Dit aandeel zakt -22% terwijl het bedrijf juist nu groeit
- Jelger Sparreboom

- 4 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort
IBM verdient steeds meer aan de softwarelaag die bedrijven nodig hebben om AI veilig in hun bestaande systemen te krijgen.
De oude mainframebusiness blijkt opvallend relevant voor AI, omdat grote bedrijven hun gevoeligste data vaak liever laten staan waar die al tientallen jaren staat.
Achter de zwakke omzetgroei van het tweede kwartaal zit een opmerkelijk verschil tussen uitgestelde grote contracten en een softwarebasis waarvan ongeveer 80% terugkerende omzet is.
IBM is een bedrijf dat bijna iedereen kent en opvallend weinig mensen nog goed kunnen uitleggen. Het beeld van zware mainframes in gekoelde computerruimtes leeft voort, terwijl IBM inmiddels bijna 45% van zijn omzet uit software haalt. De onderneming die ooit vooral machines verkocht, verdient steeds vaker geld aan de laag die moderne technologie bruikbaar moet maken binnen grote organisaties.
Koers IBM

Dat verschil is belangrijk in de huidige AI-golf. De aandacht gaat vanzelf naar degene die het krachtigste model bouwt of enorme datacenters neerzet. Voor een bank of verzekeraar begint het lastige werk ergens anders. Een AI-model moet toegang krijgen tot bedrijfsdata, binnen bestaande software kunnen werken en gecontroleerd worden wanneer het zelfstandig taken uitvoert. Vervolgens moet iemand kunnen achterhalen waarom het systeem een bepaalde beslissing nam. Daar bevindt IBM zich.
Watsonx Orchestrate speelt daarin de rol van verkeersleider. Het helpt ondernemingen AI-agents te beheren. Zo'n agent is software die met een AI-model zelfstandig een taak kan uitvoeren, bijvoorbeeld informatie verzamelen en daarna een proces starten. Red Hat zorgt ervoor dat toepassingen op verschillende soorten infrastructuur kunnen draaien. Confluent, een recente overname, brengt actuele bedrijfsdata naar zulke toepassingen. IBM probeert zo een laag te bouwen tussen AI-modellen en de complexe IT-systemen die grote bedrijven al hebben staan.
Daar zit een interessant economisch idee achter. Bedrijven stoppen enorme bedragen in AI-infrastructuur en modellen. Uiteindelijk moet daar rendement uit komen. Zodra AI van experiment naar dagelijks bedrijfsproces verhuist, worden controle over data en het beheren van tientallen agents een groter praktisch probleem. Een bank kan best een uitstekend model kopen. Dat model heeft weinig waarde wanneer het vervolgens verdwaalt tussen dertig jaar oude systemen, gevoelige klantgegevens en interne toegangsregels.
IBM hoeft daardoor ook niet te voorspellen welk AI-model uiteindelijk wint. Het bedrijf werkt met externe aanbieders en helpt klanten hun gekozen modellen in de eigen organisatie te krijgen. Een samenwerking met Google Cloud zet bijvoorbeeld duizenden IBM-consultants in om Gemini-agents te implementeren en bestaande systemen te moderniseren. Het verdienmodel ligt dan voor een flink deel rondom het model zelf.
Het oude IBM weigert ondertussen te verdwijnen
De verrassendste plek waar dat zichtbaar wordt, is de mainframe.
IBM Z-systemen verwerken volgens het bedrijf ruim 70% van de wereldwijde transactiewaarde. Dat zijn de computers achter processen waarbij uitval bijzonder duur kan worden. Denk aan betalingen of grote reserveringssystemen. Van de geïnstalleerde rekencapaciteit bij klanten blijft 85% stabiel of groeit.
AI geeft die oude infrastructuur een nieuwe functie. Veel bedrijven hebben enorme hoeveelheden gevoelige data op hun mainframes staan. Voor een AI-berekening kun je die data naar een ander systeem verplaatsen. Je kunt de berekening ook uitvoeren vlak bij de plek waar de gegevens al staan. Dat scheelt dataverkeer en vermindert het aantal plekken waar gevoelige informatie terechtkomt.
Bijna de helft van de klanten die de nieuwe z17-mainframe hebben gekocht, investeert inmiddels ook in de bijbehorende AI-capaciteit. Klanten die IBM's AI-hulpmiddelen voor hun mainframe gebruiken, breiden hun rekencapaciteit drie keer sneller uit dan klanten die dat niet doen. Volgens IBM kan het uitvoeren van geschikte workloads op een mainframe afhankelijk van de toepassing bovendien twee tot vijftien keer voordeliger zijn dan het verplaatsen ervan naar andere infrastructuur.
Dat maakt de mainframe een vreemd soort overblijfsel. Technologie uit een ander tijdperk blijkt bruikbaar in een wereld waarin data steeds waardevoller wordt en AI die data voortdurend wil aanspreken. De nieuwste z17-cyclus ligt na vijf kwartalen ongeveer 30% voor op de vorige generatie. Tegelijk groeide IBM's andere infrastructuurbedrijf, waaronder Power-servers en opslag, afgelopen kwartaal met 37% en eindigde het met ongeveer $500 miljoen aan achterstallige orders.
Winstverwachtingen

