is het verschil in rondegrootte. Stage voor stage zijn Europese investeringsrondes ongeveer 3,4 tot 4,2 keer kleiner dan Amerikaanse rondes. De mediane Amerikaanse deeptechronde bedraagt €6,4 miljoen, tegenover €1,5 miljoen in Europa. In de top 20 procent van de rondes is het verschil €42,7 miljoen in de VS tegenover €10,9 miljoen in Europa.


Kleinere rondes hebben grote gevolgen. Een bedrijf heeft minder tijd om te testen, minder ruimte om fouten te maken en minder kapitaal om snel internationaal uit te breiden. In deeptech is dat extra belangrijk, omdat productontwikkeling vaak lang duurt en veel geld kost.


De moeilijkste fase ligt tussen €20 miljoen en €50 miljoen

Veel deeptechbedrijven lopen vast nadat ze hun eerste product hebben ontwikkeld. Rond de fase van €20 miljoen tot €50 miljoen aan opgehaald kapitaal is vaak extra geld nodig om van één product naar een echte marktpositie te groeien. In de Verenigde Staten zijn er meer investeerders die deze brug kunnen financieren. In Europa ontbreekt die laag vaak.


Voor beleggers met een lange adem is dit een interessante fase. Bedrijven die deze kloof weten te overbruggen, kunnen uitgroeien tot leiders in markten zoals kunstmatige intelligentie, halfgeleiders, quantumtechnologie, fotonica en klimaattechnologie.



Europa heeft grotere deeptechfondsen nodig

Het rapport wijst erop dat vrijwel alle grote, hoog aangeschreven deeptechfondsen zich in de Verenigde Staten bevinden. Van de ongeveer achttien fondsen in de wereldwijde topzone is vrijwel geen enkel fonds in Europa gevestigd. Daardoor kan Europa nauwelijks zelf rondes van €100 miljoen of meer leiden.


Voor pensioenfondsen, verzekeraars en andere grote beleggers ligt hier een duidelijke opdracht. Europa heeft gespecialiseerde fondsen van meer dan €1 miljard nodig. Alleen dan kunnen veelbelovende bedrijven langer zelfstandig doorgroeien.


Vroege investeerders maken veel verschil

Niet alleen de hoeveelheid kapitaal telt. Ook de kwaliteit van vroege investeerders is belangrijk. Volgens het rapport verhoogt een top-500 Europese angel op de aandeelhouderstafel de kans op een Series C-ronde ongeveer vier keer.


Ook een investering door een top-100 seedfonds maakt veel uit. Zo’n fonds verdrievoudigt de kans dat een bedrijf Series C bereikt. Voor beleggers betekent dit dat technologie alleen niet genoeg is. Het netwerk, de ervaring en de reputatie van vroege investeerders bepalen mede of een deeptechbedrijf later grote rondes kan ophalen.

Conclusie voor beleggers

Europese deeptech staat op een kantelpunt. De kennis is aanwezig, de bedrijven zijn er en de markten zijn groot. Het probleem zit vooral in schaalfinanciering. Europa heeft te weinig grote fondsen, te weinig grote rondes en te weinig exits die opnieuw kapitaal aantrekken.


Voor beleggers maakt dat de sector risicovol, maar ook kansrijk. Wie toegang krijgt tot sterke fondsen of bedrijven met internationaal groeipotentieel, kan inspelen op een markt waarin veel waarde nog niet volledig wordt benut. Europa heeft geen innovatieprobleem. Het heeft een kapitaalprobleem. Juist daar kan voor geduldige beleggers de grootste kans liggen.


Advertorial

De kapitaalkloof in Europese deeptech laat zien hoe belangrijk timing en liquiditeit zijn bij financiële keuzes. Wie vermogen tijdelijk langs de zijlijn houdt, kan ondertussen kijken naar manieren om spaargeld flexibel te parkeren tegen een passende rente.


Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,96% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,42% p.j.


 
 
Untitled design.png
Untitled design.png

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Net binnen..

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page