Toen kwam juni
Dat alles verdween in juli even uit beeld. IBM rapporteerde over het tweede kwartaal slechts 1% omzetgroei. Software groeide 5%, terwijl Infrastructure 7% kromp. De verwachtingen voor heel 2026 werden teruggebracht naar 4% à 5% omzetgroei tegen constante wisselkoersen.
De oorzaak is interessanter dan het omzetcijfer zelf. Grote ondernemingen werken met vaste investeringsbudgetten. In de laatste weken van juni stegen de zorgen over beschikbaarheid en toekomstige prijzen van fysieke IT-apparatuur. Klanten schoven geld richting hardware die ze snel wilden veiligstellen. Daardoor werden grote IBM-softwarecontracten doorgeschoven.
Dat raakt een specifiek stuk van IBM Software. Ongeveer 20% van de softwareomzet is transactioneel en hangt sterk samen met grote mainframecontracten. De overige circa 80% bestaat uit terugkerende inkomsten uit abonnementen en gebruik, waaronder Red Hat en de recent ingelijfde bedrijven HashiCorp en Confluent. Die terugkerende softwareomzet bleef groeien. De jaarlijkse terugkerende softwareomzet bereikte $24,6 miljard, 8% hoger dan een jaar eerder. Red Hat groeide 11%.
Nog interessanter is wat daarna gebeurde. Het ging om iets meer dan tien grote contracten die niet op tijd werden gesloten. Ongeveer een derde daarvan was binnen de eerste drie weken van het nieuwe kwartaal alsnog getekend. Dat geeft een veel bruikbaarder beeld van juni: een deel van de omzet schoof over de kalendergrens heen.
Ondertussen bleef er geld uit de onderneming komen. IBM genereerde in de eerste helft van 2026 $4,8 miljard vrije kasstroom. Dat is het geld dat overblijft uit de bedrijfsvoering nadat noodzakelijke investeringen zijn betaald en dus beschikbaar is voor zaken als overnames of schuldafbouw. IBM verwacht voor heel 2026 nog steeds ongeveer $1 miljard méér vrije kasstroom te produceren dan vorig jaar.
De volgende laag ligt al klaar
Cybersecurity laat zien hoe IBM nieuwe producten boven op zijn bestaande positie probeert te zetten. Het bedrijf heeft met Red Hat Project Lightwell ontwikkeld. Bedrijven betalen daarbij $1 miljoen per jaar voor toegang tot opensourcesoftware waarvan bekende kwetsbaarheden zijn gerepareerd of gecontroleerd. Binnen twee weken waren al ruim 7.500 versies van softwarepakketten beschikbaar. Grote financiële instellingen behoorden tot de eerste gebruikers.
Dat product raakt precies aan een probleem dat door AI groter wordt. Softwareontwikkeling gaat sneller en ondernemingen gebruiken enorme hoeveelheden opensourcecode. Iedere extra afhankelijkheid kan een kwetsbaarheid bevatten. IBM bezit via Red Hat al een belangrijke positie in die opensourcewereld en kan beveiliging daar als betaalde laag bovenop leggen.
Verder weg ligt quantumcomputing. IBM trekt daar de komende vijf jaar ruim $10 miljard voor uit en werkt richting Starling, een grootschalige fouttolerante quantumcomputer die in 2029 gereed moet zijn. Fouttolerantie betekent dat het systeem fouten tijdens quantumrekeningen kan corrigeren, een cruciale stap voordat zulke machines langdurige berekeningen betrouwbaar kunnen uitvoeren. IBM werkt ook aan een gespecialiseerde fabriek voor quantumchips, waarvoor het zelf $1 miljard wil inbrengen en waarvoor nog eens $1 miljard aan Amerikaanse overheidssteun is voorzien.
De omzet daarvan is voorlopig klein. Sinds 2017 heeft IBM voor ruim $1,1 miljard aan quantumcontracten afgesloten, tegenover $67,5 miljard totale concernomzet in 2025. Quantum is daardoor voorlopig vooral een technologisch programma dat IBM financiert vanuit zijn bestaande kasstromen.
Omzet

IBM heeft zichzelf zo op een merkwaardige plek gemanoeuvreerd. Mainframes vormen nog steeds een belangrijk fundament. Red Hat maakte het bedrijf relevant in hybride cloud, waarbij software verspreid over eigen datacenters en publieke clouds draait. Nieuwe overnames vullen gaten rond data en infrastructuur. Watsonx probeert daar een beheerslaag voor AI boven te bouwen.






































































































































